Samuël Verpalen
11 juni 2026, 15:01

Van 'minder schade' naar 'meer herstel': de R-ladder voor de circulaire economie kan wel een update gebruiken

De ‘R-ladder’, een belangrijk model binnen de circulaire economie, is toe aan een volgende stap. De inzet moet voorbij het verminderen van negatieve impact gaan, richting positieve impact, betoogt duurzaamheidsadviseur Samuël Verpalen.

getty-images-f-im8qKrNok-unsplash (1) 'De kracht zit 'm in de combinatie: voorkomen én herstellen.' | Credits: Getty Images

Met strategieën als Refuse, Reduce, Reuse en Recycle helpt de R-ladder om slimmer en bewuster met grondstoffen om te gaan. Ze heeft een duidelijk doel: het verminderen van negatieve impact op onze leefomgeving en het milieu.

Maar dat is niet langer genoeg. De huidige staat van ecosystemen, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen vraagt niet alleen om minder schade en uitputting, maar om actief herstel. Daarom pleit ik voor het toevoegen van een nieuwe trede: Restore.

Restore in de R-ladder: van ‘minder negatief’ naar ‘netto positief’

De bestaande treden van de R-ladder zijn vooral gericht op het efficiënter maken van ons verbruik van grondstoffen en materialen: minder gebruiken, langer gebruiken en beter verwerken. Deze strategieën zijn en blijven relevant, maar vinden hun oorsprong in een tijd waarin het beperken van de schade nog voldoende leek.

Met het toevoegen van de trede ‘Restore’ op de R-ladder verschuift de ambitie. Het doel is niet alleen meer het verkleinen van onze voetafdruk, maar het actief herstellen van onze leefomgeving. Denk aan productieprocessen die bijdragen aan biodiversiteit, of ketens die bodems herstellen in plaats van uitputten. Dat zorgt voor een fundamenteel andere manier van denken. Van ‘we doen het goed als we minder negatieve impact creëren’ naar ‘we doen het goed als we herstel mogelijk maken’.

R-ladder plus

De nieuwe ‘R-ladder Plus’. | Credits: Samuël Verpalen

Die stap is niet alleen inhoudelijk logisch, maar ook maatschappelijk en strategisch relevant. Zo sluit de ‘R-ladder Plus’ beter aan bij hoe we naar transities kijken. De duurzaamheidsopgave vraagt immers om het fundamenteel anders inrichten van (eco)systemen en ketens. Restore stimuleert dat denken: niet optimaliseren wat er is, maar opnieuw ontwerpen vanuit het idee dat economische activiteit per saldo positief moet bijdragen aan milieu en leefomgeving. Netto positief dus.

Een voorbeeld hiervan is Wilder Land, dat onder meer bier en thee maakt van lokale en inheemse gewassen. Met hun manier van produceren herstellen ze biodiversiteit. De biodiversiteit is het doel, de productie het middel.

Eerlijkere transities

Denken vanuit actief herstel kan ook bijdragen aan rechtvaardigheid in duurzaamheidstransities. De focus op het verminderen van negatieve impact kijkt vooral vooruit: hoe voorkomen we verdere schade? Maar veel schade is al aangericht, en die is ongelijk verdeeld.

Bepaalde regio’s en gemeenschappen dragen een onevenredig grote last van vervuiling, uitputting en verlies van de leefomgeving. Door actief herstel expliciet onderdeel te maken van een circulaire strategie, wordt ook het repareren van die schade een doel. Daarmee draagt Restore bij aan een eerlijkere verdeling van de lusten en lasten in de transitie.

Dat zal ook invloed hebben op duurzaamheidsbeleid. De R-ladder is immers niet alleen een denkkader, maar ook een belangrijke grondslag voor (overheids)beleid. In Nederland is het model bijvoorbeeld vertaald naar de vier V’s (Verminderen, Vervangen, Verlengen en Verwerken) binnen het Nationaal Programma Circulaire Economie.  Ook die vertaling legt de nadruk op optimalisatie van processen, waardoor de dimensie van herstel buiten beschouwing blijft.

Door Restore expliciet toe te voegen aan de ladder, ontstaat een kader dat beter aansluit bij de verduurzamingsopgaven, waarin ook herstel van bijvoorbeeld biodiversiteit en bodemkwaliteit een centrale rol spelen.

Combinatie van strategieën is noodzaak

Het toevoegen van Restore aan de R-ladder is geen magische oplossing die direct leidt tot een duurzame samenleving. Als herstel centraal komt te staan, kan dat bijvoorbeeld – onbedoeld – gebruikt worden als rechtvaardiging om minder scherp te sturen op reductie. Vergelijk het met CO2-compensatie, waarbij het gevaar op de loer ligt dat schadelijke activiteiten in stand worden gehouden met het argument dat ze elders worden ‘hersteld’.

De focus op herstel is daarom vooral betekenisvol als die aanvullend is op – en niet in plaats van – de bestaande treden van de R-ladder. Zonder eerdere stappen als Refuse, Reuse en Recycle blijft de druk op natuurlijke systemen te groot om herstel überhaupt mogelijk te maken. De kracht zit ‘m in de combinatie: voorkomen én herstellen.

Samuël Verpalen is senior adviseur verduurzaming en verandering bij Andersson Elffers Felix.

Lees ook:

Europa investeert recordbedragen in de energietransitie, maar eigen maakindustrie moet nog vleugels krijgen: 7 grafieken

Europa investeert volop in de energietransitie, maar moet nog grote stappen zetten om met een eigen maakindustrie ook enigszins autonoom te kunnen opereren. Dat bleek deze week tijdens een conferentie van onderzoeksbureau BloombergNEF in Amsterdam.Ceo Albert Cheung nam er in vogelvlucht de stand van zaken door. Change Inc. vat de belangrijkste bevindingen samen in zeven grafieken. #1 Europa investeert recordbedragen in de energietransitie Europa investeert fors in verschillende onderdelen van de energietransitie; het totaalbedrag is opgelopen tot een recordniveau van 583 miljard dollar (503 miljard euro) in 2025.De grootste bedragen gaan naar schone-energietechnologie (zonnepanelen, windparken, batterijopslag), transport (elektrisch vervoer en laadinfrastructuur) en energienetwerken (elektriciteit, opslag van CO2, waterstof).Zo ging er afgelopen jaar ruim 100 miljard dollar naar schone-energietechnologie, met investeringen in nieuwe zonne- en windparken en batterijopslag. Vanwege de dominantie van China in de productie van zonnepanelen en batterijen, profiteren vooral Chinese bedrijven daarvan. #2 Elektriciteitsprijzen in Europa beter bestand tegen energiecrisisDe groei van investeringen die elektrificatie en het gebruik van hernieuwbare energie stimuleren, heeft volgens BlombergNEF gevolgen voor de schokbestendigheid van Europese elektriciteitsmarkten.In de grafiek hierboven is te zien dat de schok van de oorlog in het Midden-Oosten de afgelopen maanden veel minder heftig was, vergeleken met de prijsschok na de Russische inval in Oekraïne in 2022. Destijds zorgde de acute onderbreking van de aanvoer van Russisch gas (onder meer van belang voor gasgestookte elektriciteitscentrales) voor veel sterkere stijgingen van de elektriciteitsprijzen in Europa. #3 Beurswaarde van schone energie blijft in Europa achter bij China en VSWat betreft de productie en levering van energie leunt Europa in het bedrijfsleven op een smallere basis dan de VS en China, als je kijkt naar de marktwaarde van beursgenoteerde energiebedrijven.In de grafiek hierboven is de marktwaarde van respectievelijk 'fossiele' (wit) en 'schone' activiteiten (blauw) van energiebedrijven apart weergegeven. Te zien is dat clean energy op de beurs een waarde van ruim 750 miljard dollar (648 miljard euro) vertegenwoordigt in de Europese Unie, terwijl dat in China het dubbele is en in de VS het drievoudige.Daar staat wel tegenover dat schone energie in de EU 45 procent van de totale waarde van de energiesector vertegenwoordigt. Dat is hoger dan het aandeel van 33 procent in de VS. China scoort op dit vlak het sterkst, met een aandeel van 51 procent voor duurzame energie. #4 Investeringen in innovatieve energietechnologie onder drukDe jaarlijkse investeringen in innovatieve technologie voor schone energie stagneren in Europa, of laten in elk geval geen duidelijke groei zien. Dit geldt vooral voor waterstoftechnologie (de linkergrafiek) en nieuwe productiecapaciteit voor windmolens en zonnepanelen (de rechtergrafiek).Voor investeringen in projecten voor de afvang en opslag van CO2 (de middelste grafiek) is het beeld gemengd. Nederland speelt hier overigens een relatief grote rol met het Porthos-project en diens beoogde opvolger Aramis. #5 Pijnlijn van investeringen in maakindustrie voor cleantech groeitPositief is dat geplande investeringen in de Europese maakindustrie voor batterijen, zonnepanelen, elektrische voertuigen en windmolens sinds 2022 gestaag groeien. In vier jaar tijd is het totale bedrag van geplande investeringen toegenomen van 20 miljard naar ruim 60 miljard dollar.In de grafiek is te zien dat het grootste deel van de geplande investeringen gericht is op batterijen (roze) en elektrische auto's (groen). #6 Consumptie fossiele energie daalt, maar beleid kan groot verschil makenDe analisten van BloombergNEF werken met twee hoofdscenario's voor de energietransitie in Europa. In het Economic Transition Scenario (ETS) daalt de CO2-uitstoot van de huidige circa 3 miljard ton aan per jaar naar ongeveer 1,3 miljard ton uitstoot in 2050. Het ambitieuzere Net Zero Scenario (NZS) gaat uit van een daling naar netto nul CO2-uitstoot in 2050, onder meer door grootschalige afvang en opslag van CO2. In de grafiek hierboven is te zien wat dat kan betekenen voor de consumptie van kolen, gas en olie.Voor kolen geldt dat het verbruik in beide scenario's naar verwachting tot vrijwel nul is gedaald in 2050. Bij olie en gas zijn er grote verschillen per scenario. In het minder ambitieuze Economic Transition Scenario verbruikt Europa in 2050 nog 300 miljoen ton olie op jaarbasis, terwijl dat in het Net Zero Scenario daalt naar minder dan 100 miljoen ton op jaarbasis. Voor aardgas zijn de verschillen minder groot en rekent BloombergNEF ook bij het Net Zero Scenario nog op een consumptie van bijna 300 miljard kuub aardgas in 2050.Veel zal afhangen van het vermogen van de EU om verduurzaming van de industrie te stimuleren met een consistent langetermijnbeleid. Cruciaal daarbij zijn maatregelen die de vraag naar onder meer groene waterstof, groen staal en groene chemieproducten aanjagen. #7 Europa minder afhankelijk van geïmporteerde energieCeo Cheung van BloombergNEF ziet de energietransitie in Europa niet als een sprint, maar als een marathon. Dat vergt geduld, vasthoudendheid en uithoudingsvermogen. Het eindresultaat is naar verwachting een toekomst waarin Europa meer controle heeft over de eigen energievoorziening,In bovenstaande grafiek valt op dat dat voor veel landen geldt. De analisten van BloombergNEF hebben hiervoor gekeken naar de ontwikkeling van energie-importen als percentage van de grootte van de economie. De bolletjes voor de jaartallen 2025, 2035 en 2050 verschuiven naar rechts, wat betekent dat energie-importen kleiner worden in verhouding tot de omvang van economieën.Hoewel de procentuele verschuivingen tussen 2025 en 2050 in de grafiek niet heel indrukwekkend ogen, gaat het om forse absolute bedragen.Zo importeerde de EU in 2025 voor 336 miljard euro aan fossiele energieproducten, wat neerkwam op ongeveer 2 procent van de Europese economie. In het Economic Transition Scenario van BloombergNEF daalt de waarde van de energie-importen naar 0,7 procent van de Europese economie in 2050, en in het Net Zero Scenario zelfs naar minder dan 0,5 procent. De verwachting is dus dat de EU de importafhankelijkheid van energie ruimschoots kan halveren. Lees ook:Grafiek: Investeringen in duurzame energie dit jaar bijna dubbele van fossiel Ceo Cindy Kroon van Vattenfall Nederland: ‘De energietransitie leent zich niet voor politiek zigzagbeleid’ 'De energietransitie is een onomkeerbare weg', en dus steekt deze Nederlandse investeerder er € 250 miljoen in