Maaike Kooijman
23 oktober 2026, 09:31

Schuim van schimmels en zonnepanelen op kerken: deze innovaties spotten we op Dutch Design Week

De duurzame innovaties van morgen zijn vandaag al zichtbaar op Dutch Design Week. Change Inc. reisde naar Eindhoven en licht enkele veelbelovende technologieën uit.

Dutch Design Week innovatie ontwerpen zonnepanelen bouw | Credits: Maaike Kooijman voor Change Inc.

Tijdens de Dutch Design Week is Eindhoven het stralende middelpunt van een bonte mengeling van ontwerpideeën. Innovatief design varieert tussen exposities die naar kunst neigen en meer toegepaste concepten van startups en scale-ups. Daar tussendoor tonen ook grotere bedrijven hun innovatiekracht.

Dit zijn enkele opvallende voorbeelden die Change Inc. tegenkwam tijdens de Dutch Design Week van 2026.

Biodesign: schuim van schimmels

Op de tafels pruttelen kleine fermentoren. We zijn in het Biodesign Warehouse, waar alles gemaakt is met behulp van fermentatie. (Precisie)fermentatie staats steeds meer in de belangstelling omdat er vernieuwende plantaardige voedselingrediënten mee gemaakt kunnen worden, maar je kunt er óók materialen mee maken.

Foamlab maakt duurzaam schuim op basis van fermentatie. | Credits: Maaike Kooijman voor Change Inc.

Neem de startup Foamlab, deze maand verhuisd van Delft naar een grotere ruimte in Bleiswijk. Daar moet over twee jaar een proeffabriek draaien met een capaciteit van 100 tot 1000 kubieke meter. Foamlab maakt duurzaam schuim van zogenoemde bio-nanocellulose: een laag cellulose die op een bacteriecultuur groeit. In tegenstelling tot schuim op basis van fossiele grondstoffen is deze variant volledig composteerbaar.

‘Het schuim is voor heel veel dingen geschikt, van verpakkingen tot schoudervullingen’, vertelt een medewerker. ‘En het is niet alleen duurzamer, maar het presteert ook beter.’ Het groeien van het materiaal kost ongeveer tien dagen, gevolgd door drie dagen drogen. Binnen twee weken is het klaar.

Een circulaire energietransitie

De energietransitie laat onze omgeving er heel anders uitzien: daken liggen vol zonnepanelen, weilanden staan vol windmolens. Die zijn nuttig als ze in gebruik zijn, maar zijn na hun levensduur vaak slecht recyclebaar.

Biosphere Solar doet het daarom radicaal anders: met demontabele, recyclebare zonnepanelen. PV-modules worden dan niet dichtgelijmd, maar geseald, waardoor ze gemakkelijk uit elkaar kunnen worden gehaald. Dat is niet alleen handig als de onderdelen gerecycled moeten worden, maar ook al eerder helpen bij bijvoorbeeld reparatie of upgrades.

Ook Alliander werkt aan ideeën om de energietransitie circulairder te maken. Op Dutch Design Week presenteerde de netbeheerder een transformatorhuisje gemaakt van hout in plaats van beton, met gevelbekleding van gebroken dakpannen en andere restmaterialen. Het is een ontwerp van Rademacher de Vries Architecten. ‘De netbeheerder kennende duurt het nog een aantal jaar tot ze er echt staan, maar dan komen ze wel meteen met tienduizenden tegelijk’, zegt een medewerker.

‘Popcorn’ in de bodem

Planten hebben water en zuurstof nodig om te kunnen groeien, maar op beschadigde landbouwbodems krijgen ze die steeds minder. Vooral zware machines gooien roet in het eten. Boeren lossen dat op door te ploegen. ‘Maar dat vernielt veel van de biologische structuren in de bodem’, zegt Ifeoluwa Afolayan, mede-oprichter van de Britse startup Muju Earth Technologies.

Muju ontwikkelde daarom de Aeropod: een kleine capsule van biobased materiaal die boeren samen met zaden in hun bodems kunnen stoppen. Eenmaal in de aarde ‘poppen’ de capsules open en zorgen ze op die manier voor meer zuurstof. ‘Dat is niet alleen beter, maar ook goedkoper dan ploegen’, zegt Afolayan.

Eenmaal in de aarde ‘poppen’ de capsules open en zorgen ze voor meer zuurstof. | Credits: Maaike Kooijman voor Change Inc.

Muju werkt al met klanten in het VK en wil nu ook uitbreiden naar Nederland. Nederlandse boeren op de DDW zijn enthousiast, zegt Afolayan, vooral door de belofte dat de Aeropod ook de opbrengst per hectare opstuwt. ‘Normaal gaat die juist iets omlaag als boeren regeneratief gaan werken.’

Zonnepanelen op kerken

Op gebouwen die al honderden of duizenden jaren oud zijn, mag je niet zomaar zonnepanelen plaatsen.  Soluxa heeft een oplossing om monumentale gebouwen en beschermde stadsgezichten toch te verduurzamen: terracotta zonnepanelen. Het Nederlandse bedrijf ontwikkelde een gekleurd laagje voor bestaande zonnepanelen. Dat maakt de panelen makkelijker in te passen in de omgeving, zonder veel rendement in te leveren.

Soluxa zegt zonnepanelen te kunnen produceren in alle mogelijke kleuren. Die zijn bovendien niet alleen voor daken, maar ook voor gevels geschikt. Op de zijkant van een Stadskantoor in Zwolle prijken bijvoorbeeld zonnepanelen in dezelfde kleur als de rest van het gebouw.

Bouwen met koeienpoep en gerecycled plastic

Op DDW wordt duidelijk dat je met van alles kunt bouwen, van vezelhennep tot koeienpoep. Interessant is bijvoorbeeld BLOK, een prefab houten huis waar allerlei duurzame materialen in zijn verwerkt. Het wekt zijn eigen stroom op en kan dus ook off-grid gebouwd worden.

Als het aan de overheid ligt, worden zulke prefab gebouwen grotendeels de norm. Een woning wordt dan in een fabriek geproduceerd en kan op de bouwplaats soms binnen een week in elkaar worden gezet. Dat zorgt voor minder bouwafval, minder vervoersbewegingen en een hogere arbeidsproductiviteit. En waar woningbouw gemiddeld 340 kilo CO2 per vierkante meter uitstoot, is dat bij fabrieksmatig gebouwde woningen slechts 187 kilo CO2 per vierkante meter.

Het Eindhovense TAM wil prefab bouwen combineren met architectonische vrijheid. | Credits: Maaike Kooijman voor Change Inc.

Tegelijkertijd zorgt prefab bouwen ervoor dat alles op elkaar gaat lijken, zegt Tijn Hoyng. En dat is nou net wat hij níet wil. Daarom richtte hij TAM op, dat prefab bouwen met wil combineren met met artistieke vrijheid voor architecten. Het geheim: een grote ruimte in Eindhoven die vol 3D-printers staat.

Op DDW presenteert TAM het ‘House of Lights’: een 3D-geprint tuinhuisje van gerecycled plastic.

Lees ook:

Van prijzenoorlog naar duurzaamheidsoorlog: concurrentie kan supermarkten doen veranderen, zegt Charlotte Linnebank

Stel je voor: bushokjes hangen vol posters om de eerlijkste chocolade aan te prijzen, of de soep die het beste is voor het klimaat. De prijzenoorlog tussen supermarkten wordt vervangen door een heuse duurzaamheidsoorlog. En wie het eerlijkste en gezondste aanbod heeft, heeft de beste reputatie.Daar zijn we nog lang niet. Maar als het aan Charlotte Linnebank ligt, is dat wel waar we naartoe gaan. 'Supermarkten bepalen in grote mate wat we welke dag eten. Het is aan hen om dat zo gezond, eerlijk en duurzaam mogelijk te laten zijn. Laat ze maar daarop concurreren in plaats van op prijs.'Linnebank staat aan het hoofd van stichting Questionmark, bekend van zijn onderzoeken naar onder meer gezondheid in de supermarkt en biologisch bij A-merken. Haar doel: een gezond, duurzaam en eerlijk voedselsysteem. En dat bereik je het beste door je in te leven in retailers, zegt ze.Je startte Questionmark toen je nog consultant duurzaamheid bij KPMG was. Vanwaar de stap van consultancy naar een non profit-organisatie?'De bedrijven die ik adviseerde veranderden wel, maar veel te langzaam. Dat frustreerde me. Questionmark is mijn manier om verduurzaming in het voedselsysteem te versnellen. Want bedrijven luisteren wel degelijk naar externe stakeholders, had ik gemerkt − als die zich maar genoeg laten horen. Reputatie is daarin een belangrijke factor. FrieslandCampina zette bijvoorbeeld zijn eerste stappen in verduurzaming van de soja in hun veevoer omdat Greenpeace daarop bleef aandringen.Bedrijven veranderen makkelijker als ze een duidelijk referentiepunt hebben. Bij KPMG maakte ik veel benchmarks, waarmee bedrijven hun prestaties vergelijken met die van andere. Ik zag dat concurrentiedruk voor enorm veel actie zorgde. Als een directie zag dat concurrenten duurzamer waren dan zij, gaven ze hun duurzaamheidsmanager gewoon de opdracht om dat te veranderen.Die benchmarks werden steeds maar in één directie gebruikt. Met openbare rapporten kunnen we veel meer bedrijven tegelijk bereiken.'Toch richtte Questionmark zich in het begin niet op de supermarkt, maar op de consument.'Het was 2012, apps kwamen net op. Ons idee was een app te bouwen die consumenten kon helpen om de beste keuze te maken in de supermarkt.We kwamen er snel achter dat dat niet werkt. Deels omdat mensen hun gedragspatronen maar moeilijk kunnen veranderen, zelfs als ze dat willen. Bovendien kon onze app natuurlijk niet opboksen tegen de miljarden aan marketingbudgetten voor ongezond en onduurzaam voedsel. Maar daarnaast is het ook helemaal niet de verantwoordelijkheid van de consument om de goede keuze te maken. Bij supermarkten werken mensen die ervoor betaald worden om het aanbod te bepalen, die daarvoor zijn opgeleid. Zíj moeten zich verdiepen in wat gezond, duurzaam en eerlijk is.We gebruiken dezelfde data over producten nu dus om ons op de retailers te richten. Maar waar ik het bij KMPG in privé-benchmarks zette,  zetten we het nu in de krant. Het openbaar maken van de informatie leidt tot reputatiedruk. Ons doel is echter nooit om te namen en shamen. We houden het altijd respectvol; dan komt het beter aan dan als je schoffeert.'Supermarkten zijn erg prijsgedreven. Willen ze zich wel onderscheiden met gezondheid of duurzaamheid als de consument daar niet om vraagt?'Ik heb nog nooit een consument ergens om horen vragen. Dat is een narratief waar we absoluut vanaf moeten, want het houdt ons in een vicieuze cirkel. De voorkeuren van de consument worden bepaald door de context: prijs, product, plaats en promotie. Als je duurzame producten als supermarkt goedkoper maakt, meer in het zicht legt of meer aandacht geeft, leidt dát tot andere keuzes.Het is helaas waar dat supermarkten nu vooral concurreren op prijs. Wij proberen andere factoren hoger op de agenda te krijgen − dingen die nuttiger zijn voor de maatschappij.'Levert dat voldoende op?'Als je alleen concurreert op prijs, is je verdienmodel gebaseerd op volume. Maar je kunt ook verdienen aan marges. Dat is wat er nu bijvoorbeeld bij biologisch gebeurt. Daar wordt minder van verkocht, maar het brengt toch geld op door loyale klanten en hogere marges.'Merk je al effect bij supermarkten?'Supermarkten vinden onze data heel nuttig; soms vragen ze ons zelfs tussen de Superlist-rapporten in om extra advies. Dat zien we ook terug. Indicatoren waarop wij supermarkten beoordelen, komen we tegen in beleid en duurzaamheidsverslagen. Veel supermarkten meten op ons aandringen bijvoorbeeld hoeveel procent van hun verkopen tot de Schijf van Vijf behoort. En Albert Heijn houdt zelfs als eerste supermarkt ter wereld de methaanuitstoot in zijn keten bij.'Meten en rapporteren is pas de eerste stap.'Dat is waar. Daarom willen we niet alleen in gesprek met de duurzaamheidsmanagers − hun voornaamste taak is vaak rapporteren. We praten ook met mensen van inkoop of marketing. Dan gaat het niet alleen over hoeveel procent biologisch er wordt aangeboden, maar ook wat er wordt verkocht en waarin ze willen groeien.Tegelijkertijd zien we dat supermarkten echt grote veranderingen maar moeilijk in hun eentje door kunnen voeren. Jumbo draaide zijn besluit om niet met vlees te stunten terug omdat er niemand volgde, Plus verkoopt met dezelfde reden niet meer louter biologische huismerkmelk. Daarvoor zijn echt gezamenlijke afspraken nodig. Al is daarvoor weinig animo, dus regulering vanuit de overheid is een logischere optie.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in. Questionmark zet zich in voor een gezond, duurzaam en eerlijk voedselsysteem. Wat zou de rol van retailers daarin moeten zijn?'Supermarkten hebben enorm veel invloed op wat we eten. Die invloed zouden ze volledig moeten inzetten om ervoor te zorgen dat ons eten 100 procent duurzaam en eerlijk is. Niet half-half, met een reep Tony's naast een reep chocolade met kinderarbeid in de keten.Supermarkten zijn uiteindelijk nutsvoorzieningen. Dat roept iedereen ook als er een crisis uitbreekt. Ze mochten bijvoorbeeld open blijven tijdens corona en spelen ook een grote rol in het huidige debat over voedselzekerheid. Waarom mogen ze dan grote winsten maken, zonder verantwoordelijk te worden gehouden voor het enorme effect dat ze hebben op voedselketens en onze gezondheid?'Gaat de verandering bij supermarkten je nu wel snel genoeg? 'Vaak niet. Natuurlijk frustreert dat me soms, maar dat geldt net zo goed voor de mensen bij bedrijven die we spreken. Het zijn niet de mensen die onwelwillend zijn, het is het voedselsysteem zelf dat langzaam zo is geworden als het nu is.Over de jaren heen is advertentieruimte bijvoorbeeld een steeds belangrijker onderdeel geworden van het verdienmodel van supermarkten. Er is niet één iemand die dat heeft gedaan, maar het zorgt er nu wél voor dat ze afhankelijk zijn van ongezonde reclames. Dat moet anders. Ik vind het leuk om op zoek te gaan naar mensen die samen met mij het systeem weer willen terugbuigen.'Met wie zou je graag nog samenwerken?'Ik zou het mooi vinden als medewerkers van retailers hun ervaring vaker inzetten voor maatschappelijke doelen. In mijn eigen loopbaan ben ik een aantal keer geswitcht tussen bedrijfsleven en ngo: van Boer & Croon naar het WWF, van KPMG naar Questionmark. Het is heel interessant om beide kanten te leren kennen; dat kan ik iedereen aanraden.' Lees ook:Hoe Lidl de duurzaamste supermarkt van Europa werd: 'Peulvruchten zijn een belangrijke groeicategorie' Quirine de Weerd zette duurzaamheid bij Lidl op de kaart – nu gaat ze hetzelfde doen bij de overheid Changemaker Tom Peeters (Crisp): 'De klassieke supermarkt is hopeloos inefficiënt'