Elektrificatie is dit jaar het belangrijkste buzzword als wereldleiders het over de energietransitie hebben. Turkije promoot als gastheer van de aanstaande klimaatconferentie COP31 een mondiaal doel om het aandeel van elektriciteit in de totale energievraag op 35 procent te krijgen in 2035. En de Europese Unie mikt wat dat betreft op 46 procent in 2040.
Dergelijke doelen zijn ambitieus, maar de beweging richting sterke elektrificatie van het energiesysteem is onmiskenbaar, blijkt uit een nieuw rapport van technisch adviesbureau DNV.
Tegelijk blijft snelle elektrificatie vanuit klimaatperspectief maar een deel van het verhaal. Om klimaatdoelen zoals het beperken van de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius te halen, is ook een versnelde afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen nodig. En daar schort het nog aan.
We bespreken hieronder aan de hand van zes grafieken de belangrijkste bevindingen uit de Energy Transition Outlook 2026 van DNV.
Europa na China snelst met elektrificatie
In de prognoses van DNV is China de komende decennia kampioen op het gebied van elektrificatie. Naar verwachting kan elektriciteit in 2055 liefst 55 procent van de eindvraag naar energie dekken in China. Europa is dan een goede tweede met een aandeel van 49 procent. Het wereldwijde gemiddelde ligt over dertig jaar naar verwachting op 40 procent.
Met deze prognoses is DNV is voorzichtiger dan de recent uitgesproken ambities van Turkije om als werelddoel in 2035 al op 35 procent te zitten. De analisten van het adviesbureau rekenen voor dat jaar met een mondiaal aandeel van 27 procent voor elektriciteit.
Totale energievraag stabiel bij stijgend aandeel elektriciteit

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV
De totale eindvraag naar energie blijft redelijk stabiel. In de prognoses van DNV tot 2060 is zelfs sprake van een lichte daling vanaf 2040. Die stabilisering van de energievraag treedt op ondanks bevolkingsgroei en stijging van de mondiale welvaart.
Dat heeft alles te maken met de verdringing van het gebruik van fossiele brandstoffen door elektriciteit (paarse vlak in de grafiek). Het grote voordeel daarvan is efficiënter gebruik van energie.
Zo werkt een elektromotor die gevoed wordt door een batterij in een elektrische auto efficiënter dan een brandstofmotor. Bij het verbranden van benzine of diesel gaat namelijk een flink deel van de energie verloren als warmte.
Dit effect is nog veel sterker in de gebouwde omgeving, als je de efficiëntie van warmtepompen vergelijkt met die van cv-ketels die op gas draaien. Elektrificatie zorgt daarom vanwege de efficiëntiewinst voor een rem op groei van de totale eindvraag naar energie.
Meer nuttig gebruik van energie door elektrificatie

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV
In de bovenstaande grafiek van DNV is het effect van toenemend nuttig gebruik van energie weergegeven voor het transport, de gebouwde omgeving en de industrie. Te zien is dat de toename van nuttig gebruik van energie het sterkst is in de gebouwde omgeving. Dit komt door de combinatie van warmtepompen voor stroom plus de inzet van warmtenetten, als alternatief voor fossiel stoken.
Op de tweede plaats komt de industrie, waar de grote opgave ligt bij het vervangen van het gebruik van aardgas voor proceswarmte door elektriciteit, ondersteund door warmtebatterijen.
Het transport staat op de derde plaats. Aan de ene kant liggen er grote kansen voor het wegtransport met de opkomst van EV’s, maar daar staat tegenover dat de luchtvaart naar verwachting de komende 35 jaar nog sterk afhankelijk blijft van (fossiele) kerosine.
Jaarlijkse CO2-uitstoot: nog meer dan 20 miljard ton in 2050

Credits: Energy Transition Oulook 2026, DNV
Olie, gas en kolen zullen in 2050 naar verwachting nog altijd goed zijn voor ruim 40 procent van de eindvraag naar energie. Hoewel technieken als de afvang van CO2 dan ook verder ontwikkeld zijn, rekent DNV voor 2050 nog altijd op een jaarlijkse CO2-uitstoot van meer dan 20 miljard ton.
Dit betekent dat de wereld over vijfentwintig jaar nog ver verwijderd zal zijn van netto nul uitstoot. Volgens de analisten van DNV is de kans hierdoor groot dat de opwarming van de aarde in de tweede helft van deze eeuw op 2,3 graden Celsius zal uitkomen, met aanzienlijke risico’s.
Wind en zon dominant bij opwekking elektriciteit

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV
De drijvende kracht achter de elektrische revolutie wordt gevormd door hernieuwbare energie uit zon en wind. Deze bronnen zullen volgens DNV vanaf 2050 meer dan 80 procent van de mondiale elektriciteitsvoorziening dekken.
Het belang van waterstof en kernenergie bij de elektriciteitsopwekking neemt wel toe, maar blijft relatief beperkt.
Batterijrevolutie voor duurzaam energiesysteem
Het afstemmen van de stijgende productie van stroom van zonnepanelen en windmolens op de energievraag vergt enorme aanpassingen. Om aanbod en vraag over de tijd beter op elkaar te laten aansluiten, wordt batterijopslag steeds belangrijker.
De analisten van DNV hebben dat in de grafiek hierboven weergegeven door verwachtingen over de groei van batterijcapaciteit te koppelen aan de productie van elektriciteit. In 2025 was er per gigawattuur aan stroomproductie gemiddeld 14 kilowattuur aan opslagcapaciteit van batterijen beschikbaar.
De verwachting is dat dat in 2030 al op 100 kilowattuur aan batterijcapaciteit per gigawattuur stroomproductie zal liggen. En in 2060 zal dat nog eens zeven keer zo hoog zijn. De opmars van zon en wind gaat zo gepaard met een ongekende batterijrevolutie.




