Jeroen de Boer
24 juni 2026, 16:08

Grafiek: Batterijcapaciteit EU over vijf jaar ruim 6 keer zo groot (en Nederland wordt een flinke speler)

De dalende kosten van batterijen zorgen ervoor dat batterijopslag in Europa steeds aantrekkelijker wordt als oplossing voor netcongestie. Volgens analisten ontwikkelt Nederland zich tot één van de grote batterijlanden.

batterijpark 1600 Batterijpark voor energieopslag. | Credits: Getty Images

De sterke groei van hernieuwbare energie uit zon en wind draagt in Nederland en andere Europese landen bij aan problemen met het volle stroomnet. Om het aanbod van groene stroom beter af te stemmen op de vraag wordt batterijopslag steeds belangrijker. Europa staat de komende jaren een enorme groei te wachten, met Nederland als één van de grotere spelers.

Dat blijkt uit twee rapporten over batterijopslag die deze week verschenen, van brancheorganisatie Solar Power Europe en energiedenktank Ember.

Batterijcapaciteit in EU ruim 6 keer zo groot over 5 jaar

De analisten van Solar Power Europe voorspellen dat de opslagcapaciteit van batterijen in de EU tot 2030 met een factor zes groeit, naar 470 gigawattuur. De verwachting is dat grootschalige batterijparken het grootste deel van de groei voor hun rekening nemen.

Een verzesvoudiging van de batterijcapaciteit is volgens de analisten overigens nog niet genoeg om netcongestie structureel op te lossen. Daarvoor zou de batterijcapaciteit in de EU op naar schatting 600 gigawattuur moeten liggen in 2030.

Nederland wordt relatief grote speler in Europa

De top 5 van Europese landen met de meeste batterijcapaciteit bestaat momenteel uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije, Italië en Oekraïne. Maar over vijf jaar ziet dat er volgens het rapport van Solar Power Europe anders uit.

De verwachting is dat Nederland in 2030 in de Europese top 5 van landen met de grootste batterijcapaciteit zit, met een aandeel van 7 procent. In een basisscenario van 582 gigawattuur aan Europees vermogen zou dat neerkomen op 41 gigawattuur aan opslagcapaciteit in Nederland.

Investeren in batterijcapaciteit goedkoper dan nieuwe gascentrales

Bij de keuze tussen extra batterijcapaciteit of nieuwe gascentrales als flexibele optie voor het aanbod van stroom, zijn de initiële investeringskosten van batterijen volgens het rapport van Ember overal in Europa lager dan die van gascentrales.

In de grafiek hieronder zijn de kosten per kilowatt aan nieuwe capaciteit van gascentrales versus batterijen tegen elkaar afgezet voor een aantal Europese landen.

Te zien is dat investeren in flexibele opslagcapaciteit voor stroom in Nederland, Duitsland, Italië Griekenland en Polen in alle gevallen goedkoper is dan nieuwe flexibele productiecapaciteit van gascentrales.

Dit is vooral relevant in relatie tot netcongestie die ontstaat door de bestaande capaciteit van hernieuwbare energie. Voor een totale vergelijking zou je ook moeten kijken naar investeringskosten van nieuwe zonne- en windparken, plus de operationele kosten van zowel hernieuwbare energie als fossiele stroom.

Lees ook:

'We willen dat geld en impact hand in hand gaan', zegt mede-oprichter Ruben Koekoek van Social Finance NL

Hoe zet je geld zo in dat investeringen zorgen voor impact die verder reikt dan financieel rendement? Die vraag hielde Ruben Koekoek al tijdens zijn studie economie bezig − en ook daarna, als bankier bij ABN Amro.In 2013 haalde Koekoek de social impact bond naar Nederland. Dat is een innovatieve vorm van resultaatgerichte financiering voor het bereiken van maatschappelijke doelen. Zo pakte de gemeente Rotterdam met de nieuwe financieringsconstructie de jeugdwerkloosheid aan, waarbij het bedrijf Buzinezzclub zich inspande om jongeren zonder startkwalificatie via werk of scholing duurzaam uit de uitkering te krijgen. De gemeente betaalde de financiers (ABN AMRO en Start Foundation) een vergoeding op basis van het aantal bespaarde uitkeringen.Vijf jaar later richtte Koekoek samen met Björn Vennema Social Finance NL op: een sociale onderneming die overheden, investeerders, ngo’s en uitvoerders van maatschappelijke initiatieven bij elkaar brengt voor brede maatschappelijke impact.De introductie van de social impact bond in Nederland was een opvallende innovatie. Hoe is die tot stand gekomen?‘Toen ik begon bij ABN Amro merkte ik al snel dat ik vooral maatschappelijke projecten wilde doen. Aanvankelijk hield ik me onder meer met supermarktfinanciering bezig, maar toen ik de overstap kon maken naar de innovatieafdeling van de bank heb ik die kans onmiddellijk aangegrepen.Ik las in die periode over de eerste social impact bond in een Britse gevangenis. Dat intrigeerde me enorm, omdat het een vorm van financiering was die een resultaatgerichte, competitieve opzet combineerde met een maatschappelijk doel in plaats van louter winst.Samen met de gemeente Rotterdam en de Start Foundation hebben we dit concept vervolgens naar Nederland gebracht voor een arbeidsmarktproject. Daarmee konden we aantonen dat deze innovatieve financieringsvorm ook hier werkt.’Social impact bonds worden relatief veel ingezet bij projecten die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan helpen. Waar heeft dat mee te maken?‘Bij een social impact bond heb je drie partijen: een organisatie met maatschappelijk doel – vaak een overheidspartij –, een uitvoeringsorganisatie zoals een sociale onderneming, en private partijen die financiering verschaffen. Investeerders worden uitbetaald door de instantie met het maatschappelijke doel als de vooraf bepaalde resultaten worden behaald.De arbeidsmarkt is relatief makkelijk omdat er vaak maar één partij verantwoordelijk is: de gemeente. Die betaalt bijstandsuitkeringen en voelt de besparing direct zodra mensen weer aan het werk gaan. Dat maakt de businesscase helder.In andere sectoren, zoals de zorg, is het complexer. Besparingen komen vaak bij meerdere partijen terecht, zoals zorgverzekeraars en zorgkantoren. Dat maakt de constructie uitdagender.’Waarom ben je met Social Finance NL gestart?‘Toen ik bij ABN Amro een aantal social impact bonds had begeleid, merkte ik dat het lastig was om resultaatgericht financieren echt gemeengoed te maken vanuit een bancaire omgeving. Ik zag in het Verenigd Koninkrijk hoe Social Finance UK dat veel breder en systematischer aanpakte.Daarom hebben Björn Vennema, met wie ik al samenwerkte bij het Innovation Centre van ABN Amro, en ik Social Finance NL opgericht als onafhankelijke organisatie. Ons doel is om maatschappelijke waarde structureel te laten meetellen bij financiering en zo een echte systeemverandering in Nederland te realiseren.’Waar ligt de focus van Social Finance NL?‘Die is breder dan alleen social impact bonds. We willen dat geld en impact hand in hand gaan en werken daarvoor met drie pijlers. We adviseren overheden, investeerders en ngo’s over maatschappelijke businesscases. Aan de uitvoeringskant verzorgen we het beheer van een aantal impactfondsen, bijvoorbeeld voor het ministerie van Sociale Zaken. En tot slot bieden we inspiratie via onze podcast Money Matters en het uitbrengen van thematische rapporten.Zo bouwen we aan een ecosysteem waarin de behoefte van de doelgroep centraal staat en financiering gebaseerd is op daadwerkelijke resultaten. Met als uitgangspunt dat maatschappelijke impact altijd boven winst gaat.’Wat zijn projecten waar je echt trots op bent?‘Het feit dat we met zorgprojecten al bijzondere dingen hebben gedaan, geeft veel voldoening. Het is prachtig om te zien hoe je rond een thema als valpreventie bij ouderen een coalitie bij elkaar kunt brengen met een wethouder, een fysiotherapeut en een investeerder van BNP Paribas uit Parijs. Ondanks onderlinge cultuurverschillen en taalbarrières kijkt zo’n groep objectief naar behaalde resultaten en wat er beter kan.Het mooiste is dat we door deze samenwerking daadwerkelijk bereiken dat ouderen minder vallen en daardoor langer zelfstandig en gezond kunnen blijven wonen. Dat is ook precies de maatschappelijke waarde die we nastreven.’Welke lessen heb je de afgelopen jaren geleerd?‘Het is essentieel om in een vroeg stadium alle partijen aan tafel te hebben, om te beginnen de partij die betaalt voor de resultaten. Als je niet vanaf de start contact hebt met degene die verantwoordelijk is voor het beleid en de uitkomst, wordt het lastig.Verder merk ik dat mensen de doorslag geven bij organisaties. Je hebt interne changemakers nodig, mensen die willen innoveren en het anders durven aan te pakken. Dat bepaalt in hoge mate of organisaties willen meebewegen.Ten slotte heb ik geleerd dat individuele projecten van enkele miljoenen weliswaar nuttig zijn om te bewijzen dat resultaatgerichte impactfinanciering werkt, maar dat systeemverandering noodzakelijk is om op te kunnen schalen naar grotere bedragen waarmee meer mensen geholpen kunnen worden. Dat blijkt nog lastig, omdat er onvoldoende prikkels zijn om het maatschappelijke belang van bijvoorbeeld zorgpreventie adequaat te waarderen.’Waar willen jullie je komende periode op richten?‘De zorg blijft een heel belangrijk thema. Verder ontwikkelen we momenteel samen met Invest-NL maatschappelijke financieringsmodellen voor preventie in opdracht van de Europese Commissie. En we richten we ons dit jaar specifiek op filantropische investeerders. Daarbij onderzoeken we hoe filantropische fondsen effectiever kunnen werken door hun krachten te bundelen.Het uiteindelijke doel is om tot een structurele aanpak te komen waarbij overheden resultaatgerichte financiering standaard opnemen in de begroting. Dan kun je maatschappelijke problemen op grotere schaal oplossen.’Met wat voor partijen zou je meer willen samenwerken?‘Ik zou heel graag intensiever samenwerken met het ministerie van Financiën en ministeries als Sociale Zaken en VWS. Mijn droom is de oprichting van een grootschalig Nederlands resultatenfonds, vergelijkbaar met wat je in het VK hebt.Zo’n fonds schept mogelijkheden om verschillende thema’s te bundelen, waardoor er synergie ontstaat tussen domeinen als zorg en arbeidsparticipatie. Een gezondere levensstijl leidt immers niet alleen tot minder zorgkosten, maar ook tot hogere arbeidsproductiviteit en minder uitkeringen.’ Lees ook:Changemaker Dominique Cirkel: 'Om natuur te beheren moet je eerst goed in kaart brengen hoe die eruit ziet' Changemaker Sven Kallen: Europa klimaatbestendig met 500 miljoen nieuwe bomen Changemaker Renee Snoek: met duurzame sociale huurwoningen naar een eerlijke energietransitie