Jeroen de Boer
30 juli 2026, 15:35

4 innovaties die zonne-energie verder brengen dan panelen op je dak: van auto’s en gevels tot textiel en houtbatterij

Veruit de meeste zonne-energie wordt opgewekt met de bekende platte panelen. De ontwikkeling van zonne-energie staat echter niet stil. Deze innovaties kunnen het oogsten van zonne-energie versnellen dankzij toepassingen op gevels, in voertuigen en met nieuwe vormen van batterijopslag.

zonne-energie innovatie auto mobiliteit gevels Zonnecellen geïntegreerd op de achterkant van een auto. | Credits: Lightyuear

Zonne-energie heeft alles in zich om de komende decennia de snelst groeiende schone energiebron ter wereld te blijven. De potentie reikt verder dan uitbreiding van dakoppervlak met klassieke zonnepanelen en de aanleg van grootschalige zonneparken. Door voortdurende innovatie wordt de toepassing van zonne-energie veelzijdiger: van gevelbedekking en voertuigen, tot de combinatie met textiel en energie-opslag.

Vooralsnog zijn de bekende kristallijne zonnepanelen op basis van silicium dominant. Naar verwachting zullen die in 2030 nog altijd een wereldwijd marktaandeel hebben van zo’n 70 procent. Maar daarnaast komen ook andere technologieën op die geschikt zijn voor specifieke toepassingen.

Daarbij gaat het vooral om dunnefilmtechnologie die meer flexibiliteit biedt, en het gebruik van zogenoemde organische zonnecellen die zijn opgebouwd uit speciale koolstofstructuren. Dat biedt onder meer kansen voor verwerking in textiel.

Dit zijn vier gebieden waar zonne-energie oprukt door opvallende innovaties:

Gebouwde omgeving: zonnefolie en zonnelak

Een belangrijke ontwikkeling bij de zogenoemde dunnefilmtechnologie is het gebruik van perovskiet, een halfgeleidermateriaal met een kristalstructuur dat kan dienen als alternatief voor het silicium in zonnecellen. Ook kun je perovskiet combineren met silicium in zogenoemde tandemcellen. Nederland heeft op dit gebied veel expertise opgebouwd, onder meer via onderzoeksinstituut TNO.

De materialen waaruit perovskiet wordt opgebouwd, zijn goedkoper dan hoogwaardig silicium. Wel is het rendement lager, maar dat kan deels gecompenseerd worden als perovskiet op flexibele folie wordt aangebracht. Dat opent namelijk veel nieuwe toepassingen voor oppervlaktes waar zware en rigide kristallijne panelen minder goed passen. Gevels lenen zich bijvoorbeeld beter voor bedekking met zonnefolie en die kan ook geïntegreerd worden in dakpannen.

Dakpan met geïntegreerde zonnefolie. Credit: TNO

Eerder dit jaar presenteerde TNO ‘s werelds eerste kunststofdakpan met flexibele zonnefolie op basis van perovskiet. De afzonderlijke stukken zonnefolie hebben een rendement van 13,8 procent. Na montage op een gebogen dakpan bleef daar 12,4 procent van over.

Dat is lager dan kristallijne panelen, waarvan de rendementen vaak tussen de 16 en 20 procent liggen, maar het grote voordeel is volgens TNO dat de gebruikte materialen en processen direct toepasbaar zijn in de industrie. De zonnefolie kan in productielijnen met hoge volumes worden geproduceerd en meteen worden aangebracht op dakpannen van kunststof, zodat aparte montage tijdens bouwwerkzaamheden niet meer nodig is. Dat kan flinke kostenvoordelen bieden.

De kersverse TNO-spin-off Perovion Technologies moet de nieuwe technologie commercieel gaan uitrollen. TNO, Perovion Technologies en Lift PV hebben recent een subsidie van 49 miljoen euro gekregen voor de ontwikkeling en productie van flexibele perovskiet zonnepanelen. De ambitie is om binnen enkele jaren marktintroductie te realiseren en richting 2030 commerciële productie in Nederland op te bouwen, zeggen de organisaties.

Naast zonnefolie liggen er ook kansen voor het oogsten van zonne-energie met speciale coatings. Binnen de auto-industrie wordt hieraan gewerkt, met potentiële toepassingen voor zowel voertuigen als gevels.

Mercedes-Benz is bijvoorbeeld bezig met de ontwikkeling van zogenoemde zonnelak. Daarin zitten nanodeeltjes die zonlicht omzetten in elektriciteit. Hoewel deze toepassing zich nog in een onderzoeksstadium bevindt, claimt de Duitse autofabrikant al wel dat het in theorie mogelijk is om de zonnelak genoeg stroom te laten opwekken om in een jaar 12.000 kilometer te rijden.

Als de coating daadwerkelijk commercieel toepasbaar is, liggen er ook mogelijkheden buiten de auto-industrie voor de gebouwde omgeving.

Mobiliteit: zonnecellen voor voertuigen en panelen tussen de treinrails

Waar zonnelak voor auto’s nog wat verder in de toekomst ligt, is het met zonnecellen op basis van silicium of dunnefilmtechnologie al wel mogelijk om zonne-energie in elektrische voertuigen te integreren. Uit recent rapport blijkt dat de koppeling van zonne-energie aan mobiliteit veel kansen biedt.

In praktijktests en simulaties kwam naar voren dat auto’s die met zonnetechnologie worden uitgerust, in Centraal-Europa tot 55 procent van hun energiebehoefte zelf kunnen opwekken. In Zuid-Europa gaat het zelfs om 80 procent. Wanneer alle nieuwe auto’s in Europa in de periode tot 2030 voorzien zouden worden van zonnecellen, ontstaat er een superbatterij met een capaciteit van bijna 16 terawattuur. Daarmee zou je in theorie ruim 850.000 huishoudens een jaar lang van stroom kunnen voorzien, wat dus ook kansen biedt om problemen met netcongestie aan te pakken.

Een andere innovatieve manier om zonne-energie te integreren met mobiliteit ligt bij het spoor. In Zwitserland heeft de startup Sun-Ways een installatietechniek ontwikkeld om met een speciaal treinstel tussen de rails series zonnepanelen te plaatsen (ze zijn ook weer verwijderbaar). Het potentieel van het railoppervlak voor het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen is groot, want volgens Sun-Ways, kun je per kilometer spoor met zonnepanelen 200 megawattuur per jaar aan stroom opwekken.

Het prototype zonnepaneel van Sun-Ways is ontwikkeld voor sporen waar treinen met snelheden tot 150 kilometer per uur rijden. In 2025 is het bedrijf  gestart met een driejarige pilot op een stukje spoor van honderd meter lang in Zwitserland. Daar wordt getest of het systeem veilig is voor reguliere treinen. Bij Sun-Ways hopen ze dat dit de eerste stap is op weg naar de uitrol van zonnepanelen over de 5.000 kilometer spoor die Zwitserland rijk is.

Organische zonnecellen in textiel

Flexibele, organische zonnecellen op koolstofbasis kunnen direct in textiel worden verwerkt met veel potentiële toepassingen.

Ontwerpster Pauline van Dongen van Heliotex. | Credits: Jeroen de Boer

Afgelopen jaar was Change Inc. bij de Dutch Design Week op bezoek bij een installatie van het bedrijf Heliotex van ontwerpster Pauline van Dongen. Op het Ketelhuisplein stond een groot blauw doek opgesteld met daarin lagen van flexibele zonnecellen. Op warme zomerse dagen kan het zonnedoek in openbare ruimtes beschutting bieden tegen de hitte. De opgewekte zonnestroom wordt overdag opgeslagen in een batterij, die ‘s avonds kan dienen als energiebron voor verlichting.

‘In gebieden met hittestress kan een schaduwdoek de gevoelstemperatuur met 9 tot 15 graden verlagen. Dat werkt heel effectief op plekken waar bijvoorbeeld minder natuurlijke schaduw is van bomen’, legde Van Dongen uit. De gemeente Arnhem zet het schaduwdoek van Heliotex deze zomer in in de binnenstad.

Houtbatterij: eerst warmte opslaan, daarna stroom produceren

Bij het omzetten van zonne-energie in elektriciteit ontstaat vaak een timingsprobleem: de energie is niet altijd nodig op momenten dat de zon schijnt. Dat kan worden opgelost met batterijopslag, waarbij er meer opties zijn dan omzetting in chemische energie met bijvoorbeeld lithiumbatterijen.

Chinese onderzoekers hebben gekeken naar een alternatieve route. De zonne-energie wordt eerst opgeslagen als warmte in houtplaten, meldt Interesting Engineering. Om dit voor elkaar te krijgen is flink gesleuteld aan de houtstructuur op nanoschaal. Zo zijn de warmte-absorberende eigenschappen van het hout versterkt, terwijl kunstmatige lagen zijn toegevoegd om het materiaal waterafstotend te maken. Ook is gezorgd dat micro-organismen de houtstructuur niet kunnen aantasten.

Het resultaat is een soort houtbatterij die overdag het zonlicht met een efficiëntie van ruim 90 procent opslaat als warmte. De houtbatterij kan vervolgens ’s avonds de warmte in elektriciteit omzetten, als de zon niet meer schijnt. De volgende stap is om te laten zien dat systeem ook op grotere schaal stabiele prestaties levert.

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in april 2026. 

Lees ook:

Wet die reparatie makkelijk én betaalbaar moet maken gaat in: dit moet je weten

'E-waste is het gevolg van een industrie die de wereld enorm vooruit heeft geholpen. Maar dan gaan de apparaten kapot, worden ze afval en vinden we ineens dat iemand anders het maar moet oplossen', aldus Joost de Kluijver. Hij is oprichter van Closing the loop, een van de vele bedrijven die de berg e-waste willen bestrijden.Voor elk product dat klanten van Closing the loop nieuw kopen, bijvoorbeeld een telefoon of laptop, haalt het bedrijf een afvalproduct van de markt en transporteert dat naar de dichtstbijzijnde recyclefabriek. Op die manier heeft het bedrijf al meer dan 8 miljoen apparaten van de (schadelijke) verbranding gered.Maar er is ook een andere manier om de enorme hoeveelheid e-waste te verkleinen: door simpelweg te voorkomen dat nog werkende apparaten worden afgedankt. Dat is waar het Europese recht op reparatie (right to repair) op is gericht. Die nieuwe richtlijn is in 2024 ingevoerd en moet uiterlijk morgen door de EU-lidstaten worden geïmplementeerd. Wat houdt het recht op reparatie in? Gaat er een huishoudelijk apparaat stuk, dan kun je dat nu vaak beter vervangen dan laten repareren. Dat is sneller, gemakkelijker en soms nog goedkoper ook. Hoewel er steeds meer repaircafés zijn waar je spullen gratis kunt laten repareren, loop je bij fabrikanten aan tegen lange wachttijden en onderdelen die niet meer besteld kunnen worden. Zelf repareren is nagenoeg onmogelijk.Het recht op reparatie wil dat tegengaan door fabrikanten in Europa te verplichten om hun producten te repareren binnen een redelijke termijn en voor een redelijke prijs, óók als de garantietermijn al is verstreken. Doel is dat consumenten dan vaker kiezen voor reparatie en er op die manier minder nieuwe grondstoffen nodig zijn.Daar horen ook enkele andere verplichtingen bij. Zo worden producenten verplicht toegankelijke informatie te bieden over reparatie, reserveonderdelen beschikbaar te stellen en de garantieperiode te verlengen na een reparatie. Gedurende de reparatie moet de fabrikant bovendien een vergelijkbaar product te leen aanbieden.Daarnaast komt er een Europees online platform dat reparateurs zichtbaarder moet maken voor nieuwe klanten. Voor wie geldt het? De Europese Commissie erkent dat het recht op reparatie 'op alle goederen van toepassing moet zijn om volledig nut te halen uit deze richtlijn'. Officieel geldt de richtlijn echter alleen voor producten waarvoor officiële Europese repareerbaarheidsvereisten zijn vastgelegd. Dat zijn met name (elektronische) huishoudelijke apparaten: wasmachines, vaatwassers en stofzuigers, maar ook mobiele telefoons en bepaalde soorten gereedschap.De reparatieverplichting geldt voor alle fabrikanten die producten op de markt brengen in Europa. Als de fabrikant niet Europees is, moet de importeur of distributeur de verplichting nakomen. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor reparaties die 'feitelijk of juridisch onmogelijk' zijn. Is dit de oplossing voor een circulaire economie? Reparatie staat redelijk hoog op de zogenoemde R-ladder voor een circulaire economie. Iets laten repareren kost een stuk minder grondstoffen, en daarmee CO2-uitstoot, dan het vervangen of zelfs recyclen. Bovendien heeft deze richtlijn niet alleen gevolgen voor het levenseinde van producten, maar ook voor het productieproces. Producten moeten immers zo ontworpen en geproduceerd worden dat ze repareerbaar zijn, bijvoorbeeld door ze demontabel te maken.Toch is een positief effect niet gegarandeerd. De werking van de richtlijn is bijvoorbeeld deels afhankelijk van de bekendheid ervan. En 54 procent van de Nederlanders heeft nog nooit van het recht op reparatie gehoord, blijkt uit onderzoek van online marktplaats Refurbed.Daarbij wijzen experts op 'mazen in de wet'. Zo vindt TU Delft-onderzoeker Benjamin Sprecher de richtlijn te vrijblijvend, met veel ruimte voor interpretatie. 'Vanuit het verleden weten we dat zoiets niet werkt, omdat je uiteindelijk bedrijven stimuleert om zich wel aan de letter, maar niet aan de geest van de wet te houden', zei hij eerder tegen Change Inc.Bovendien kent de wet flink wat uitzonderingen. Zo is die niet van toepassing op de reserveonderdelen voor smartphones die worden genoemd in de Ecodesignverordening voor smartphones. In die richtlijnen voor ecodesign staat dat smartphone-onderdelen niet vervangen hoeven te worden ‘mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan’, waaronder voorwaarden voor het resterende vermogen van batterijen na honderden of duizenden laadcycli.Fabrikanten kunnen met dit soort bepalingen voldoen aan de regels door vooral te sturen op batterijprestaties, zonder dat apparaten daadwerkelijk makkelijker repareerbaar worden, zegt Martine Hardeveld Kleuver, marketingdirecteur van iPhone-refurbisher Swappie in de Benelux. Wat is er (nog meer) nodig om reparatie gangbaar te maken? Om van reparatie de norm te maken, is een belangrijke rol weggelegd voor overheden. EU-lidstaten moeten volgens de richtlijn dan ook 'ten minste één maatregel ter bevordering van reparatie nemen', bijvoorbeeld een voorlichtingscampagne. Hoewel die maatregel niet financieel hoeft te zijn, wordt financiële ondersteuning wel als nuttig gezien.In Frankrijk is er bijvoorbeeld een repair bonus. Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt. De richtlijn zelf oppert ook een verlaagd btw-tarief voor 'de verrichting van hersteldiensten'.Onderzoeker Benjamin Sprecher denkt aan een heel andere maatregel die kan werken: langere garantietermijnen. 'Dus niet twee of vijf jaar garantie, maar gewoon garantie tot wat redelijkerwijs de technische levensduur zou moeten zijn. Dat kan zo oplopen tot twaalf of vijftien jaar, afhankelijk van de productcategorie. Als je dan meeneemt dat bedrijven bij langere garantietermijnen de keuze hebben om een gerepareerd product of een refurbished alternatief aan te bieden, dwing je automatisch af dat ze anders gaan nadenken over design en repareerbaarheid. Linksom of rechtsom moeten ze dan sterker gaan sturen op kwaliteit en een langere levensduur.’Er moeten dan natuurlijk wel ook genoeg mensen zijn die producten kunnen repareren. 'In Nederland missen jonge mensen de vaardigheden van reparatie', aldus Thami Schweichler van United Repair Centre. En of robots dat kunnen overnemen, is nog maar de vraag. Lees ook:Deze zomer gaat het 'recht op reparatie' in, maar een maas in de wet ondermijnt het effect Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt Reparatie-subsidie voor kapotte consumentenelektronica: een idee voor Nederland?