Teun Schröder
26 februari 2026, 15:00

Hoe houdt Nederland zijn basischemie groen, circulair én winstgevend? Overheid en bedrijven moeten samen aan de bak

Kan Nederland in 2050 een volledig circulaire chemiesector hebben zonder dat de industrie het land uit verdwijnt? Nieuw onderzoek laat zien dat de keuzes van vandaag bepalen of we koploper worden, of toekijken hoe bedrijven én uitstoot naar het buitenland weglekken.

GettyImages-869302164 (1) Een circulaire basischemie in Nederland is mogelijk, maar dan moeten snel de juiste beslissingen gemaakt worden. | Credits: Getty Images

Een volledig circulaire koolstofsector in 2050 is mogelijk. De industrie draait dan niet meer op fossiele brandstoffen, maar op recyclaat, biomassa en afgevangen CO2. Maar dat traject is niet zonder risico’s en kent stijgende kosten naarmate benodigde recyclingtechnieken en synthetische productiemethoden complexer worden.

Maar als Nederland zich houdt aan bestaand beleid en doorgaat op dezelfde voet als nu, dan zal de productie in ons land afnemen, verplaatsen bedrijven hun activiteiten en lekt uitstoot weg naar het buitenland. In dat geval daalt de mondiale CO2-uitstoot waarschijnlijk nog steeds niet.

In opdracht van Invest-NL onderzocht Eqolibrium wat het toekomstperspectief van de Nederlandse chemische sector is richting 2050. Op basis van een scenario-analyse schetsen de onderzoekers welke technieken, investeringskeuzes en beleidsmaatregelen bijdragen aan de verduurzaming van de sector. Ook laten ze zien wat de economische gevolgen van deze beslissingen zijn en wat ze doen met het concurrentievermogen van Nederland.

Scenario 1: business-as-usual

In het eerste scenario blijft het huidige beleid ongewijzigd op weg naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Nationale en Europese spelregels worden gevolgd, zonder aanvullende maatregelen gericht op het behoud van productiecapaciteit of versnelde verduurzaming. En dat is een probleem. Want zonder gegarandeerde afzetmarkt van circulaire chemische producten is het voor bedrijven minder aantrekkelijk om in Nederland te investeren.

Bovendien is het huidige Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM, ofwel de CO2-grensheffing) nog niet uitgebreid naar basischemicaliën en halffabricaten. Hierdoor worden Nederlandse producenten geconfronteerd met Europese klimaatkosten (zoals het EU ETS), terwijl zij op de Europese markt moeten concurreren met goedkopere importproducten uit regio’s zonder dergelijke beprijzing.

De onderzoekers verwachten daarom in scenario 1 dat de productiecapaciteit van de basischemie in Nederland sterk zal afnemen, tot 50 procent minder in 2040 ten opzichte van 2020. Wel zal de nationale CO2-uitstoot door het vertrekken van bedrijvigheid afnemen. Maar de onderzoekers verwachten dat er sprake gaat zijn van koolstoflekkage, doordat productie verschuift naar het buitenland.

Scenario 2: verdienvermogen

In scenario 2 gaan de onderzoekers ook uit van een klimaatneutraal Nederland in 2050, maar slagen overheid en bedrijfsleven erin om productiecapaciteit en concurrerend vermogen te behouden. In dit scenario is er nog steeds ruimte voor fossiele grondstoffen, maar worden emissies gecompenseerd door bijvoorbeeld CO2 af te vangen.

Ook investeren overheden en bedrijven in hoogwaardige recyclemethoden. Dit zorgt ervoor dat de productiecapaciteit van de basischemie in Nederland na een dip van 4 procent in 2030, in 2050 uiteindelijk gelijk blijft aan het niveau van 2020.

Scenario 3: maximale circulariteit

In het laatste scenario wordt maximaal ingezet op een circulaire koolstofsector en worden fossiele brandstoffen volledig uitgefaseerd. Net als in het verdienvermogen-scenario herstelt de productiecapaciteit zich hier na een tijdelijke dip volledig.

Een nadeel is dat dit scenario het meest kostbaar is. Richting 2050 stijgen de productiekosten van koolstofproducten tot 88 procent ten opzichte van 2020. Dat is een flink grotere stijging dan in scenario 1 (35 procent) en scenario 2 (46 procent). Dat komt doordat de laatste verduurzamingsstappen moeten worden ingevuld met dure synthetische routes, bijvoorbeeld op basis van afgevangen CO2 en groene waterstof.

Aanvullend  overheidsbeleid cruciaal voor basischemie

Wil Nederland de productiecapaciteit van de basischemie beschermen, een gunstige internationale concurrentiepositie waarborgen én de klimaatdoelen halen, dan is nationaal én Europees beleid cruciaal. De onderzoekers adviseren ten eerste een uitbreiding van het CBAM voor basischemicaliën om een gelijk speelveld op de Europese markt te creëren en weglek te voorkomen.

Verder moet de overheid de vraag naar circulaire producten stimuleren. De EU heeft daarvoor verschillende pakketten in de steigers staan. Zo helpt de Packaging and Packaging Waste Regulation – waarmee verpakkingen verplicht een aandeel recyclaat moeten bevatten – mechanische en chemische recycling.

FuelEU Maritime en ReFuelEU Aviation doen hetzelfde met de vraag naar duurzame brandstoffen SAF en biodiesel. Ook kunnen overheden vraagcreatie direct stimuleren via publieke inkoop, waarbij zij duurzaamheidscriteria hanteren bij hun eigen aanbestedingen.

Interessant in dit verband is dat regeringspartijen D66, CDA en VVD in het coalitieakkoord stellen dat de overheid bij opschaling van circulaire oplossingen als “launching customer” kan optreden om een gelijk speelveld te creëren en knelpunten weg te nemen.

Bedrijven ook aan zet

Bedrijven kunnen vervolgens een actieve rol spelen in de ontwikkeling van duurzame markten door strategische keuzes te maken binnen de bestaande beleidskaders. Zodra beleid zorgt voor afzetzekerheid, wordt het mogelijk om te investeren in kapitaalintensieve, circulaire productielijnen.

Daarnaast kunnen langetermijncontracten de investeerbaarheid van projecten in duurzame of biogene grondstoffen verbeteren. Ook productontwerp is cruciaal: door in te spelen op ecodesignregels kunnen bedrijven beter recyclebare en biobased producten ontwikkelen.

De onderzoekers concluderen verder dat infrastructuur de ‘harde’ voorwaarde voor succes is. Zelfs de meest rendabele technologische route verliest zijn investeerbaarheid als de noodzakelijke elektriciteits-, waterstof- en CO2-infrastructuur niet tijdig op orde is.

Lees ook:

Nu koffie en cacao schaarser worden moeten topmanagers als systeemleiders werken, zegt ceo Rainforest Alliance

Nike, Estée Lauder, Unilever: Santiago Gowland heeft hoge functies bij multinationals op zijn cv staan. Maar hij doesn't give a shit about carrière maken, zegt hij stellig. 'Ik wil alleen een baan waar ik nog geld toe voor zou geven.'De Argentijn Gowland is daarom sinds 2021 ceo van Rainforest Alliance, de non-profitorganisatie achter het bekende kikker-keurmerk. 'De eerste ceo uit het mondiale Zuiden', benadrukt hij nog vóór ik op de opnameknop heb kunnen drukken. 'Het is voor mij heel belangrijk dat de organisatie een ceo heeft die zelf uit een land komt waar meer dan de helft van de mensen in armoede leeft. Anders blijft het allemaal zo koloniaal.'Rainforest Alliance is bekend van zijn keurmerk voor koffie, thee en chocolade. Meer dan vijfduizend bedrijven wereldwijd werken ermee. Producten met het keurmerk zijn geproduceerd zonder ontbossing, met een goed loon voor boeren en onder strikte eisen over onder meer pesticiden. Volgend jaar bestaat de organisatie veertig jaar.Recent lanceerde de ngo iets nieuws: naast de al bestaande Sustainable Agriculture Certification is er nu ook de zogenoemde Regenerative Agriculture Certification. Gowland raakt er niet over uitgepraat. Het keurmerk moedigt aan waar hij pal achter staat. Hij wil de landbouw niet alleen minder slecht maken, maar góed. 'Niet alleen ontbossing stoppen, maar ook het land herstellen.' Systeemverandering in de voedselketen De Argentijn is in Nederland voor de Amsterdam Cocoa Week, waar hij spreker is tijdens een panel over de toekomst van cacao in een veranderende wereld. Hij vindt het fijn om weer in Amsterdam te zijn, zegt hij. Lachend: 'Mijn woordenschat is maar beperkt, dan komt de directheid van jullie Nederlanders goed van pas.'Van die beperkte woordenschat is weinig te merken; zijn betoog over het veranderen van het landbouwsysteem komt er vloeiend uit. 'Ik heb deze baan vier jaar geleden aangenomen om de organisatie te transformeren', zegt Gowland. 'Ik wil geen Nike-sneakers meer verkopen on the side, maar me vol inzetten op systeemverandering in de markt. Na compliance en het integreren van duurzaamheid is dat de volgende stap voor bedrijven.'Hij maakt wat schetsen op zijn tablet. 'Er zijn vier dingen nodig om een systeem te veranderen', legt hij uit. 'Vraag, aanbod, geldstromen en data plus infrastructuur. Kijk bijvoorbeeld naar elektrische auto's. Die worden veel gemaakt, reclame drijft de vraag op én overheden hebben normen gesteld voor bijvoorbeeld het aantal laadpalen.''Op zo'n manier kun je ook naar het voedselsysteem kijken. Ons nieuwe keurmerk helpt met de vraag naar producten die op regeneratieve wijze geteeld zijn. Mensen kopen nu eenmaal graag dingen die goed zijn voor hen én anderen. Waarom zou je chocola willen eten die het land vernielt waar het leven van je kinderen van afhankelijk is, of je bedrijf? Dat is net als stelen.' Boeren in het hart van het voedselsysteem Gowland heeft een duidelijke stip op de horizon: een markt waarin bedrijven hun impact op mensen en natuur niet externaliseren om meer winst te maken, maar juist meenemen in hun waardeketen. 'Niet als kosten, maar als vermogen. Nu hebben veel bedrijven hun verdienmodel gebouwd op goedkope arbeid en gratis natuur. Maar dat model werkt niet meer', legt hij uit.'De aarde is dusdanig gedegradeerd dat het simpelweg niet meer mogelijk is. Droogtes, overstromingen... Als we niets veranderen, is in 2050 de helft van het land waarop nu koffie en cacao verbouwd worden, onbruikbaar.'En er moet een hoop veranderen, als het aan Gowland ligt. Om te beginnen: niet de bedrijven, maar de boeren moeten in het hart van het 'vliegwiel' staan. 'Nu hebben bedrijven veel te veel macht. Het moeten juist de producenten zijn die profiteren van wat ze verbouwen. Onze standaarden en duurzaamheidsprogramma's verzekeren hen van weerbare gewassen, een goed inkomen en toegang tot de markt.'Onder Gowland heeft Rainforest Alliance meerdere nieuwe diensten gelanceerd. Niet alleen het regeneratieve keurmerk, maar ook een sourcing risk assessment. 'Daarbij brengen we in kaart wat de risico's zijn voor bedrijven om in te kopen bij een bepaalde producent. Daaruit volgen concrete actiepunten om die risico's te verkleinen. Ze krijgen dan trainingen en technische ondersteuning. Zo bereiden we producenten voor op een certificaat.' Waarde toevoegen voor agrariërs Met die focus op boeren in het achterhoofd noemt Gowland de ngo een 'grassroots-organisatie'. 'Boeren geven ons het mandaat voor onze missie. Wat we doen, moet voor hén waarde toevoegen. Eerder hoorden we weleens dat ons keurmerk boeren meer kostte dan opleverde. Dat kan natuurlijk niet. Ons idealisme is niet het belangrijkste, dat zijn zij.'Gowland komt net uit Mexico, waar hij een aantal producenten heeft bezocht. 'Dat is mijn favoriete onderdeel van mijn baan', glimlacht hij. 'Met de boeren zijn, hun taal spreken, Mezcal drinken. Die verbinding is heel belangrijk voor me.'Dat de ceo zich thuisvoelt op het platteland, is niet zo gek. Hij groeide op op een boerderij in Argentinië. Nu heeft hij, naast het voormalige land van zijn vader, ook een eigen stuk grond. Daar gaat hij heen als hij zich wil focussen, vertelt hij. Hij plantte er tweeduizend bomen en werkt met permacultuur. 'Je zou de hoeveelheid vogels, insecten en hazen eens moeten zien. Vergeleken daarmee is het land ernaast, waar ze wel pesticiden gebruiken, net een stoep.' Het belang van weerbare ketens Ook grote bedrijven profiteren uiteindelijk van verduurzaming en weerbaarheid bij de boer, legt de ceo uit. 'Zij kunnen rekenen op producten met veel voedingsstoffen, een stabiel aanbod en lagere risico's in de toeleveringsketen. Dat is belangrijk, vooral in een tijd waarin klimaatverandering een steeds groter deel van de landbouw bedreigt. Het gaat niet meer om compliance of moreel besef, maar om de overlevingskansen van je bedrijf. En: als bedrijven profiteren, profiteren investeerders ook.'Het is niet zo dat bedrijven nu het belang niet van verduurzaming en weerbare ketens niet inzien. Maar hun aanpak is vaak te gefragmenteerd, zegt Gowland. Kijk alleen al naar de eigen duurzaamheidslogo’s die grote koffie- en cacaoverkopers gebruiken. 'Merken willen allemaal dat hun eigen duurzame projecten opvallen. Dat is niet zo gek, want duurzaamheid creëert merkwaarde en klantloyaliteit. Maar ze claimen dingen die ze helemaal niet in hun eentje kunnen bereiken. Je kunt niet concurreren op iets waar je elkaar voor nodig hebt.'Hij verwijst naar de Toren van Babel: 'Als je allemaal een andere taal spreekt, kun je geen toren bouwen. Dat geldt ook voor systeemverandering. We zullen moeten samenwerken, met eenzelfde taal, een collectief begrip van de problemen en oplossingen en gedeelde investeringen.''Uiteindelijk is het een leiderschapsvraag', claimt Gowland. 'Mensen met hoge functies bij grote bedrijven moeten zichzelf gaan zien als systeemleiders, niet alleen bedrijfsleiders. Gebeurt dat niet, dan schaden zij uiteindelijk hun bedrijf. We hebben betere leiders nodig. En ik wil dat gesprek op gang brengen.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Lees ook:Meer impactbedrijven stellen hun keten open à la Tony's Chocolonely: slim, maar ook risicovol Zeewier kan helpen het stikstofprobleem in de landbouw op te lossen, laat de raffinaderij van Nikki Spil zien Plantaardig dieet kan boeren miljarden kosten: 'Daar kunnen ze niet alleen voor opdraaien'