Maaike Kooijman
11 augustus 2026, 15:07

Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt

Reparatie is een cruciaal onderdeel van de circulaire economie. Maar iets nieuws bestellen is sneller en vaak zelfs goedkoper. Toch zijn er voor bedrijven genoeg redenen om reparatie aan te bieden, weten experts.

Kledingreparatie Voor elektronica is er al een 'right to repair' ingevoerd op Europees niveau, maar van een recht op kledingreparatie is nog geen sprake. | Credits: Getty Images

In een circulaire economie worden spullen zo lang mogelijk gebruikt. Daarbij hoort ook reparatie – van kapotte laptops, mixers, meubels én kleding. Maar als een klant terugkomt met een kapot kledingstuk, is het voor kledingmerken vaak goedkoper om dat om te wisselen voor een nieuw exemplaar.

Dat prijsverschil komt net name door het schaalverschil, legt Emma Brouwer uit.  ‘Kledingproductie kun je veel gemakkelijker opschalen dan reparatie. Dat is bijna lopendebandwerk, terwijl reparatie toch maatwerk blijft.’ Voorheen was Brouwer werkzaam bij de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE), nu werkt ze als projectleider bij duurzaam kledinginitiatief This Is Free Fashion.

Kledingmerken die reparatie in hun verdienmodel willen verweven moeten dan ook op een andere manier naar waarde kijken. Want reparatie levert – direct of indirect – wel degelijk iets op.

Kosten kledingreparatie in de prijs besloten

Dat weten ook de pioniers die al reparatie aanbieden, zoals Sophie Stone en Patagonia. Patagonia geeft klanten bijvoorbeeld een levenslange garantie en betaalt in Europa de volledige kosten van een reparatie. Dat doen ze met name uit ideologische overwegingen, vertelt Willem Swager, Patagonia’s director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. ‘Reparatie zit echt in het dna van Patagonia. Yvon (Chouinard, oprichter van Patagonia, red.) verdiende daar zijn eerste inkomen mee.’

De afgelopen jaren heeft het merk zijn reparatieproces flink geprofessionaliseerd. Inmiddels heeft het in Europa een netwerk van veertien reparatiecentra, vertelt Swager. In Nederland was hij namens Patagonia nauw betrokken bij de oprichting van het United Repair Centre (URC) in Amsterdam. Doel daarvan is om de reparatiecapaciteit te vergroten, andere merken mee te krijgen – inmiddels zijn ook onder anderen Decathlon, The North Face en Levi’s aangesloten – en kleding (her)maken als een vaardigheid in stand te houden. Daarom is er een speciale Repair Academy.

De reparatiekosten zitten bij Patagonia al grotendeels in de productprijs besloten, zegt Swager. ‘Wij zien het als een soort inbegrepen servicekosten. Er klaagt toch ook niemand dat we een klantenservice hebben? Het is een kwestie van hoe breed je je verantwoordelijkheid naar de klant toe ziet.’

Kansen voor marketing en design

Swager benadrukt dat kledingreparatie ook enkele ‘zachte voordelen’ heeft die zich wellicht niet direct in geld uitbetalen, maar op de lange termijn wel. ‘Als jij een scheur in je nieuwe jas hebt en wij maken ‘m gratis voor je, ben je daar blij mee. Dat creëert mond-tot-mond-reclame en loyaliteit. Als je opnieuw op zoek bent naar iets, denk je misschien eerder aan Patagonia.’

Patagonia heeft de effecten van zijn reparatiebeleid op de verkopen nooit onderzocht, zegt Swager. ‘Maar de afgelopen jaren zijn we gigantisch gegroeid. Daar heeft het vast een aandeel in gehad.’

Ook Rachel Cannegieter, oprichter van fashionconsultancybureau RethinkRebels en circulair collectief The Circle Club, ziet reparatie als marketingkans voor kledingmerken. Niet alleen omdat zo’n dienst loyaal maakt, maar ook omdat het waardevolle contactmomenten met zich meebrengt. ‘Iedereen wordt tegenwoordig gek van nieuwsbrieven’, zegt ze. Wie de kans krijgt een persoonlijke mail te sturen, moet die kans benutten.

Het reparatietraject levert dus data over je klanten op. Maar óók over je kleding zelf. Cannegieter: ‘Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijk bijhouden welke kledingstukken vaak kapot gaan en op welke plek. Dat kun je weer terugkoppelen aan de designafdeling, waardoor je kwalitatievere kleding kunt maken.’ Vanwege die voordelen kunnen de kosten voor reparatie uit verschillende potjes worden geput, stelt ze.

Reparatie integreren in het bedrijf

Kiezen kledingmerken er eenmaal voor reparatie aan te bieden, dan kunnen kledingmerken dat in de eigen winkel doen of uitbesteden. Livera heeft bijvoorbeeld afspraken met naaiateliers.

Uitbesteden kan onder meer aan B2B-platforms URC of Mended. URC heeft eigen kleermakers in dienst, vooral mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. In 2025 heeft het bedrijf ruim 54.000 kledingstukken gerepareerd. Mended heeft geen kledingmakers in dienst, maar fungeert als schakel tussen consumenten en aangesloten kledingmakers.

Welke uitvoering het beste is, verschilt per merk, zegt Cannegieter. Als je het in-house doet, heb je het vaak meer onder controle. Maar het kost ook veel meer tijd en energie om een goed proces op te zetten.

Ook is er een verschil tussen online en fysieke retailers. Online webshops hebben vaak te maken met kleding die bijvoorbeeld met vlekken wordt teruggestuurd. In dat geval gaat het niet terug naar de klant. Wel kan het na herstel worden verkocht als pre-loved item, zoals sommige merken doen. Cannegieter: ‘Resale groeit momenteel drie keer zo snel als reguliere verkopen. Al zijn de hoeveelheden natuurlijk nog veel lager.’

Overheidsprikkels voor reparatie

Toch blijft het een feit dat reparatie niet de standaard is. Liefst 45 procent van de kapotte kleding in Nederland is vorig jaar weggedaan, blijkt uit onderzoek in opdracht van Milieu Centraal. ‘Je moet echt waarde hechten aan een kledingstuk om het te laten repareren’, weet Brouwer. Dat de schoenmaker grotendeels uit het straatbeeld is verdwenen, helpt ook niet.

Daarom ziet Brouwer het liefst overheidsprikkels om reparatie te helpen opschalen. ‘Dan pas krijg je de grote massa mee. Het hoeft niet eens gedwongen te zijn. In Frankrijk is reparatie bijvoorbeeld niet verplicht, maar is er wel een repair bonus.‘ Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt.

In 2023 is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel ingegaan. Die maakt producenten en importeurs van kleding verantwoordelijk voor het afvalbeheer. Toch is dat voor de meesten geen prikkel om meer circulair opereren, ziet Brouwer. ‘Het idee van de UPV is goed, maar de uitvoering laat te wensen over. Als merk kun je je verantwoordelijkheid met een minimaal bedrag afkopen. Terwijl de UPV juist gaat over verantwoordelijkheid nemen.’

Alleen de UPV vindt ze daarom niet genoeg. Een mogelijke aanvullende maatregel is het recht op reparatiedat de fabrikant verplicht tot reparatie binnen een redelijke tijd en met een redelijke prijs. Voor elektronica is dat al ingevoerd op Europees niveau.

Van een reparatierecht op textiel is nog geen sprake. ‘Al gonst het wel in de markt’, weet Cannegieter. ‘En uiteindelijk kijken kledingmerken toch vaak naar concurrenten. The Circle Club heeft recent een pilot gedaan met verdienmodellen rondom upcycling. Daar merkten we heel sterk dat merken gevoelig zijn voor wat de ander doet. Dat zal ook voor reparatie gelden. Bovendien heeft het invloed op wat de consument normaal gaat vinden.’

Toch ziet ook Cannegieter overheidsprikkels wel zitten. ‘Voor zover ik weet betalen we nog steeds 21 procent btw over reparatie. Dat helpt natuurlijk niet.’

Verdienmodellen testen

Ondanks de uitdagingen is Brouwer positief over de toekomst. ‘Vanuit Europa komt er best wat stimulerende wetgeving aan, zoals een verplicht Digital Product Passport voor textiel. Zelfs als het nog jaren duurt voordat die regels in Nederland in werking treden, beïnvloeden ze nu al de markt. Als je een bedrijf bouwt, moet je namelijk altijd naar de toekomst kijken.’

Daarnaast begint diezelfde markt steeds meer tekenen van adoptie te vertonen. Het zijn weliswaar vooral de groene merken die reparatie omarmen, maar: ‘Zelfs bij H&M kun je nu al je kleding laten repareren. Dat stemt hoopvol.’

Alle experts benadrukken dat reparatie hand in hand gaat met design. Designen we niet for circularity, dan zijn kledingstukken vaak van onvoldoende kwaliteit om überhaupt te kunnen (laten) repareren. ‘We kunnen wel duizenden repairshops openen, maar als we lijm in kleding blijven gebruiken, blijft het afval’, zegt Brouwer. In verschillende landen is er daarom al een zogenoemde reparatie-index ingevoerd.

The Circle Club houdt in opdracht van de gemeente Amsterdam bezig met een proof-of-concept om verschillende verdienmodellen rondom kledingreparatie te onderzoeken. Cannegieter: ‘We gaan samen met Circular Innovations onderzoeken hoe retailers repairdiensten op een schaalbare, economisch haalbare manier kunnen integreren in hun bedrijfsvoering. Hoe maken we repair makkelijk én commercieel? Daar ben ik zelf ook nog naar op zoek.’

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in december 2025. 

Lees ook:

Grafiek: Door Europese hitte verdampt economische groei, van Spanje tot Nederland

De extreme warmte en droogte van de zomer van 2026 laten Europa niet onberoerd. In een nieuw rapport becijferen economen van Triodos Bank de maatschappelijke effecten en de gevolgen voor de economische groei. Die blijken niet mals.Een extreem warme zomer heeft tal van effecten die wel voor maatschappelijke schade zorgen, maar die niet meetellen voor de klassieke manier waarop de economie wordt gemeten (als som van de toegevoegde waarde van de geproduceerde goederen en diensten in een jaar). Denk bijvoorbeeld aan zaken als oversterfte of vernietiging van natuur door bosbranden.Hittestress zorgt ook voor schade die de economie direct raakt. Dan gaat het bijvoorbeeld om de landbouw (lagere gewasopbrengsten), energieproductie (onder meer verminderde elektriciteitsproductie van kerncentrales), transport en logistiek (onder andere problemen voor binnenvaart door lage rivierstanden) en arbeidsproductiviteit (lagere productie per werknemer, bijvoorbeeld in warme kantoorruimtes en bij fysiek werk op warme dagen).Stop je deze effecten in een economisch schademodel, dan rolt daar volgens Triodos voor de hele Europese Unie een kostenpost van 180 miljard euro in 2026 uit. Die kan de groei van de Europese economie dit jaar met ongeveer 1 procentpunt omlaag duwen, waardoor die op ongeveer nul uitkomt. Grafiek van de week Voor de transitie naar een duurzame economie is meer nodig dan alleen rationele argumenten. Maar cijfers zeggen wél heel veel. In een wereld waarin je wordt overspoeld met informatie is het vaak lastig om te bepalen wat echt belangrijk is. In de rubriek 'Grafiek van de week' licht Change Inc. op een visuele manier een onderwerp uit dat substantiële impact heeft op duurzame transities.Hitte-effect raakt Franse economie het hardst, maar treft ook Nederland In de grafiek hieronder is het geschatte negatieve hitte-effect voor een aantal landen weergegeven. Daarbij hebben de economen van Triodos het verschil genomen tussen de groeiprognose van de Europese Commissie en een aangepaste, eigen prognose die het hitte-effect meeneemt.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})();Te zien is dat Frankrijk naar verwachting het zwaarst wordt getroffen: de negatieve invloed van het hitte-effect bedraagt liefst 1,4 procentpunt, waardoor een eerder verwachte groei van van de Franse economie met 0,8 procent kan omslaan in een krimp van 0,6 procent. Dit heeft mede te maken met het feit dat de Franse stroomvoorziening grotendeels op kernenergie leunt en uitval van kerncentrales dus veel invloed heeft op de Franse economie.Voor Nederland wordt de negatieve impact van het hitte-effect, mede door waterstress, geschat op 0,8 procentpunt, wat de geraamde groei van 1 procent voor dit jaar vrijwel helemaal kan wegvagen. Polen komt er genadig vanaf, met een groeiprognose die daalt van 3,5 procent naar 3 procent, mede omdat het aantal zeer warme dagen in dat land relatief beperkt is gebleven. EU moet erkennen dat klimaatverandering voor noodsituatie zorgt Een land als Spanje kampt wel met veel warme dagen, maar omdat dit land zich al lange tijd aanpast aan warm weer is het effect van een paar extra extreem warme dagen op de economische groei minder sterk.De economen van Triodos Bank waarschuwen dat adaptatiemaatregelen de negatieve effecten van extreem weer kunnen verzachten, maar geen structurele oplossing vormen. 'De keuze waarvoor Europeanen en hun beleidsmakers staan, is niet of ze betalen voor een zomer als deze: de schade is er al', schrijven ze.'De keuze die we hebben is om ons te blijven abonneren op steeds kostbaardere zomers, door onze inspanningen om klimaatverandering te beperken te blijven uitstellen, of om klimaatverandering te gaan behandelen als de letterlijk brandende noodsituatie die zij vormt voor ons welzijn en onze economieën.' Lees ook:Grafiek: Situatie in Spanje en Frankrijk stuwt CO2-uitstoot door bosbranden in Europa flink op De prijs van extreem weer: verzengende hitte kost levens − en bakken met geld Nederland is niet goed voorbereid op gevolgen klimaatverandering: zo worden we dat wel