Hier ligt bouwmateriaal.
Dat is het enige wat Klaske Postma kon denken toen ze bij de Nieuwskoopse plassen werd rondgeleid en een enorme berg riet zag, gemaaid om de biodiversiteit in stand te houden. Ze nam een zakje mee naar huis, droogde het en gooide het in de keukenblender. Het resultaat: vezels waar je biobased meubels én bouwmaterialen van kunt maken.
Dat was de start van jarenlang ontwikkelen, vertelt Postma aan een tafel gemaakt van − jawel − riet. Veel in haar Loosdrechtse kantoor is biobased, van de meubels tot de kunst aan de muren. ‘Zes jaar geleden startte ik met het ontwikkelen van een bindmiddel op basis van natuurlijke mineralen. Ik begon bij de literatuur en ging toen zelf experimenteren in mijn keuken.’
Inmiddels is het recept er, plus een demo-productielijn waarin onder meer tafelbladen en plafondplaten kunnen worden gemaakt van verschillende vezels. Naast riet zijn ook planten als mammoetgras, vezelhennep, lisdodde en miscanthus zeer geschikt voor biobased toepassingen, vertelt Postma.

Een plafondplaat van natuurlijke vezels. | Credits: Klaske Postma
Het lab − een afgeschermd hoekje waarin naast een keukenblender en -weegschaal nu ook een kleine pers en een deegmachine staan − is nog steeds haar favoriete plek om nieuwe toepassingen te ontwikkelen en het bestaande proces te optimaliseren. ‘Er zijn veel factoren die meespelen: hoeveel druk zet je, op welke temperatuur en hoe lang moet de plaat in de pers? Dat draagt allemaal bij aan het eindmateriaal.’
VanHier maakt biobased plaatmaterialen. Wat kun je daar zoal mee?
‘Heel veel. We zijn gestart met meubels, omdat daar weinig eisen aan zitten en de marges vrij hoog zijn. Meubels kun je op de markt brengen zonder vooraf veel contact te hebben gehad met eventuele afnemers.
Uiteindelijk zie ik vooral veel potentie voor bouwmaterialen. Isolatieplaten, bijvoorbeeld, of biobased platen die gipsplaten kunnen vervangen. Maar die kunnen we alleen doorontwikkelen in samenwerking met bouwers. Zij weten beter wat er nodig is dan wij. Bovendien moeten bouwmaterialen aan veel eisen voldoen, onder meer qua brandveiligheid en duurzaamheid. Om te kunnen vaststellen of ons materiaal daaraan voldoet, is er een life cycle analysis nodig. Die kunnen wij niet alleen betalen.’
Is er genoeg interesse vanuit de bouwwereld?
‘De urgentie om klimaatvriendelijker te bouwen is groot. Er is veel vraag naar vervangers van gipsplaten, liefst op zo’n manier dat stucwerk niet nodig is. Binnenkort gaan we samenwerken met twee bouwbedrijven om die te ontwikkelen. Tegelijkertijd vinden grote bouwbedrijven het ingewikkeld dat we nog niet op al hun vragen een antwoord hebben. We weten bijvoorbeeld dat er CO2 wordt opgeslagen in de vezelplaten, maar niet precies hoeveel.’

Klaske Postma: ‘Zodra VanHier groot genoeg is, wil ik op zoek naar iemand die de managementtaken kan overnemen zodat ik me meer op de R&D kan richten.’ | Credits: VanHier
Waar halen jullie financiering vandaan?
‘Een deel komt uit de omzet, we verkochten al meubels toen we pas een jaar bezig waren. We hebben ook subsidies gekregen voor verschillende projecten, onder meer van de RVO. En vorig jaar is er een angel investor ingestapt, die 400.000 euro in VanHier heeft gestoken.’
Wat zijn de volgende stappen?
‘Veel bedrijven beginnen met het valideren van een kleine versie van hun product en willen daarna meteen opschalen naar een fabriek van pak ‘m beet 80 miljoen euro. Ik denk dat je daarin een belangrijke stap overslaat. Dat is wat we hier doen: een kleine productielijn opzetten, het verdienmodel rond rekenen, een product-market fit zoeken.
Ik hoef geen grote fabriek; ik geloof veel meer in een netwerk van meerdere kleine fabrieken. Niet alleen om transport zo veel mogelijk te beperken, maar ook om werkgelegenheid te creëren en de waarde in de regio te houden. Dat wordt bioregionaal genoemd. Het verschilt ook per regio wat er het beste verbouwd kan worden. Ons riet halen we uit de Weerribben-Wieden. In Oost-Nederland gedijt miscanthus goed, bij Noord-Nederland kun je bijvoorbeeld aan hennep denken.
Vergelijk het met boeren die hun eigen melk verwerken en verkopen, in plaats van het naar een grote fabriek te sturen. In die zin moeten we deels terug naar vroeger om een gezonde economie te creëren, al kunnen we nu natuurlijk wel veel automatiseren.’
Hoe ziet zo’n bioregionale aanpak eruit?
‘We gaan wel voor een fabriek, maar niet voor een heel grote. Ik denk eerder aan een productielijn die ongeveer tien keer zo groot is als wat we nu hier doen. Dan kom je op zo’n 2.000 ton verwerkte vezels per jaar, goed voor 240.000 vierkante meter aan plaatmateriaal. Zo’n fabriek kost waarschijnlijk tussen de 2 en 3 miljoen euro.

‘We gaan wel voor een fabriek, maar niet voor een heel grote.’ | Credits: Klaske Postma
Ik heb uitgerekend dat we op die schaal ook concurrerend kunnen zijn. Cruciaal is wel dat we dan in een keten zonder distributeur werken. Kijk weer naar die boeren: zonder supermarkt als tussenpersoon verdienen zij veel meer.’
Wat moet er gebeuren om op grotere schaal biobased te bouwen?
‘Doordat overheidsgeld niet direct naar ondernemers mag gaan, belanden potjes voor biobased vaak bij adviseurs. Naar hoogopgeleide mensen met workshops en memoblaadjes. Maar de mensen die echt met de transitie bezig zijn, hebben daar helemaal geen tijd voor. Het lijken wel twee parallelle werelden. Het zou goed zijn als de overheid minder wil regisseren, en meer faciliteert.
In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen is ook te weinig aandacht voor het opzetten van een industrie voor de verwerking van bouwgewassen en natuurlijke reststromen. Dat kost tijd. Een keten voor het verwerken van rietmaaisel bestond bijvoorbeeld nog niet, die hebben we zelf moeten opzetten. We werken nu samen met Natuurmonumenten voor het maaien en drogen van het riet, Lokberg Biobased voor het verwerken van het riet, en bouwbedrijf TBI-J.P. van Eesteren dat als eerste bouwer aanhaakte.’
Je begon met scheikundige experimenten, nu ben je iemand die ketens bouwt. Vind je dat wel leuk?
‘Mijn passie is het ontwikkelen van materialen. Zodra VanHier groot genoeg is, wil ik zeker op zoek naar iemand die de managementtaken kan overnemen zodat ik me meer op de R&D kan richten.
Tegelijkertijd denk ik: ik ben blijkbaar op aarde om dit verhaal te vertellen. In de vraag of de economie snel genoeg verandert om mijn bedrijf te kunnen laten floreren, ben ik zelf de bepalende factor. Als ik dit verhaal met genoeg passie vertel, komt het goed.’
Met wie zou je graag willen samenwerken?
‘Ik ben vooral op zoek naar mensen met wie ik samen het systeem kan veranderen. Hans Stegeman bijvoorbeeld, de hoofdeconoom van Triodos Bank. Tegelijkertijd wil ik een brug slaan tussen mensen die over duurzaamheid praten en mensen die het daadwerkelijk doen. Mensen die bij de Groene Afslag nadenken over een nieuwe economie mogen bijvoorbeeld altijd langskomen. Ik laat graag zien hoe een transitie er in de praktijk uitziet.’



