Een zomer van hittegolven in Nederland en Europa heeft de interesse voor airco’s doen exploderen. De opmars van de airco is in Nederland echter al een paar jaar aan de gang. In steeds meer Nederlandse woningen en kantoren is de airco een standaard onderdeel van de gebouwinrichting.
In 2025 telde Nederland volgens cijfers van het CBS in totaal bijna 2,2 miljoen vaste airco’s (met een binnen- en buitenunit) in woningen, kantoren en bedrijfsruimtes. Dat aantal groeide de afgelopen jaren met zo’n 300.000 stuks per jaar, vooral door gebruik in woningen.
Nederlanders kopen echter ook massaal mobiele airco’s, vooral voor koeling in de zomer. Uit het meest recente Woononderzoek van het CBS blijkt dat 5,2 procent van de huishoudens in 2024 een mobiele airco had. Overigens is het niet altijd het één of het ander, want sommige huishoudens hebben meer dan één airco.
Vanuit milieuperspectief is van belang dat vaste airco’s ook steeds vaker worden gebruikt voor verwarming van specifieke ruimtes in woningen, als alternatief voor stoken op gas. Bij mobiele airco’s hangt het van het type af of er naast koeling ook een verwarmingsfunctie bij zit.
Wat betreft de klimaat- en milieuaspecten zijn twee zaken doorslaggevend: het elektriciteitsverbruik van de airco en het gebruik van koelmiddelen, die zeer krachtige broeikasgassen kunnen bevatten.
Stroomverbruik airco: koeling versus verwarming
Een vaste airco is een type warmtepomp, met zowel een verwarmings- als een koelingsfunctie. Uit dit jaar gepubliceerd onderzoek blijkt op basis van CBS-cijfers dat vaste airco’s in koopwoningen in ruim 40 procent van de gevallen ook voor verwarming worden gebruikt. Bij sociale huurwoningen met vaste airco’s gebeurt dat in 20 procent van de gevallen.
Net als bij andere warmtepompen zorgt verwarming met airco’s vergeleken met stoken op gas voor een besparing op de CO2-uitstoot. Dat komt doordat aanwezige warmte in de buitenlucht (ofwel: gratis hernieuwbare energie) als basis wordt genomen om die warmte met behulp van elektriciteit op te waarderen. Zelfs als de warmtepomp/airco grotendeels op fossiele elektriciteit draait, levert dat een CO2-besparing op vergeleken met stoken op gas, omdat een deel van de warmte al gratis beschikbaar is.
Voor koeling met airco’s zit het anders. Dat is extra stroomverbruik waar geen besparing van het gasverbruik tegenover staat. Wat betreft de CO2-emissies hangt het er dus sterk vanaf in hoeverre airco’s voor koeling draaien op stroom van zonnepanelen en windmolens, dan wel elektriciteit van kolen- en gascentrales.
Stroom voor koeling kan CO2-besparing door verwarming dempen
Uit cijfers van het CBS blijkt dat het gebruik van vaste airco’s in woningen en gebouwen voor verwarming per saldo een CO2-besparing oplevert vergeleken met het gebruik van gas. In 2025 ging het naar schatting om 138.000 ton vermeden CO2-uitstoot. In dat cijfer is het milieueffect van vaste airco’s voor koeling niet meegenomen, geeft het CBS desgevraagd aan. En ook de inzet van mobiele airco’s is bij deze berekening niet meegeteld.
Het zou dus goed kunnen dat het netto positieve CO2-effect van airco’s een stuk lager uitvalt. Dat zal in de praktijk vooral afhangen van de stroombronnen die vaste en mobiele airco’s gebruiken voor koeling. Als daar voor een substantieel deel fossiele elektriciteit voor wordt ingezet, zorgt dat voor additionele CO2-uitstoot. Instanties als het CBS en TNO hebben vooralsnog echter geen meerjarige gegevens beschikbaar om hier harde uitspraken over te kunnen doen.
In een onderzoek van twee jaar geleden schat TNO wel dat het totale stroomverbruik voor koeling van airco’s in huishoudens (vast en mobiel) in 2022 op 1,6 petajoule lag (444 gigawattuur). In een scenario-analyse raamt TNO dat dit kan stijgen naar 4 petajoule (1,1 terawattuur) in 2030.
Koelmiddelen voor airco’s: potentieel lekgevaar van extreem sterke broeikasgassen
Voor airco’s – en ook luchtwarmtepompen in bredere zin – wordt gebruikgemaakt van koelmiddelen. Traditioneel gaat het hierbij om zogenoemde fluorkoolwaterstoffen (vaak aangeduid met de Engelse term hfc’s: hydrofluorocarbons). Dit zijn extreem krachtige broeikasgassen.
Zolang koelmiddelen goed opgesloten zitten, is er weinig aan de hand. Maar in de praktijk is er sprake van lekrisico’s tijdens het gebruik en bij de vervanging van koelmiddelen. Wereldwijd zorgt dit jaarlijks voor naar schatting 1 miljard ton aan emissies in CO2-equivalenten, vooral door hfc-gebruik in koelkasten en airco’s.
Een belangrijke maatstaf is het zogenoemde global warming potential (GWP) van fluorkoolwaterstoffen. Een GWP-cijfer drukt het gewicht van een ander broeikasgas uit in kilo’s of tonnen CO2. Voor oudere varianten van fluorkoolwaterstoffen geldt dat de uitstoot van 1 kilo koelmiddel gelijk staat aan bijvoorbeeld 750 kilo of zelfs 3.500 kilo CO2-uitstoot.
De Europese Unie heeft voor de periode tot 2030 wetgeving ingevoerd die aan nieuwe airco’s en warmtepompen strengere eisen stelt wat betreft de gebruikte koelmiddelen. Voor vaste airco’s geldt bijvoorbeeld dat vanaf 2029 bij nieuwe systemen alleen nog koelmiddelen gebruikt mogen worden met een GWP van maximaal 150.
Bij al geïnstalleerde, oudere systemen blijven koelmiddelen met een hogere GWP echter toegestaan. Bovendien geldt voor nieuwe systemen dat er toch fluorkoolwaterstoffen met een hogere GWP dan 150 gebruikt mogen worden als het gebruik van alternatieve koelmiddelen veiligheidsrisico’s oplevert.
Alternatieven voor koelen met airco
Vanuit milieuperspectief is het volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal beter om eerst andere opties dan een airco uit te proberen voor koeling. Helemaal als het om een mobiele airco gaat, want die verbruikt liefst twintig keer meer stroom dan een ventilator.
Wat betreft het gebruik van koelmiddelen zijn er inmiddels ook alternatieven, zoals propaan en ammoniak. Die hebben een veel lager opwarmingseffect bij contact met de atmosfeer dan fluorkoolwaterstoffen. Nadeel is wel dat er bij lekkages potentiële brandrisico’s zijn (propaan) of dat er giftige stoffen vrijkomen (ammoniak). Dit is de reden dat er in de Europese wetgeving uitzonderingen zijn, als de veiligheidsrisico’s van alternatieven te groot worden geacht.
Maar de techniek staat niet stil. Er wordt al jaren gewerkt aan innovaties met zogenoemde vastestofkoelmiddelen. Zo gebruiken onderzoekers van de universiteit van Saarland de fysieke eigenschappen van nikkel-titaniumlegeringen voor koeling en verwarming, met potentieel grote voordelen ten opzichte van de huidige koelmiddelen. Commerciële toepassing zou volgens de Duitse wetenschappers binnen een jaar of vijf mogelijk moeten zijn.




