De Europese ambitie om de van de Noordzee een groene energiecentrale te maken werd maandag kracht bijgezet tijdens een conferentie in de Duitse stad Hamburg. Negen landen tekenden een verklaring om nauwer samen te werken bij de ontwikkeling van offshore wind. Daarbij noemden ze een streefcijfer van 100 gigawatt, als tussenstap voor het EU-doel om in 2050 op 300 gigawatt aan windcapaciteit op de Noordzee te hebben.
De club van negen bestaat uit zeven EU-landen plus het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. Vanuit de EU gaat het om Duitsland, Nederland, Denemarken, Frankrijk, België, Ierland en Luxemburg. Laatstgenoemd land is een beetje een vreemde eend in de bijt. Luxemburg grenst niet aan de Noordzee en gaat zelf ook geen windcapaciteit op de Noordzee ontwikkelen.
De club van negen wil vooral samenwerken op het gebied van infrastructuur (kabels en stopcontacten op zee) die aangelegd wordt door netbeheerders. Daarnaast kijken de Noordzeelanden naar financiële prikkels vanuit de overheid om de vaart erin te houden bij aanbestedingen van nieuwe windparken. Daar is op korte termijn behoefte aan, gelet op de moeizame marktomstandigheden in onder meer Nederland.
Windenergie op de Noordzee
Bij de intentieverklaring van afgelopen maandag werd geen datum genoemd voor het bereiken van 100 gigawatt aan capaciteit voor windenergie op de Noordzee. De vraag is dus hoe ambitieus de plannen zijn.
In de onderstaande grafiek hebben we in kaart gebracht wat de huidige capaciteit voor offshore wind in het Noordzeegebied is van acht van de ondertekenaars. Daar is de meest recente prognose van koepelorganisatie Wind Europe voor 2030 aan toegevoegd.
Door op de kaart hieronder op een land te klikken, of op het energie-icoontje boven de Noordzee, kun je de cijfers zien.
Medio 2025 hadden de acht landen een totale opgestelde capaciteit voor offshore wind van 37 gigawatt. Wind Europe voorziet dat dit in 2030 groeit naar 73 gigawatt. Als dat lukt, moet er nog een gat van 27 gigawatt worden gedicht om tot 100 gigawatt te komen.
Belangrijke spelers zijn het VK en Duitsland. Deze landen willen hun capaciteit voor offshore wind de komende vijf jaar verdubbelen naar respectievelijk 33,5 gigawatt en 18,5 gigawatt.
Nederland zit momenteel op bijna 5 gigawatt aan windcapaciteit op zee en kan in 2030 op 9 gigawatt uitkomen, volgens Wind Europe. De zogenoemde Routekaart van de overheid gaat vooralsnog uit van ruim 21 gigawatt aan windcapaciteit in 2032. Gelet op de recente strubbelingen bij het veilen van nieuwe windparken staat de haalbaarheid van dat doel inmiddels wel ter discussie.




