Wilke Wittebrood
18 september 2026, 12:44

Bob Hendrikx over zijn doodskisten van mycelium: 'Ik ben vanuit de paddenstoel gaan denken'

Zes jaar geleden kweekte oprichter Bob Hendrikx van Loop Biotech zijn eerste grafkist uit mycelium. Inmiddels vinden mensen over de hele wereld hun laatste rustplaats in zijn paddenstoelenkisten. ‘Mycelium is de grootste recyclaar van de natuur, maar alleen onder de grond.’

paddenstoelenkist Loop Biotech doodskist mycelium Oprichter Bob Hendrikx van Loop Biotech | Credits: Loop Biotech

Bob Hendrikx (32) is net terug uit Australië. Hij was daar om de begrafenis van Carolyn bij te wonen, een vrouw van in de 70 uit Sydney. Hendrikx kende Carolyn niet; hij was bij de plechtigheid omdat ze als eerste persoon in Australië werd begraven in een doodskist van zijn bedrijf, Loop Biotech.

Een mijlpaal voor de ondernemer, die had gevraagd of hij bij de dienst mocht zijn om het moment vast te leggen, maar ook dubbel. ‘Een uitvaart is emotioneel, beladen. De familie was verdrietig, maar tegelijkertijd waren ze enthousiast dat ik als uitvinder van haar doodskist bij de begrafenis was. Voor hen was het ook bijzonder dat Carolyn in Australië de eerste is die op deze manier wordt begraven.’

De Loop Living Cocoon in Sydney. Credit: Loop Biotech.

‘Paddenstoelen-doodskisten’

Hendrikx verkoopt wat hij ‘paddenstoelen-doodskisten’ noemt. Die worden gekweekt uit mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen, en upcycled hennepvezels. Die hennepvezels zijn een restproduct van de verwerking van industriële hennep uit Zuid-Nederland. De overledene komt te rusten op een bedje van mos, wol of organisch katoen.

Chemicaliën, lijm of plastic komen aan de productie niet te pas. De kisten zijn volledig van natuurlijke materialen en biologisch afbreekbaar. Maar wat ze volgens Hendrikx echt uniek maakt, is dat ze de bodem verrijken: mycelium is een bodemverbeteraar.

De familie van Carolyn vond dat een mooi idee. ‘Die zeiden: ze had een dienstbaar leven geleid, en dat doet ze na haar dood eigenlijk nog steeds.’

Eenmaal begraven wordt de paddenstoelenkist onder de optimale omstandigheden binnen ongeveer anderhalve maand afgebroken, zodat de micro-organismen in de bodem bij het lichaam kunnen komen. Traditionele houten kisten vergaan uiteindelijk ook wel, maar dat duurt jaren. Daar komt bij dat de meeste kisten spaanplaat – samengeperste houtdeeltjes die met lijm bij elkaar worden gehouden – en vaak ook plastics bevatten.

Eureka-moment

Loop Biotech komt voort uit Hendrikx’ afstudeerproject aan de TU Delft. Dat draaide om het principe van ‘levende architectuur’. Het idee: in plaats van grondstoffen aan de natuur te onttrekken, wilde hij iets ontwerpen dat de natuur zou verrijken. ‘Ik ben alle natuurdocumentaires van David Attenborough gaan kijken. Ik zag hoe bijen nesten maken en hoe koraal groeit – en ik eindigde bij paddenstoelen.’ Zijn eerste product was een ‘levend huis’, gegroeid uit mycelium.

Hendrikx voelde dat hij iets in handen had, hij wist alleen niet welke vorm hij het moest gieten. ‘Ik ben vanuit de paddenstoel gaan denken. Mycelium is de grootste recyclaar van de natuur, maar alleen onder de grond. En welk product gebruiken wij als mensen in de bodem? Uitvaartkisten.’ Het was een eureka-moment.

De eerste kisten ‘kweekte’ hij na zijn studie in de garage van zijn ouders, in Eindhoven. Qua uiterlijk verschillen die hoekige en wat plompe prototypen hemelsbreed van het huidige moderne design, dat met zijn crèmewitte kleur en ronde vormen wat wegheeft van een kleine floatcabine. ‘Maar de functionaliteiten, zoals de draagkracht van 200 kilo, zijn nog steeds hetzelfde.’

Credit: Loop Biotech

Doodskist als troost

Na zijn afstuderen gaf Hendrikx zichzelf in 2020 een jaar om zijn ‘passieproject’ te volgen en de eerste persoon in zijn paddenstoelenkist te begraven. Het lukte binnen vier maanden. De ondernemer had een kleine 5.000 euro startkapitaal, bij elkaar verdiend met sponsordeals tijdens de Dutch Design Week, en een aantal pitchwedstrijden.

‘Ik verkocht direct drie kisten aan een uitvaartondernemer in Delft’, vertelt hij. ‘Op preorder, want ze hebben een week nodig om te groeien. Een paar dagen later belde hij me: hij had een kist verkocht en die had hij nú nodig. “De familie wil dit.” Ik had alleen dat prototype, dus is de overledene daarin begraven.’

Het was meteen de eerste keer dat Hendrikx de emotionele impact van zijn producten zag. De filosofie erachter verandert de beleving van de nabestaanden, ziet hij: in plaats van een eindpunt wordt de dood meer een transformatie, omdat iemand ‘opgaat in de natuur’.

‘En er gaat iets troostends uit van onze kisten. In plaats van hard en glanzend zijn ze zacht en aaibaar. Ze voelen als fluweel. We maken ook urnen. Ik hoor verhalen van mensen die zeggen dat ze daar op de bank mee knuffelen.’

Makkelijk te begrijpen product

Investeerders zijn ook enthousiast. Shawn Harris en Pieter Schoen staken in 2022 1 miljoen euro in de paddenstoelenkisten via het tv-programma Dragons’ Den; Harris deed later een vervolginvestering van nog eens 1 miljoen.

Aanvullend stapten twee ‘ervaren impact-angels’ in, wiens namen Hendrikx niet kan noemen, en haalde Loop Biotech 2 miljoen euro op via een crowdfundingcampagne op Invesdor. ‘In slechts twee weken’, zegt Hendrikx. ‘We hebben een makkelijk te begrijpen product. Iedereen snapt een doodkist, en de meeste mensen snappen dat je beter een kist in de grond kunt stoppen die is gemaakt van paddenstoelen, dan een van spaanplaat of metaal.’

Australië is niet de eerste internationale markt voor Loop Biotech; de scaleup is inmiddels in 10+ markten actief via lokale partners, vaak grote uitvaartkoepels of gespecialiseerde distributeurs. In Nederland werkt het bedrijf bijvoorbeeld samen met uitvaartorganisaties Dela en Monuta en in het Verenigd Koninkrijk met doodskistenleveranciers Halliday en JC Atkinson.

In Australië en Nieuw-Zeeland heeft de scaleup de handen ineen geslagen met gedenkplatenproducent Arrow Bronze. ‘Al bij de allereerste begrafenis kwamen er aanvragen uit die twee landen. Toen moesten we ‘nee’ verkopen omdat de organisatie er nog niet klaar voor was. Dat vond ik hartverscheurend.’

Wereldwijd verschepen vanuit Delft

Nu gaan de paddenstoelenkisten vanuit de ‘groeifaciliteit’ in Delft de hele wereld over. Loop Biotech kan hier voorlopig even vooruit: in de speciale klimaatkamers van de 1.450 meter grote fabriek kunnen ‘honderden doodskisten en duizenden urnen per maand’ worden gekweekt.

Toch is het niet ideaal. De transportkosten drijven de prijzen op en drukken op de marges. ‘Bovendien is het duurzamer om dichterbij onze klanten te produceren, hoewel we de CO2-uitstoot van het transport wel compenseren met certificaten.’ Maar voor lokale fabrieken, zijn droom, is het nu nog te vroeg. ‘We moeten eerst nóg meer tractie krijgen.’

Zijn scaleup heeft volgens Hendrikx alle klassieke cycli van een groeibedrijf doorlopen. ‘We zijn begonnen met stagiaires, studenten van de TU Delft die het interessant vonden en wilden aanhaken. Ik moest wat, ik had geen geld. Op een gegeven moment is mijn vriendin, inmiddels vrouw, Lonneke (Hendrikx-Westhoff, red.) erbij gekomen als operationeel en financieel directeur en zijn we teams gaan bouwen. Eerst een technisch team, voor de doorontwikkeling van het product en het opzetten van een fabriek. Toen dat eenmaal stond, moesten we dat technische team weer afschalen en de salesoperatie opschalen.’

De juiste mensen kiezen

Het verdienmodel is ‘rechttoe-rechtaan’: het bedrijf maakt kisten (1.495 euro) en urnen (225 euro) en verkoopt ze. Inmiddels zijn er ook urnen voor huisdieren en vouchers voor mensen die hun laatste rustplaats bij leven willen vastleggen.

Tot zover een overzichtelijk verhaal, maar hoe je die verkoop goed organiseert, bleek nog een hele puzzel. ‘We begonnen met accountmanagers die bij uitvaartbedrijven langs de deuren gingen, maar dat werkt alleen als je al een klantenbestand hebt.’

De ene verkoper is de andere niet, leerde hij. ‘We hadden geen relatiemanager nodig, maar iemand die partnerschappen bouwt.’ Al telt het team inmiddels een kleine twintig medewerkers, toch vindt hij teamkeuzes nog steeds een van de moeilijkste dingen aan het opschalen van het bedrijf. ‘Waar willen we heen, en welk type persoon past daarbij?’

De grens over om te groeien

Wel had Hendrikx snel door dat Loop Biotech om écht te kunnen groeien de grens over moest. ‘We maken geen granolarepen die je op elk moment van de dag kunt verkopen. De meeste mensen maken – als ze geluk hebben – zo’n vijf uitvaarten in hun leven mee en zijn daarnaast niet veel bezig met de dood. De kunst is om top of mind te zijn als dat wel gebeurt. We bouwen nu in veel landen tegelijk, zodat we straks in al die markten parallel kunnen groeien.’

Inmiddels heeft Loop Biotech al ‘duizenden families mogen helpen’. Hoeveel mensen al hun laatste rustplaats in de paddenstoelenkisten en -urnen vinden, laat hij in het midden. ‘Dat vind ik niet gepast. Het gaat wel over mensen.’

Hoe dan ook groeit de onderneming hard: sinds de oprichting is de omzet elk jaar ongeveer verdubbeld. Winstgevend is Loop Biotech nog niet, maar de scaleup is volgens volgens Hendrikx inmiddels wel ‘echt bedrijf’ geworden.

Dat begint zich ook in de cijfers af te tekenen: ‘Dit jaar hebben we voor het eerst een zwarte maand gedraaid. Even het hoofdje boven water.’ Een belangrijke mijlpaal. ‘De maand daarop was weer rood, maar we hebben nu bewezen dat winstgevendheid binnen bereik ligt. Nu moeten we die lijn structureel doortrekken.’

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

EV als batterij voor je huis of bedrijf? Veel meer auto's blijken al geschikt voor bidirectioneel laden dan gedacht

Met het verdwijnen van de salderingsregeling in 2027 wordt het voor particulieren aantrekkelijker om de elektriciteit uit hun zonnepanelen zoveel mogelijk zelf te gebruiken. Bedrijven zoeken intussen naar oplossingen voor netcongestie. In beide gevallen kunnen batterijen die lokaal energie opslaan een grote rol spelen.Daarvoor wordt vaak gekeken naar thuisbatterijen of grotere bedrijfsbatterijen. Maar waarom zou je de elektrische auto of e-truck niet inzetten als stroombuffer?Als je bijvoorbeeld een EV hebt met een accu van 70 kilowattuur en daar 10 procent van reserveert als buffer, heb je dezelfde capaciteit als een (thuis)batterij van 7 kilowattuur. De autobatterij moet dan wel kunnen opladen én ontladen, via een bidirectioneel systeem dat de accu van de elektrische auto ook stroom laat terugleveren. Bidirectioneel laden: welke laadpaal is geschikt? In de praktijk staat bidirectioneel laden nog in de kinderschoenen. Het wachten is onder meer op voldoende geschikte laadpalen.Als een elektrische auto via een gewone laadpaal stroom afneemt van het net, is dat zogenoemde wisselstroom (alternating current, AC). De accu van de auto werkt echter op gelijkstroom (direct current, DC). Bij het laden moet elektriciteit daarom worden omgezet van AC naar DC.‘Het belangrijkste verschil tussen AC- en DC-laden is waar de omzetting plaatsvindt. Bij een AC-laadpunt moet de onboard charger in de auto de stroom omzetten in gelijkstroom voor de batterij’, zegt technisch specialist Hans Olislagers. Voor laadpalenwebshop Wallboxdiscounter.com doet hij praktijkonderzoek naar de verschillende laadtechnologieën.Bij een DC-laadpunt vindt de omzetting buiten de auto plaats en levert de laadinstallatie rechtstreeks gelijkstroom aan de accu van de EV.Voor bidirectioneel laden is dit verschil belangrijk. Bij een AC-laadpunt moet de omvormer in de auto immers ook elektriciteit vanuit de batterij weer kunnen omzetten in wisselstroom voor teruglevering. Bij een DC-systeem voor bidirectioneel laden vindt die omzetting plaats in de laadpaal zelf. DC-laadpaal als alternatief voor thuisbatterij AC-laadpunten zijn doorgaans eenvoudiger en goedkoper, zeker als het laden van de EV het belangrijkste doel is. Snelle DC-laadpalen vind je nu vooral bij snelwegen.Maar wie zijn autobatterij ook wil gebruiken voor energieopslag – thuis of voor een bedrijf – kan een andere afweging maken. En daarbij kunnen DC-laadpalen voor thuis of op het bedrijfsterrein interessant worden.‘Het ligt eraan wat je gebruiksdoelen zijn’, vertelt eigenaar Guido Claus van Wallboxdiscounter.com. ‘Een thuisbatterij van 7 kilowattuur kost al snel 4.500 euro. Als je in plaats daarvan een deel van de accucapaciteit van de elektrische auto kunt gebruiken, kan het interessant zijn om in een bidirectionele DC-lader te investeren.’Daarbij geldt wel dat een elektrische auto en een vaste thuisbatterij niet volledig dezelfde functionaliteit hebben. Olislagers: ‘Een thuisbatterij is permanent beschikbaar, terwijl een autobatterij alleen kan worden gebruikt als de auto is aangesloten. Ook moet er voldoende accucapaciteit en actieradius beschikbaar blijven voor het rijden.’Dat laatste hoeft geen probleem te zijn als de gebruiker van de elektrische auto voor woon-werkverkeer bijvoorbeeld gemiddeld 40 tot 50 kilometer per dag aflegt met een accu die een actieradius van 380 kilometer biedt. Meer auto's blijken te kunnen terugleveren Bij bidirectionele DC-laders ben je dus niet afhankelijk onboard charger in de auto, al blijft de auto wel een actief onderdeel van het systeem en moet hij geschikt zijn om terug te leveren.Enkele fabrikanten, waaronder Renault en Kia, maken al reclame voor modellen die bidirectioneel kunnen laden met daarvoor geschikte technologie in de auto. Maar praktijktests die Olislagers deed, laten zien dat via een DC-lader al veel meer elektrische auto's stroom kunnen terugleveren, terwijl de fabrikant het betreffende model niet officieel als geschikt aanmerkt voor vehicle-to-home (V2H, thuisgebruik van EV-accustroom) of vehicle-to-grid (V2G, teruglevering aan het net).Tijdens tests bleek dat verschillende auto’s probleemloos stroom terugleveren aan een DC-systeem, aldus Olislagers. ‘Dit laat zien dat de technische mogelijkheden van bestaande elektrische auto's soms verder gaan dan uit officiële specificaties blijkt. Al betekent dit niet automatisch dat zo'n voertuig volledig is gecertificeerd of officieel ondersteund wordt voor vehicle-to-home of vehicle-to-grid.’In de praktijk kunnen flink wat elektrische auto’s echter wel functioneren als thuisbatterij. Claus geeft aan dat populaire modellen zoals de Kia Niro, De Hyundai IONIQ-serie maar ook verschillende Tesla’s stroom kunnen terugleveren via bidirectionele DC-laders. Wallboxdiscounter houdt een lijst bij van voertuigen die zijn getest. Nauwkeurig meten van stroom die auto ingaat en verlaat Voor de verdere ontwikkeling van bidirectioneel laden is onder meer standaardisatie van de communicatie tussen de auto en laadinstallatie van belang. Sinds 2022 bestaat er een internationale technische communicatiestandaard voor bidirectioneel laden (ISO 15118-20). De uitdaging voor de komende jaren ligt vooral bij verdere implementatie en ondersteuning door EV’s, laadpunten en energiesystemen.Nauwkeurige registratie van de energiestromen wordt hierbij steeds belangrijker.  De energiemeter in de laadinstallatie moet niet alleen betrouwbaar registreren hoeveel elektriciteit naar de auto gaat, maar bij bidirectioneel gebruik ook bijhouden hoeveel energie er vanuit het voertuig terugvloeit.Voor laadpalen geldt dat ze voor bepaalde toepassingen een zogenoemde MID-meter moeten hebben voor het registreren van laad- en ontlaadsessies. In Nederland is dat sinds dit jaar van belang voor de handel in zogenoemde ERE-certificaten die EV-rijders belonen voor het laden van groene stroom. EV-accu versus thuisbatterij Hoewel bidirectioneel laden zich nog in een pioniersstadium bevindt, lijkt er met DC-laadpalen al meer mogelijk dan je op het eerste gezicht zou denken. Olislagers: ‘Een EV heeft doorgaans een veel grotere batterij dan een afzonderlijke thuisbatterij. Wanneer slechts een beperkt deel daarvan beschikbaar wordt gesteld voor energieopslag, kan al een bruikbare buffer ontstaan voor zonnestroom, eigen verbruik of het beperken van piekbelasting.’Hiermee is niet gezegd dat een elektrische auto zonder meer als een volledig alternatief voor een thuisbatterij kan dienen, tekent Olislagers aan. ‘Dat hangt onder meer af van zaken als het beschikbare laad- en ontlaadvermogen, de gewenste minimale acculading en de momenten waarop de auto thuis of bij het bedrijf aangesloten is.’Voor early adopters is het volgens Claus hoe dan ook interessant om de ontwikkeling rond bidirectionele DC-laadpalen in de gaten te houden. ‘Als je de afweging wilt maken tussen de aanschaf van een thuisbatterij of bidirectioneel laden met een elektrische auto, gaat de keuze van laadpalen een grotere rol spelen.’ Lees ook:Nu energiekosten stijgen, loont verduurzamen met warmtepomp, zonnepanelen en thuisbatterij juist extra Grafiek: Fijnmazig laadnetwerk voor EV's geeft Nederland voorsprong op grote Europese autolanden 5 positieve trends die de groei van elektrisch rijden laten zien