Jeroen de Boer
28 oktober 2026, 15:35

Grafiek: Wereldwijde opslagcapaciteit voor CO2 nog sterk gedomineerd door projecten voor extra oliewinning

De wereldwijde opslagcapaciteit voor CO2 bedraagt zo’n 68 miljoen ton per jaar, blijkt uit een nieuwe studie. Bijna driekwart van de projecten draait om CO2-injectie in olievelden om de opbrengst te verhogen. De komende jaren komen er meer grote projecten bij om ook industriële CO2-uitstoot op te slaan in lege gasvelden.

ccs CO2 opslag | Credits: Ruben Soltvedt / Northern Lights/bewerking Change Inc.

Het afvangen en opslaan van CO2 geldt als een belangrijke aanvullende technologie om naar netto nul uitstoot te komen. Maar er is veel discussie over het tempo van opschaling. Het gebruik van fossiele brandstoffen zorgt immers voor een jaarlijkse CO2-uitstoot van rond de 38 miljard ton.

Minder fossiele brandstoffen gebruiken is daarom prioriteit nummer één. Tegelijkertijd is CO2-afvang en -opslag waarschijnlijk nog lange tijd nodig, omdat de concentratie van CO2 in de atmosfeer zorgt voor gevaarlijke opwarming van de aarde. Er moet dus flink wat CO2 uit de atmosfeer worden gehaald, ook nadat de wereld het punt van netto nul uitstoot heeft bereikt.

Wereldwijde opslagcapaciteit voor CO2

Het Global CCS Institute publiceert jaarlijks een rapport over de stand van zaken rond CO2-opslagprojecten, inclusief de totale opslagcapaciteit en een schatting van projecten die in de pijplijn zitten. In de nieuwe editie becijferen analisten de huidige jaarcapaciteit op 68 miljoen ton, terwijl er voor 328 miljoen ton aan jaarlijkse capaciteit op de rol staat.

Grafiek van de week

Voor de transitie naar een duurzame economie is meer nodig dan alleen rationele argumenten. Maar cijfers zeggen wél heel veel. In een wereld waarin je wordt overspoeld met informatie is het vaak lastig om te bepalen wat echt belangrijk is. In de rubriek ‘Grafiek van de week‘ licht Change Inc. op een visuele manier een onderwerp uit dat substantiële impact heeft op duurzame transities.

De huidige opslagcapaciteit staat gelijk aan ongeveer 0,2 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen. Opvallend genoeg valt zelfs op dit lage cijfer het nodige af te dingen. Een groot deel van de 88 actieve projecten bestaat namelijk uit zogenoemde ‘enhanced oil recovery‘ (EOR). Dat gaat om CO2 die bij oliewinning vrijkomt en wordt afgevangen. De CO2 wordt vervolgens opnieuw geïnjecteerd in olievelden, met als doel méér olie uit bestaande velden te halen.

Je kunt je afvragen of dat bijdraagt aan doelen om het gebruik van fossiele brandstoffen zoals olie te verlagen. EOR is immers gericht op optimaler en langer gebruik van olievelden.

Bijna driekwart van CO2-opslagcapaciteit onderdeel van oliewinning

Op basis van de onderliggende data in het rapport hebben we de mondiale CO2-opslagcapaciteit daarom onderverdeeld in EOR en ‘overige ondergrondse opslag’. Bij die laatste categorie gaat het om opslag in lege gasvelden, ondergrondse zoutlagen en via binding van CO2 aan gesteente (mineralisatie). Dat laatste gebeurt onder meer in IJsland, waar het bedrijf Climeworks CO2 uit de lucht filtert met grote afvangmachines.

In de grafiek hieronder is te zien dat 49 miljoen ton van de huidige opslagcapaciteit (72 procent) enhanced oil recovery betreft. Overige opslagprojecten zijn goed voor 19 miljoen ton CO2 per jaar (28 procent).

Het grootste operationele project voor EOR is het Santos Basin in Brazilië. Dit is een diepzeewinningsproject van energiereus Petrobras, met een injectiecapaciteit van ruim 14 miljoen ton CO2 per jaar.

EOR zorgt voor ongeveer 0,32 ton CO2-uitstoot per vat olie, blijkt uit zogenoemde well-to-wheel-analyses waarin ook de uitstoot bij verbruik is meegenomen. Dat is ongeveer een derde minder dan bij conventionele oliewinning, doordat de CO2 wordt afgevangen.

Pas je dit toe op de winning in het Santos Basin, dan zorgen ruim 900 miljoen opgepompte vaten olie voor 288 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar over de hele cyclus van winning tot en met gebruik. Daarmee wordt 171 miljoen ton aan uitstoot bespaard vergeleken met conventionele oliewinning. Tegelijk neemt dat niet weg dat EOR geen stimulans geeft om oliewinning af te bouwen.

Buiten de olie- en gassector heeft CO2-afvang en ondergrondse opslag veelal een andere functie. Zo zorgt cement- en betonproductie voor veel CO2-uitstoot. Na afvang en opslag van die emissies is geproduceerd beton in gebouwen echter geen bron meer van CO2-uitstoot; het kan zelfs voor CO2-opname zorgen. Per sector zijn er dus grote verschillen wat betreft de bijdrage van CO2-opslag aan emissiereductie.

CO2-opslag: projecten in Nederland en Noorwegen

Bij de ‘overige’ opslagcapaciteit van CO2 is het Australische Moomba-project momenteel het grootst. Dat project gebruikt oude gasvelden en heeft een capaciteit van 1,7 miljoen ton per jaar.

In Europa komt er de komende jaren flink wat capaciteit bij in Noorwegen en Nederland. Het Northern Lights Project wil opschalen naar een jaarcapaciteit van 5 miljoen ton CO2. Het Rotterdamse Porthos-project moet in 2027 operationeel worden en mikt op 2,5 miljoen ton aan CO2-opslag per jaar. En het Aramis-project wil zelfs 22 miljoen ton aan CO2 per jaar gaan opslaan in oude gasvelden onder de Noordzee.

Lees ook:

Ons voedselsysteem is complex en anoniem, maar Lenteland brengt ambacht en gemeenschapszin terug

Taiwan, de Verenigde Staten: Eline Veninga heeft op veel plekken gewoond. Misschien dat ze zich juist daarom aangetrokken voelde tot het Oost-Groningse dorp Schildwolde. 'Mijn opa had daar een ambachtelijke slagerij. Je merkte aan alles dat hij onderdeel was van een hechte gemeenschap. Als mensen weinig te besteden hadden, gaf hij ze weleens extra eten mee. Zowel winkeliers als klanten keken naar elkaar om.'Die gemeenschapszin is langzaam verdwenen, zegt Veninga. Met Lenteland wil ze die terugbrengen in het voedselsysteem.Onder het in 2021 opgerichte Lenteland vallen inmiddels acht boerderijen: zeven in Nederland, één in België. Er werken jonge boeren 'die het anders willen doen', maar niet zomaar dure grond kunnen kopen. Lenteland geeft hen een lening en helpt bij het opstellen van een bedrijfsplan en het ontwikkelen van de boerderij, gestoeld op regeneratieve landbouw.Je hebt eerder bij grote retailers als Jumbo en Albert Heijn gewerkt. Waarom de overstap naar Lenteland? 'Mijn eerste baan in de foodretail was bij Marqt, toen net begonnen in Amsterdam. Marqt wilde goed eten verkopen en de boer daar een eerlijke prijs voor geven. Ik werkte veel samen met kleine boeren en producenten. De passie waarmee mensen dag in, dag uit goed eten wilden verbouwen − de diepe overtuiging om goed voor onze gezondheid en leefomgeving te zorgen − is me altijd bijgebleven.Toch wist ik ook dat Marqt te elitair was, voor te weinig mensen toegankelijk. Dat was één van mijn redenen om bij grotere retailers te gaan werken. Maar ik wist altijd dat ik daar niet lang wilde blijven. Alles was daar zo op resultaten voor aandeelhouders gefocust; ik moest elke dag de helft van mezelf thuislaten.Lenteland past veel beter bij het vakmanschap waar ik in geloof, al denk ik ook dat we als groene beweging veel van de grote retailers kunnen leren. Met name als het gaat over het rond rekenen van verdienmodellen. Te veel groene initiatieven, en ook de landbouw an sich, zijn nu afhankelijk van subsidies. Ik vind het belangrijk dat initiatieven hun eigen broek kunnen ophouden. Dan is de verandering echt duurzaam.'Duurzame voedselproductie is doorgaans duurder en heeft soms lagere opbrengsten. Hoe maak je dat toch winstgevend?'Regeneratieve landbouw vergt meer werk en dus zijn arbeidskosten hoger. Tegelijkertijd besparen boeren ook veel. Ze hoeven bijvoorbeeld geen dure kunstmest te kopen en ook veel minder zware machines. We gaan ervan uit dat onze boerderijen na een jaar of zeven winstgevend kunnen zijn, al zijn we nog te jong om dat te bewijzen.Vergeet ook niet dat gangbaar voedsel zo goedkoop is doordat de schade aan het ecosysteem niet in de prijs is meegenomen. Regeneratieve landbouw maakt de grond juist weerbaarder tegen bijvoorbeeld plagen en extreem weer. Op de lange termijn is de investering dus sowieso verwaarloosbaar.De Lenteland-boerderijen hebben daarnaast meerdere verdienmodellen. Een boerderijwinkel, zelfoogsttuin, diners en sommige zelfs ook slaapplekken. Dat zorgt voor inkomsten én voor verbinding met de omgeving. Uiteindelijk kun je regeneratie het beste gewoon ervaren. Door samen te eten, bij een kampvuur te zitten, door de natuur te wandelen. Dan hoef je echt niet de hoed en de rand te weten van biodiversiteit.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in. 'Regeneratieve landbouw' is als term niet scherp gedefinieerd. Waarom kozen jullie niet voor het striktere 'biologisch'?'Regeneratie betekent letterlijk wedergeboorte. Het gaat over het herstel van verbindingen. Tussen planten en micro-organismen in de bodem, maar óók tussen mensen.Die sociale kant van regeneratie vind ik heel belangrijk. Die betekent bijvoorbeeld dat je bij elke beslissing ook de invloed op volgende generaties meeweegt. Dat is precies wat we de afgelopen vijftig jaar niet hebben gedaan. Het huidige landbouwsysteem is te complex en anoniem. Daardoor heb je geen idee welke gevolgen jouw eigen handelen heeft voor anderen. Samenwerken in kortere ketens vergroot de weerbaarheid om klappen te kunnen opvangen.Ook mensen uit de omgeving van de Lenteland-boerderijen worden daarom actief betrokken. Alle boerderijen zijn coöperaties: omwonenden kunnen mede-eigenaar worden. Zij beslissen mee over wat er op de boerderij gebeurt, naast stichting Lenteland en de boer zelf. Met de investering van mede-eigenaren kunnen boeren ook hun lening aan Lenteland afbetalen, zodat we met het geld weer andere boerderijen kunnen kopen.'Wat is het voordeel van dat gedeelde eigenaarschap?'Ook ik heb vastgezeten in het traditionele denken over eigendom. Het is logisch dat je een huis of stuk grond bezit, dacht ik, en om daar individueel voor te zorgen. Maar door de jaren heen ben ik steeds meer overtuigd geraakt van de kracht van collectief organiseren. De maatschappij is dan niet meer gebaseerd op het recht van de sterkste, maar op solidariteit en vertrouwen.Bij Lenteland is vertrouwen de basis; we gaan ervanuit dat boeren op een goede manier produceren. Op de boerderij dragen boer en burger samen de lusten en lasten. Dat vervangt het huidige systeem van checks & balances dat boeren enorm onder druk zet. Boeren moeten nu aan zo veel eisen voldoen − voedsel moet altijd beschikbaar zijn, met een bepaald formaat, et cetera − dat ze naar allerlei noodmaatregelen moeten grijpen, zoals pesticiden.Het hernieuwde vertrouwen tussen boer en consument zien we zich in de praktijk ontwikkelen. Veel van onze boeren werken bijvoorbeeld met solidaire betalingen. Mensen krijgen te horen wat de werkelijke kostprijs is van een groentepakket, maar bepalen vervolgens zelf wat ze betalen. Het komt regelmatig voor dat ze over de jaren heen meer gaan betalen, omdat ze zich meer betrokken voelen bij de boer.'Wat zijn jullie plannen voor de komende jaren?'Dat ligt deels aan waar de boeren behoefte aan hebben. We willen in elk geval groeien in het aantal boerderijen en de bestaande boerderijen ondersteunen om economisch robuuster te worden.We werken ook aan het doorontwikkelen van onze impactmonitoring. Deels omdat sommige mensen nu eenmaal graag willen weten hoeveel CO2 er door regeneratief boeren in de grond kan worden opgeslagen, maar ook omdat we hopen dat boeren uiteindelijk financieel beloond kunnen worden voor de diensten die ze leveren aan het ecosysteem.'Daarnaast werken we hard aan het verwerken en vermarkten van de opbrengsten. Onze boeren in Oost-Nederland maken dit jaar bijvoorbeeld gezamenlijk kerstpakketten, waarvan we er tienduizend hopen te verkopen. We zoeken de samenwerking op met partijen die ons kunnen helpen met het verwerken en vermarkten van de boerderijoogsten voor landelijke afzet, zoals retailers en cateraars. Het collectief vermarkten zou ik op termijn ook graag toegankelijk willen maken voor boeren buiten Lenteland die werken volgens dezelfde principes.'Met wie zou je verder nog willen samenwerken? 'De focus van Lenteland ligt op het toegankelijk maken van landbouwgrond voor jonge boeren die het anders willen doen. Maar ik zou het natuurlijk prachtig vinden als onze werkwijze andere partijen inspireert om ook gangbare boeren te helpen in de duurzame transitie.' De Changemaker-reeks wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall.Lees ook:Coöperaties werken aan een nieuwe economie: 'Zelf de handen uit de mouwen als overheid en bedrijven achterblijven' Van prijzenoorlog naar duurzaamheidsoorlog: concurrentie kan supermarkten doen veranderen, zegt Charlotte Linnebank Hoe 30.000 mensen samen het geluid van de natuur terugbrengen op het boerenland