Jeroen de Boer
17 maart 2026, 15:38

EU kijkt naar opties voor verlaging stroomkosten van de industrie, maar duurzame transitie vraagt om bredere aanpak

Op de EU-top in Brussel komen donderdag plannen aan bod om iets te doen aan de hoge elektriciteitskosten van de energie-intensieve industrie. Om stappen te zetten richting verduurzaming van de industrie is echter veel meer nodig dan lagere kosten voor stroom.

industrie prijzen elektriciteit kosten eu | Credits: Getty Images/ Jonathan Raa/NurPhoto

Op donderdag 19 maart komen de leiders van de EU-lidstaten bijeen in Brussel. Dat gebeurt op een moment dat de oorlog in het Midden-Oosten de zorgen over een nieuwe energiecrisis aanwakkert. Op de agenda staan onder meer voorstellen van de Europese Commissie om iets te doen aan de elektriciteitskosten van de zware industrie.

Door de sterke prijsstijging van olie, aardgas en elektriciteit is er veel politieke druk om compenserende maatregelen te nemen. Volgens uitgelekte documenten wil de Commissie wat elektriciteit betreft in ieder geval kijken naar drie zaken: energiebelastingen, netwerktarieven en de invloed van CO2-beprijzing op de elektriciteitskosten van de industrie.

Stroomkosten industrie: energiebelasting, netwerktarieven en CO2-beprijzing

De hoogte van energiebelastingen en de netwerktarieven voor elektriciteit (en gas) worden op nationaal niveau vastgesteld. Formeel heeft Brussel daar geen directe zeggenschap over. Wat de Commissie precies voor ogen heeft is nog niet duidelijk. Dat moet donderdag blijken.

De Europese Commissie kan wel kaders stellen voor de reikwijdte van de staatssteun voor het verzachten van de effecten van CO2-beprijzing op elektriciteitsprijzen. Het is al toegestaan om industriële grootverbruikers van stroom te compenseren als energieleveranciers de CO2-kosten van gas- en kolencentrales doorberekenen in de prijzen van fossiele stroom.

In Nederland gebeurt dat ook. Die compensatie voor de industrie verloopt via de zogenoemde IKC-ETS-regeling. Het kabinet-Jetten wil een intensivering van deze subsidieregeling. Dat moet industriële grootverbruikers van elektriciteit in Nederland een lastenverlichting van in totaal een half miljard euro per jaar opleveren. De vraag is nu of de Europese Commissie de compensatiemogelijkheden voor de industrie verder wil oprekken.

Versnippering van heffingen en subsidies

Energieheffingen en subsidieregelingen voor de industrie vertonen binnen de EU nog altijd grote verschillen. Dat zorgt voor uiteenlopende energiekosten van de industrie per lidstaat.

Europees beleid dat de elektriciteitskosten van de industrie raakt, roept daarom twee belangrijke vragen op. Hoe beïnvloeden nieuwe plannen verschillen tussen de elektriciteitskosten van EU-landen? En wat doet eventuele verlaging van stroomkosten met prikkels om te verduurzamen?

Voor de Nederlandse industrie zijn beide vragen relevant. De zware industrie klaagt al een aantal jaar over hoge elektriciteitskosten vergeleken met buurlanden als Duitsland, België en Frankrijk. Mede door die hoge stroomkoste blijkt het voor onder meer de chemiesector lastig om snel stappen te zetten in het verduurzamen van productieprocessen via elektrificatie.

Elektriciteitskosten industrie: Nederland versus buurlanden

De hoogte van de stroomkosten voor de zware industrie wordt bepaald door drie dingen: de marktprijzen voor de inkoop van stroom, de hoogte van heffingen (zoals de belasting voor elektriciteitsverbruik en netwerktarieven) en fiscale kortingsregelingen.

Een recent beleidsonderzoek over de bekostiging van elektriciteitsinfrastructuur stelt dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk staat door de hoge energierekening. Dat komt niet door de nettarieven, maar door kortingen van andere overheden en verschillen in belasting(voordelen).

In een tabel uit het rapport is te zien dat de stroomkosten per megawattuur voor de Nederlandse industrie vóór fiscale kortingen en subsidies vergelijkbaar zijn met die in Duitsland en België. Alleen in Frankrijk is elektriciteit substantieel goedkoper; marktprijzen liggen daar lager door het grootschalige gebruik van kernenergie.

Credits: IBO Bekostiging elektriciteitsinfrastructuur, 2025

Het beeld kantelt als je kijkt naar de kosten inclusief belastingvoordelen. Gunstige kortingsregelingen zetten industriële bedrijven in buurlanden op voorsprong. Zo betaalden Nederlandse grootverbruikers van stroom in 2024 zo’n 25 euro per megawattuur méér voor elektriciteit dan Duitse bedrijven. De gemiddelde prijs voor Nederlandse bedrijven lag op 71,5 euro per megawattuur (inclusief de eerder genoemde kostencompensatie voor CO2-beprijzing), tegenover 46 euro in Duitsland.

Als de Europese Commissie wil ingrijpen in de elektriciteitskosten, is het daarom belangrijk dat ook de fiscale regelingen van landen gelijk worden getrokken. Anders blijft er een ongelijk speelveld bestaan.

Verduurzaming industrie: knelpunten wegnemen

Vanwege het kapitaalintensieve karakter van de basisindustrie willen bedrijven daarnaast zekerheid over het beleid op de lange termijn voor grootschalige investeringen in verduurzaming. Naast elektriciteitskosten zijn drie zaken daarbij van belang.

Ten eerste is dat voldoende aanbod van groene stroom en duurzame warmte. Ook oplossingen voor netcongestie en afstemming van het aanbod van groene energie op de vraag van de industrie zijn belangrijk, zodat de groene stroom op het juiste moment op de juiste plek kan zijn. Tot slot gaat het om zekerheid over de vraag naar duurzame alternatieven als groen staal en CO2-arm cement.

Steun voor hernieuwbare energie en duurzame productie

Hoe gaat het met die knelpunten? Wat betreft het aanbod van groene stroom toont het kabinet-Jetten ambitie. Doel is nu om de windcapaciteit op het Nederlandse deel van de Noordzee uit te breiden naar 40 gigawatt in 2040. Dat sluit aan bij het bredere streven van negen Noordzeelanden, die begin dit jaar de intentie uitspraken om samen 100 gigawatt aan windvermogen te realiseren.

Die stroom moet vervolgens ook zonder problemen bij industriële afnemers terecht kunnen komen. Door problemen met netcongestie wordt dat steeds lastiger. Dat vraagt vooral om nationaal beleid. Het kabinet-Jetten wil onder meer een nieuwe crisiswet netcongestie invoeren om vergunningsprocedures voor uitbreiding van het elektriciteitsnet te versnellen.

Toch moet de industrie ook zelf aan de slag, bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen voor de lokale opwek van duurzame energie, batterijopslag en omzetting van elektriciteit in warmte. Gunstig in dit verband is de wil van de coalitie om de SDE++-subsidieregeling de komende jaren te laten bestaan. Er moeten zes nieuwe rondes van elk 8 miljard euro komen. Bedrijven die willen investeren in CO2-arme oplossingen kunnen via de SDE++-regeling zekerheid krijgen dat investeringen in duurzame technieken kostendekkend zijn.

Er zijn tot slot nationale en Europese initiatieven om de vraag naar duurzame industriële basisproducten te stimuleren. Eerder deze maand presenteerde de Europese Commissie de Industrial Accelerator Act. Onderdeel daarvan zijn maatregelen om het verplichte aandeel van groen staal, CO2-arm cement en duurzaam aluminium in producten te verhogen voor publieke aanbestedingen.

Ook de Nederlandse regeringscoalitie heeft aangegeven de vraag naar groene industriële producten te willen stimuleren. Zo moet de overheid bij nieuwe circulaire fabrieken een rol gaan spelen als ‘launching customer‘ om afzetzekerheid te creëren.

Verder kijken dan losse maatregelen

Duidelijk is dus dat er aan meerdere knoppen gedraaid moet worden om echte stappen te zetten met verduurzaming, zowel nationaal als op Europees niveau. Als losse maatregel gaat crisissteun om elektriciteitskosten te drukken geen perspectief bieden voor de industrie op langere termijn.

Lees ook:

De economie veroorzaakt schade aan mens en milieu, maar Babette Porcelijn heeft een alternatief: de trias economica

Nee, ze is geen econoom. Maar ze heeft democratie wél hoog in het vaandel staan. En ons huidige economische systeem is fundamenteel ondemocratisch, zegt Babette Porcelijn. Dat heeft veel impact op mens en milieu.Porcelijn is vooral bekend van haar boek De verborgen impact (2016), waarin ze in kaart brengt welke impact mensen hebben op de planeet – en waarom we daar zelf zo weinig zicht op hebben. Sindsdien zet ze zich in om die impact te verkleinen, onder meer met haar stichting Think Big Act Now.Toch wordt die negatieve impact niet minder. De economie groeit, maar de milieuschade ook. En mensen in het mondiale Zuiden krijgen nog steeds geen eerlijk loon.Porcelijn ging op onderzoek: waarom is dat? Het resultaat is het boek De trias economica, dat volgende week verschijnt. Daarin legt ze de 'weeffouten' van het economisch systeem bloot en stelt ze een alternatief voor. Een ondemocratische economie De kern van het probleem: degenen die de gevolgen voelen van economische besluiten hebben de minste inspraak, schrijft Porcelijn. Zo zijn arme landen gedwongen geld te lenen van rijke landen om met klimaatschade om te kunnen gaan, en bepalen de rijke landen de voorwaarden. En in bedrijven wordt de koers bepaald door aandeelhouders die eraan verdienen, terwijl degenen die geraakt worden – werknemers, arbeiders in arme landen, toekomstige generaties, de natuur – niet meebeslissen.'Het was een vreemde gewaarwording voor mij dat het economische systeem ondemocratisch bleek te zijn', zegt Porcelijn tegen Change Inc. 'In een democratie heeft iedereen die geraakt wordt door besluiten daar iets over te zeggen. In grote bedrijven is dat totaal niet zo.'De machtsconcentratie in grote bedrijven wordt volgens Porcelijn gedreven door twee dingen: groeidwang en vermogensconcentratie. De groeidwang begint bij geldschepping. Als banken geld lenen, willen ze daar rendement op maken. Maar het geld van dat rendement bestaat nog niet. De economie moet dus altijd blijven groeien om schulden te kunnen betalen.Dat rendement gaat vervolgens allemaal naar een kleine groep mensen. Daardoor ontstaat vermogensconcentratie, legt Porcelijn uit. 'De markt onttrekt waarde aan de maatschappij, terwijl ze eigenlijk waarde zou moeten toevoegen.'Use value-economie Hoewel Porcelijn zich liever op oplossingen richt ('Anders kan ik me laten verlammen door angst'), schetst ze kort wat er gebeurt als we ons economische systeem niet veranderen. Zolang we de kosten van economische groei niet onder ogen komen, werken we toe naar economisch en ecologisch verval. 'De omvang van waar we op afstevenen wordt nog steeds zwaar onderschat. Mensen willen het liever niet zien.'Deze ideeën sluiten aan op die van denkers als Triodos-econoom Hans Stegeman, die vorig jaar een proefschrift schreef over duurzame transformatie van de economie. Onze kapitalistische economie, zegt Stegeman, is een alsmaar uitdijend systeem. 'Als we dat systeem niet begrenzen, blijft het kannibaliseren op mens en natuur. En dan stort het uiteindelijk vanzelf in elkaar.’Het huidige neoliberale kapitalisme is een zogenoemde exchange value-economie, zegt Porcelijn. Daarin is geld het doel en zijn mensen en producten het middel om meer geld te maken. 'In plaats daarvan hebben we een use value-economie nodig. Daarin maken we producten omdat we die nodig hebben om te leven. Geld is slechts het hulpmiddel dat het ruilen makkelijker maakt.' De trias economica De enige manier om tot zo'n use value-economie te komen is door 'diep in te grijpen in het systeem van economische macht', zegt Porcelijn. Want: 'Als je maar één aspect van het weefgetouw aanpakt, mis je belangrijke verbanden en oplossingen.'Voor een overkoepelende oplossing keek Porcelijn naar de trias politica: de scheiding der machten. Die theorie van de Franse filosoof Montesquieu zorgde er in de achttiende eeuw voor dat absolute monarchieën, waarin de koning alle macht had, veranderden in democratieën. Zoiets zou ook in de economie moeten gebeuren, zegt Porcelijn. 'Want het is vooral de machtsconcentratie die maakt dat de maatschappij in dienst staat van het geld, in plaats van andersom.'Het idee om zo'n ook economische machten te scheiden kwam toen Porcelijn een video keek van de Roemeens-Canadese econoom Vlad Bunea. 'Hij heeft het over de drie elementen van kapitalisme: macht, bezit en kapitaal. Dat is anders hoe ik er inmiddels naar kijk, maar toen viel bij mij wel het kwartje. Het gaat om macht, en die kun je verdelen. Ik ben toen zelf gaan uitwerken hoe een machtenscheiding eruit zou zien in de maatschappij.' Scheiding der machten Porcelijn onderscheidt de publieke macht (regels), de financiële macht (geld) en de bedrijfsmacht (uitvoering). Nu zijn die vaak verstrengeld, waardoor de eigen belangen voorrang krijgen. Zo heeft de financiële sector invloed op hoe bedrijven het door haar uitgeleende geld besteden, en oefent ze invloed op de overheid uit via schulden. En dan heb je nog lobbyisten van bedrijven, die bij politici pleiten voor gunstige wetgeving voor die bedrijven.Als die machten worden gescheiden, ziet het plaatje er heel anders uit. In Porcelijns trias economica mag niemand beslissen over hoe en wat er geproduceerd wordt, regels maken en tegelijkertijd profiteren van de winst.Hoe ziet dat er concreet uit? Een greep uit de maatregelen: alleen centrale banken kunnen geld scheppen, de aandeelhoudersvergadering van bedrijven wordt vervangen door een 'stakeholdervergadering' en productiemiddelen, zoals natuurlijke bronnen, zijn geen 'bezit', maar zijn van zichzelf. Zij krijgen een voogd die gebruiksrechten kan uitgeven.Met deze veranderingen zal de verborgen impact vanzelf ten einde komen, voorspelt Porcelijn.Dat maakt een einde aan het kapitalisme zoals we dat kennen. En maar goed ook, vindt Porcelijn, want in het ontwerp daarvan zitten een aantal cruciale denkfouten. 'Ik geloof niet dat ons huidige systeem met kwade bedoelingen is bedacht. De bedenkers hebben het gewoon niet helemaal doorzien. Als ze nu hadden geleefd en gezien hadden dat hun ideeën zouden leiden tot het dictatorschap van big money, zouden ze hun plannen misschien wel hebben aangepast.' Klein beginnen Porcelijn realiseert zich dat haar alternatief bestaat uit grootse plannen die niet in een paar weken (of jaren) uitgevoerd kunnen worden. Toch zijn er ook nu al voorbeelden van bedrijven die richting de trias economica bewegen. Neem Triodos Bank, waar maatschappelijke waarde boven winst gaat. Binnen Triodos zijn de zeggenschap en de economische belangen gescheiden (steward-owned). En de beweging van rechten voor de natuur, die de natuur als stakeholder in het rechtssysteem wil opnemen, past ook in dit gedachtegoed.In navolging daarvan zou Porcelijn het liefst nu al beginnen met experimenten. Een aandeelhoudersvergadering vervangen door een stakeholdervergadering. Dynamisch stemrecht invoeren, waarbij je meer te zeggen hebt naarmate je meer wordt geraakt. Of haar idee van een 'lobbypot' uitvoeren: al het lobbybudget van bedrijven op een hoop gooien en eerlijk verdelen onder degenen die het effect van een beslissing zullen voelen. 'Je kunt zelfs gewoon een computermodel schrijven om te testen hoe dat allemaal uitpakt, zodat je de nieuwe spelregels kunt verfijnen.' Een gezonde economie en een goed leven En ja, een verandering zal op korte termijn pijn doen. Besluitvorming wordt een stuk ingewikkelder, als daar meer stemmen bij worden betrokken, zegt Porcelijn. 'Daarin zullen we samen het wiel moeten vinden. In het begin zal het leiden tot lange vergaderingen met stakeholders. Dat is oké. Democratie is veel werk en veel gedoe, maar het is tóch heel belangrijk.''Hoe meer schade de huidige economie veroorzaakt, hoe groter het draagvlak om het tij te keren. Het helpt dat degenen die nu in het nadeel zijn, in de meerderheid zijn. Wij kunnen ons verenigen om voor onze democratie en ons welzijn op te komen. Want dat is uiteindelijk het doel: niet alleen een gezonde economie, maar vooral een goed leven.'Lees ook:Dit zijn 4 grote voordelen voor bedrijven die meebewegen met de groene economie Sandra Phlippen wil ABN Amro duurzamer maken: 'Klimaatverandering is een groot economisch risico' Klimaatverandering aanpakken? 'Puur gokken op innovatie is gevaarlijk, je kunt energieconsumptie niet negeren'