Chris Thijssen 12 mei 2016, 12:11

Zijn vissenschubben het nieuwe koeienleer?

Vissenhuid blijft over als restproduct in de voedingsindustrie, waar het materiaal in veel gevallen wordt weggegooid. Zonde, vinden verschillende schoenenproducenten. Ze gebruiken de huiden dan ook als alternatief voor koeienleer.

Fish 774784 960 720

Bij de productie van koeienleer is sprake van verschillende uitdagingen op het gebied van duurzaamheid. Zo kost het maken van leer veel water. Alleen al het looien van 1 kilo leer vergt in veel ontwikkelingslanden volgens MVO Nederland meer dan 300 liter schoon water. Dit water wordt vervolgens ongezuiverd geloosd in beekjes en rivieren, waardoor vervuiling ontstaat.

Daarnaast drinken koeien, waarvan de huiden afkomstig zijn, nog eens zo’n 30.000 liter water per jaar. Voor het houden van deze dieren worden in bepaalde gevallen bovendien bossen gekapt. Door ontbossing verdwijnen ecosystemen en wordt minder CO2 opgenomen.

Vanwege deze niet-duurzame aspecten werken verschillende schoenenmerken met alternatieven voor koeienleer. Vissenleer lijkt een populair alternatief. DuurzaamBedrijfsleven Media zet een aantal cases op een rij.

Tilapia-sneakers

Het Franse schoenen- en tassenmerk Veja maakte in 2015 al een sneaker van biologisch katoen, wild rubber en visschubben. Omdat tilapia volgens het merk een van de meest gegeten vissoorten ter wereld is, is de schubbenhuid gemakkelijk verkrijgbaar als restproduct. Daarnaast is de huid sterk, waardoor de schoenen langer meegaan. Veja laat het tilapialeer op milieuvriendelijke wijze looien met extracten van de Acaciaplant.

Zomerschoenen van zalmforel

Wie deze zomer schoenen gemaakt van vissenhuid zoekt, kan ook terecht in Frankrijk. Daar maakt de schoenfabriek Don Quichosse espadrilles, waarvan de bovenkant is gemaakt van de huid van zalmforel. Door van de bruikbare huiden schoenen te maken, voorkomt de fabriek dat deze worden weggegooid.

Dun en flexibel leer

Het Deense sneakermerk Woden geeft de voorkeur aan materialen die afkomstig zijn uit de eigen omgeving. Daarom gebruikt het merk voor zijn nieuwe collectie zalm uit de Noordzee. Een IJslandse leerlooier verwerkt de zalmhuiden tot leer.

Het bedrijf maakt gebruik van een natuurlijke warmtebron om de zalmhuiden in te koken. Windenergie levert de stroom voor de rest van de productie. Slechts 1 procent van de huid van alle gevangen zalm wordt gebruikt, de rest wordt weggegooid. Door er sneakers van te maken, wil Woden het gebruikspercentage verhogen.

Het leer is daarnaast minder grof, wat de sneakers een stuk lichter maakt, stelt mede-eigenaar Carsten Holm. “Ook is het, alhoewel zeer sterk, nog steeds ademend; het draagt lekker comfortabel omdat het zo dun en flexibel is.” 

Tilapia-sandalen van $ 895

In 2011 verraste ontwerper Manolo Blahnik de modewereld door de huid van tilapia te gebruiken in sandalen. Blahnik maakte de tilapia-collectie in samenwerking met eco-designer Marcia Patmos. Doel: het afvalproduct uit de voedingsindustrie een tweede leven geven. Dat het leer afkomstig was van restmateriaal was aan de prijs niet af te zien; de schoenen waren te koop voor $ 895 per paar. 

Jellyfish-leer

Dit kwallenleer hoort eigenlijk niet in dit rijtje thuis, maar is toch noemenswaardig. Het leer is ontwikkeld door de Japanse student Yurii Kasao als duurzaam alternatief voor koeienleer. Daarnaast is het zogeheten Jellyfish Leather volgens Kasao ook een oplossing om kwallenpopulatie weer in balans te brengen. De kwallenpopulatie in de regio’s Zuidoost- en Oost-Azië dijt de laatste tijd uit. De kwallen doden kweekvis, brengen ziekteverwekkers over en eten voedsel bedoeld voor jonge vissen.

Om de populatie in te dammen, gebruiken vissers onder meer shredders die de kwallen doden. Daarna is er niets meer van de kwallen over. Zonde, vindt Kasao. Daarom ontwikkelde hij een nieuwe toepassing voor de zeedieren.

Hoofdfoto: public domain, In tekst-foto: public domain, Voetfoto: Royal College of Art London

Trends zonne-energie: saldering kans én bedreiging

Dat blijkt uit het jaarlijkse Nationaal Solar Trendrapport. In 2015 groeide het geïnstalleerd vermogen met 50 procent ten opzichte van 2014 tot een kleine 500 megawatt. De sector realiseerde een groei van 7,5 procent in werkgelegenheid (tot ruim 9.000 fte) en de Nederlandse omzet steeg met 15 procent tot € 1,9 mrd.Het rapport is een initiatief van Solar Solutions in samenwerking met Solar Magazine en TKI Urban Energy. De 2016-editie van het trendrapport kent aparte branche- en trendinformatie over zonnestroom, zonnewarmte, warmtepompen en elektrische vervoer.“Politiek Den Haag doet er goed aan deze ontwikkelingen verder aan te zwengelen in plaats van af te remmen”Snelle integratieDe toevoeging van deze markten aan het solar-trendrapport heeft te maken met de snelle integratie van zonnestroom, zonnewarmte, warmtepompen en elektrische opslag van energie.Ruim 90 procent van de respondenten verwacht een (forse) marktgroei in 2016 ten opzichte van 2015, een trend die ook na 2016 zal doorzetten;OmzetDe zonne-energiesector genereert een omzet van € 1,9 mrd (inclusief export € 2,6 mrd). De kostprijs van zonne-energiesystemen, -panelen en -omvormers blijft verder dalen.Verder is de vraag naar kennis over elektrische opslag is groot, net als over subsidieregelingen, gebouw geïntegreerde pv-panelen (BIPV) en LED-verlichting;SalderingsregelingWat vooral opvalt is de hoop van de zonne-energiemarkt om de salderingsregeling ook na 2020 voort te zetten wanneer deze formeel ophoudt te bestaan. Paradoxaal wordt de overheid gezien als grootste bedreiging voor verdere groei en ontwikkeling aan de ene kant. Aan de andere kant verwacht dezelfde markt een hele actieve rol van de overheid.AanzwengelenCindy van de Velde, directeur van Vereniging Eigen Huis (VEH) stelt over de rol van de overheid: “Zonne-energie biedt volop mogelijkheden en heeft de interesse van de consument. Politiek Den Haag doet er goed aan deze ontwikkelingen verder aan te zwengelen in plaats van af te remmen.”Ook Albert Jan Maat, voorzitter LTO Nederland ziet grote kansen voor zonne-energie in Nederland: “Stel: ieder agrarisch bedrijf in Nederland legt 2.500 vierkante meter zonnepanelen aan. Op 26.000 bedrijven zou dat 6.500 hectare aan zonnepanelen betekenen.”Maat: “Omgerekend zou dat 6.500 megawatt aan stroom opleveren. En daarom is het zo jammer dat onze overheid onduidelijkheid laat bestaan over het verdienmodel na 2020. Boeren en tuinders worden daardoor terughoudend om te investeren, terwijl ze kunnen uitgroeien tot regionale energieleveranciers.” FOTO: Het rapport werd op 10 mei in het gebouw van Solliance Solar Research op de High Tech Campus Eindhoven gelanceerd. Van links naar rechts: Rolf Heynen Solar Solutions Int,; Wijnand van Hooff TKI Urban Energy; Edwin van Gastel EG Media.Bron: Nationaal Solar Trendrapport | Foto's: Nationaal Solar Trendrapport (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)