Wilke Wittebrood
29 april 2026, 15:00

Deze modeveteraan verkocht 35 jaar kleding, nu wil hij de textielberg helpen opruimen

Europeanen gooien jaarlijks zo’n 13 miljoen ton kleding weg, en dat wordt alleen maar meer. Patrik Frisk, de oud-ceo van Under Armour, ziet in die groeiende afvalberg een businesscase. Zijn recyclingbedrijf Reju ontvangt 135 miljoen euro subsidie voor een fabriek in Limburg, waar afgedankt polyester wordt omgezet in nieuw textiel.

Patrik Frisk Reju-ceo Patrik Frisk werkte jarenlang voor grote modemerken als Under Armour, The North Face en Timberland. 'Ik heb heel veel kleding en schoenen verkocht.' | Credits: Reju

Ruim 35 jaar lang werkte Patrik Frisk voor merken die iedereen kent: The North Face, Timberland, Under Armour. Best wennen dus dat hij nu, in de herfst van zijn carrière, leiding geeft aan een onbekende scaleup – en ook nog eens aan iedereen moet uitleggen wat die scaleup eigenlijk precies doet.

Hij kan er zelf smakelijk om lachen. ‘In mijn vorige banen werd ik soms op straat aangesproken. Dat gebeurt me nu niet meer, en dat vind ik helemaal niet erg.’

Nederland circulair in 2050

Frisk, een Amerikaan van Zweedse afkomst, is nu drie jaar ceo van Reju. Dit Franse textielrecyclingbedrijf haalde begin april de media met het nieuws dat het een subsidie van 135 miljoen euro ontvangt vanuit de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI), een overheidsregeling om verduurzaming van de industrie te versnellen.

Die subsidie is bedoeld voor de bouw van een grote textielrecyclingfabriek op industriecomplex Chemelot, bij Geleen. Met de verse miljoenen komt de bouw daarvan dichter bij een definitieve investeringsbeslissing. De totale kosten bedragen ongeveer 350 tot 400 miljoen euro, waarvan ook een deel door Reju’s moederholding wordt ingelegd, het Franse technologie- en engineeringbedrijf Technip Energies.

In totaal wordt via het NIKI-fonds 1,2 miljard euro aan publiek geld verdeeld. Is het niet wat vreemd dat een aanzienlijk deel van die pot naar een niet-Nederlandse partij gaat? Frisk vindt van niet. ‘Deze investering is in lijn met de ambitie van Nederland om in 2050 volledig circulair te zijn. Daarbij is textielafval geen Nederlands issue, maar een internationaal probleem, dat ook internationaal moet worden opgelost.’

Polyester van petflessen

De benodigde bouw- en milieuvergunningen worden naar verwachting in de loop van 2026 toegekend, waarna met de bouw kan worden gestart. Frisk verwacht dat de fabriek in de tweede helft van 2028 operationeel is. Zodra de Regeneration Hub klaar is, zegt hij, zal het de grootste in zijn soort ter wereld zijn. De fabriek kan 60 kiloton (60.000 ton) textielafval per jaar verwerken. Dat zijn zo’n 300 miljoen kledingstukken.

Reju maakt sinds 2023 deel uit van Technip Energies, maar ontstond drie jaar eerder als joint venture tussen Technip Energies, IBM en het Amerikaanse sportmerk Under Armour. Op initiatief van Frisk: als ceo van Under Armour zocht hij naar manieren om het gebruik van nieuw (‘virgin’) polyester in de collecties van het merk in te dammen.

‘Voor sportkleding is polyester een voor de hand liggende keuze vanwege de technische eigenschappen van het materiaal’, vertelt hij. ‘Maar het is ook een vervuilende keuze – het wordt gewonnen uit aardolie.’

Een van zijn speerpunten was om het aandeel gerecycled polyester in de collecties ‘agressief’ – zijn woorden – te verhogen. Alleen begon hoogwaardig gerecycled materiaal net schaars te worden. Frisk: ‘Gerecycled polyester wordt op dit moment grotendeels gemaakt uit petflessen. Maar de frisdrankindustrie heeft die flessen hard nodig om aan haar eigen duurzaamheidsdoelen te voldoen. Daarbij is het ook niet logisch, laat staan houdbaar, dat de kledingsector voor verduurzaming afhankelijk is van een afvalstroom uit een andere industrie.’

Afbreken tot kleinste bouwstenen

Textiel-tot-textielrecycling, waarbij afgedankt textiel de grondstof wordt voor nieuw textiel, is volgens de Reju-ceo de enige echte oplossing voor de mode-industrie. Dat kan op twee manieren: mechanisch of chemisch. Reju maakt gebruik van het laatste proces.

Bij mechanische recycling wordt de ‘grondstof’ versnipperd en vervezeld, bij chemische recycling worden de polymeerketens afgebroken tot de kleinste bouwstenen, het monomeer rBHET. Het resultaat is een zuiver wit poeder – zonder kleurstoffen of chemicaliën – dat opnieuw kan worden ‘opgebouwd’.

Reju Chemelot

Impressie van de nieuwe fabriek van Reju in Chemelot, die in 2028 operationeel moet zijn. | Credit: Reju

Bij Reju werd de wetenschappelijke basis voor dit proces gelegd door IBM. ‘Hun R&D-afdeling doet sinds de jaren ‘70 onderzoek naar polymeren voor computeronderdelen’, vertelt Frisk. ‘In 2019 stuitten de onderzoekers op een katalysator die in staat is om polyester op een heel efficiënte en energiezuinige manier af te breken. Die technologie hebben we samen met Technip opgeschaald. In Frankfurt, daar staat onze demofabriek.’

In Frankfurt wordt 1.000 ton rBHET per jaar geproduceerd, de fabriek op Chemelot kan straks jaarlijks ongeveer 50.000 ton rBHET produceren. Daarvan wordt het eigen Reju Polyester gemaakt, in korrelvorm en als garen, dat volgens een extern uitgevoerde levenscyclusanalyse een 50 procent lagere CO2-voetafdruk heeft dan nieuw polyester.

Frisk: ‘Bijkomend voordeel is dat onze grondstof de industrie ook helpt om minder afhankelijk te worden van olie-import uit andere regio’s. Dat was toen we hier in 2020 mee begonnen nog geen issue, maar nu wel.’

Nieuwe EU-regels

Het is alleen wel duurder. De Boston Consulting Group schat in een recente studie dat de productiekosten van textiel-tot-textielrecycling ongeveer tweeënhalf keer hoger zijn dan nieuwe vezels. ‘Reju polyester zal altijd duurder blijven dan virgin polyester’, knikt Frisk. ‘Maar daar staan veel voordelen tegenover – en bovendien moeten fabrikanten met de nieuwe EU-regels straks wel.’

Zo moeten kledingstukken vanaf 2027 voorzien zijn van een digitaal productpaspoort met informatie over materialen en recyclebaarheid. En via de Ecodesign-verordening komen er naar verwachting binnen twee jaar ook eisen voor gerecyclede materialen in kleding.

Frisk stopte in 2022 als ceo van Under Armour. Na zijn vertrek stapte het bedrijf al vrij snel uit de joint venture. ‘Een beslissing waar ik het niet noodzakelijkerwijs mee eens was, maar dat is hoe het in het bedrijfsleven gaat. Under Armour wilde zich meer op zijn kernactiviteit focussen – het maken van sportkleding – en minder op wetenschappelijke sideprojecten. Daarop vroegen mijn partners bij IBM en Technip Energies of ik de commerciële uitrol van de technologie wilde gaan leiden.’

Textielman, geen ingenieur

Daar moest hij even over nadenken. ‘Ik ben een textielman, geen chemisch ingenieur. Ik wist ook niet precies waar ik instapte. Dus heb ik eerst twee maanden de tijd genomen om onderzoek te doen naar de markt én de omvang van het probleem.’ Hij was geschokt door wat hij tegenkwam. Het afgelopen jaar gooiden Europeanen zo’n 13,3 miljoen ton aan afgedankte kledingstukken, beddengoed en ander textiel weg, blijkt uit de BCG-studie.

Die berg wordt alleen maar groter: we kopen meer, dragen het korter, en gooien dus ook veel meer weg. Een ontwikkeling die door fast fashionketens als H&M en Zara in gang is gezet en door polyester wegwerpkleding van Shein is versneld. De markt voor (ultra) fast fashion groeit tot 2035 met 11 procent, en de verwachting is dat Europeanen tegen die tijd jaarlijks ruim 18 miljoen ton aan kleding en textiel weggooien.

Wat er in de textielbakken belandt, is bovendien steeds vaker van inferieure kwaliteit en dus ongeschikt voor doorverkoop. Frisk: ‘Maar wél geschikt voor recycling.’

Ecosysteem aanjagen

Er moet alleen veel gebeuren voor dat op industriële schaal kan. Om te beginnen moet de inzameling worden verbeterd. De meeste ingezamelde kleding wordt nu namelijk vernietigd: wereldwijd eindigt 87 procent op de stort of in de verbrandingsoven. In Europa is dit al beter geregeld, daar wordt ongeveer een derde via textielbakken ingezameld. In Nederland is dit zelfs 47 procent – maar daarmee mis je alsnog ruim de helft.

En inzameling is nog maar de eerste stap, vervolgt Frisk. ‘Het sorteren van die kleding gebeurt voor 99,9 procent handmatig en is gericht op hergebruik en doorverkoop. Er wordt gekeken naar het uiterlijk en de kwaliteit van de kleding, niet waarvan het gemaakt is. Terwijl we juist op materiaal- en vezeltype moeten sorteren. Die kledingstukken moeten vervolgens worden klaargemaakt voor recycling, onder meer door alle ritsen en knopen te verwijderen. Daarvoor hebben we grootschalige en geautomatiseerde sorteer- en verwerkingsfaciliteiten nodig. Die zijn er nog niet.’

Hij ziet het als zijn taak om dat ‘ecosysteem’, zoals hij het noemt, aan te jagen. Noem het je verantwoordelijkheid nemen, noem het schuldgevoel. ‘Feit is dat ik 35 jaar lang veel, heel veel, kleding en schoenen heb verkocht en ik weet dat veel van die spullen nog steeds ergens rondzwerven. Ik wil laten zien dat we die producten helemaal niet hoeven weg te gooien of te verbranden. We kunnen er iets nieuws van maken, iets beters.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Wie nu fossiel financiert, heeft straks een probleem, zegt ceo Marcel Zuidam van Triodos Bank

‘Bij Triodos Bank moet je de missie als ceo ook echt doorleven en omarmen.’ Per 1 mei is Marcel Zuidam precies een jaar aan de slag als topman van de duurzame bank uit Driebergen. En daar heeft hij zeker geen spijt van: ‘Ik wil niet alleen dingen brengen voor de organisatie, maar ook bijdragen aan het helpen versnellen van de duurzame transities waar we voor staan.’Zuidam heeft al een flinke carrière achter de rug in de bancaire wereld, onder meer als ceo van NN Bank en Delta Lloyd Bank. De bagage die hij meebrengt, komt goed van pas in zijn nieuwe positie: ‘Triodos is een bank in transformatie en daar heb ik ervaring mee.’Triodos eindigde 2025 met een nettoverlies van 25 miljoen euro. In zijn eerste jaar moest Zuidam dus meteen vol aan de slag met het verbeteren van de financiële basis, juist om ervoor te zorgen dat de bank impact kan blijven maken met zijn missie: geld van klanten investeren in projecten met een positieve maatschappelijke impact.Organisatorische ingrepen bleken onvermijdelijk: begin dit jaar kondigde Triodos het ‘fit for impact-programma’ aan, dat gepaard gaat met het verdwijnen van 250 tot 270 banen in de komende drie jaar.Het lijkt erop of Triodos, net als andere banken, niet ontkomt aan de gevolgen van verdere digitalisering en de opkomst van AI.‘Daarop zijn wij geen uitzondering. Ook voor ons is het belangrijk om een efficiënte bank te zijn, die slagvaardig kan optreden en klanten een goede dienstverlening biedt. Met AI zien we ook daadwerkelijke productiviteitswinst.Tegelijk kijken we heel goed naar de ethische dilemma’s, zoals het energieverbruik van AI. Die bespreken we openlijk en daar verbinden we consequenties aan. Zo werken we alleen met datacenters die aantoonbaar duurzame energie gebruiken.’Die ethische benadering zie je onder meer terug bij het bonusbeleid van Triodos. Hoe kijk je naar recente ontwikkelingen, waarbij het kabinet-Jetten banken weer toe wil staan om bonussen uit te keren aan schaars IT-talent?‘Het ontbreken van bonussen vormt voor Triodos helemaal geen belemmering om gekwalificeerd personeel aan te trekken. Mensen komen hier in de eerste plaats vanwege de missie van de bank. Ook voor IT’ers blijken we een aantrekkelijke werkgever te zijn.Talentvolle mensen worden niet alleen gemotiveerd door geld. Werknemers willen hier bijdragen aan het creëren van maatschappelijke waarde voor de lange termijn. Collega’s laten zich niet weerhouden door het feit dat er geen bonussen worden uitgekeerd en dat geldt ook voor mijzelf.We geven mensen met een vast salaris vooraf zekerheid, in de verwachting dat ze een goede prestatie leveren. Daarbij gaan we het gesprek aan over wat dat inhoudt. Ik vind dat een zuivere manier van werken. In de praktijk blijkt dat werknemers zonder bonus uitstekende prestaties kunnen leveren.’ Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun bedrijf én sector duurzamer te maken. Lees hier alle afleveringen in de reeks. Triodos zit ook anders in de wedstrijd als het gaat over financiële doelen. De bank streeft naar een rendement op het eigen vermogen van 5 tot 7 procent, wat lager is dan bij de meeste grootbanken.‘Wij kijken altijd naar de driehoek impact, risico en rendement. Een zo hoog mogelijk rendement is dus geen doel op zich. Het gaat om de combinatie van een positieve impact, een adequaat rendement en een gematigd risicoprofiel.Die benadering is gerelateerd aan onze visie op het financiële systeem. Het zou goed zijn als er sterkere prikkels komen om kapitaal richting investeringen te sturen die duurzame transities versterken. We leggen daarbij zelf de focus op vijf thema’s: energie, grondstoffen, voedsel, welzijn en maatschappij.’Triodos pleit in dit kader onder meer voor hogere financiële buffers bij banken. Welke gedachte zit daar achter?‘Het klinkt misschien controversieel uit de mond van een bankier, maar als je hogere kapitaaleisen stelt voor banken, ontstaat er een prikkel om meer risicodragend krediet te geven aan ondernemers die belangrijke transities vormgeven. Dat is volgens ons wenselijk, als je streeft naar een welvarende samenleving die op de lange termijn duurzaam is. Dan wil je de actoren die transities vormgeven, zoveel mogelijk faciliteren. Daarmee versterk je de economie, in plaats van dat je geld rondpompt binnen het financiële systeem.Zo’n systeemverandering kun je niet als bank in je eentje bewerkstelligen. De Europese Centrale Bank zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen bij de kapitaaleisen voor banken. Ons doel daarbij is niet om financiële markten minder vrij te maken. We zien alleen dat financiële markten nu vooral ingericht zijn op het optimaliseren van rendement op de korte termijn. Dat gaat ten koste van waardecreatie voor de samenleving op de lange termijn.’Je moet daarbij wel tegen de stroom in durven roeien. Triodos investeert bijvoorbeeld niet in de fossiele industrie, terwijl olie- en gasbedrijven door de huidige energiecrisis megawinsten boeken.‘Je hebt beurskoersen van oliebedrijven de afgelopen weken inderdaad door het dak zien gaan. Voor de lange termijn is het beeld echter anders. Doordat we de nieuwe economie financieren is het risicoprofiel uiteindelijk lager, omdat je werkt met bedrijven die minder of geen ‘stranded assets’ hebben. Dat is wel het geval voor ondernemingen met olie- en gasreserves die waardeloos kunnen worden door de opmars van duurzame energie.Dat leggen we ook uit aan onze investeerders. Onze impactdoelstellingen gaan niet alleen over CO2-reductie, maar ook over het aantal projecten voor hernieuwbare energie dat we willen financieren. Dat is natuurlijk alleen maar relevanter geworden, als je kijkt hoe afhankelijk Europa nog is van fossiele brandstoffen.Daarnaast willen we in 2030 een bedrag van 500 miljoen euro geïnvesteerd hebben in nature based-solutions. Dan moet je denken aan projecten voor grondherstel, herbebossing en het teruggeven van grond aan de natuur.'Het blijkt vaak nog lastig om een goede business case te vinden voor duurzame oplossingen, omdat de maatschappelijke kosten van milieuschade en sociale achterstelling niet zijn verwerkt in de prijzen van reguliere producten. Zien jullie daar een aanvullende rol voor de overheid?‘We geloven heel erg in publiek-private samenwerkingen om grote transities te versnellen. Het verleden biedt daar diverse voorbeelden van. Het hogesnelheidsnet van treinen in Frankrijk is bijvoorbeeld tot stand gekomen via publiek-private samenwerking. Hetzelfde geldt voor de uitbouw van windenergie in Denemarken, dat hiermee koploper werd in Europa.Voor Europa blijft dit belangrijk, want publiek-private samenwerking is onder meer cruciaal voor uitbreiding van elektriciteitsnetten en andere infrastructuur voor de energietransitie.’Bij de eigen bedrijfsfinanciering steekt Triodos momenteel meer geld in de energietransitie vergeleken met voeding. Waar ligt dat aan?‘We zien dat de markt voor hernieuwbare energie echt volwassen is geworden, met gestandaardiseerde investeringsmodellen. De voedseltransitie is een ketenmarkt en dat maakt het complexer, en soms ook minder makkelijk schaalbaar.Tegelijk weerhoudt dat ons er niet van om voeding te omarmen als één van onze vijf transitiethema’s. Dat levert ook succesvolle voorbeelden op. Een bedrijf als Biobrass, waar ik onlangs was, heeft bijvoorbeeld een echte ketenbenadering gekozen. Dat loopt van de teelt tot de verkoop aan Europese supermarkten. Op die manier kun je kwaliteit leveren tegen een concurrerende prijs.’Op de particuliere markt stuurt Triodos onder meer op impact via de hypotheekportefeuille. Wat zijn daarbij de speerpunten?‘We zijn de eerste partij geweest die de kredietverlening voor hypotheken heeft gekoppeld aan rentekortingen voor verduurzaming. Dat is inmiddels landelijk gemeengoed geworden. Daarnaast verstrekken we energiebespaarleningen, met lagere rentepercentages over de eerste 25.000 euro van de hypotheek. En we bieden verduurzamingsadvies, waarbij we klanten een kleine vergoeding bieden.Triodos werkt verder aan nieuwe initiatieven, zoals hypotheken voor woningen die gebruik maken van biobased-materialen. Ook daarmee behoren we tot de voorlopers.’Triodos is onlangs een nieuwe merkcampagne gestart onder het motto ‘join the good side’. Wat willen jullie daarmee bereiken?‘De oude huisstijl en het logo zijn aangepast en tegelijkertijd wilden we ons verhaal op een meer eigentijdse manier vertellen - overigens zonder de wortels van de bank te verloochenen. Je ziet dat veel mensen zich machteloos voelen ten aanzien van wat er allemaal gebeurt in de wereld. Het is dus belangrijk om handelingsperspectief te bieden.Met deze campagne willen we laten zien dat het uitmaakt waar je geld wel of niet in wordt geïnvesteerd. We vermijden de fossiele industrie en fast fashion en kiezen voor duurzame tegenhangers op het gebied van energie en mode. De boodschap is dus dat je geld kan bijdragen aan een oplossing in plaats van een probleem. Dat is voor bestaande klanten belangrijk en helpt om nieuwe klanten aan te trekken.’ Lees ook in de Horizon-serie:Raymond van Eck (Fairphone): 'Ik heb nog nooit een rol gehad waarin ik zo veel directe impact kon maken' Harld Peters (Renewi): 'Straks zijn er geen Nederlandse bedrijven meer die plastic kunnen recyclen' Onno Dwars (Ballast Nedam Development): 'Ik word gelukkig van mensen die ergens tegen zijn'