Maaike Kooijman
29 april 2026, 16:08

'Marktplaats' voor materialen moet de stad circulair maken: 'Met Lego-blokjes speel je toch ook meer dan één keer?'

Maeconomy haalde deze maand 1,5 miljoen euro financiering op om een ‘zoekmachine’ voor materialen in de stad uit te bouwen. Wat zijn de ambities? Oprichter Vince Meens: ‘Over een paar maanden hebben we de materialen in heel Nederland in kaart gebracht.’

Changemaker Vince Meens - blauw Oprichter Vince Meens van Maeconomy. | Credits: Maeconomy / Bewerking Change Inc.

‘Kinderen zijn gewend om meerdere keren met hun Lego-blokjes te spelen. Niemand bouwt een huis van Lego en vraagt z’n ouders dan om nieuwe. Waarom doen we dat in de maatschappij dan wel?’

We zouden Lego-steentjes, ofwel materialen in gebouwen, vaker moeten gebruiken. Met die gedachte richtte ondernemer Vince Meens in 2023 Maeconomy op. ‘Om de Lego-doos van de stad te laten zien.’

Hij houdt sowieso van analogieën met speelgoed, zo blijkt: Monopoly is ook een grote inspiratiebron voor hem. Niet de variant die wereldwijd beroemd is, maar de ándere variant die bedenker en anti-monopolist Elizabeth Magie aan het begin van de twintigste eeuw verzon. ‘In die variant kun je niets bezitten wat van de Aarde is. Wil je het gebruiken, dan moet je er een bijdrage voor betalen. Dat lijkt me een ideale wereld.’

Met Maeconomy wil Meens de circulaire economie stimuleren door inzichtelijk te maken welke waardevolle materialen uit gebouwen en infrastructuur vrijkomen voor hergebruik. De startup laat zien hoeveel materiaal ergens zit, wat het nog waard is, hoe goed de kwaliteit is na gebruik en wat hergebruik oplevert in geld en CO2-besparing. Die bouwmaterialen moeten vervolgens beschikbaar worden op een soort marktplaats voor hergebruik.

Eerder deze maand haalde Maeconomy 1,5 miljoen euro financiering op van Lumo Labs en LIOF, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van de Provincie Limburg.

Gefeliciteerd met de financiering! Hoe gaan jullie het geld gebruiken?

‘We kunnen dit geld vooral goed gebruiken om ons voorspellingsprogramma beter te maken. Toen we op het idee kwamen om alle materialen in gebouwen en infrastructuur in kaart te brengen, zijn we eerst veel inspecties op locatie gaan doen. Dat is natuurlijk heel tijdrovend. Daarom passen we nu AI toe op data van onder andere het Kadaster. Zo kunnen we de bibliotheek van gebouwen waar we heel veel over weten gebruiken om iets te zeggen over de gebouwen waar we nog niet zijn geweest. Een soort zoekmachine voor materialen.

Die zoekmachine werkt eigenlijk heel goed. Over een paar maanden hebben we naar schatting heel Nederland in kaart gebracht. Natuurlijk blijft het een voorspelling, maar daarmee kunnen we wel inschatten welke gebouwen het waard zijn om verder te inspecteren en certificeren.’

Kunnen al die in kaart gebrachte materialen later worden hergebruikt? Gebouwen van baksteen en beton zijn niet zo makkelijk uit elkaar te halen als Lego-huizen.

‘We leven nog lang niet in een ideale wereld waarin alles modulair is en makkelijk uit elkaar gehaald kan worden. Maar bakstenen kun je opnieuw stapelen, en beton kun je in principe scheiden tot de drie grondstoffen − zand, grind en cement − waarvan je vervolgens nieuw beton kunt maken.’

Wat levert dat op?

‘De drempel naar een circulaire economie is geen technisch probleem; het probleem is dat de incentives nu niet kloppen. Met Maeconomy willen we een financiële waarde toekennen aan materialen. Zodat ze niet als afval worden gezien, maar eerder als iets waar statiegeld op zit. Dat kan doordat we de materialen per eenheid registreren in wat we ons Internet of Materials noemen.

Nu is het zo dat veel materialen in gebouwen en infrastructuur financieel gezien geen waarde hebben. Pas in de laatste weken voor de sloop gaan we op zoek naar iemand die er toevallig nog iets mee wil. Maar door ons register kunnen materialen al veel eerder verhandeld worden, als het ware gereserveerd. Doordat zeker is dat iemand er iets mee wil, wordt de waarde erkend. Eigenaren van gebouwen kunnen die waarde dan nu al inzetten voor bijvoorbeeld nieuwe projecten.’

Hoe zit dat financieel in elkaar?

‘Kijk naar gemeenten. Die schrijven eigendommen standaard af naar nul. Daardoor zijn ze onzichtbaar op de financiële balans. Hooguit krijgen ze aan het einde van de levensduur van een gebouw of weg nog korting op de sloop omdat de materialen hergebruikt kunnen worden.

Als we door onze marktplaats een opkoopgarantie kunnen bieden, kunnen gemeenten met restwaarden gaan werken. Daardoor krijgen ze meer financiële ruimte voor investeringen. Tegelijkertijd krijgen ze de mogelijkheid om zich te verzekeren van voldoende lokale materialen. Het idee is niet dat een baksteen 100 kilometer vervoerd moet worden.’

Voor wie is dit interessant?

‘We richten ons in de beginfase met name op de gemeenten. Dat is een strategische keuze: deels omdat we met één klantgroep willen beginnen, deels omdat gemeenten een voorbeeldfunctie hebben. Maar uiteindelijk zijn bijvoorbeeld ook woningcorporaties een interessante doelgroep. Zij bezitten veel gebouwen die bovendien vrij homogeen zijn.

Werken met gemeenten bevalt goed, maar was wel even wennen. Ik kom uit de startupwereld. Waar startups in weken of maanden denken, denken gemeenten eerder in jaren. Ook de processen zijn anders. Als je bij de gemeente met iemand aan tafel zit, kun je er niet vanuit gaan dat diegene ook meteen kan schakelen. Het voordeel is wel dat de meeste gemeenten op eenzelfde manier werken.’

Je komt uit de blockchainwereld en was onder andere mede-oprichter van crypto-app Blox. Voel je je thuis in de circulaire economie?

‘Maeconomy lijkt misschien heel anders dan andere dingen die ik heb gedaan, maar ik heb me altijd al beziggehouden met marktplaatsen en beurzen. Ik geloof heel sterk dat een heleboel problemen opgelost kunnen worden als we dingen transparant voor een groot publiek aanbieden. In dit geval op een soort grondstoffenbeurs voor de stad, waar staal, beton, asfalt en andere materialen verhandelbaar zijn.

Maeconomy voelt voor mij als een soort levenswerk waarin alle elementen samenkomen: mijn achtergrond in software, marktplaatsen, vastgoed en impact.’

Me wie wil je nog graag samenwerken?

‘We zijn nu met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aan het kijken of we onze technologie en service landelijk kunnen aanbieden aan gemeenten. Dat is een grote stap.

De droom is om uiteindelijk een publiek systeem te worden dat net zo standaard is als bijvoorbeeld het SWIFT-banksystee voor financiële transacties. Ook buiten Nederland. Zodat zelfs particulieren die een eigen huis bouwen deze stappen kunnen doorlopen, en de materiaalresten bijvoorbeeld als zekerheid bij hun hypotheek kunnen opvoeren voor lagere hypotheeklasten. Laten we zeggen dat we nog wel even zoet zijn met Maeconomy.’

Lees ook:

Deze modeveteraan verkocht 35 jaar kleding, nu wil hij de textielberg helpen opruimen

Ruim 35 jaar lang werkte Patrik Frisk voor merken die iedereen kent: The North Face, Timberland, Under Armour. Best wennen dus dat hij nu, in de herfst van zijn carrière, leiding geeft aan een onbekende scaleup - en ook nog eens aan iedereen moet uitleggen wat die scaleup eigenlijk precies doet.Hij kan er zelf smakelijk om lachen. ‘In mijn vorige banen werd ik soms op straat aangesproken. Dat gebeurt me nu niet meer, en dat vind ik helemaal niet erg.' Nederland circulair in 2050 Frisk, een Amerikaan van Zweedse afkomst, is nu drie jaar ceo van Reju. Dit Franse textielrecyclingbedrijf haalde begin april de media met het nieuws dat het een subsidie van 135 miljoen euro ontvangt vanuit de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI), een overheidsregeling om verduurzaming van de industrie te versnellen.Die subsidie is bedoeld voor de bouw van een grote textielrecyclingfabriek op industriecomplex Chemelot, bij Geleen. Met de verse miljoenen komt de bouw daarvan dichter bij een definitieve investeringsbeslissing. De totale kosten bedragen ongeveer 350 tot 400 miljoen euro, waarvan ook een deel door Reju's moederholding wordt ingelegd, het Franse technologie- en engineeringbedrijf Technip Energies.In totaal wordt via het NIKI-fonds 1,2 miljard euro aan publiek geld verdeeld. Is het niet wat vreemd dat een aanzienlijk deel van die pot naar een niet-Nederlandse partij gaat? Frisk vindt van niet. ‘Deze investering is in lijn met de ambitie van Nederland om in 2050 volledig circulair te zijn. Daarbij is textielafval geen Nederlands issue, maar een internationaal probleem, dat ook internationaal moet worden opgelost.' Polyester van petflessen De benodigde bouw- en milieuvergunningen worden naar verwachting in de loop van 2026 toegekend, waarna met de bouw kan worden gestart. Frisk verwacht dat de fabriek in de tweede helft van 2028 operationeel is. Zodra de Regeneration Hub klaar is, zegt hij, zal het de grootste in zijn soort ter wereld zijn. De fabriek kan 60 kiloton (60.000 ton) textielafval per jaar verwerken. Dat zijn zo'n 300 miljoen kledingstukken.Reju maakt sinds 2023 deel uit van Technip Energies, maar ontstond drie jaar eerder als joint venture tussen Technip Energies, IBM en het Amerikaanse sportmerk Under Armour. Op initiatief van Frisk: als ceo van Under Armour zocht hij naar manieren om het gebruik van nieuw (‘virgin’) polyester in de collecties van het merk in te dammen.‘Voor sportkleding is polyester een voor de hand liggende keuze vanwege de technische eigenschappen van het materiaal’, vertelt hij. ‘Maar het is ook een vervuilende keuze – het wordt gewonnen uit aardolie.’Een van zijn speerpunten was om het aandeel gerecycled polyester in de collecties ‘agressief’ - zijn woorden - te verhogen. Alleen begon hoogwaardig gerecycled materiaal net schaars te worden. Frisk: ‘Gerecycled polyester wordt op dit moment grotendeels gemaakt uit petflessen. Maar de frisdrankindustrie heeft die flessen hard nodig om aan haar eigen duurzaamheidsdoelen te voldoen. Daarbij is het ook niet logisch, laat staan houdbaar, dat de kledingsector voor verduurzaming afhankelijk is van een afvalstroom uit een andere industrie.’ Afbreken tot kleinste bouwstenen Textiel-tot-textielrecycling, waarbij afgedankt textiel de grondstof wordt voor nieuw textiel, is volgens de Reju-ceo de enige echte oplossing voor de mode-industrie. Dat kan op twee manieren: mechanisch of chemisch. Reju maakt gebruik van het laatste proces.Bij mechanische recycling wordt de 'grondstof' versnipperd en vervezeld, bij chemische recycling worden de polymeerketens afgebroken tot de kleinste bouwstenen, het monomeer rBHET. Het resultaat is een zuiver wit poeder – zonder kleurstoffen of chemicaliën - dat opnieuw kan worden ‘opgebouwd’.[caption id="attachment_178230" align="alignnone" width="750"] Impressie van de nieuwe fabriek van Reju in Chemelot, die in 2028 operationeel moet zijn. | Credit: Reju[/caption]Bij Reju werd de wetenschappelijke basis voor dit proces gelegd door IBM. ‘Hun R&D-afdeling doet sinds de jaren ‘70 onderzoek naar polymeren voor computeronderdelen’, vertelt Frisk. ‘In 2019 stuitten de onderzoekers op een katalysator die in staat is om polyester op een heel efficiënte en energiezuinige manier af te breken. Die technologie hebben we samen met Technip opgeschaald. In Frankfurt, daar staat onze demofabriek.’In Frankfurt wordt 1.000 ton rBHET per jaar geproduceerd, de fabriek op Chemelot kan straks jaarlijks ongeveer 50.000 ton rBHET produceren. Daarvan wordt het eigen Reju Polyester gemaakt, in korrelvorm en als garen, dat volgens een extern uitgevoerde levenscyclusanalyse een 50 procent lagere CO2-voetafdruk heeft dan nieuw polyester.Frisk: ‘Bijkomend voordeel is dat onze grondstof de industrie ook helpt om minder afhankelijk te worden van olie-import uit andere regio’s. Dat was toen we hier in 2020 mee begonnen nog geen issue, maar nu wel.’ Nieuwe EU-regels Het is alleen wel duurder. De Boston Consulting Group schat in een recente studie dat de productiekosten van textiel-tot-textielrecycling ongeveer tweeënhalf keer hoger zijn dan nieuwe vezels. 'Reju polyester zal altijd duurder blijven dan virgin polyester’, knikt Frisk. ‘Maar daar staan veel voordelen tegenover – en bovendien moeten fabrikanten met de nieuwe EU-regels straks wel.’Zo moeten kledingstukken vanaf 2027 voorzien zijn van een digitaal productpaspoort met informatie over materialen en recyclebaarheid. En via de Ecodesign-verordening komen er naar verwachting binnen twee jaar ook eisen voor gerecyclede materialen in kleding.Frisk stopte in 2022 als ceo van Under Armour. Na zijn vertrek stapte het bedrijf al vrij snel uit de joint venture. ‘Een beslissing waar ik het niet noodzakelijkerwijs mee eens was, maar dat is hoe het in het bedrijfsleven gaat. Under Armour wilde zich meer op zijn kernactiviteit focussen – het maken van sportkleding – en minder op wetenschappelijke sideprojecten. Daarop vroegen mijn partners bij IBM en Technip Energies of ik de commerciële uitrol van de technologie wilde gaan leiden.’ Textielman, geen ingenieur Daar moest hij even over nadenken. ‘Ik ben een textielman, geen chemisch ingenieur. Ik wist ook niet precies waar ik instapte. Dus heb ik eerst twee maanden de tijd genomen om onderzoek te doen naar de markt én de omvang van het probleem.’ Hij was geschokt door wat hij tegenkwam. Het afgelopen jaar gooiden Europeanen zo’n 13,3 miljoen ton aan afgedankte kledingstukken, beddengoed en ander textiel weg, blijkt uit de BCG-studie.Die berg wordt alleen maar groter: we kopen meer, dragen het korter, en gooien dus ook veel meer weg. Een ontwikkeling die door fast fashionketens als H&M en Zara in gang is gezet en door polyester wegwerpkleding van Shein is versneld. De markt voor (ultra) fast fashion groeit tot 2035 met 11 procent, en de verwachting is dat Europeanen tegen die tijd jaarlijks ruim 18 miljoen ton aan kleding en textiel weggooien.Wat er in de textielbakken belandt, is bovendien steeds vaker van inferieure kwaliteit en dus ongeschikt voor doorverkoop. Frisk: ‘Maar wél geschikt voor recycling.’ Ecosysteem aanjagen Er moet alleen veel gebeuren voor dat op industriële schaal kan. Om te beginnen moet de inzameling worden verbeterd. De meeste ingezamelde kleding wordt nu namelijk vernietigd: wereldwijd eindigt 87 procent op de stort of in de verbrandingsoven. In Europa is dit al beter geregeld, daar wordt ongeveer een derde via textielbakken ingezameld. In Nederland is dit zelfs 47 procent – maar daarmee mis je alsnog ruim de helft.En inzameling is nog maar de eerste stap, vervolgt Frisk. ‘Het sorteren van die kleding gebeurt voor 99,9 procent handmatig en is gericht op hergebruik en doorverkoop. Er wordt gekeken naar het uiterlijk en de kwaliteit van de kleding, niet waarvan het gemaakt is. Terwijl we juist op materiaal- en vezeltype moeten sorteren. Die kledingstukken moeten vervolgens worden klaargemaakt voor recycling, onder meer door alle ritsen en knopen te verwijderen. Daarvoor hebben we grootschalige en geautomatiseerde sorteer- en verwerkingsfaciliteiten nodig. Die zijn er nog niet.’Hij ziet het als zijn taak om dat ‘ecosysteem’, zoals hij het noemt, aan te jagen. Noem het je verantwoordelijkheid nemen, noem het schuldgevoel. ‘Feit is dat ik 35 jaar lang veel, heel veel, kleding en schoenen heb verkocht en ik weet dat veel van die spullen nog steeds ergens rondzwerven. Ik wil laten zien dat we die producten helemaal niet hoeven weg te gooien of te verbranden. We kunnen er iets nieuws van maken, iets beters.'Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook:Fast fashion zonder afval? Avantium claimt doorbraak in ‘onrecyclebaar’ textiel Kiki Hagen (Collectief Circulair Textiel): ‘Er is nu al genoeg kleding voor de komende 6 generaties’ Textielverwerkers verdrinken in goedkoop polyester: ‘Sector in staat van crisis’