Het versnellen van de energietransitie heeft meer urgentie dan ooit, ook al lijkt dit nu niet het thema dat politiek gezien de hoogste prioriteit heeft. Veel elementen om te versnellen zijn al aanwezig, maar het is lastig om tot de beste mix van maatregelen te komen, bleek woensdag bij de presentatie van de Energy Transition Outlook 2025 van ingenieursbureau DNV in Amsterdam.
Uit de prognose van DNV blijkt dat de groei van elektriciteit uit zon en wind hard gaat, maar ook dat de uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele energie relatief hoog blijft. Naar verwachting ligt die uitstoot in 2050 nog altijd op een niveau van iets meer dan 20 miljard ton CO2 per jaar. Dat betekent dat de wereld niet op koers ligt om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden.
Tijdens een paneldiscussie naar aanleiding van het rapport lieten onder meer president-directeur Frans Everts van Shell Nederland, ceo Manon van Beek van netbeheerder TenneT en Karin van Selm, regiodirecteur Europa, Azië en Afrika van Rabobank, hun licht schijnen op de knelpunten in de energietransitie en wat er moet gebeuren om die te verhelpen.
Lastige fase van energietransitie komt eraan
Everts signaleert dat de spectaculaire groei van zonne-energie en de sterke daling van de kosten van zonnepanelen geen blauwdruk vormen voor de verduurzaming in andere sectoren. ‘Niet alle kostencurves gaan op die manier omlaag.’ Het opvoeren van het aandeel van hernieuwbare energie in de stroomopwekking is relatief makkelijk, vergeleken met bijvoorbeeld het koolstofvrij maken van onder meer de productie van staal, cement en plastics. ‘Het behalen van de eerste 50 procent van de emissiedoelen is relatief eenvoudig. Daarna wordt de uitdaging een stuk groter’, aldus de topman van Shell Nederland.
Volgens Everts is er momenteel niet zozeer sprake van vergroening van de Europese industrie, maar eerder van de-industrialisatie. Als we willen dat zware industrie duurzamer wordt en niet simpelweg verdwijnt, dan moet er onder meer gewerkt worden aan het creëren van afzetmarkten voor duurzame varianten van producten zoals staal en cement. ‘De overheid kan daarbij helpen met normerend beleid’, stelt Everts. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om een verplicht aandeel duurzamer staal of beton bij de inkoop.
Geen zigzagbeleid meer
Het helpt ook als overheden ‘koers houden’ bij eerder uitgezette doelen voor energietransitie, vult ceo Van Beek van TenneT aan. Ze verwijst naar de toegenomen onzekerheid over de bouw van windparken op zee van Nederland. ‘Je kunt wel een beetje bijsturen, maar het moet geen zigzagbeleid worden als je van de Noordzee de groene energiecentrale van Europa wilt maken’, stelt Van Beek.
Dat is onder meer van belang vanwege de tijdshorizon die speelt bij investeringen in energie-infrastructuur op zee, maar ook bij het hoogspanningsnet op land. Van Beek geeft aan dat grotere projecten doorgaans een doorlooptijd hebben van tien tot twaalf jaar, waarbij daadwerkelijke bouw vaak slechts twee jaar in beslag neemt. Trajecten voor vergunningsaanvragen en goedkeuringsprocedures slokken het gros van de tijd op. ‘Het zou fijn zijn als daar meer vaart in komt’, aldus Van Beek.
Onzekerheid verhoogt kosten investeringen
Vanuit de financieringskant ziet Van Selm van Rabobank dat de kosten van de energietransitie worden beïnvloed door toenemende risico’s op een aantal gebieden. Door geopolitieke onzekerheden spelen veiligheid en energiezekerheid een grotere rol in de energietransitie, wat ertoe kan leiden dat investeringskeuzes mede worden bepaald door andere dan puur economische overwegingen, met een kostenverhogend effect.
Daarnaast maakt de opmars van het meer variabele aanbod van hernieuwbare energie de beschikbaarheid van extra buffercapaciteit belangrijker, om schommelingen in vraag en aanbod op te vangen. De vraag is volgens Van Selm wie dergelijke investeringen gaat betalen.
En dan is er nog de toegenomen onzekerheid rondom overheidsbeleid op het gebied van duurzame energie, zoals in de VS te zien is met de ommezwaai van president Trump.
‘Als je over de hele waardeketen kijkt, zie je een hogere mate van onzekerheid en dat betekent dat financiering van de energietransitie duurder wordt’, zegt Van Selm. In de Europese context is het volgens de regiodirecteur van Rabobank daarom belangrijk dan bedrijven samen naar oplossingen zoeken en dat overheden een consistent beleid voeren.




