Jeroen de Boer
05 augustus 2026, 11:02

Duurzaam cement en beton: schalen van groene oplossingen is grote uitdaging, maar Europa komt in actie

Gebouwen, wegen, bruggen: beton is alomaanwezig in moderne samenlevingen. Met één groot nadeel: het productieproces is enorm CO2-intensief. Hoe staat het met de verduurzaming van de betonketen? Een overzicht.

beton cement CO2 emissies CO2-reductie | Credits: Sudipta Das/NurPhoto/Getty Images

Beton vormt één van de belangrijkste materiële bouwstenen van de moderne economie. Tegelijk gaat het productieproces ervan gepaard met een zeer hoge CO2-uitstoot. Dat komt vooral door de productie van cement, dat in beton wordt verwerkt.

Sinds de uitvinding van Portlandcement in de negentiende eeuw is de productie van één van de meest CO2-intensieve materialen ter wereld nauwelijks veranderd. In Nederland en andere landen wordt wel volop onderzocht hoe de CO2-intensiteit van de betonketen verlaagd kan worden, maar opschalen blijft een grote uitdaging.

De lastige vier

Ontwikkelde economieën draaien op een aantal onmisbare basisproducten. In zijn boek How The World Really Works stelt energie-expert Vaclav Smil dat het moderne leven ondenkbaar is zonder staal, beton, plastics en kunstmest. Tegelijk blijkt juist de productie van deze vier pijlers van welvaart gepaard te gaan met een hoge uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Emissiereductie bij de productieprocessen van staal, beton, plastics en kunstmest behoort tot de grootste uitdagingen van deze tijd.

In een vierluik belicht Change Inc. de stand van zaken, met in dit deel aandacht voor cement en beton. Lees ook de artikelen over staal en kunstmest.

Waarom is de productie van cement en beton zo CO2-intenstief?

De basis van beton vormt cement, met toevoeging van zand, grind en water. Cement en water werken samen als een lijm die zand en grind binden.

De productie van cement is het meest CO2-intensieve onderdeel van de betonketen. Cement wordt gemaakt door kalksteen te vermalen en vervolgens te verhitten op temperaturen van ongeveer 1.450 graden Celsius. Dat levert klinker op, een poederachtig bindmiddel. Door klinker te mengen met een paar procent gips ontstaat cement.

Naar schatting is het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals kolen) om kalksteen te verhitten goed voor ongeveer een derde van de CO2-voetafdruk van cement. De overige uitstoot is het gevolg van de chemische reactie bij de verhitting van kalksteen, waarbij CO2 als restproduct ontstaat.

De productie van een ton cement levert naar schatting bijna 0,6 ton CO2-uitstoot op. Bij een mondiale cementproductie van ongeveer 4 miljard ton cement per jaar komt dat neer op een CO2-uitstoot van ruim 2,3 miljard ton. Dat is ongeveer 6 procent van de wereldwijde CO2-emissies als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen.

Mondiale productie van cement

China is momenteel de grootste producent van cement ter wereld en neemt ongeveer de helft van de mondiale productie van 4 miljard ton voor zijn rekening.

China lijkt wel over het hoogtepunt heen van zijn bouwexpansie. De verwachting is dan ook dat de Chinese cementproductie de komende jaren gaat afnemen. De grote vraag is in hoeverre andere opkomende landen, zoals India en Indonesië, het stokje overnemen. En in hoeverre landen met veel investeringen in fysieke infrastructuur CO2-arme alternatieven voor het klassieke Portlandcement de komende jaren omarmen.

De prognoses lopen fors uiteen. Zo verwacht de World Cement Association de komende tien jaar een daling van de jaarlijkse cementproductie, van de huidige circa 4 miljard ton naar ongeveer 3,6 miljard ton in 2035. Dat staat in schril contrast met de prognose van onderzoeksbureau ResearchandMarkets, dat een stijging van de mondiale cementproductie naar 5,5 miljard ton in 2030 voorziet.

Reductie van CO2-emissies betonketen

In een analyse van de Global Cement and Concrete Association (GCCA) over het pad richting netto nul uitstoot voor de betonindustrie, is de onzekerheid over verduurzaming goed terug te zien. Het startpunt voor de betonindustrie als geheel is een CO2-uitstoot van zo’n 2,7 miljard ton in 2020, waarvan cement ongeveer 90 procent voor z’n rekening neemt.

In het ‘business as usual’-scenario, dus zonder extra maatregelen voor emissiereductie, stijgt de uitstoot van de sector tot 3,8 miljard ton CO2 in 2050. In het netto nul-scenario zorgt een reeks maatregelen ervoor dat de betonindustrie over vijfentwintig jaar klimaatneutraal is.

Credits: GCCA

Bij de maatregelen die moeten zorgen voor een lagere uitstoot wordt een forse rol toegekend aan het afvangen, opslaan en/of hergebruiken van CO2 bij de productie (het paarse vlak). Dat moet in 2050 ruim 1,5 miljard ton CO2-uitstoot per jaar neutraliseren.

Daarnaast verwacht de sector veel van innovaties die het gebruik van beton in gebouwen kunnen terugdringen, onder meer door andere materialen te gebruiken. Samen met een efficiëntere productie van beton moet dat 1 miljard ton aan CO2-op jaarbasis gaan schelen. Innovaties en efficiëntieslagen bij de klinker- en cementproductie moeten over vijfentwintig jaar zorgen voor een CO2-emissiereductie van bijna een miljard ton per jaar.

Cement en beton in Nederland

Hoe is de situatie in Nederland? Heidelberg Materials heeft grote productielocaties voor cement in IJmuiden en Rotterdam, met een totale productiecapaciteit van 2 miljoen ton cement op jaarbasis.

Toch verbruiken we meer dan dat. Jaarlijks wordt volgens het Cement & Beton Centrum ongeveer 5 miljoen ton cement gebruikt, waarvan een flink deel wordt geïmporteerd. Dat verbruik gaat volgens het Cement &  Beton Centrum gepaard met een CO2-uitstoot van ongeveer 2,7 miljoen ton per jaar, ofwel een kleine 2 procent van de totale CO2-emissies van Nederland.

De emissie-intensiteit van het in Nederland gebruikte cement is met 0,54 ton CO2 per ton cement relatief laag. De reden hiervoor is dat het in Nederland veelgebruikte hoogovencement relatief weinig klinker bevat. In IJmuiden worden hiervoor zogenoemde hoogovenslakken gebruikt, met een lagere CO2-voetafdruk.

Twee jaar geleden is voor de hele betonketen in Nederland een routekaart opgesteld om tot forse CO2-reductie in 2050 te komen. In 2030 moet de jaarlijkse CO2-uitstoot van de betonsector zijn gedaald naar 2,1 miljoen ton, ten opzichte van 4,25 miljoen ton in 1990.

In de periode tussen 2017 en 2030 is een achttal maatregelen voorzien voor de CO2-reductie van de Nederlandse betonketen. De grootste bijdrage moet komen van de afvang, opslag en het hergebruik van CO2. De verwachting hierbij is dat geïmporteerd cement uit fabrieken in Duitsland en België een lagere CO2-voetafdruk krijgt. In die landen wordt momenteel stevig ingezet op het afvangen van CO2.

Een ander deel van de emissiereductie komt door het feit dat cementsteen de eigenschap heeft om CO2 uit de lucht aan zich te binden en vast te leggen. Via dit proces van carbonatatie wordt een deel van de CO2-uitstoot van de productie weer teniet gedaan.

Verder hoopt de industrie met gebouwontwerpen die minder beton vereisen, het gebruik van alternatieve klinkersoorten en de optimalisatie van de betonsamenstelling tot verdere emissiereductie te komen. De verschillende maatregelen en hun impact zijn in de grafiek hieronder uitgesplitst.

 

Innovaties om betonproductie te verduurzamen

In de wereld van cement en beton wordt inmiddels op vrij grote schaal geëxperimenteerd met baanbrekende innovaties.

Een potentieel interessante route is elektrificatie van het verhittingsproces van kalksteen om klinker te maken. Als dat met elektrische ovens wordt gedaan die draaien op hernieuwbare energie, kunnen flinke stappen worden gezet met emissiereductie. Op Europees niveau lopen er samenwerkingen tussen verschillende industriepartijen met pilotprojecten.

Daarnaast werken veel partijen aan alternatieve materialen die klinker deels kunnen vervangen als bindmiddel. In Nederland wordt onder meer gekeken naar geopolymeerbeton als alternatief voor traditioneel cementbeton.

De vraag is vooral of dit soort alternatieven snel genoeg en kostenefficiënt kan opschalen om de enorme productievolumes van cement en beton te evenaren. In Europa kan er een belangrijke impuls komen van de Industrial Accellerator Act, die begin maart door de Europese Commissie is gepresenteerd. Cement is daarbij aangewezen als één van de basismaterialen waarvoor het gebruik van CO2-arme varianten verplicht wordt gesteld. Hier valt relatief veel te winnen, want cementproductie is goed voor een CO2-uitstoot van ruim 100 miljoen ton per jaar in de Europese Unie.

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in februari 2026. 

Lees ook:

Met € 38 miljoen financiering gaat Ore Energy fabriek bouwen voor ijzer-luchtbatterij

Wie het kantoor van Ore Energy binnenstapt, heeft niet direct in de gaten dat achter één van de deuren een gigantische loods schuilgaat. Met medewerkers in labjassen en glazen flesjes vol bubbelende vloeistoffen doet de ruimte niet onder voor het gemiddelde scheikundelokaal. Maar hier werken geen pubers aan hun nieuwe scheikundeproject; ingenieurs ontwerpen er een geavanceerde ijzer-luchtbatterij.De belofte: een batterij die groene energie opslaat en die tot honderd uur lang weer afgeeft, tegen relatief lage kosten. En dat volledig Europees en met uitsluitend ongevaarlijke materialen die in grote hoeveelheden op aarde beschikbaar zijn.Vanaf 2028 wil Ore Energy de eerste ijzer-luchtbatterijen, ter grootte van een zeecontainer, op industriële schaal produceren. Een eerste contract voor 1 gigawattuur aan opslag werd in juni al getekend, met Budget Thuis. Dat krijgt een installatie die bestaat uit meerdere aan elkaar geschakelde containers met daarin ‘roestbatterijen’.Dankzij een nieuwe financieringsronde, aangevoerd door de Britse investeerder Plural en HV Capital uit Duitsland, kan een eerste fabriek worden opgezet met een gigawattuur-capaciteit. In 2029 volgt een grotere productiefaciliteit die tientallen gigawatturen aan batterijen kan leveren. IJzer-luchtbatterij voor meer energiezekerheid Het hoofdkantoor van Ore Energy is gevestigd in Amsterdam. Maar de roots liggen in Delft – daar waar ceo Aytac Yilmaz zijn proefschrift schreef. Ore Energy is een spin-off van de universiteit; Delft Enterprises, de investeringstak van de TU Delft, is één van de aandeelhouders.De eerste ijzer-luchtbatterij van het bedrijf staat dan ook in The Green Village, een fieldlab voor duurzame innovatie van de universiteit. De batterij werd enkele maanden geleden in gebruik genomen en is de eerste ijzer-luchtbatterij die is aangesloten op het Europese stroomnet.Als materiaalwetenschapper deed Yilmaz onderzoek naar de technologie achter ijzer-luchtbatterijen. Al snel realiseerde hij zich dat dit type batterijen een cruciale schakel kan zijn in de energietransitie. 'Het gaat tegenwoordig vaak over een energiecrisis. In werkelijkheid bieden zon en wind juist een overvloed aan energie. Die moeten we opslaan voor de momenten dat het windstil en bewolkt is. Dan hoeven er op die momenten geen gascentrales ingezet te worden, zoals nu wel wordt gedaan.'Nu zijn lithium-ionbatterijen nog de meest gebruikte technologie voor energieopslag. Die hebben een hoge energiedichtheid. Het nadeel: ze leveren slechts zes tot acht uur energie, met uitschieters tot twaalf uur. Dat is niet altijd lang genoeg, stelt Yilmaz.De batterij van Ore Energy levert energie wel honderd uur en draagt daarmee significant bij aan de energiezekerheid. Over de precieze capaciteit van de batterij doet de ceo geen uitspraken. 'Maar het gaat om megawatten.’ Nieuw leven in oude batterijtechnologie Al in de jaren 1960 werd er onderzoek gedaan naar ijzer-luchtbatterijen, destijds met name als toepassing voor in elektrische auto's. 'Maar daar was toen nog helemaal geen vraag naar. Bovendien was het toen nog veel te duur. De technologie lag decennialang op de plank stof te vangen', verklaart Yilmaz.Pas de afgelopen jaren is er hernieuwde interesse in. In de Verenigde Staten timmert Form Energy sinds 2017 aan de weg. In Europa is Ore Energy veelbelovend. Het bedrijf werd opgericht in 2022 en telt nu meer dan veertig medewerkers.Over de concurrentie met het Amerikaanse Form Energy wil Yilmaz slechts kwijt dat ‘de behoefte groot genoeg is’ en dat er meerdere bedrijven nodig zijn om energieopslag tegen lage kosten de norm te maken. Hij sluit niet uit dat het Amerikaanse bedrijf verder is in de ontwikkeling – het heeft al een grootschalige productielocatie in West Virginia. Maar dat de batterij van Ore Energy volledig Europees is, is belangrijk voor Yilmaz. 'We moeten als continent veel onafhankelijker worden op energiegebied.’Lucht, water en ijzer Voor energieopslag in ijzer-luchtbatterijen zijn drie dingen nodig: lucht, water en ijzer – overigens ook de namen van de drie vergaderruimtes in het kantoor van Ore Energy. Een ijzeren anode vormt het hart van de batterij. Daaromheen zit een elektrolyt op waterbasis, ernaast een membraan dat lucht (de externe kathode) aanvoert.De batterij werkt door het ijzer te laten roesten en 'ontroesten'. Bij het ontladen van de batterij wordt het ijzer blootgesteld aan zuurstof uit de omgeving, waardoor een speciaal type roest ontstaat. Bij dat proces komt elektriciteit vrij. Bij het opladen verandert elektriciteit de roest weer terug in ijzer. De elektrolyt op waterbasis maakt het overbrengen van de elektrische lading mogelijk.Een volledig batterijsysteem van Ore Energy bestaat uit tientallen van zulke modules. Die worden in plastic bakken opgeslagen in een zeecontainer.Geen kritieke grondstoffen nodig In tegenstelling tot lithium-ionbatterijen zijn er voor ijzer-luchtbatterijen geen kritieke grondstoffen uit landen als Congo nodig. Sterker nog: ijzer is één van de meest voorkomende aardmetalen en is gewoon in Europa beschikbaar. Waar het ijzer in de batterij van Ore Energy vandaan komt wil Yilmaz niet prijsgeven; wel dat het een Europese bron is.IJzer is daarnaast tot wel twintig keer goedkoper dan lithium. Wil Ore Energy concurreren met het meest voorkomende type batterij? Dat niet. Yilmaz: 'Om compleet te decarboniseren hebben we meerdere batterijsoorten nodig. Lithium-ion is geschikt voor kortere opslag, ijzer-lucht voor langere opslag. Het zijn juist de gascentrales die we willen vervangen. Onze technologie maakt ook de businesscase voor bijvoorbeeld windparken op zee beter.' Duurzame batterij makkelijk te recyclen IJzer-lucht is een relatief duurzame manier om batterijen te produceren. 'Maar het is natuurlijk nog steeds mijnbouw', erkent Yilmaz. Dat zorgt altijd voor vervuiling en uitstoot van broeikasgassen. Om ijzer te winnen uit ijzererts moet het gesteente bijvoorbeeld tot zeer hoge temperatuur worden verhit.Desondanks is de winning van ijzer minder milieubelastend vergeleken met de winning van zeldzamere aardmaterialen. IJzer is bovendien gemakkelijk te recyclen, aldus de ceo. 'In theorie kunnen we onze batterijen ook van gerecycled ijzer maken.' Fabriek in de maak De volgende stap voor Ore Energy is nu het op grote schaal produceren van zijn roestbatterijen. Waar de fabriek komt te staan, is nog niet duidelijk, maar het wordt in ieder geval Europa.De ijzer-luchtbatterij van het bedrijf moet ervoor zorgen dat er nooit meer een tekort aan groene energie is. Yilmaz: 'Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Zodat iedereen kan profiteren van de overvloed aan energie. De groei van de mensheid hangt daar vanaf.' Lees ook:Boltainer gaat batterijen verhuren als een service: groeit de batterijmarkt hierdoor nog sneller? Met LeydenJar jaagt Nederland op een sleutelrol in de Europese batterij-industrie Warmtebatterij met gesmolten zout biedt hoop: 'De industrie heeft het zwaar, maar wij hebben een oplossing'