Ze is elke keer weer onder de indruk als ze voor een veld met vezelhennep staat, zegt Loraine Westerneng. ‘Het groeit supersnel, en de stengels worden wel drieënhalve meter hoog. Je vóélt gewoon dat er veel kracht in zit.’
Westerneng is ketencoördinator bij GreenInclusive, een Friese leverancier van biobased bouwmaterialen. Het gaat om bouwmaterialen gemaakt van natuurlijke en lokaal geteelde grondstoffen, die tijdens hun groei CO₂ opslaan.
Vezelhennep is zo’n gewas. En om meteen een misverstand uit de weg te ruimen: ja, het behoort tot dezelfde plantenfamilie als cannabis, alleen is de THC-waarde – het stofje waar je high van wordt – veel lager. Qua recreatief gebruik, zegt Westerneng, kun je met vezelhennep ‘helemaal niks’.
Het gewas leent zich wél uitstekend voor de productie van biobased isolatiemateriaal. GreenInclusive maakt er Hempwool van, een isolatiewol die al werd verwerkt in het nieuwe Cambuur Stadion in Leeuwarden. Het blijft niet bij dit ene bouwproject: tot 2027 moeten er minstens 1.000 Friese woningen met hennepwol worden geïsoleerd, een doel dat op 25 oktober 2024 werd vastgelegd in de Fryske Vezelhennepdeal.
‘Een historische dag’, zegt Erik Fledderus, die nauw betrokken was bij het akkoord. Hij is projectmanager circulaire ketens bij Vereniging Circulair Friesland, een netwerk van zo’n 180 bedrijven, overheden en maatschappelijke en onderwijsinstellingen. De vereniging hielp de partijen bij elkaar te brengen die hun handtekening onder het akkoord zetten.
Dat zijn er meer dan dertig, waaronder lokale woningcorporaties en hun bouwpartners, zoals Heijmans, Friso Bouwgroep en de Friese familiebedrijven Lont en Jorritsma. Ook een aantal gemeenten en de provincie zijn aan boord – net als initiatiefnemer Greeninclusive zelf. Als producent en leverancier van de hennepwol is het bedrijf de spin in het web.
Hoe kwamen jullie op het idee om van vezelhennep isolatiemateriaal te maken?
Westerneng: ‘Dat hangt samen met de reden waarom we GreenInclusive zijn gestart: we willen de Friese agrarische sector perspectief bieden met een nieuw verdienmodel. Met name de melkveehouderij, want Friesland is een melkveehouderijprovincie. Een sector die onder druk staat en de komende jaren linksom of rechtsom zal krimpen. Dat komt niet alleen door de stikstofregels, maar ook door een gebrek aan opvolgingsperspectief.
De agrarische sector heeft in Friesland een enorme economische, maatschappelijke en culturele waarde, dus voor die krimp moet een oplossing worden gevonden. Daarop zijn we gaan kijken naar alternatieve teelt: gewassen die als grondstof kunnen dienen voor de circulaire economie die we in Friesland van de grond willen krijgen. Het uitgangspunt was een gesloten regionale keten bouwen: kunnen we het hier telen, verwerken én toepassen?’
Transition Awards
GreenInclusive en Vereniging Circulair Friesland wonnen afgelopen juni de Transition Award 2026 in de categorie bouw. De Transition Awards zijn een initiatief van Change Inc. en adviesbureau nlmtd. Ze belonen initiatieven die niet alleen ambitieus zijn, maar ook tastbare impact hebben op het gebied van klimaat, sociale aspecten of organisatiebestuur. Alle winnaars vind je hier.
Vezelhennep voldeed aan al die voorwaarden?
Westerneng: ‘Het is een heel kansrijk gewas. Het groeit snel en op verschillende bodemsoorten, de teelt vereist weinig teeltspecifieke kennis en er zijn geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen voor nodig. Bovendien was er een toepassing voor: in andere landen wordt vezelhennep al gebruikt als isolatiemateriaal. We werken zelf samen met IndiNature, een Schots bedrijf met veel technische kennis over het product en de verwerking van hennep tot isolatiewol.’
Fledderus: ‘Dat heeft zelfs de aandacht van het Britse koningshuis getrokken. Loraine was afgelopen juli namens GreenInclusive uitgenodigd om die samenwerking tijdens een werkbezoek van koning Charles aan IndiNature toe te lichten.’
Hoe overtuig je boeren om een voor hen nieuw en onbekend gewas te gaan telen?
Westerneng: ‘Een grote drempel zijn de investeringen in wat wij de ‘agrarische infrastructuur’ noemen. Zo heeft een melkveehouder meestal geen zaaimachine, en ook voor het maaien en persen van de vezelhennep is speciaal materieel nodig. Wij kunnen die machines voor onze telers regelen en het proces van A tot Z uit handen nemen. Het enige wat de boeren zelf hoeven te doen, is de grond zaaiklaar maken.
Een tweede punt is afnamezekerheid. We werken met teeltovereenkomsten waarbij we prijsgaranties afgeven. We betalen ongeveer 170 euro per ton droge stof. Dat is een ‘all inclusive’-prijs. Mocht een teler bijvoorbeeld besluiten om zelf in te zaaien, dan is de vergoeding hoger. Het gaat ons er niet om de vezelhennep zo goedkoop mogelijk in te kopen. We willen er juist zo veel mogelijk voor betalen. We hebben er allemaal profijt van als lokale boeren er meer aan verdienen.’
Bij hoeveel boeren neemt GreenInclusive vezelhennep af?
Westerneng: ‘We werken nu met 110 telers en we hebben er nog een heleboel op de wachtlijst, maar daarvoor moet de afzet meegroeien.’
Hoe belangrijk is de Fryske Vezelhennepdeal voor die afzet?
Fledderus: ‘In 2022 ondertekenden verschillende aan Circulair Friesland verbonden partijen een intentieverklaring, bedoeld om meer te gaan doen met biobased isolatie. Deze deal bouwt voort op dat commitment, met het verschil dat we nu harde afnamegaranties geven.
De betrokken woningcorporaties hebben toegezegd ten minste 1.000 bestaande woningen in hun portfolio met vezelhennep te isoleren, en die opdracht uitgezet bij de bouwbedrijven waarmee ze samenwerken. En zij kopen dat materiaal weer in bij de betrokken groothandels, Miedema Bouwmaterialen en Oldenboom Meinesz.’

Hempwool, het bio-isolatiemateriaal van Friese vezelhennep. ‘Het slaat CO₂ op én houdt woningen koeler.’ | Credits: GreenInclusive
Met welke argumenten kregen jullie de bouwsector aan boord?
Fledderus: ‘Voor elk bouwbedrijf geldt dat het minder CO₂ moet gaan uitstoten. Bij de productie van de nu gangbare glas- en steenwol komt veel uitstoot vrij. Vezelhennep slaat juist CO₂ op en heeft nog andere voordelen: het houdt woningen in de zomer koeler en zorgt voor een gezonder binnenklimaat. Woningcorporaties vinden dat ook belangrijk. De betrokken bouwbedrijven willen ook laten zien dat ze kunnen bijdragen aan oplossingen voor de landbouw.’
Hoe zit het met die andere schakel in de keten: de verwerking en productie?
Westerneng: ‘De grondstof wordt nu nog in het buitenland verwerkt tot isolatiewol. Het opzetten van een geheel lokale keten vraagt om een investering van 15 miljoen euro. Dankzij de stevige afzetgarantie van de vezelhennepdeal konden we de stap zetten naar een eigen fabriek in Drachten.
De locatie is inmiddels klaargemaakt voor de productielijn, inclusief stroomaansluiting. Dat was nog een behoorlijke uitdaging vanwege het volle stroomnet. Na de zomervakantie gaan we verder met de installatie en eind dit jaar willen we proefdraaien. Naar verwachting is de fabriek in het eerste kwartaal van 2027 volledig operationeel.’
Nog net binnen de scope van de Vezelhennepdeal. Hoeveel woningen zijn al van vezelhennep voorzien en wat is de duurzaamheidswinst?
Fledderus: ‘De tussenstand (eind 2025, red.) is net binnen: er zijn nu 315 woningen met hennepwol verduurzaamd, waarmee ruim 300.000 kilo CO2 in de gebouwen is vastgelegd, ofwel 6.950 Elfstedentochten met een gemiddelde benzineauto. In totaal moet het project een besparing van 1,7 miljoen kilo CO2 opleveren.’
En wat gebeurt er na 2027?
Fledderus: ‘Iedereen kijkt al verder vooruit: kunnen we deze samenwerking na 2027 verlengen of zelfs uitbreiden? Daarbij is ondernemersloket Ynbusiness een belangrijke sparringpartner, die ons helpt om mkb’ers buiten het netwerk van Circulair Friesland te bereiken.’
Westerneng: ‘Verder hebben we inmiddels ook andere producten ontwikkeld van vezelhennep, zoals akoestische materialen. Voor de Friese deurenproducent Van Vuren gaan we, als de fabriek in Drachten eenmaal draait, deurpanelen maken. Op grote schaal, zo’n 60.000 tot 80.000 stuks per jaar. Zij gebruiken nu spaanplaat en willen overstappen op een duurzamer alternatief. Zo is de keten straks niet meer afhankelijk van één product.’
1.000 woningen klinkt als veel, maar op de totale Nederlandse woningvoorraad van 8,3 miljoen woningen is het een fractie. Hoe kan dit initiatief meer schaal krijgen?
Westerneng: ‘De hele Nederlandse markt veroveren is niet realistisch en ook helemaal niet onze ambitie. Juist met een regionale keten creëer je de meeste maatschappelijke impact. Maar biobased bouwen zou wel moeten worden gestimuleerd, en daarvoor moet het worden ingebed in wet- en regelgeving. De milieuprestatie-eisen voor gebouwen moeten strenger worden en er moet expliciet worden gestuurd op de inzet van biobased materialen uit Nederland.
Bedrijven hebben een heldere ontwikkelrichting van de overheid nodig om te durven investeren. Dat gebeurt nu nog maar mondjesmaat. De overheid moet daarbij ook integraler gaan kijken, zoals wij hier in Friesland doen. We hebben stikstofproblemen in de agrarische en in de bouwsector. Kunnen we die opgaven aan elkaar verbinden, zodat investeringen in de ene sector ook de andere positief beïnvloeden? Eén euro kan dan op meerdere terreinen impact maken.’
Lees ook:



