Chris Thijssen 21 januari 2016, 07:33

Zweden moedigt consumenten aan kleding te delen

Zweden lanceert een modecollectie die consumenten gratis mogen lenen. Hiermee wil het land bewustzijn over de voordelen van het delen van kleding creëren.

Braz

De ShareWear-collectie is co-gecreëerd door Zweedse modeontwerpers en Zweedse kledingmerken als Filippa K, Hope, House of Dagmar en Whyred. Zweden lanceerde de deeldienst als onderdeel van de Democreativity-initiatief, waarmee het land de ontwikkeling van nieuwe ideeën in de creatieve sector wil stimuleren.

Het doel van ShareWear is consumenten te laten zien dat kleding delen in plaats van weggooien goed is voor hun portemonnee en het milieu.

Alternatieve oplossing

“Elk jaar worden er in Zweden en andere landen in de wereld miljoenen tonnen kleding weggegooid, hoewel bijna alles gerecycled, weggegeven of hergebruikt zou kunnen worden”, zegt Sofia Kinberg, Directeur Global Marketing van VisitSweden. “De ShareWear-collectie wil het bewustzijn van de sector rondom deze kwestie verhogen en tegelijkertijd met een alternatieve oplossing komen.”

Consumenten kunnen de kledingstukken uit de collectie op Instagram vinden. Wie als eerste een reactie bij de foto van een kledingstuk plaatst, mag het item een week lenen. Na deze week, deelt de gebruiker het kledingstuk met de volgende persoon door opnieuw een foto op Instagram te plaatsen. De consumenten worden ook aangemoedigd hun eigen kleding op deze manier te delen.

Het kledingmerk Filippa K laat consumenten in Zweden al langer kleding uit zijn eigen collectie leasen. Hiermee zegt het merk duurzaam consumentengedrag te willen stimuleren. In Nederland kunnen consumenten kleding lenen bij de Amsterdamse kledingbibliotheek Lena. De oprichters willen een alternatief bieden voor de massaconsumptie van kleding.

Bron: Visit Sweden | DuoBlau, via Visit Sweden (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)
 

Indaver-CEO bekijkt circulaire economie op molecuulniveau

Ooit ontstaan als joint venture van de overheid en chemiebedrijven, is Indaver uitgegroeid tot een internationaal opererend afvalbeheerbedrijf dat jaarlijks meer dan 5 miljoen ton aan reststromen beheert. In 2014 noteerde het bedrijf meer dan € 110 mln van zijn totale omzet van € 533 mln in Nederland.[image]Core business van Indaver is afval behandelen in gespecialiseerde installaties. 3,5 miljoen ton van het beheerde afval verwerkt Indaver in eigen faciliteiten met als doel zoveel mogelijk hoogwaardige grondstoffen terug te winnen die opnieuw gebruikt kunnen worden in de keten, of er anders zoveel mogelijk energie uit te terug te winnen.SymbioseAfvalbeheerbedrijven als Indaver hebben een sleutelrol te spelen in het realiseren van een duurzame circulaire economie, meent CEO Paul De Bruycker van het bedrijf: “Om de materiaalketen te sluiten zal sterk moeten worden ingezet op het stimuleren van industriële symbiose, waarbij uit het afval van het ene bedrijf secundaire grondstoffen worden geput voor de productie van een ander bedrijf.”Belangrijk speerpunt van Indaver daarin is ‘molecule management’. In het verleden lag de nadruk meer op het neutraliseren van gevaarlijk afval, nu wint het bedrijf tot op moleculair niveau ook uit chemisch afval componenten terug, zodat ze opnieuw kunnen worden ingezet.Tata SteelEen voorbeeld van deze molecuulrecycling is de zoutzuurregeneratie van Indaver bij Tata Steel in IJmuiden. De staalgigant gebruikt zoutzuur om na het walsen van staalplaten roest te verwijderen. Indaver heeft op de locatie van Tata Steel een installatie neergezet om dat verontreinigde beitszuur te regenereren. Behalve herbruikbaar zoutzuur levert dat ook ijzeroxide op. Beide producten zijn volledig geschikt voor hergebruik in de staalproductieprocessen van Tata Steel: als beitszuur en als grondstof in de smeltovens."Een goede economische en ecologische oplossing is moeilijk in één getal te vangen"De samenwerking met Tata Steel laat zien hoe Indaver met grote industriële klanten projecten opzet om ketens te sluiten. In 2014 zette Indaver ruim 151.000 ton afvalzuur om in bijna 148.000 ton geregenereerd zoutzuur. De teruggewonnen materialen kunnen Tata Steel en de omliggende bedrijven gebruiken in hun eigen processen.Naast zoutzuur wint Indaver op zijn locatie in Antwerpen onder meer ook jodium terug. Sinds 2014 lopen er proeven om jodium uit industriële processen van chemiebedrijven en farmaceutische ondernemingen terug te winnen als grondstof voor hergebruik. Het edelmetaal palladium is nog een stof die het bedrijf uit complex industrieel afval kan terugwinnen.Business caseIndaver haalt inmiddels 10 procent van zijn omzet uit molecuulrecycling. Door de hoge prijzen op de markt voor schaarse grondstoffen wordt de business case alleen maar belangrijker.De kennis voor terugwinning van moleculen heeft Indaver vanuit zijn achtergrond in de chemische industrie in huis. Het is ook geen exotische technologie: “Slim combineren van chemische processtappen die in andere industrieën bestaan, is waar het om draait”, zegt De Bruycker. “Maar voor de beste oplossingen moet je wel grensoverschrijdend en sectoroverschrijdend kijken. En het moet veilig én ecologisch verantwoord zijn”."Voor echte stappen is doorbraakinnovatie nodig"Voordeel van het werken met industrieel afval is de voorspelbaarheid. Het volume en de samenstelling van de stromen veranderen niet snel. “Post-consumer stromen zijn veel moeilijker”, zegt De Bruycker. Toch houdt Indaver zich ook bezig met het terugwinnen van grondstoffen uit bijvoorbeeld bij consumenten ingezamelde kwikhoudende lampen.RendabelIndaver zoekt voor alle toepassingen van het molecuulmanagement naar een eigen businesscase. Geen gesubsidieerde pilots dus, maar rendabele oplossingen. Essentieel daarvoor is volgens De Bruycker dat de kwaliteit van die secundaire grondstoffen net zo hoog ligt als bij virgin grondstoffen. Bedrijven en overheden kijken volgens de CEO te veel alleen naar het hergebruikpercentage. “Dat getal is niet zaligmakend”, zegt hij. “Een goede economische en ecologische oplossing is moeilijk in één getal te vangen. We moeten kwantitatief denken, maar ook kwalitatief.”De rol van Indaver in de transitie naar de circulaire economie is volgens De Bruycker vooral die van een intermediair. “Wij leggen verbanden”, zegt hij. “Veel industriepartijen denken nog altijd lineair. Zij hebben niet altijd de kennis van wat er allemaal mogelijk is met hun vrijkomende afvalstromen.”De intermediairsrol van afvalbedrijven kent ook een logistieke component. De Bruycker: “Om voldoende volume bij elkaar te krijgen voor een rendabele verwerking zijn slimme oplossingen nodig, bijvoorbeeld in de vorm van retourlogistiek.”SchaalgrootteOm die schaalgrootte te bereiken, positioneert het Belgische Indaver zich nadrukkelijk als Europese speler. Naast de activiteiten in Nederland, heeft het bedrijf ook uitvalsbases opgezet in de Duitse, Britse en Ierse markt.Tot een jaar geleden was Indaver voor een groot deel in Nederlandse handen. Het Zeeuwse Delta deed zijn aandeel van 75 procent in 2015 over aan het Belgische logistieke concern Katoen Natie."Voor de beste oplossingen moet je grensoverschrijdend en sector-overschrijdend kijken"“Delta was een goede aandeelhouder in de Benelux”, zegt De Bruycker. Maar het energiebedrijf had in mindere mate interesse in verdere Europese groei. De Bruycker: “Katoen Natie heeft een blik op de hele wereld en is bereid te investeren in innovatie en groei.” Katoen Natie heeft inmiddels alle aandelen van Indaver in handen.Snel verduurzamenToch gaat de transitie naar een circulaire economie De Bruycker niet snel genoeg. Ook niet in de eigen sector. “Voor echte stappen is doorbraakinnovatie nodig.” De CEO pleit voor hoge milieunormen voor industriële afvalstromen. Hij wijst op de eisen die bestaan voor afvalverbrandingsinstallaties, die het bedrijf ook zelf bezit. “Door strenge normen voor het gebruik van restwarmte uit afvalovens worden overal efficiënte warmtenetten ontwikkeld. Dat is de beste manier om snel te verduurzamen.”CEO Paul de Bruycker van Indaver licht het concept Molecule Management en zijn visie op de circulaire economie verder toe tijdens het congres Circulaire Economie op 2 en 3 februari. Lees hier meer over het programma.Foto's: Indaver