Gebouwen van hout met wanden van vlas en isolatie van hennep. Dat is hoe de standaard nieuwbouw er in de toekomst uit kan zien. Ministeries en bedrijven zijn druk bezig met het opzetten en opschalen van ketens voor zulke biobased bouwmaterialen. Maar wat als we (ook) biologische materialen gebruiken die niet meer verbouwd hoeven te worden, maar die er al zijn?
Daarmee experimenteert Greenhub Zuid-Holland. De provincie, gemeenten, groenaannemers en bouwbedrijven werken samen aan een circulaire keten op basis van bermmaaisel. Dat wordt nu vaak verbrand, maar past juist prima in een circulaire economie.
Bouwmaterialen en mest van bermgras
Bermmaaisel is in overvloed aanwezig: in Nederland komt elk jaar meer dan een miljoen ton bermgras vrij. Greenhub Zuid-Holland wil daar zo’n 30.000 ton per jaar van verwerken. Van de vezels kunnen bijvoorbeeld duurzame bouwpanelen en isolatiemateriaal gemaakt worden, die al gebruikt worden door onder andere GKB Groep en Isolatieplatform Nederland. Die vezels kunnen in principe oneindig hergebruikt worden. Daarbij vervangen ze niet alleen fossiele materialen, maar slaan ze ook CO2 op.
Maar er zijn ook andere opties. Zo kun je van bermgras bokashi maken, een meststof van gefermenteerd organisch materiaal die bodems kan verbeteren. Rotterdam is één van de gemeenten die bokashi gebruikt in het beheer van openbaar groen.
Ecologisch beheer stimuleren
Je zou kunnen denken: kun je de bermen niet beter ongemaaid laten? Gemaaide gazonnetjes kennen over het algemeen weinig biodiversiteit. Maar in de bermen is dat anders, zegt Jelte van Mil van de Greenhub Zuid-Holland. Daar slaat veel stikstof neer die auto’s met verbrandingsmotoren uitstoten. ‘Vanwege de stikstof groeien er steeds meer brandnetels en bramen, die de concurrentie aangaan met de inheemse begroeiing. Als je het gras maait, verwijder je ook een deel van de nutriënten voor woekeraars. Dan krijgen andere plantensoorten meer de ruimte.’
Daarbij zorgt het benutten van bermgras indirect voor ecologisch beheer van bermen, zegt Van Mil. Hoe schoner de berm, hoe beter het gras benut kan worden. Een goed onderhouden berm levert gemeenten dus meer geld op. Om gemeenten daarbij te helpen, ontwikkelt de Greenhub een speciale ‘arm’ voor maaimachines, die vuil kan opzuigen voor het gras gemaaid wordt.
Op zoek naar locatie
De 30.000 ton per jaar heeft Greenhub Zuid-Holland voorlopig nog niet bereikt, deels doordat er nog geen plek is waar het bermgras centraal verwerkt kan worden: de Zuid-Hollandse ‘hub’ bestaat alleen nog virtueel. Dat komt ook doordat er nog meer afnemers gezocht moeten worden, zegt Van Mil.
Om de vraag te stimuleren wordt onder andere contact gezocht met woningcorporaties en is er een samenwerking met Building Balance, de organisatie die namens vier ministeries ketens voor biobased bouwmaterialen opzet binnen de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Ook lopen er campagnes om gemeenten bewust te maken van de mogelijkheden van bermgras en andere biologische reststromen in de openbare ruimte. Denk aan eendenkroos, bagger en gevallen bladeren.
Greenhub beperkt zich daarbij niet tot Zuid-Holland: recent is ook Greenhub Achterhoek opgestart.
Technische uitdagingen
Ook aan de aanbodkant moeten er nog enkele hordes genomen worden. Zo moet voor hoogwaardige verwerking de kwaliteit van het bermgras hoog zijn. Maar ‘niets is zo veranderlijk als de kwaliteit van bermgras’, zegt Richard Liebrechts, initiatiefnemer van Greenhub Zuid-Holland. ‘De manier waarop je het opslaat, draagt daaraan bij.’
Vooral in de zomer moet je broei voorkomen, legt Liebrechts uit. Om dat te voorkomen is het zaak om bermgras zo snel mogelijk uit te persen, te drogen en tot balen te verwerken.
Toch zal het aan de techniek niet liggen. Die is soms al verder dan de mens, zien Liebrechts en Van Mil. Vooral de manier waarop we naar reststromen kijken, is uiteindelijk bepalend. Van Mil: ‘Eigenlijk moeten we het niet eens reststromen noemen. Het zijn grondstoffen.’



