‘Bouwbedrijven zijn er klaar voor. Echt! Het aanbod is nu hoger dan de vraag,’ zegt Henk van Kleij ietwat gefrustreerd. De commercieel manager bij bouwbedrijf BAM richt zich vooral tot gemeenten, die volgens hem meer kunnen focussen op duurzaamheid in hun aanbestedingen.
Sandra Polman Tap, ontwikkelmanager bij de gemeente Nijmegen, staat naast hem. ‘Mooi om te horen dat marktpartijen er klaar voor zijn’, vindt ze. ‘Maar dan moeten wij dat natuurlijk wel weten.’
Situatie rooskleuriger dan die lijkt
Van Kleij en Polman Tap zijn in gesprek over circulair bouwen op vastgoedbeurs Provada. De Nederlandse bouwsector moet in 2050 geheel circulair zijn, met een tussendoel van maximaal 50 procent primaire, niet-biologische grondstoffen in 2030. Het gebruik van onder meer nieuw beton en staal moet dus snel worden afgeschaald.
Dat gaat vooralsnog niet al te best: vorig jaar was slechts 13 procent van de materialen in de gebouwde omgeving circulair. Toch is de situatie niet helemaal hopeloos. ‘Die 13 procent is het resultaat van projecten die vijf tot tien jaar geleden van start zijn gegaan’, zegt Paul van Doorn, conceptontwikkelaar bij bouwbedrijf Giesbers. ‘Als je kijkt naar wat er nu in de pijplijn zit, zijn we al een stuk verder. 50 procent in 2030 halen we misschien niet, maar voor transities heb je nou eenmaal een lange adem nodig.’
Bovendien, voegt hij toe, is het meten nog niet zo makkelijk. Gaat het om gewicht, dan telt beton bijvoorbeeld veel sterker mee dan isolatiemateriaal. En is biobased materiaal wel of geen onderdeel van circulaire bouw? Het gaat weliswaar niet om hergebruik of recycling, maar wel om het verlagen van primair grondstoffengebruik. ‘Daarmee is biobased bouwen eigenlijk een circulaire strategie’, vindt hij.
Duurzaamheid in aanbestedingen
Of het glas nou halfvol of halfleeg is, feit is dat er op de weg richting circulair bouwen nog wel wat beren zijn. Zoals de aanbestedingen vanuit lokale overheden, waarvoor Van Kleij van BAM belangrijke verbeterpunten heeft. Vaak worden marktpartijen vooral op basis van prijs geselecteerd, merkt hij. ‘Maar als de prijs een gegeven is, een fixed price, hoeft die helemaal niet meer mee te tellen. Dan kun je vooral sturen op toekomstbestendigheid en daag je aanbieders uit met de beste oplossing te komen.’
Dat gebeurt af en toe al, zegt Van Doorn. Zijn bedrijf deed recent mee aan een aanbesteding van de gemeente Arnhem, met een vast budget. ‘De vraag was wie het meeste bood voor die prijs. Als de prijs vaststaat kun je concurreren op kwaliteit, en daarmee op de doelstellingen binnen transities.’
Van Kleij noemt verschillende manieren om kwaliteit en duurzaamheid mee te nemen in aanbestedingen. Als het om circulair bouwen gaat, is het percentage ‘losmaakbaarheid’ bijvoorbeeld belangrijk. Hoe gemakkelijker een gebouw ontmanteld kan worden, des te beter je verschillende onderdelen kunt recyclen of hergebruiken. ‘Dan kunnen materialen op een hoogwaardig niveau gaan circuleren.’
Randvoorwaarden scheppen om doelen te overtreffen
Ook bouwbedrijf Giesbers merkt dat circulaire concepten in de praktijk moeilijk te realiseren zijn, zegt Van Doorn. Giesbers heeft bijvoorbeeld De Groene Afslag bij Bussum gerealiseerd. De renovatie van het oude militaire complex is vrijwel volledig met hergebruik van materialen uitgevoerd. Van Doorn: ‘Iedereen was intrinsiek gedreven, maar het was vechten tegen het systeem. Tegen de bank, de brandweer.’
Er lijkt dan ook vooral behoefte aan meer samenwerking in de keten. Gemeenten hebben meer informatie nodig over wat bouwers kunnen en willen; bouwers willen op hun beurt minder verschillen tussen eisen van gemeenten. Van Kleij: ‘De komende jaren moeten we samen belangrijke vragen analyseren. Hoe we grote volumes creëren voor duurzame concepten, bijvoorbeeld. Dan krijgt de markt de kans om de doelstellingen te overtreffen.’



