Hout, riet, bamboe, zeewier, hennep, bermgras en zelfs tomatenplanten: noem een biobased materiaal en de kans is groot dat je het in Eindhoven kunt vinden. Daar staat sinds vorige week namelijk Blok, een paviljoen dat laat zien dat de toekomst van bouwen al aangebroken is.
’75 procent van dit gebouw is biobased’, zegt Alma Krug trots. ‘De rest bestaat deels uit gerecycled kunststof en glas, deels uit nieuwe materialen.’
Als manager van duurzaam conceptontwikkelaar Revolve is Krug één van de breinen achter Blok. Eén van de vele, benadrukt ze. Want: ‘De uitdaging van biobased bouwen ligt niet eens zozeer in de materialen, maar vooral in het bouwen van nieuwe ketens.’
Lapjesdeken van circulaire materialen
Blok is een initiatief van Revolve, ontwikkelaar Blink en bouwer Janssen de Jong (allemaal onderdeel van concern Jajo). Zij schreven een marktchallenge uit, waar tientallen andere partijen op reageerden. Wie het paviljoen binnenstapt, ziet dan ook een lapjesdeken aan circulaire initiatieven.
Finch ontwikkelde de modules − de basis van het paviljoen. Die zijn gemaakt van kruislaaghout dat CO2 opslaat. De modules zijn in zes weken geproduceerd, in een fabriek. Op de bouwplaats zelf kost het vervolgens nog maar een paar uur om het gebouw te monteren en installeren.

De gevel bestaat uit onder meer gerecycled PVC van Pretty Plastic en verkoolde bamboe van Zwarthout. | Credits: Stijn Poelstra
De gevel bestaat uit onder meer gerecycled PVC van Pretty Plastic en verkoolde bamboe van Zwarthout. Binnen vind je wandbekleding van onder meer rietmaaisel (VanHier); hennep, bermgras en paprikaplanten (Compostboard); en textiel, hennep en koemest (Sam Panels). En Triple Solar leverde een warmtepomp met thermische warmtebatterij, waardoor het gebouw zijn eigen stroom en warmte opwekt en dus geen netaansluiting nodig heeft.
Nachtje slapen
Blok is bedoeld om de verduurzaming van de bouwketen te versnellen. Krug: ‘We kunnen wel op onze site zetten hoe fijn houtbouw voelt, maar uiteindelijk moeten mensen dat zelf ervaren. Hier kan dat. We hopen dat mensen er binnenkort zelfs een nachtje in kunnen slapen.’
Die versnelling is hard nodig, zegt Krug. In 2030 moet de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel en modulair gefabriceerd zijn, en 30 procent biobased. Momenteel ligt het aandeel biobased materiaal in de Nederlandse bouwsector echter nog onder de 3 procent.
Hoewel er veel innovatie plaatsvindt, kiezen grote bouwers in de praktijk toch vaak voor materialen die ze al kennen. Begrijpelijk, zegt Krug, want nog niet alle circulaire en biobased materialen zijn bewezen kwalitatief. ‘Maar dat bewijzen is precies wat we hier doen.’
Schimmel aan de buitenkant
Een volle programmering brengt mensen bij elkaar, van bouwbedrijven tot buurtbewoners en schoolkinderen. De komende zes maanden gebeurt dat in Eindhoven, daarna wil Blok ook op andere plekken staan. Het hele paviljoen is immers uitneembaar, en dus verplaatsbaar.

De ontmoetingsruimte van Blok, met een tentoonstelling van de verschillende materialen op de achtergrond. | Credits: Stijn Poelstra
Ondertussen worden ook de materialen verder ontwikkeld. Voor sommige leveranciers is dit de eerste keer dat ze hun materiaal buiten zogenoemde klimaatkamers toepassen. Dat betekent ook dat het bijvoorbeeld bestand moet zijn tegen vocht en kou. Op één van de biobased gevelpanelen van het paviljoen groeien − onbedoeld − schimmels. Krug: ‘We hebben overwogen om het paneel weg te halen, maar dit is nu eenmaal hoe materiaal ontwikkeling er in de praktijk uitziet.’
Daarnaast verschilt de milieuscore erg per materiaal, zegt Krug. Hoewel het gebouw netto CO2 opneemt in plaats van uitstoot, is de zogenoemde MPG-score (Milieuprestatie Gebouwen) nog niet zo laag als je zou verwachten. ‘Sommige materialen zijn bijvoorbeeld wel circulair, maar dan zorgt het productieproces voor relatief veel CO2-uitstoot. Ook daarin kunnen nog stappen worden gezet.’
Ontwikkeling en opschaling
Voor de leveranciers is dit naast een praktijktest ook een belangrijke stap richting opschaling, zegt Marjanne Cuypers. Ze is oprichter van SeaWood, dat bouwmateriaal van zeewier, tomatenstengels en andere biobased reststromen maakt. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor wand- en plafondplaten, of als bekleding van keukenkastjes. In circulair paviljoen Blok hangt het op verschillende plekken aan de wanden.
‘Uiteindelijk is de keten de zwakste schakel’, zegt Cuypers. ‘Het is niet één partij die voor verandering kan zorgen; dat moet samen gebeuren.’
Daarin spelen juist ook de grote aannemers en bouwbedrijven een rol, zegt ze. Hoewel SeaWood vaak wordt neergezet als pionier, dicht ze die term liever toe aan andere mensen. ‘Zelf denk ik dat de echte pioniers aan de andere kant van de tafel zitten: de aannemers en ontwikkelaars die de risico’s willen dragen. Zij zijn degenen die binnen dichtgetimmerde processen een afwijkende keuze moeten maken. De transitie gebeurt aan de keuzekant, ons materiaal faciliteert die alleen.’

SeaWood maakt bouwmateriaal van zeewier, tomatenstengels en andere biobased reststromen. | Credits: Stijn Poelstra
Echte vooruitgang ontstaat dus vooral als mensen met elkaar in contact komen − en verschillende transities aan elkaar gekoppeld worden, zegt Cuypers. ‘Reststromen die niet in de eigen sector te gebruiken zijn, kunnen heel nuttig zijn in een andere sector. Neem de tomatenplanten. Elk jaar komt daar 60 miljoen kilo van uit onze kassen. In de voedselsector worden die niet gebruikt, maar voor de bouw zijn ze heel geschikt.’
De ontmoetingen binnen Blok zijn voor SeaWood cruciaal om tot nieuwe samenwerkingen te komen. En, zegt Cuypers: ‘Het is fijn om ook feedback te krijgen van mensen die niet specifiek voor jou komen. En om te testen hoe ons materiaal werkt in combinatie met andere materialen.’
Samen innoveren
Waar sommige producenten van biobased en circulaire bouwmateriaal nog in de kinderschoenen staan, zetten andere al flinke stappen. SeaWood is vorig jaar verhuisd naar een pilotplant in Utrecht, met ruimte voor een capaciteit van 100.000 vierkante meter per jaar.
Het bedrijf zoekt nu de samenwerking op met interieurbouwers en aannemers, en meubelmakers die de zeewierplaten in hun designs willen verwerken. Cuypers: ‘Technisch gezien zijn dat onze klanten, maar we hebben geen typische klant-leverancierrelatie, waarin wij slechts leveren wat de klant vraagt. Ik zie het meer als samen innoveren. Die product-marktfit waar het zo vaak over gaat, die moeten we gezamenlijk vinden.’
Lees ook:
- Schuim van schimmels en zonnepanelen op kerken: deze innovaties spotten we op Dutch Design Week
- Dit biobased isolatiemateriaal groeit gewoon in Friesland, en helpt daar 1.000 huizen te verduurzamen
- Als de berm toch gemaaid moet worden, kunnen we dat gras maar beter gebruiken (als biobased bouwmateriaal)



