Jeroen de Boer
02 november 2026, 15:31

Groen staal, maar dan betaalbaar: alternatief plan pleit voor koppeling met chemie

Staalbedrijven in Europa worstelen met de vraag hoe ze kunnen vergroenen én concurrerend kunnen blijven. Kennisinstituut ISPT ziet kansen voor een rendabele productie van CO2-neutraal staal in combinatie met circulaire chemie.

Tata Steel IJmuiden Groen Staal Staal wordt traditioneel gemaakt in contact met de open lucht. | Credits: Lez Noordhoff via Unsplash

‘Als je als chemicus op het terrein van een staalfabriek rondloopt, besef je pas goed hoe afwijkend het productieproces eigenlijk is. We maken al meer dan drieduizend jaar staal in contact met de open lucht, terwijl chemiefabrieken vanaf het begin als gesloten systemen zijn opgezet.’

Tjeerd Jongsma is nauwelijks te stoppen als hij vol enthousiasme vertelt over een alternatief plan om staalproductie in Europa volledig CO2-neutraal te maken, tegen relatief lage kosten. Groen staal, maar dan betaalbaar.

Kennisinstituut voor duurzame procestechnologie ISPT, waar Jongsma inmiddels zestien jaar directeur is, ontwikkelde een onconventioneel plan vanuit het idee om staalproductie te transformeren tot een gesloten proces. Het kernidee, bedacht door programmadirecteur Kees Biesheuvel, draait om CO2-neutraal staal via samenwerking met de chemische industrie.

Groen staal komt moeizaam op gang

Vrijwel alle initiatieven voor groen staal kijken alleen naar het productieproces in de fabriek zelf. De oplossing die er dan uitrolt draait doorgaans om vervanging van de klassieke hoogoven, waar zuurstof met behulp van kolen wordt verwijderd uit ijzererts. Dat kernproces levert veel CO2-uitstoot op.

Het alternatief van zogenoemde directe ijzerreductie werkt met ijzererts in de vorm van balletjes. De zuurstof kan dan uit het ijzererts worden gehaald met onder meer waterstof of methaan (aardgas).

Als je groene waterstof inzet voor ijzerertsreductie, moeten er wel enorme hoeveelheden groene stroom beschikbaar zijn voor waterstofproductie. Gebruik van methaan zorgt voor een andere uitdaging: afhankelijkheid van de import van aardgas, en daarmee gevoeligheid voor hoge gasprijzen in tijden van geopolitieke onrust.

In Europa zijn er diverse projecten voor groene staalproductie, maar die kampen allemaal met forse onzekerheden over de haalbaarheid van de businesscase. Dat speelt zeker ook bij het Groen Staalplan van Tata Steel in IJmuiden, waarvoor tot 2 miljard euro aan staatssteun is aangevraagd.

Gesloten systeem voor staalproductie

Volgens Jongsma kun je de businesscase van groen staal sluitend maken door een paar dingen anders aan te pakken. ‘Het belangrijkste is dat je het reductieproces van ijzererts niet meer met lucht doet, maar met een mengsel van zuurstof en CO2. Dan kun je een gesloten systeem bouwen, waarna je een reststroom van koolstofmonoxide overhoudt. Die benut je als basisgrondstof voor de chemie.’

Directeur Tjeerd Jongsma van ISPT. | Credits: ISPT

Voor de productie van ruwijzer kan dan nog steeds gebruik worden gemaakt van een hoogoven, maar dan in een systeem waarin koolstoffen volledig worden afgevangen en hergebruikt.

Je kunt volgens Jongsma in eerste instantie met kolen blijven werken voor de ijzerreductie, maar daar kunnen geleidelijk ook reststromen zoals biomassa en plasticresiduen aan worden toegevoegd. ‘In zo’n aangepaste opzet wordt het makkelijker om aan het eind van het proces een zuivere stroom van koolmonoxide over te houden.’

Van een staalfabriek zou dat beperkte aanpassingenvragen. ‘Klassieke staalcomplexen hebben al zuurstoffabrieken op hun terrein staan. Je kunt dus bestaande zuurstofproductie uitbreiden. Daarnaast moeten de hoogoveninstallaties worden aangepast, maar dat kost veel minder dan het opzetten van een proces dat met directe ijzerreductie werkt.’

Investeren in chemie

Om de businesscase rond te krijgen is wel een andere grote investering nodig: een chemiefabriek voor de productie van methanol en brandstoffen, met een prijskaartje van enkele miljarden euro’s.

Zo’n fabriek kan met twee grondstoffen werken: koolstofmonoxide en waterstof. ‘Als een staalfabriek de aanvoer van koolstofmonoxide kan garanderen, moet je alleen nog elektrolysers neerzetten om groene waterstof te maken met hernieuwbare energie. Dan heb je ingrediënten om enerzijds methanol te produceren, als basis voor onder meer kunststoffen; anderzijds kun je brandstoffen zoals kerosine maken met behulp van gas to liquids-technologie.’

Op deze manier kan de chemiesector in Europa circulair worden op echt grote schaal, zegt Jongsma. ‘De staalproductie wordt CO2-neutraal en je kunt kunststoffen duurzamer produceren.’

Het andere voordeel is volgens Jongsma dat het makkelijker wordt om te concurreren met aardolie als grondstof. ‘Dat is strategisch aantrekkelijk. Alleen Tata Steel Nederland zou er al voor kunnen zorgen dat Nederland 3 miljoen ton per jaar aan olie-import bespaart. Je kunt zo de afhankelijkheid van olie-import voor brandstoffen als kerosine flink beperken.’

Kansen voor Europa

Afgelopen week lichtte onderzoeksinstituut ISPT het plan toe tegenover spelers uit zowel de staalindustrie als de chemische sector. Jongsma kijkt daarbij verder dan alleen Tata Nederland: ‘Naast IJmuiden zitten de belangrijke Noordwest-Europese staalclusters bij ThyssenKrupp in Duisburg, bij ArcelorMittal in Gent en bij de fabrieken van Tata en British Steel in het VK.’

Daarnaast is betrokkenheid nodig van de chemiesector, vooral van spelers die ervaring hebben met het maken van vloeibare (brand)stoffen uit gassen (Fischer-Tropsch). Dat zijn onder meer partijen als Shell en het Amerikaanse Dow Chemical.

De kansen van een sectoroverschrijdende aanpak zullen sterk afhangen van vertrouwen aan twee kanten: een staalfabriek met een sterke marktpositie die geloofwaardig kan optreden als langetermijnleverancier van koolstofmonoxide, en een chemiebedrijf dat in Europa structurele vraag ziet naar circulaire kunststoffen en niet-fossiele motorbrandstoffen.

De Nederlandse overheid hakt naar verwachting begin 2027 de knoop door over de beoogde staatssteun voor het huidige Groen Staalplan voor Tata Steel. Dat is mede gebaseerd op vervanging van de hoogovens door een installatie voor directe ijzerreductie (DRI) op basis van aardgas.

‘We willen uitdrukkelijk niet interveniëren in dat proces’, zegt Jongsma over de positie van ISPT. ‘Interessant is wel dat je voor het reductieproces van ijzererts in een DRI-fabriek niet alleen waterstof of aardgas kunt gebruiken, maar ook koolstofmonoxide. Het een hoeft het ander dus niet helemaal uit te sluiten.’

Lees ook:

Niet wachten, maar doen: vier lessen van koplopers in de energietransitie

Martijn Hagens, CEO van Eneco, opende het seminar met een blik op de stand van de energietransitie. Die wordt volgens hem steeds complexer. Waar voorheen de nadruk vooral op duurzaamheid lag, spelen nu ook betaalbaarheid en leveringszekerheid een belangrijke rol. ‘We hebben te maken met netcongestie, hoge kosten en veel regels. Dat maakt het complex.’Toch is dat volgens Hagens geen reden om stil te staan. Er is al veel bereikt: van de grootschalige aanleg van windparken op zee tot de groei van zonnepanelen op daken. Bovendien zijn duurzame oplossingen betaalbaarder geworden. ‘Het is geen supermakkelijk werk’, erkent hij. ‘Maar we hoeven ook niet vanaf nul te beginnen.’Maar waar begin je als je als ondernemer wilt bijdragen aan de energietransitie? Tijdens het seminar deelden verschillende koplopers hun ervaringen. Eén ding werd duidelijk: er is vaak meer mogelijk dan je denkt. Les 1: Kies een richting Volgens Hagens begint verduurzaming met een duidelijke strategie. ‘Een van de belangrijkste dingen is om het niet meer als een set van losse maatregelen te zien, maar als een strategisch vraagstuk voor het bedrijf.’Hoe belangrijk dat is, weet ook Dimitri Bonthuis, duurzaamheidsmanager van de Eneco Tour en betrokken bij de organisatie en verduurzaming van de Formule 1 in Zandvoort. Tijdens het seminar deelde hij zijn lessen. Toen hij zich over de duurzaamheidsstrategie boog, lagen er maar liefst 27 verschillende initiatieven op tafel. Die vormden volgens hem “een beetje los zand”. Aan ambitie geen gebrek, maar een duidelijke koers ontbrak.De organisatie had geprobeerd om aan zoveel mogelijk Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties bij te dragen. Maar niet ieder duurzaamheidsdoel is even relevant voor een evenement als de Formule 1. Bonthuis besloot daarom keuzes te maken:Welke doelen passen bij het evenement? Waar kan de organisatie het meeste verschil maken? Wat gaat er eigenlijk al goed?Op basis van die vragen werd de duurzaamheidsstrategie opnieuw ingericht, met zes duidelijke pijlers: mobiliteit, energie, natuur, sociale impact, economische impact en nieuwe initiatieven. ‘De eerste letters van deze pijlers vormen samen het woord "mensen". En uiteindelijk is dat ook waar het om draait’, vertelt Bonthuis. ‘We doen dit voor mensen.’ Les 2: Zoek elkaar op Een duidelijke koers bepalen is een goed begin, maar hoe breng je je plannen vervolgens in de praktijk? Volgens Martijn Hagens is samenwerking daarbij cruciaal. De energietransitie brengt zoveel technische, financiële en maatschappelijke uitdagingen met zich mee dat organisaties die onmogelijk allemaal zelf kunnen oplossen.Zo werkte Bonthuis samen met onder meer de NS, de gemeente en de netbeheerder om het Formule 1-evenement te verduurzamen. ‘We hebben het met NS voor elkaar gekregen dat ze eigenlijk een soort metrodienst hebben gebouwd tussen Amsterdam en Zandvoort’, vertelt hij. Zo konden er ieder uur zo'n 10.000 bezoekers per trein worden vervoerd.Ook sportambtenaren van de gemeente Den Haag zochten de samenwerking op, vertelden ze tijdens het seminar. Voor de aanleg van een collectorveld dat warmte uit kunstgras wint, keek de gemeente naar de ervaringen in Eindhoven. Daar was het eerste collectorveld van Nederland aangelegd, maar dat werkte niet goed. Dankzij de lessen uit Eindhoven heeft Den Haag inmiddels een werkend collectorveld waarmee een school wordt verwarmd. Les 3: Kijk naar wat nu al kan Ook als je tegen beperkingen aanloopt, is er vaak nog veel mogelijk. Volgens Hagens draait de volgende stap in de energietransitie niet alleen om het opwekken van meer duurzame energie, maar ook om het slimmer benutten van de beschikbare energie. Bijvoorbeeld door aardgas te vervangen door elektrische oplossingen en het stroomverbruik beter over de dag te spreiden.Dat kan meerdere voordelen tegelijk opleveren. Door piekmomenten te vermijden, kunnen bedrijven hun energiekosten verlagen en ruimte vrijmaken op het stroomnet. Hoe dat werkt, laat Schaatsbaan Rotterdam zien. Met een batterij slaat de schaatsbaan stroom op wanneer die goedkoop is en gebruikt die tijdens dure piekuren.‘Er is niet één weg die voor alle bedrijven geldt’, benadrukt Hagens. Maar uitzoeken wat voor jouw bedrijf mogelijk is, blijkt niet altijd eenvoudig. Marijn Steegstra, bij Rabobank onder meer verantwoordelijk voor de energietransitie in Europa, vertelde tijdens het event dat veel ondernemers wel willen verduurzamen, maar niet weten hoe ze dat moeten aanpakken of financieren.Loop je daar tegenaan, dan kan het helpen om experts in te schakelen. Via GroenGebouw brengt Eneco ondernemers die willen verduurzamen in contact met Rabobank en helpt die bank bij het vinden van financiële oplossingen. Les 4: Breng anderen in beweging Wie vooroploopt, kan ook anderen in beweging brengen. Schaatsbaan Rotterdam is daar opnieuw een mooi voorbeeld van. Tijs Nederlof stond dertien jaar geleden mede aan de basis van deze mobiele schaatsbaan, die drie maanden per jaar open is. Dankzij een tunnel rondom de ijsbaan ligt het energieverbruik zo’n 60 procent lager dan bij een conventionele ijsbaan.Ook financieel is het concept succesvol. Waar andere schaatsbanen vaak met ingewikkelde gemeentelijke constructies werken, kan Schaatsbaan Rotterdam zelfstandig opereren. ‘We kunnen onze eigen broek ophouden’, aldus Nederlof. Inmiddels zijn er vergevorderde plannen voor een vergelijkbare schaatsbaan in Assen en wordt ook in Duitsland naar de mogelijkheden gekeken.Maar anderen inspireren kan ook binnen je eigen organisatie. Dat merkte ook Bonthuis bij de Formule 1 in Zandvoort. Nadat duurzaamheid een duidelijke plek in de strategie had gekregen, begon het organisatieteam zelf met nieuwe ideeën te komen. Zo kreeg een gebouw van de Floriade een tweede leven op het circuit. Dat idee kwam niet van Bonthuis, maar uit de organisatie zelf.Je kunt natuurlijk ook een voorbeeld zijn door bewustwording te creëren. Zo brengt Marianne van Leeuwen met Cycling4Climate mensen letterlijk in beweging voor het klimaat. Tijdens de jaarlijkse Climate Classic fietsen zo'n 2.500 deelnemers langs de toekomstige kustlijn van Nederland bij een stijgende zeespiegel. Koers kiezen De energietransitie is nog geen gelopen race. De uitdagingen zijn groot, maar de voorbeelden tijdens het seminar laten zien hoeveel er mogelijk is. Door koers te kiezen, samen te werken en in beweging te komen, kun je het verschil maken. Nog voordat het startschot voor de wielrenners klonk, vertrokken de aanwezigen met ideeën om zelf aan de slag te gaan.Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Eneco. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.