De kartonnen doos om je pakketje, het plastic bakje van je vegaworst, de glazen pot waar je bonen inzitten: verpakkingen zijn overal. Europeanen gooien er per persoon elk jaar meer dan 175 kilo van bij het afval. In het ideale geval worden daar dan nieuwe verpakkingen van gemaakt. In de praktijk valt dat tegen.
Daarom geldt vanaf vandaag (12 augustus 2026) de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR). Die moet zorgen voor minder én betere verpakkingen. Dat heeft gevolgen voor wie verpakte producten maakt, importeert of koopt.
We praten je bij over de belangrijkste wijzigingen − en de effecten daarvan.
Wat houden de nieuwe regels voor verpakkingen in?
De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) vervangt de eerder geldende Packaging and Packaging Waste Directive (PPWD) uit 1994. Wie de afkortingen vergelijkt, ziet weinig verschil. Maar waar het voorheen om een richtlijn (directive) ging, is de PPWR een verordening (regulation). Bij een richtlijn mogen EU-lidstaten zelf bepalen hoe ze gestelde doelen willen behalen, terwijl een verordening in de hele Europese Unie geldt.
De verschillen tussen de twee wetten zijn deels juridisch van aard. Zo worden er in de PPWR meer soorten verpakkingen onderscheiden en verandert de definitie van wat een ‘verpakking’ is. Ook moeten fabrikanten voor elke verpakking een zogenoemde conformiteitsverklaring opstellen en verdwijnt de drempel voor het doen van aangifte over verpakkingengebruik.
Vooral dat laatste stuit op veel verzet van (kleine) ondernemers. ‘Je moet aangeven hoeveel verpakkingsmateriaal je hebt gebruikt en waar het vandaan komt. Maar dat kan ik moeilijk doen met tweedehands dozen die ik van straat heb gevist’, zegt antiekhandelaar Jeroen Maasdam tegen NRC. ‘Ik ben echt wel voor een groener milieu, maar dit wordt compleet verkeerd aangepakt.’
Extra regels voor duurzame verpakkingen
Tegelijkertijd bevat de PPWR maatregelen die invloed hebben op duurzaamheid en circulariteit. Etensverpakkingen mogen bijvoorbeeld nog maar een zeer lage concentratie pfas bevatten. Er komen uniforme symbolen die consumenten moeten helpen bij het scheiden van verpakkingsafval. En vanaf 2030 mogen verpakkingen niet groter of zwaarder zijn dan nodig. Geen grote dozen voor kleine pakketjes meer.
Tegen die tijd moeten ook vrijwel alle in de handel gebrachte verpakkingen recyclebaar zijn, uitgedrukt in een ‘prestatieklasse voor recyclebaarheid’. En voor onder meer de e-commercesector komen er doelen voor het hergebruik van verzendverpakkingen. De belangrijkste maatregelen gaan dus pas in 2030 in.
Een handig overzicht van alle nieuwe regels en normen vind je hier.
Kansen voor recyclers, maar komen die op tijd?
De PPWR bevat niet alleen normen voor de recyclebaarheid van verpakkingen, maar ook voor de hoeveelheid gerecycled materiaal die ze vanaf 2030 moeten bevatten.
Etensverpakkingen met kunststof PET als belangrijkste bestanddeel moeten dan bijvoorbeeld uit 30 procent gerecycled materiaal bestaan; andere etensverpakkingen uit 10 procent; en overige kunststofverpakkingen uit 35 procent gerecycled materiaal. Die normen zijn van toepassing op het kunststof gedeelte van verpakkingen.
Deze maatregel moet − en kan − de vraag naar gerecycled plastic flink stimuleren. En dat is nodig ook: de afgelopen jaren zijn veel plasticrecyclers omgevallen omdat ze niet konden concurreren met goedkoop nieuw plastic uit China.
De vraag is echter of ze er nog drieënhalf jaar op kunnen wachten. ‘We weten dat we in de toekomst meer moeten recyclen. Maar vandaag zitten veel bedrijven in een moeilijke positie. Daardoor dreigen we capaciteit te verliezen die we later hard nodig zullen hebben’, zei Eric van Roekel van het bedrijf Van Werven Plastic Recycling eerder dit jaar nog.
De sector wijst erop dat er miljoenen tonnen extra recyclingcapaciteit nodig zijn om aan de verplichtingen uit de PPWR te voldoen. Die kan alleen worden opgebouwd als bedrijven ook vóór 2030 al extra recyclaat afnemen.
Nederlandse producentenorganisatie ‘drukt op pauzeknop’
Hoewel de PPWR vandaag ingaat, zeggen marktpartijen nog ‘onduidelijkheden’ te zien in de regelgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verschil tussen de begrippen ‘producent’ en ‘fabrikant’, en daarmee ook de vraag wie verantwoordelijk is voor naleving van de wet.
Verpact, de Nederlandse producentenorganisatie voor verpakkingen, drukte eind juli daarom ‘de pauzeknop in’. Ze vraagt producenten en verpakkers om voor onder meer verzendverpakkingen voorlopig uit te blijven gaan van de situatie vóór 12 augustus.
Niet lang daarna heeft de Europese Commissie een liefst 69 pagina’s tellend document met Veelgestelde Vragen gepubliceerd. Verpact zegt desgevraagd die ‘nieuwe inzichten’ nog ‘zorgvuldig te bestuderen om te beoordelen wat dit betekent voor de uitvoering’ en heeft nog niet inhoudelijk gereageerd.



