Liefst 55 procent van het Europese stroomnet heeft beperkte opties om stroom te importeren. Dat vergroot de kans op black-outs, stelt de energiedenktank Ember in een analyse. De afgelopen vijf jaar zijn drie grote black-outs in Europa voorkomen door extra import van stroom uit buurlanden.
Het gaat daarbij om zogenoemde interconnectoren. Dat zijn grensoverschrijdende verbindingen in het hoogspanningsnetwerk. Als het stroomaanbod in een land plots drastisch daalt door de uitval van energiecentrales, kunnen landen gebruikmaken van die verbinding. Maar ook als andere landen een stroomoverschot hebben en import daarmee goedkoper wordt. Interconnectoren verhogen dus de leveringszekerheid en verlagen de stroomprijs.
‘Interconnectie is een goedkope manier om duurzame energie te integreren’, voegt Laurens de Vries, hoogleraar complexe energietransities aan de TU Delft, toe. ‘Naarmate de energietransitie vordert, wordt het steeds belangrijker om tekorten en overschotten aan energie tussen landen uit te kunnen wisselen.’
Meerdere Europese landen, zoals Portugal en Ierland, hebben weinig van zulke interconnectoren. Hoe zit dat met Nederland?
Interconnectoren in Nederland
Volgens Ember is de ondersteuning voor Nederland ‘hoog’. Ons land heeft verbindingen met Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken en Noorwegen. Daarmee is ons importpotentieel ruim 30 procent. Dat is het percentage van de piekvraag dat uit het buitenland kan worden gehaald.

Het aantal interconnectoren en de importcapaciteit per land. Nederland staat vlak boven Griekenland. | Credits: Ember
Die 30 procent van de energievraag klinkt niet als veel, maar is relatief hoog. De kans dat we daadwerkelijk zo veel stroom moeten importeren als mogelijk, is namelijk klein. Dat betekent dat alle centrales tegelijk uit zouden vallen.
Helemaal ondenkbaar is dat overigens niet, zegt Machiel Mulder. Mulder is hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij wijst op de situatie van Frankrijk. Daar werden vorige zomer meerdere kerncentrales stilgelegd vanwege een tekort aan koelwater. Frankrijk moest dus stroom importeren, maar heeft een lager importpotentieel dan Nederland. Stroom werd schaarser en daarmee ook duurder.
Die stroomprijzen zijn ook het grootste risico voor Nederland. Met een importpercentage van 30 procent is de kans dat de stroom in het hele land stilvalt vrijwel nihil, maar we kunnen het wel merken in de energieprijzen.
Omgekeerd vormen lagere energieprijzen van geïmporteerde stroom ook meteen het grootste voordeel van interconnectoren ten opzichte van bijvoorbeeld batterijen voor energieopslag. Mulder: ‘Omdat Duitsland veel windenergie opwekt, kunnen wij dat in Nederland vaak tegen lage prijzen importeren. Dat zorgt voor gelijkere prijzen in buurlanden. Dat is belangrijk voor de economie.’ Interconnectoren verkleinen bovendien de behoefte aan energieopslag en kunnen daarmee kosten besparen.
Europees stroomnet
Met onze interconnectoren en ons relatief hoge importpercentage zitten we in Nederland kortom gebakken. Of toch niet? Belangrijk om te weten is dat energiemarkten weliswaar per land functioneren, maar dat het hele Europese elektriciteitsnet wel aan elkaar gekoppeld is.
‘Op het continentale stroomnet moet de netfrequentie rond de 50 Hertz liggen. Daarvoor moeten vraag en aanbod van elektriciteit constant op elkaar worden afgestemd’, legt Mulder uit. ‘Als er in Bulgarije een spanningsverschil is en andere landen reageren niet, merken wij dat meteen in de kwaliteit van onze elektriciteit. Elektrische energie verplaatst zich razendsnel.’
Een verstoring in een ander land mag alleen nooit leiden tot stroomuitval hier. Dat is geregeld in netcodes van de ENTSO-E: het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit.
Capaciteit bijbouwen
Om de leveringszekerheid te waarborgen zet Europa zich hard in voor de uitbreiding van de capaciteit van interconnectoren. Tussen 2024 en 2040 wordt die capaciteit naar verwachting verdubbeld, stelt Ember. Als alle geplande projecten op tijd afkomen kan die verwachting zelfs nog worden overstegen. Ook in Nederland bouwt netbeheerder Tennet aan de verbetering van interconnectoren.
In de toekomst kunnen we dus steeds gemakkelijker leunen op andere landen als zij meer energiezekerheid hebben dan wij. De productiecapaciteit staat in Nederland immers onder druk door de uitfasering van kolen en het achterblijven van de opschaling van groene waterstof, benadrukt De Vries. Stroomimport kan een oplossing zijn. ‘Maar als ook andere Europese landen een investeringstekort hebben, dan houdt het natuurlijk op.’



