Jeroen de Boer
09 april 2026, 15:11

'Als burgers collectief hun emissies verlagen, kun je ook meer druk uitoefenen op bedrijven en de overheid'

Door toedoen van de mens is de concentratie van CO2 in de atmosfeer zo hoog dat naast de afbouw van fossiele uitstoot ook verwijdering van CO2 noodzakelijk is geworden. Burgers kunnen door zelf initiatief te nemen een signaal geven aan de overheid en bedrijven, is de gedachte achter het nieuwe initiatief CO2llectief. Dat werkt samen met de Nederlandse startup Carboneers.

CO2 verwijderen CO2 wordt permanent vastgelegd in de vorm van biochar door boeren in India en Ghana. | Credits: Carboneers

Wie leest over versnelde opwarming van de aarde en de gevolgen die dat heeft in de vorm van extremer weer en steeds grotere schade voor menselijke gemeenschappen, voelt zich al snel machteloos. Zeker als je ook overspoeld wordt door oorlogsbeelden van brandende olie- en gasinstallaties, waarbij met gemak een paar miljoen ton CO2 in de atmosfeer belandt.

Als individu lijk je daarop weinig invloed te hebben, maar samen kunnen groepen mensen juist voor systeemverandering zorgen. Dat is de gedachte achter CO2llectief, een nieuw initiatief waarmee burgers kunnen bijdragen aan CO2-verwijdering. ‘Het is belangrijk om mensen handelingsperspectief te bieden en de krachten te bundelen.’ zegt bestuurder Dorine Bosman.

CO2llectief is opgezet door Darel, een Rotterdams adviesbureau dat zich richt op de energietransitie. Darel heeft veel ervaring met zakelijke projecten voor CO2-reductie in Nederland. De consultant heeft onder meer Porthos ondersteund, het grootschalige project voor de afvang van CO2 door de Rotterdamse industrie en de opslag daarvan in een leeg gasveld onder de Noordzee.

Vanuit Darel is Bosman samen met consultant Max de Jong aangesteld om een voortrekkersrol te nemen bij CO2llectief, dat als stichting met een ANBI-status opereert. Consumenten kunnen via de stichting CO2-certificaten kopen om hun eigen uitstoot te compenseren.

CO2-reductie en -verwijdering nodig voor beperken opwarming aarde

Dorine Bosman, bestuurder bij CO2llectief. | Credits: Joanne de Lijster

Darel opereert als consultant in de zakelijke markt, maar is ervan overtuigd dat de uitdaging om de opwarming van de aarde te beperken zo groot is, dat iedereen nodig is: bedrijven, overheden én consumenten. Bosman: ‘Juist als overheden en bedrijven langetermijnbeleid willen voeren, is maatschappelijk draagvlak essentieel. CO2llectief richt zich daarom niet alleen op individuen, maar ook op organisaties als energiecoöperaties en bedrijven die werknemers de mogelijkheid willen bieden om te participeren in projecten voor CO2-verwijdering.’

Mede-bestuurder De Jong benadrukt dat het initiatief niet is bedoeld als alternatief voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. ‘Dat blijft prioriteit nummer één. Maar we zitten op een punt dat vermindering van de uitstoot niet meer genoeg is. Zelfs als de netto emissies wereldwijd naar nul gaan, is koolstofverwijdering nog lange tijd nodig. De concentratie van CO2 in de atmosfeer moet fors omlaag om het klimaat in balans te brengen. CO2-verwijdering is daarmee geen vervanging voor emissiereductie, maar een noodzakelijke minimale maatregel voor klimaatstabiliteit.’

Max de Jong, bestuurder bij CO2llectief. | Credits: Darel Consultancy

De expertise van Darel wordt voor CO2llectief ingezet om verwijderingsprojecten te selecteren. De lat ligt daarbij hoog, want de stichting wil consumenten toegang bieden tot projecten die CO2 voor honderden tot meer dan duizend jaar uit de atmosfeer houden en op dit moment al schaalbaar en betaalbaar zijn.

Bomen planten niet genoeg om CO2 langdurig uit de atmosfeer te houden

‘CO2 die door verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer komt, heeft honderden miljoenen jaren in de grond gezeten’, legt De Jong uit. ‘Bij verwijdering wil je dus dat koolstof op z’n minst meer dan duizend jaar uit de atmosfeer blijft. Dat betekent voor ons dat bijvoorbeeld het planten van bomen niet ver genoeg gaat. Het is immers onzeker hoelang bossen blijven staan over een langere tijdsperiode en wat de werkelijke opnamecapaciteit dan is.’

Op de zakelijke markt zijn wereldwijd flink wat startups bezig met technologieën als direct air capture: het uit de lucht filteren van CO2 met afzuiginstallaties. Maar deze industriële processen zijn duur. Een alternatieve aanpak is het vastleggen van koolstof in de vorm van biochar. Daarbij wordt het afvangen van CO2 door de natuur kosteloos verzorgd via opname door planten en kan de gevormde biomassa efficiënt worden omgezet in langdurige koolstofopslag.

CO2 permanent verwijderen uit de atmosfeer met biochar

Biomassa bevat koolstof die onderdeel uitmaakt van een zogenoemde korte cyclus. Gewassen nemen via fotosynthese CO2 op. Na de oogst zet vertering of verbranding van plantenresten de vastgelegde koolstof weer om in atmosferische CO2.

Via pyrolyse (verbranding onder zuurstofarme condities) kan ongeveer de helft van de koolstof die in biomassa aanwezig is, worden omgezet in biochar. Hierbij fungeert de biomassa zelf als energiebron, wat een efficiënt proces oplevert. Het resultaat is een stabiele, vrijwel pure vorm van koolstof die je in de bodem kunt bewaren.

Biochar kan worden ingezet om de vruchtbaarheid van landbouwgrond te verbeteren, maar is voor micro-organismen en planten zelf geen voedingsbron. De koolstof blijft daardoor meer dan duizend jaar in de bodem en wordt zo langdurig uit de atmosfeer verwijderd.

Bosman: ‘Als startproject voor de consumentenmarkt zijn we op basis van criteria als effectiviteit, schaalbaarheid en betaalbaarheid uitgekomen op biochar. We pretenderen niet dat dit een silver bullet is die alle uitstootproblemen gaat oplossen, maar denken wel dat deze route nu veel potentieel biedt.’

CO2llectief is daarom een samenwerking gestart met het Nederlandse bedrijf Carboneers van ondernemers Mart de Bruijn en Berend de Haas. De afgelopen drie jaar heeft Carboneers overeenkomsten gesloten met meer dan vijfduizend boerengemeenschappen in India en Ghana voor de productie en certificatie van biochar. Hierbij gebruiken boeren plantaardige reststromen van de landbouwproductie om tegen betaling vrijwel zuivere koolstof te produceren in de vorm van biochar. Die kunnen ze ook zelf weer gebruiken als drager voor water en nutriënten om de vruchtbaarheid van akkers te verbeteren.

Biocharproject van Carboneers in Ghana. | Credits: Carboneers

Carboneers: projecten voor biochar in India en Ghana

De Nederlandse startup Carboneers van Mart de Bruijn en Berend de Haas heeft de afgelopen drie jaar projecten opgezet met meer dan vijfduizend boerengemeenschappen in India en Ghana, waar ruim 33.000 mensen werken. Daarbij worden verschillende pyrolyse-technieken ingezet voor verbranding van biomassa onder zuurstofarme condities. De eenvoudigste systemen vergen relatief lage investeringen van een paar duizend euro per pyrolyse-oven.

Carboneers beheert de technologie en productie van pyrolyse-ovens en geeft die in bruikleen aan boeren, wat opschalen relatief makkelijk maakt. Het productieproces wordt via een app geregistreerd en gecontroleerd, ondersteund door teams van datacheckers. De Bruijn: ‘Op die manier kun je vrij precies aantonen hoeveel koolstof er wordt verwijderd. De monitoring en kwaliteitscontrole is een cruciaal onderdeel van het hele proces.’

Boeren worden betaald per zak geproduceerde biochar en ontvangen minimaal 50 procent van de inkomsten van de CO2-certificaten die Carboneers internationaal verkoopt. De biochar mogen ze gratis gebruiken als bodemverbeteraar, wat een besparing oplevert op het gebruik van andere meststoffen. Internationale certificatie-organisaties controleren dit proces.

Carboneers heeft afgelopen jaar gezorgd voor de permanente verwijdering van 120 duizend ton CO2 uit de atmosfeer, gecertificeerd door derde partijen. Doel is om verder op te schalen om binnen enkele jaren een verwijderingscapaciteit van 1 miljoen ton CO2 op jaarbasis te realiseren. De Bruijn: ‘We letten daarbij scherp op het soort reststromen dat wordt gebruikt voor de productie van biochar. Stengels van maisplanten en kokosschillen zijn bijvoorbeeld geschikt, omdat er dan geen concurrentie ontstaat met voedselproductie.’

Tot nog toe werden de CO2-certificaten van Carboneers alleen verkocht aan multinationals in onder meer het VK en Zwitserland, die hiermee een deel van hun eigen CO2-uitstoot compenseren. ‘Via de samenwerking met CO2llectief betreden we voor het eerst de consumentenmarkt’, zegt De Bruijn.

CO2-certificaten voor biochar

CO2llectief biedt consumenten in Nederland de mogelijkheid om biochar-certificaten van Carboneers te kopen en begeeft zich daarmee op een markt met veel concurrentie. Er zijn immers legio mogelijkheden om bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van een vliegreis af te kopen voor een paar tientjes per ton, of zelfs minder.

Opvallend genoeg onderscheidt CO2llectief zich in dit speelveld juist met een relatief hoge CO2-prijs. Per ton CO2 ligt de prijs voor biochar-certificaten in eerste instantie op 150 euro. Dat is ongeveer het dubbele van de huidige CO2-prijs van het Europese handelssysteem voor emissierechten (ETS).

Toch is 150 euro per ton CO2 niet veel, als je het vergelijkt met de kosten om andere reststromen te verwerken. Bosman: ‘Voor plastic PET-flessen van 30 gram betalen we 0,25 euro statiegeld. Dat is meer dan 8.000 euro per ton!’

‘De prijs die we hanteren weerspiegelt realistische kosten’, zegt Bosman. ‘De CO2 wordt voor duizend jaar uit de atmosfeer gehouden. Als je die tijdsfactor meeneemt, betaal je met biochar 0,15 euro voor een ton CO2 per jaar dat je de CO2 uit de atmosfeer houdt. Dat is gunstiger dan wanneer je met bomen planten 10 euro per ton betaalt om CO2 bijvoorbeeld vijftig jaar uit de atmosfeer te houden.’

CO2llectief heeft als doel zo veel mogelijk CO2 te verwijderen en streeft er als stichting naar om meer dan 90 procent van de bijdrage van deelnemers actief in te zetten voor CO2-verwijderingsprojecten.

Ook voor mensen met een kleine portemonnee

In Nederland ligt de gemiddelde CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking op ongeveer 8.000 kilo per jaar. Om dat met biochar-certificaten van CO2llectief te compenseren zou je 1.200 euro moeten inleggen, ofwel 100 euro per maand. Daarbij hoopt De Jong dat het initiatief mensen helpt meer CO2 te besparen. ‘Als je een deel van je uitstoot verwijdert, is dat een logisch moment om na te denken over hoeveel je eigenlijk uitstoot. Dat zorgt voor meer bewustwording.’

Uit internationaal onderzoek blijkt dat de feitelijke CO2-voetafdruk van mensen sterk varieert, afhankelijk van het inkomen en vermogen. In de regel is de CO2-voetafdruk van mensen met hoge inkomens en veel vermogen veel hoger dan die van lagere inkomensgroepen.

‘Mensen met hogere inkomens kunnen natuurlijk makkelijker hogere volumes aan CO2 compenseren dan mensen met lagere inkomens’, zegt De Jong. ‘Maar ook mensen met een kleine portemonnee kunnen via ons bijdragen, omdat je bijvoorbeeld ook 25 euro kunt inleggen.’

Maatschappelijk signaal richting overheid en bedrijven

Via maandelijkse contributies kan de impact bovendien al snel oplopen, stelt De Jong. ‘Als je 25 euro per maand inlegt, zorg je voor een CO2-verwijdering van 2.000 kilo per jaar. Dat is evenveel als de jaarlijkse besparing van vijf mensen die vegetarisch gaan eten.’

Bosman benadrukt daarnaast dat impact verder kan reiken dan iemands individuele CO2-reductie als steeds meer consumenten meedoen. ‘Hoe sterker het collectieve signaal vanuit burgers dat ze bereid zijn om iets te doen voor het klimaat, des te meer druk je als samenleving kunt uitoefenen op overheden en bedrijven, zodat ook zij hun rol serieus nemen.’

Lees ook:

Verkoop vleesvervangers daalt, maar Impossible Foods durft het tóch aan in Nederland

'Als je over tien jaar voor het supermarktschap staat, kun je kiezen: vier plantaardige burgers voor een tientje of twee dierlijke burgers voor dertig euro. Dan is de keuze snel gemaakt.'Het moge duidelijk zijn: Jasper van Meer ziet de toekomst van vleesvervangers zonnig in. Hij is hoofd marketing Benelux bij Impossible Foods. Dat merk vierde afgelopen week officieel zijn lancering in Nederland. Eerder dit jaar sloot het zijn eerste deals voor horeca en catering, inmiddels liggen de producten ook bij Jumbo en online supermarkten Picnic en Crisp. Verkoop supermarkten daalt, horeca groeit Ze zijn er wat laat bij, zou je kunnen zeggen. Burgers van de geduchte Amerikaanse concurrent Beyond stonden jaren geleden al op de Nederlandse menukaarten. Sterker nog: sommige merken zijn alweer op hun retour.Eerder dit jaar stopte Albert Heijn bijvoorbeeld met de verkoop van de vleesvervangers van Garden Gourmet, naar verluidt wegens tegenvallende verkoop. En de beurswaarde van Beyond is inmiddels flink gekelderd.Dat strookt met de verkoopcijfers. Al sinds 2022 worden er minder vleesvervangers verkocht in de Nederlandse supermarkten. Vorig jaar daalde de verkoop in volume zelfs 7 procent, meldt marktonderzoeker NielsenIQ aan Trouw. Supermarkten én veel producenten zetten nu liever in op hybride vlees: deels dierlijk, deels plantaardig.Toch baren die dalende verkoopcijfers Van Meer weinig zorgen. Deels omdat de retail niet zijn enige afzetmarkt is; cateraars en horeca zijn er ook nog, en daar stijgt de inkoop wel degelijk.Van Meer verwacht daarnaast dat ook de interesse van de consument weer zal toenemen. Hij wijst op de zogenoemde hype cycle: de curve die vaak voor opkomende technologieën wordt gebruikt. Een gigantische piek aan het begin, gevolgd door een dal van tegenvallende verwachtingen, met daarna weer een stijging tot het ‘productiviteitsplateau’.Vleesvervangers bevinden zich nu in dat dal, denkt Van Meer. 'Een stijging is uiteindelijk onvermijdelijk.' Over omzetverwachtingen wil hij slechts kwijt dat Impossible 'de ambitie heeft om een significante speler te worden'.Dat vleesvervangers relatief steeds goedkoper worden zal daarbij helpen. Doordat er steeds minder melkkoeien zijn in Europa, maar de vraag naar vlees níet afneemt, wordt rundvlees steeds duurder. Plantaardige alternatieven worden daarmee in verhouding steeds betaalbaarder. Momenteel betaal je voor twee Impossible-burgers in de supermarkt ongeveer hetzelfde als voor twee rundvleesburgers. Plantaardig vlees als 'lifestyle' Toch zal er nogal wat voor nodig zijn om de consument weer aan de sojaschijf te krijgen. Daar heeft Impossible over nagedacht. Zijn grootste troef is de smaak van de producten: het merk belooft plantaardig eten zonder op de smaak van vlees in te leveren. Geblinddoekte Amerikanen verkozen de Impossible-burger zelfs boven rundvlees in onafhankelijk onderzoek. Van Meer: 'We willen overtuigen met de smaak. Dus hoe meer mensen het in hun mond stoppen, hoe beter.'Daarbij gaat er deze week een grote campagne van start met onder anderen presentator en influencer Geraldine Kemper. Impossible Foods moet een lifestylemerk worden, zegt Van Meer. 'Eten is niet alleen eten, het gaat om de ervaring.'De Nederlandse tak onderscheidt zich daarmee expliciet van de communicatie in de VS. Daar worden de producten vooral aangeprijsd met het hoge eiwitgehalte en het lage percentage verzadigd vet. Nederlanders staan volgens Van Meer daarentegen meer open voor het grotere plaatje, waar ook de lagere klimaatimpact onder valt.Dat neemt niet weg dat gezondheid ook hier belangrijk is. Het is geen toeval dat Impossible aan het begin van het jaar gelanceerd is: de periode waarin mensen het meest bewust met voeding bezig zijn. Omstreden ingrediënt Dat de Nederlandse lancering zo lang op zich liet wachten, komt met name doordat het bedrijf werkt met een ingrediënt dat in Europa onder de zogenoemde novel foods valt: 'heme', ofwel leghemoglobine uit soja. Dat zou ervoor zorgen dat de burgers net zo 'bloeden' als echt vlees.Dat hebben we nog niet met eigen ogen gezien, want heme mag hier nog niet geserveerd worden. Het wordt gemaakt met genetisch gemodificeerde gist. Zulke genetisch gemodificeerde producten mogen in Europa niet zomaar op de markt worden gebracht.Toen Burger King in Europa een vegetarische Whopper lanceerde, mocht die dus niet door Impossible worden gemaakt, zoals in de VS wel het geval is. In plaats daarvan is De Vegetarische Slager er nu hofleverancier.Dat Impossible nu naar Europa komt, betekent niet dat heme al is goedgekeurd. In de producten die je in Nederland vindt zit het ingrediënt niet. Heme zit momenteel nog in het Europese goedkeuringsproces, zegt Van Meer. Maar of het ingrediënt na goedkeuring alsnog aan de Nederlandse receptuur toegevoegd wordt, kan hij niet met zekerheid zeggen. 'Als het niet lekker was zonder, waren we nog niet op de markt geweest.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Lees ook:De boon is terug: is het ontbrekende puzzelstukje in de eiwittransitie daarmee eindelijk gevonden? Plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel kwakkelen, maar er zijn kansen: 'We kunnen leren van de proteïne-hype' In het lab van Those Vegan Cowboys wordt échte kaas gemaakt, zonder koe: 'We richten ons op de grote producenten'