Chris Thijssen 28 november 2017, 13:17

Waarom Stella McCartney hét duurzame voorbeeld in de mode-industrie is

Modeontwerper Stella McCartney wordt door de Britse Fashion Awards bekroond met een Special Recognition Award for Innovation. Ze is de eerste die de award ontvangt, te danken aan haar commitment aan duurzame mode en materiaalinnovatie.

Shutterstock 374032663 1

Ook prijst de vakjury de inzet van McCartney's invloed om een positieve milieu-impact in de industrie te creëren. ‘Haar constante investering als verantwoord, authentiek en modern bedrijf is wat haar een van de meest gerespecteerde modeontwerpers in de industrie maakt’, aldus de organisatie in een persbericht.

McCartney heeft vanaf het begin van haar carrière rekening gehouden met de milieu-impact van haar kleding. Zo heeft de modeontwerper nooit leer, bont, huiden of veren gebruikt in haar ontwerpen. Daarnaast gelooft de designer dat haar bedrijf verantwoordelijk is voor de grondstoffen die het gebruikt en voor de impact die het heeft op het milieu, vervolgt de organisatie.

De afgelopen jaren gooide McCartney verschillende malen hoge ogen met inpanningen en innovaties op het vlak van duurzame mode. DuurzaamBedrijfsleven zet de belangrijkste op een rij:

Oceaanplastic

Afgelopen zomer maakte McCartney bekend dat ze in plaats van geweven of gerecycled polyester, voortaan oceaanplastic gaat gebruiken voor de productie van haar kleding. Het duurzame materiaal is gemaakt van plastic afval dat de milieuorganisatie Parley for the Oceans uit de oceanen haalt.

De ontwerper wil de duurzame materialen gebruiken voor de productie van kleding, schoenen en tassen.

Duurzame zijde van gist

Ook sloeg de ontwerper dit jaar de handen ineen met het biotechbedrijf Bolt Threads. Dit bedrijf maakt duurzame textielvezels van eiwitten uit de natuur. Dat doet de onderneming op moleculair niveau, in een schoon en gesloten proces. Een voorbeeld van zo’n textielvezel is spinnenzijde, dat het bedrijf maakt van gist. Daarmee is de stof een duurzamer en diervriendelijker alternatief voor spinnen- of rupsenzijde.

McCartney en Bolt Threads zeggen te streven naar een toekomst van duurzame textielinnovatie. Zij werken samen aan de ontwikkeling van een aantal nieuwe initiatieven die daaraan moeten bijdragen.

Prijskaartje aan milieu-impact

Om de milieu-impact van haar business per kilo gebruikt materiaal te berekenen, voerde McCartney vorig jaar een Global Environmental Profit and Loss (EP&L) Account uit. Die stelde de ontwerper in staat om een financiële waarde te hangen aan de ecologische kosten en baten van haar bedrijf.

Hiervoor werden zowel de directe als externe activiteiten gemeten en gewaardeerd. Door het inzichtelijk maken van de ecologische impact van de bedrijfsvoering is McCartney naar eigen zeggen beter in staat om de impact van haar activiteiten te beheren en waar mogelijk terug te dringen.

Bron: Fashion Awards, DuurzaamBedrijfsleven | Foto’s: Featureflash Photo Agency / Shutterstock.com

Hoe een tapijttegelfabrikant klimaatverandering terugdraait

Buitengewone doelstellingen zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van tapijttegelfabrikant Interface. Toen directeur Ray Anderson in 1994 onverwachts bekendmaakte dat zijn bedrijf in 2020 100 procent duurzaam moest zijn, dacht iedereen dat dit onhaalbaar was. Inmiddels lijkt het erop dat Interface in 2020 uitkomt op een CO2-reductie van meer dan 95 procent en nagenoeg zonder fossiele grondstoffen kan opereren.De ambitieuze Mission Zero bracht Ray Anderson wereldwijde bekendheid. Zo schreef de oprichter van Interface mee aan het duurzaamheidsbeleid van president Bill Clinton. Toen Anderson in 2011 overleed was Interface al onverwacht ver gekomen in hun duurzame missie. “We hebben de filosofie in de jaren 90 ontwikkeld, maar we wisten toen nog niet hoe we het moesten aanpakken,” zegt Nigel Stansfield, CEO EMEA bij Interface. Jaren van uitproberen, leren, fouten maken, door-ontwikkelen en doodlopende wegen ingaan, leidde tot drie focuspunten: fabrieken, producten en leveranciers. Stansfield benadrukt dat Interface al sinds de jaren '80 een commercieel, beursgenoteerd bedrijf is. De duurzame missie heeft daaraan niets veranderd.Duurzaamheid geïntegreerd in de bedrijfscultuurStansfield merkt dat Interface inmiddels niet langer het enige  bedrijf is dat nadenkt over duurzaamheid. “Duurzaamheid is geen niche meer." Dat kan ook niet anders stelt hij: "Bedrijven die niet nadenken over duurzaamheid, zullen verliezen van de bedrijven die dat wel doen.”"Duurzaamheid is geen schakelaar die je naar gelieve aan en uit kunt zetten”Toch gaan veel bedrijven niet ver genoeg. Hij betreurt het dat er nog steeds weinig voorbeelden zijn van bedrijven die een leidersrol op zich nemen. Volgens Stansfield is het instellen van een duurzaamheidsafdeling namelijk niet voldoende. Hij vindt dat bedrijven duurzaamheid in de bedrijfscultuur moeten integreren.“Duurzaamheid is geen schakelaar die je naar gelieve aan en uit kunt zetten,” zegt Stansfield. Een goede duurzaamheidsstrategie vraagt leiderschap en doorzettingsvermogen van alle werknemers. Zo staat de duurzame missie bij Interface bij iedereen op het netvlies: van de CEO in de bestuurskamer tot de producent op de werkvloer. Duurzaamheid is volledig geïntegreerd in de werkwijze.“Interface staat al twintig jaar elk jaar in de top 3 van meest duurzame leiders van GlobeScan, dit maakt me tegelijkertijd trots en gefrustreerd,” zegt Stansfield. Hij vindt dat een relatief kleine speler zoals Interface niet in de top 3 thuishoort. “We horen eigenlijk niet eens in de top 10 te staan. Dat Interface in de top 3 staat in plaats van veel andere grote bedrijven betekent dat duurzaamheid nog niet mainstream is.”De natuur als voorbeeld voor de nieuwe economieInterface zet al jaren in op het sluiten van ketens. “We deden mee aan de circulaire economie voordat de term circulaire economie bestond”, aldus Stansfield. In de jaren '90 wilde Interface ervoor zorgen dat de tapijttegels oneindig gerecycled konden worden. “We verkopen een tapijttegel, we nemen de tapijttegel terug, halen hem uit elkaar, maken daarvan een nieuwe tegel en vervolgens verkopen we weer een tapijttegel.” Dat was het idee dat Interface had totdat het bedrijf het boek 'Biomimicry: Innovation Inspired by Nature' van Janine M. Benyus ontdekte. “In de natuur wordt afval van het ene ‘koninkrijk’ voedsel voor het andere. Daarmee is de circulaire economie veel breder opgezet,” legt Stansfield uit. Dit was een belangrijke les voor de tapijtfabrikant.Met de natuur als voorbeeld, voert Interface circulariteit zoveel mogelijk door. “Als je de keten zo organiseert dat je afval gebruikt als grondstof dan verdwijnt het concept afval.” Zo gebruikt Interface onder andere oude visnetten als grondstof voor nieuwe tapijttegels. “Als je de keten vormgeeft met de natuur als voorbeeld ontstaat een perfect circulaire economie,” aldus Stansfield.Bijzonder duurzame fabriek op het Nederlandse plattelandAls CEO EMEA (Europe, Middle East & Africa) van Interface reist Stansfield de hele wereld rond, maar is hij ook regelmatig in Scherpenzeel te vinden. In deze Gelderse plaats, waar meer tractoren rijden dan bussen, bevindt zich de grootste fabriek van het bedrijf.Deze fabriek vormt een voorbeeld van de werkwijze van Interface. Zo worden visresten en afval uit de chocolade-industrie gebruikt voor biogaswinning. Daardoor is het de eerste fabriek van Interface die 100 procent hernieuwbare energie gebruikt. De andere fabrieken zijn ook op de goede weg.Zoals het er nu voorstaat draaien alle fabrieken van Interface wereldwijd in 2020 voor 87 procent op hernieuwbare energie. De grondstoffen bestaan tegen die tijd voor circa 95 procent uit non-fossiele bronnen. Het gaat daarbij vooral om gerecyclede materialen, maar ook om biobased grondstoffen. Mission Zero is dus binnen handbereik. Maar daar stopt de duurzame missie niet…“Mission Zero is slechts een mijlpaal op de duurzame weg, want we moeten verder”Love carbon: CO2 als grondstof“Mission Zero is slechts een mijlpaal op de duurzame weg, want we moeten verder,” zegt Stansfield, “hiermee tonen we aan dat het mogelijk is om de CO2-voetafdruk van een bedrijf naar nul te krijgen, maar uiteindelijk gaat het erom om een positieve milieubijdrage te leveren.”Volgens de CEO EMEA is het belangrijk om ambitieuze doelen te stellen. “Het frustreert mij als organisaties als doel stellen dat zij 15 procent hernieuwbare energie gebruiken in 2020.” Hij heeft liever dat bedrijven zichzelf uitdagen door bijna onhaalbare doelen na te streven. Wie anders dan Interface zelf, geeft op dat vlak het goede voorbeeld. Het bedrijf heeft besloten dat het klimaatverandering gaat terugdraaien en heeft daar twee grondslagen aan verbonden: live zero, dat betekent dat de principes van Mission Zero gehandhaafd worden en love carbon. Koolstof vormt een belangrijk onderdeel van het leven op aarde, benadrukt Stansfield. “Het probleem met koolstof is dat het op de verkeerde plek zit.” Daarmee doelt hij op het teveel aan CO2 in de lucht. We moeten CO2 beschouwen als grondstof, is zijn conclusie.Klimaatverandering terugdraaien is nu al mogelijkKlimaatverandering terugdraaien, klinkt op zijn minst ambitieus, maar Stansfield is optimistisch. “De techniek en de kennis zijn er, het enige dat nog ontbreekt is wilskracht.” Hij benadrukt dat er al verschillende prototypes zijn met een negatieve CO2-impact. Bijvoorbeeld de Proof Positive-tapijttegel van Interface zelf. Maar de tapijttegelfabrikant kan dit niet alleen realiseren. “Wij zijn een kleine speler, als het ons lukt om al onze producten van CO2 te maken, heeft dat slechts een kleine impact.”Daarom hoopt Stansfield dat andere bedrijven en individuen zich aansluiten bij de missie van Interface. Hij wil dat er een community ontstaat van mensen die zich inzetten voor het terugdraaien van klimaatverandering onder de noemer Climate Take Back.“Interface staat al twintig jaar elk jaar in de top 3 van meest duurzame leiders van GlobeScan, dit maakt me tegelijkertijd trots en gefrustreerd"Innovatie is niet langer een marathon“Als we het klimaatprobleem willen oplossen, is een movement nodig van duizenden mensen zoals ik en duizenden bedrijven zoals Interface die samenwerken aan deze grote missie. Dit is een uitdaging voor ons als mensheid, omdat wij als soort competitief zijn ingesteld”, stelt Stansfield. Hij vergelijkt de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en innovatie met een sportwedstrijd. In de jaren '80 en '90 zag men innovatie als een marathon waarbij mensen een bedrijf vanaf de zijlijn aanmoedigen. Dat idee is imiddels achterhaald, stelt hij. Mensen en bedrijven moeten gaan samenwerken zoals bij een estafette. “Geen enkel bedrijf of individu kan dit probleem nog in zijn eentje oplossen,” denkt Stansfield.Stansfield is ervan overtuigd dat er een kantelpunt komt waarop mensen en bedrijven gaan samenwerken. Hij hoopt dat het binnenkort gebeurt: “Als we de wereld leefbaar willen houden, kunnen we niet langer inzetten op bedrijven en individuen die de marathon lopen, we moeten samenwerken. Alleen in estafette kunnen we het klimaatprobleem oplossen.”Portretfoto: Interface | Afbeelding: Shutterstock.com