Maaike Kooijman
13 mei 2026, 10:56

Het bedrijventerrein van de toekomst: 'Groen is een soort wondermiddel om heel veel problemen tegelijk op te lossen'

Liefst 2,7 miljoen Nederlanders werken op een bedrijventerrein – maar niet met veel plezier. Zonde, vindt changemaker Hugo Kranenburg. Zijn stichting Greendustry vergroent bedrijventerreinen. ‘Dat gaat hitte en wateroverlast tegen, stimuleert biodiversiteit én maakt bedrijven aantrekkelijker voor werknemers.’

Changemaker Hugo Kranenburg, directeur stichting Greendustry Changemaker Hugo Kranenburg: 'Ondernemers die niet meteen overtuigd zijn, haken later toch vaak aan.' | Credits: Hugo Kranenburg/bewerking Change Inc.

De meeste mensen die op een bedrijventerrein werken, zouden er niet willen wonen. En dat is gek, vindt Hugo Kranenburg. Niet omdat hij graag huizen wil bouwen tussen al het grijs, wel omdat veel mensen meer tijd op hun werk doorbrengen dan thuis.

En dus mogen bedrijventerreinen best wat groener, vindt hij. ‘Thuis wil je toch ook een mooie tuin?’ Samen met Gert-Jan Hubers richtte hij Greendustry op. Kranenburg werd directeur, Hubers voorzitter van het bestuur van de stichting.

Greendustry ontwerpt en ontwikkelt ‘bedrijfsnatuur’: natuur op bedrijventerreinen. Dat heeft grote voordelen voor werkgevers en werknemers. Toch ziet Kranenburg zichzelf niet echt als changemaker, zegt hij aarzelend als Change Inc. hem voor deze rubriek benadert.

Dat is wel erg bescheiden.

‘Ik heb niet de illusie dat ik in mijn eentje de wereld ga veranderen. Sterker nog: ik zou Greendustry in mijn eentje nooit bedacht hebben. Het ontstond tijdens een gesprek met mijn medeoprichter Gert-Jan, toen ik zei dat ik meer voor het klimaat wilde doen.’ Lachend: ‘Ik gebruik graag goede ideeën van anderen. Ik heb het slechts uitgewerkt.’

Waarom wilde je ‘meer voor het klimaat doen’?

‘We hebben Greendustry opgericht in de periode dat er veel klimaatdemonstraties en -protesten waren. Het was de tijd van soep op schilderijen gooien. Ik vind het klimaat ook belangrijk, maar maak liever iets nieuws dan dat ik iets kapotmaak. Protesteren is niet zo mijn ding, constructief bijdragen wel.’

Greendustry is een stichting. Waarom niet ‘gewoon’ een commercieel adviesbureau?

‘Dat vragen mensen vaker, maar ik vind het heel logisch. Bedrijven worden opgericht om winst te maken, maar onze winst zit in het groen. Dáár moet het geld heen. Dat moet niet ergens aan de strijkstok blijven hangen. We doen gewoon mee in het economisch verkeer, maar mogen geen winst maken.

Het was wel in het begin wel een tegenvaller dat we geen ANBI-status konden krijgen. Die aanvraag is afgewezen omdat wij bedrijven helpen. Mensen zouden hun giften aan ons daardoor niet kunnen aftrekken bij de Belastingdienst.’

Hoe gaan jullie te werk?

‘Onze klanten zijn meestal gemeenten die een bedrijventerrein willen vergroenen en ondernemers ervan willen overtuigen dat ook zij daar baat bij hebben. Het gebeurt ook weleens dat bedrijven zelf het initiatief nemen, maar in dat geval gaat het moeizamer.

De gemeente bezit weliswaar een minderheid van de grond op bedrijventerreinen, maar is wel cruciaal bij groenontwerpen die een erf overschrijden. Als een gemeente zelf nog geen geld gereserveerd heeft voor zo’n project, duurt het vaak lang tot er wel geld kan worden vrijgemaakt.

Greendustry adviseert over het goede groen op de goede plek. Maar belangrijkste nog is dat we ondernemers en gemeenten bij elkaar brengen. Dat vind ik het leukst om te doen. Ik ben geen ecoloog – daar heb ik collega’s voor – maar ik weet wel hoe ik mensen moet verbinden.

Bij dat verbinden is vooral taal belangrijk. Je moet beide doelgroepen kunnen aanspreken. Een gemeente nodigen we bijvoorbeeld uit voor een co-creatiesessie; bij een ondernemer noemen we het een pizza-avond. Een gemeente wil een klimaatbestendige omgeving, een ondernemer gewoon een koele auto na een lange werkdag.’

Waarom focussen jullie specifiek op bedrijventerreinen?

‘Vooral omdat daar heel veel winst te behalen is. Bedrijventerreinen zijn over het algemeen gigantisch versteend. Daardoor kan water er niet weglopen en wordt het er snel heel warm.

Daarbij zijn bedrijventerreinen economisch extreem belangrijk. Ze moeten dus aantrekkelijk zijn en blijven voor werknemers. Dat zijn ze nu niet.’

Lukt het altijd om alle ondernemers mee te laten doen?

‘Wat ik tof vind aan groen is dat het een soort wondermiddel is om heel veel problemen tegelijk op te lossen. Het gaat hitte en wateroverlast tegen, stimuleert biodiversiteit en zorgt voor een gezonde leefomgeving.

Op die manier kun je altijd wel een argument bedenken waarmee je iemand kunt overtuigen. Vinden mensen natuur en biodiversiteit niet per se belangrijk, dan willen ze wel een goede werkgever zijn. Op die ‘harde’ kant van winst maken moet je ook kunnen inspelen om bedrijven te kunnen overtuigen.

Ondernemers die niet meteen overtuigd zijn, haken in een later stadium toch vaak aan als ze zien wat anderen doen. Maar er zullen er altijd een paar blijven die hun hele perceel besteend willen houden. Het heeft weinig nut om daar dan veel energie aan te besteden.’

Op welke voorbeelden ben je trots?

‘In de Zuid-Hollandse gemeente Molenlanden hebben we een ‘parkeerbos’ aangelegd. Dat is een mooi voorbeeld van hoe je natuur kunt combineren met activiteiten die toch al plaatsvinden. We willen economie en ecologie verbinden.’

Parkeerbos in de gemeente Molenlanden

Het ‘parkeerbos’ in de gemeente Molenlanden. | Credits: Greendustry

Gaat het ook weleens mis?

Grijnzend: ‘Ik heb een presentatie van twintig minuten over al onze fouten. Die geef ik weleens aan gemeenten, zodat zij ervan kunnen leren.

Het gaat vooral fout als je belangrijke mensen vergeet te betrekken. Of als je gemeenten en ondernemers niet snel genoeg bij elkaar in een ruimte zet. Dan hebben beide al zo hun eigen gedachten, en de kans is groot dat die niet matchen.

Fouten als deze hebben we meerdere keren gemaakt. Maar van fouten leert men. Ik werd laatst een rasoptimist genoemd; ik denk wel dat dat klopt.’

Met wie zou je graag nog samenwerken?

‘Ik zou wel wat meer invloed willen hebben op het beleid van gemeenten, te zorgen dat vergroening hoger op de agenda komt. We hebben recent kennissessies georganiseerd in de provincie Noord-Holland. Het zou mooi zijn als we dat ook op andere plekken mogen doen.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: Ondernemers investeren in CO2-besparing en Nobelprijswinnaar lanceert machine die water uit de lucht haalt

Ondernemers stoten minder CO2 uit door energiezuinige investeringen Nederlandse ondernemers die afgelopen jaar gebruik maakt van de Energie-investeringsaftrek (EIA) zorgen voor een forse verlaging van hun CO2-uitstoot. Dat meldt Nu.nl op basis van cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Bedrijven die investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen, mogen via de EIA 40 procent van de investering aftrekken van de bedrijfswinst.In 2025 leverden de energiezuinige investeringen die via de EIA werden gedaan, een besparing op de CO2-uitstoot met 1.510 kiloton op jaarbasis. In totaal werd er voor ongeveer 4 miljard euro geïnvesteerd in zaken als verduurzaming van het bedrijfstransport en batterijopslag.Lees ook: Grafiek: Ambitieuze Nederlandse bedrijven behoren tot Europese top met CO2-reductie Klimaatjuristen eisen dat Havenbedrijf Rotterdam fossiel afbouwt De juridische klimaatorganisatie Advocates for the Future start een rechtszaak tegen het Havenbedrijf Rotterdam. Daarin eist Advocates for the Future dat het Havenbedrijf als overheidsinstantie zijn klimaatbeleid in lijn brengt met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Concreet wil de juridische organisatie dat het Havenbedrijf de fossiele activiteiten in de haven gecontroleerd, maar zo snel mogelijk, afbouw om in 2050 klimaatneutraal te zijn.De organisatie stelt dat het Havenbedrijf naast de directe uitstoot van broeikasgassen in de haven, ook verantwoordelijk is voor de uitstoot van fossiele producten die in de haven worden verwerkt. Volgens Advocates for the Future is in briefwisselingen en gesprekken met het Havenbedrijf gebleken dat een afbouwplan voor de fossiele activiteiten "niet aan de orde is". Het Havenbedrijf krijgt zes weken de tijd om te reageren op de sommatiebrief.Lees ook: Strafrecht biedt kansen voor klimaatzaken: ‘Het is bij uitstek geschikt om gedragsverandering af te dwingen’ Groene waterstof zorgt voor verdubbeling wereldmarkt in komende 25 jaar De wereldmarkt voor waterstof bedraagt momenteel zo'n 100 miljoen ton per jaar. In de komende vijfentwintig jaar verdubbelt dat naar ongeveer 200 miljoen ton op jaarbasis, blijkt uit een nieuwe prognose van ingenieursbureau DNV. Waar de markt nu nog vrijwel volledig bestaat uit 'grijze' waterstof die uit aardgas wordt gewonnen, zal meer dan de helft van de jaarproductie in 2050 naar verwachting gedekt worden door groene waterstof.Volgens de analisten van DNV zal waterstof in de energietransitie vooral worden toegepast op gebieden waar oplossingen voor elektrificatie niet of zeer beperkt voorhanden zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de staalproductie, langeafstandsvluchten en de scheepvaart.Lees ook: Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie en eenvoudig transport: Nederlandse startup ziet grote kansen Nieuwe zonne- en windparken vaker gebouwd met batterijopslag erbij Nieuwe projecten voor zonne- en windparken in Europa worden steeds vaker aangelegd in combinatie met batterijopslag. Dat blijkt uit een analyse van energieconsultant Aurora waar Solar Magazine over schrijft.Afgelopen jaar was in Europa 6,3 gigawatt aan opgestelde capaciteit van hernieuwbare energie ook voorzien van batterijopslag. Daarvan bestond 60 procent uit zonneparken. Volgens de analisten van Aurora groeien zogenoemde co-locaties naar een opwekcapaciteit van 30 gigawatt in 2030. Door problemen met netcongestie wordt batterijopslag voor hernieuwbare energie steeds belangrijker. Volgens de analyse van Aurora staat er in Europa momenteel voor 1.600 gigawatt aan projecten voor zonne-energie, wind en batterijopslag in de wachtrij voor aansluiting op het stroomnet.Lees ook: Minder afhankelijk van gas: 7 voorbeelden van bedrijven die grote stappen zetten met hernieuwbare energie Nobelprijswinnaar brengt machine op de markt die water uit de lucht haalt De Amerikaans-Palestijnse scheikundige Omar Yaghi, die in 2025 de Nobelprijs won, staat op het punt om met zijn startup Atoco een machine op de markt te brengen die water direct uit de lucht haalt. Dat bericht Bloomberg in een reportage. Yaghi verrichte baanbrekend werk op het gebied van zogenoemde metal organic frameworks (MOF's). Dat zijn poreuze kristalstructuren die specifieke moleculen aantrekken.De machines van Atoco zuigen watermoleculen direct uit de atmosfeer op en kunnen 4.000 liter water per dag leveren. Ze bieden in potentie oplossingen voor gemeenschappen die in droge, afgelegen gebieden wonen met waterschaarste. Mede door klimaatverandering wordt waterschaarste op steeds meer plekken in de wereld een nijpend probleem. Atoco wil in 2027 de eerste tweehonderd machines produceren en verkopen.Lees ook: Opmerkelijk: Speciaal glas kan CO2 opslaan Ook in de media:Europa afhankelijker van import Amerikaans vloeibaar gas, maar totaal gasverbruik daalt (IEEFA) Deze boeren doen het anders dan hun ouders (Trouw) Tata Steel zoekt oplossing voor staalslakken met cementmaker (FD) Alpen boekt 25% hogere omzet met verkoop batterijen en transformatorhuisjes (Alfen) Chemelot wil zich positioneren als strategisch chemiecluster voor Europa (Limburg.nl) Onderzoek: zwevende microplastics warmen aarde extra op (de Volkskrant) Mensenpoep en urine bevatten nuttige grondstoffen die hergebruikt kunnen worden (NRC)