Maaike Kooijman
09 september 2026, 14:26

Met bouwmaterialen van riet en hennep brengt Klaske Postma boer en bouwer samen: 'Terug naar vroeger, maar wel geautomatiseerd'

Riet, mammoetgras, vezelhennep: allemaal vezels die prima geschikt zijn om biobased bouwmaterialen van te maken. Maar een industrie voor de verwerking van bouwgewassen en natuurlijke reststromen zet je niet zomaar op, weet changemaker Klaske Postma. Met haar bedrijf VanHier doet ze het toch.

Changemaker Klaske Postma van VanHier Klaske Postma: 'Ik hoef geen grote fabriek; ik geloof veel meer in een netwerk van meerdere kleine fabrieken.' | Credits: Klaske Postma / Bewerking Change Inc.

Hier ligt bouwmateriaal.

Dat is het enige wat Klaske Postma kon denken toen ze bij de Nieuwskoopse plassen werd rondgeleid en een enorme berg riet zag, gemaaid om de biodiversiteit in stand te houden. Ze nam een zakje mee naar huis, droogde het en gooide het in de keukenblender. Het resultaat: vezels waar je biobased meubels én bouwmaterialen van kunt maken.

Dat was de start van jarenlang ontwikkelen, vertelt Postma aan een tafel gemaakt van − jawel − riet. Veel in haar Loosdrechtse kantoor is biobased, van de meubels tot de kunst aan de muren. ‘Zes jaar geleden startte ik met het ontwikkelen van een bindmiddel op basis van natuurlijke mineralen. Ik begon bij de literatuur en ging toen zelf experimenteren in mijn keuken.’

Inmiddels is het recept er, plus een demo-productielijn waarin onder meer tafelbladen en plafondplaten kunnen worden gemaakt van verschillende vezels. Naast riet zijn ook planten als mammoetgras, vezelhennep, lisdodde en miscanthus zeer geschikt voor biobased toepassingen, vertelt Postma.

Een plafondplaat van natuurlijke vezels. | Credits: Klaske Postma

Het lab − een afgeschermd hoekje waarin naast een keukenblender en -weegschaal nu ook een kleine pers en een deegmachine staan − is nog steeds haar favoriete plek om nieuwe toepassingen te ontwikkelen en het bestaande proces te optimaliseren. ‘Er zijn veel factoren die meespelen: hoeveel druk zet je, op welke temperatuur en hoe lang moet de plaat in de pers? Dat draagt allemaal bij aan het eindmateriaal.’

VanHier maakt biobased plaatmaterialen. Wat kun je daar zoal mee?

‘Heel veel. We zijn gestart met meubels, omdat daar weinig eisen aan zitten en de marges vrij hoog zijn. Meubels kun je op de markt brengen zonder vooraf veel contact te hebben gehad met eventuele afnemers.

Uiteindelijk zie ik vooral veel potentie voor bouwmaterialen. Isolatieplaten, bijvoorbeeld, of biobased platen die gipsplaten kunnen vervangen. Maar die kunnen we alleen doorontwikkelen in samenwerking met bouwers. Zij weten beter wat er nodig is dan wij. Bovendien moeten bouwmaterialen aan veel eisen voldoen, onder meer qua brandveiligheid en duurzaamheid. Om te kunnen vaststellen of ons materiaal daaraan voldoet, is er een life cycle analysis nodig. Die kunnen wij niet alleen betalen.’

Is er genoeg interesse vanuit de bouwwereld?

‘De urgentie om klimaatvriendelijker te bouwen is groot. Er is veel vraag naar vervangers van gipsplaten, liefst op zo’n manier dat stucwerk niet nodig is. Binnenkort gaan we samenwerken met twee bouwbedrijven om die te ontwikkelen. Tegelijkertijd vinden grote bouwbedrijven het ingewikkeld dat we nog niet op al hun vragen een antwoord hebben. We weten bijvoorbeeld dat er CO2 wordt opgeslagen in de vezelplaten, maar niet precies hoeveel.’

Klaske Postma: ‘Zodra VanHier groot genoeg is, wil ik op zoek naar iemand die de managementtaken kan overnemen zodat ik me meer op de R&D kan richten.’ | Credits: VanHier

Waar halen jullie financiering vandaan?

‘Een deel komt uit de omzet, we verkochten al meubels toen we pas een jaar bezig waren. We hebben ook subsidies gekregen voor verschillende projecten, onder meer van de RVO. En vorig jaar is er een angel investor ingestapt, die 400.000 euro in VanHier heeft gestoken.’

Wat zijn de volgende stappen?

‘Veel bedrijven beginnen met het valideren van een kleine versie van hun product en willen daarna meteen opschalen naar een fabriek van pak ‘m beet 80 miljoen euro. Ik denk dat je daarin een belangrijke stap overslaat. Dat is wat we hier doen: een kleine productielijn opzetten, het verdienmodel rond rekenen, een product-market fit zoeken.

Ik hoef geen grote fabriek; ik geloof veel meer in een netwerk van meerdere kleine fabrieken. Niet alleen om transport zo veel mogelijk te beperken, maar ook om werkgelegenheid te creëren en de waarde in de regio te houden. Dat wordt bioregionaal genoemd. Het verschilt ook per regio wat er het beste verbouwd kan worden. Ons riet halen we uit de Weerribben-Wieden. In Oost-Nederland gedijt miscanthus goed, bij Noord-Nederland kun je bijvoorbeeld aan hennep denken.

Vergelijk het met boeren die hun eigen melk verwerken en verkopen, in plaats van het naar een grote fabriek te sturen. In die zin moeten we deels terug naar vroeger om een gezonde economie te creëren, al kunnen we nu natuurlijk wel veel automatiseren.’

Hoe ziet zo’n bioregionale aanpak eruit?

‘We gaan wel voor een fabriek, maar niet voor een heel grote. Ik denk eerder aan een productielijn die ongeveer tien keer zo groot is als wat we nu hier doen. Dan kom je op zo’n 2.000 ton verwerkte vezels per jaar, goed voor 240.000 vierkante meter aan plaatmateriaal. Zo’n fabriek kost waarschijnlijk tussen de 2 en 3 miljoen euro.

‘We gaan wel voor een fabriek, maar niet voor een heel grote.’ | Credits: Klaske Postma

Ik heb uitgerekend dat we op die schaal ook concurrerend kunnen zijn. Cruciaal is wel dat we dan in een keten zonder distributeur werken. Kijk weer naar die boeren: zonder supermarkt als tussenpersoon verdienen zij veel meer.’

Wat moet er gebeuren om op grotere schaal biobased te bouwen?

‘Doordat overheidsgeld niet direct naar ondernemers mag gaan, belanden potjes voor biobased vaak bij adviseurs. Naar hoogopgeleide mensen met workshops en memoblaadjes. Maar de mensen die echt met de transitie bezig zijn, hebben daar helemaal geen tijd voor. Het lijken wel twee parallelle werelden. Het zou goed zijn als de overheid minder wil regisseren, en meer faciliteert.

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen is ook te weinig aandacht voor het opzetten van een industrie voor de verwerking van bouwgewassen en natuurlijke reststromen. Dat kost tijd. Een keten voor het verwerken van rietmaaisel bestond bijvoorbeeld nog niet, die hebben we zelf moeten opzetten. We werken nu samen met Natuurmonumenten voor het maaien en drogen van het riet, Lokberg Biobased voor het verwerken van het riet, en bouwbedrijf TBI-J.P. van Eesteren dat als eerste bouwer aanhaakte.’

Je begon met scheikundige experimenten, nu ben je iemand die ketens bouwt. Vind je dat wel leuk?

‘Mijn passie is het ontwikkelen van materialen. Zodra VanHier groot genoeg is, wil ik zeker op zoek naar iemand die de managementtaken kan overnemen zodat ik me meer op de R&D kan richten.

Tegelijkertijd denk ik: ik ben blijkbaar op aarde om dit verhaal te vertellen. In de vraag of de economie snel genoeg verandert om mijn bedrijf te kunnen laten floreren, ben ik zelf de bepalende factor. Als ik dit verhaal met genoeg passie vertel, komt het goed.’

Met wie zou je graag willen samenwerken?

‘Ik ben vooral op zoek naar mensen met wie ik samen het systeem kan veranderen. Hans Stegeman bijvoorbeeld, de hoofdeconoom van Triodos Bank. Tegelijkertijd wil ik een brug slaan tussen mensen die over duurzaamheid praten en mensen die het daadwerkelijk doen. Mensen die bij de Groene Afslag nadenken over een nieuwe economie mogen bijvoorbeeld altijd langskomen. Ik laat graag zien hoe een transitie er in de praktijk uitziet.’

Lees ook:

'Strijders tegen voedselverspilling' groeien gestaag, maar doet rest van de keten mee?

'Huh, maar hier is toch niks mis mee?' Fronsend houdt een vrouw een prei omhoog in de Kromste Supermarkt van Nederland. Die ziet er voor leken inderdaad uit als een prei die je ook in een 'normale' supermarkt tegenkomt. Maar initiatiefnemer No Waste Army weet wel beter: aan de onderkant van de prei is door de wortels heen gesneden, wat 'm onverkoopbaar maakt.De prei ligt tussen paddenstoelen met te grote hoedjes, te kleine peren en aubergines, te grote aardappelen, kromme komkommers. Die wonky groenten, zoals No Waste Army ze noemt, zijn normaal voer voor vee of de biovergister. Niet omdat ze niet meer goed zijn, maar omdat de consument ze niet zou willen. Met een pop-upstore op Utrecht Centraal wil No Waste Army het tegengestelde bewijzen.Het doel: 100.000 kilo groenten verkopen in één week.[caption id="attachment_185637" align="aligncenter" width="901"] De aardappelbonken zijn te groot als tafelaardappel. | Credits: Maaike Kooijman[/caption] Strijden tegen voedselverspilling Het is lunchtijd en de supermarkt stroomt gestaag vol. Sommige mensen kopen alleen een appel en een sinaasappel (83 cent) of een zakje chips (2 euro), andere melden zich voor een tas met drie kilo misvormde groenten of doneren een paar kilo aan de voedselbank. Op de gevel van het gebouwtje staat een digitale teller, die na elke verkoop wordt aangepast. Nog iets minder dan 80.000 kilo te gaan.No Waste Army maakte naam met de verkoop van zijn kwartaalboxen. Groenten en fruit die achterblijven bij de boer, bijvoorbeeld omdat ze niet aan de schoonheidseisen van retailers voldoen of omdat de productie hoger uitvalt dan verwacht, worden verwerkt tot houdbare producten als sap, saus, crackers en chips. Die worden bezorgd bij enkele tienduizenden abonnees, door No Waste Army steevast 'strijders' genoemd.[caption id="attachment_185636" align="aligncenter" width="900"] In de Kromste Supermarkt van Nederland kunnen mensen een tas vullen met afgekeurde groenten en fruit. | Credits: Maaike Kooijman[/caption]Dit jaar kwam daar de maandelijkse Wonky Box bij, gevuld met acht tot tien kilo verse groenten die supermarkten niet willen verkopen. De pop-upstore op het station moet die onder de aandacht brengen. Maar er is ook een ander doel: voedselverspilling zichtbaar maken. Van korte naar lange termijn Ongeveer een vijfde van al het geproduceerde en geïmporteerde voedsel in Nederland wordt verspild. Daarmee gaan veel grondstoffen én geld verloren. De consument is verantwoordelijk voor slechts 37 procent daarvan; de rest vindt plaats op boerderijen, bij verwerking, in supermarkten en horeca.Gemiddeld 15 procent van de geteelde groenten heeft bijvoorbeeld niet de eigenschappen waar supermarkten om vragen, zegt No Waste Army. Soms is dat meer, zoals na deze droge zomer.[caption id="attachment_185639" align="aligncenter" width="900"] Door de droge zomer zijn veel peren te klein, | Credits: Maaike Kooijman[/caption]No Waste Army verwacht dit jaar in Nederland zo'n 160.000 boxen te leveren, goed voor een omzet van 8 tot 8,5 miljoen euro. Maar uiteindelijk moet de impact groter zijn dan dat, vertelt Mayke de Bruin. Als 'commandant ketenverandering' is ze betrokken bij alle reststromen die binnenkomen. 'We hebben tot nu toe ruim 4,7 miljoen kilo groenten en fruit gered. Dat klinkt als veel, maar het is een druppel op een gloeiende plaat.'Daarom onderzoekt het bedrijf hoe het zijn invloed kan uitbreiden. De Bruin: 'Op dit moment zijn we vooral bezig met kortermijnacties. Boeren blijven met voedsel zitten die wij binnen een paar weken willen redden en verwerken. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als dat steeds minder vaak nodig is. Daarvoor moeten we ook op de lange termijn focussen.' Ruimte voor samenwerking Voor echte verandering zijn veel mensen nodig. Onder meer retailers zijn belangrijk voor de missie om voedselverspilling tegen te gaan. Veel retailers zijn zich bijvoorbeeld niet bewust van wat er aan het begin van de keten gebeurt, zegt De Bruin. 'In plaats daarvan wordt er alleen maar over efficiëntie gepraat.'Tekenend is de recente reactie van de brancheorganisatie van supermarkten. 'De vraag is waarom je afwijkende producten in het schap zou leggen als er voldoende aanbod is van niet-afwijkende producten', aldus een woordvoerder tegen Nu.nl.De pop-up in Utrecht moet andere bedrijven daarom inspireren. Er komen veel NS-medewerkers langs, en er is een speciale sessie georganiseerd die voedselverspilling inzichtelijk moet maken voor andere bedrijven die een winkel hebben op Nederlandse stations.[caption id="attachment_185638" align="aligncenter" width="900"] Het doel: 100.000 kilo groenten verkopen in één week. | Credits: Maaike Kooijman[/caption]De Bruin ziet langzaam 'ruimte ontstaan' voor samenwerking met andere partijen in de voedselketen. Onder andere Albert Heijn, Jumbo, Dirk en Lidl sloten zich dit voorjaar bijvoorbeeld aan bij de Nationale Aardappelweek, waarmee honderden miljoen kilo's aardappelen gered moesten worden. De wil lijkt er te zijn bij retailers, zegt De Bruin. 'Maar in de praktijk verandert er nog weinig. Het zou natuurlijk prachtig zijn als ze ons werkwijze gaan kopiëren.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Lees ook:Changemaker Thibaud van der Steen gaat voedselverspilling tegen: ‘Probleem is serieus, maar ik wil het op een leuke manier oplossen’ Is halvering voedselverspilling in 2030 nog haalbaar? 'We moeten het aanpakken bij de bron' Van 'restjesrek' tot AI-buffet: deze oplossingen pakken voedselverspilling in de horeca aan