Tijdens de internationale COP30-conferentie van afgelopen november bleek het niet mogelijk om de afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen op de officiële agenda te krijgen. Dat kwam onder meer door tegenwerking van oliestaten zoals Saudi-Arabië.
Nederland en Colombia besloten in reactie daarop om dit jaar een aparte top te organiseren over dit onderwerp, met een coalitie van bereidwillige landen. De conferentie vindt deze week plaats in de Colombiaanse stad Santa Marta en moet een eerste aanzet geven tot een mondiaal verdrag over vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen.
Die doelstelling is ambitieus, gelet op het hardnekkige verzet van oliestaten in het Midden-Oosten en van de VS onder leiding van Donald Trump. Tegelijk maakt de al twee maanden durende oorlog het Midden-Oosten meer dan ooit duidelijk dat afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen voor veel landen grote nadelen heeft.
Emeritus hoogleraar Pier Vellinga maakte de afgelopen decennia als klimaatexpert zowel de opkomst van hernieuwbare energie, als het hardnekkige verzet van de fossiele industrie van nabij mee. Vellinga stond eind vorige eeuw mede aan de wieg van het VN-klimaatpanel IPCC en was ook nauw betrokken bij Nederlands milieubeleid, dat op gang kwam onder ministers als Ed Nijpels en Pieter Winsemius.

Emeritus hoogleraar en klimaatexpert Pier Vellinga. | Credits: Change Inc. / Jeroen de Boer
In gesprek met Change Inc. toont Vellinga zich optimistisch over de duurzame energietransitie. Toch is daarmee de race tegen ontwrichtende klimaatverandering nog niet gelopen.
De energietransitie lijkt in een spagaat te zitten. Aan de ene kant groeit vooral zonne-energie ongekend hard, tegelijk is nog altijd sprake van een enorm hoog verbruik van fossiele brandstoffen.
‘Gelukkig gaat technologie ons redden, ondanks het tegenstribbelen van oliemaatschappijen en andere belanghebbenden van het oude energiesysteem. Begin deze eeuw had niemand nog goed door dat zonnepanelen zo snel goedkoper zouden worden. Ook de ontwikkeling van wind op zee is opvallend hard gegaan. Het is steeds duidelijker geworden dat het gewoon kan om het energiesysteem op CO2-arme bronnen te laten draaien.
Het gaat er nu vooral om hoe we de fossiele hoek kunnen uitroken met beleid en positieve prikkels voor duurzame energie. Het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 is bijvoorbeeld best effectief, maar nog niet effectief genoeg.’
Gaat dat uitroken lukken, als je kijkt naar hoe Trump de VS wil positioneren als fossiele kampioen?
‘In de VS is er vanuit de regering en de olie-industrie inderdaad sterke druk om fossiele energie te handhaven. Als de hele wereld die instelling had, zou dat dramatisch zijn. Maar gelukkig is dat niet het geval. India heeft ontdekt dat zonne-energie enorm waardevol is voor de toekomst van de eigen economie. En China heeft zich gepositioneerd als technologische winnaar op het gebied van hernieuwbare energie.
Daar komt bij dat de productie van energie uit zon en wind in principe goedkoper is dan energie uit fossiele bronnen. Je moet wel investeren in de infrastructuur van elektriciteitsnetten en batterijopslag. Het is bemoedigend dat je juist daar enorme beweging ziet. Ik ben er dan ook van overtuigd dat duurzame energie gaat winnen. De energietransitie gaat dus wel lukken, maar als je kijkt naar onder meer de landbouw… Dat is nog best een moeilijk verhaal.’
Waar ligt dat aan?
‘De methaanuitstoot van koeien, methaan die vrijkomt bij rijstbouw, de productie van kunstmest, ontbossing: dat zorgt allemaal voor flinke uitstoot van broeikasgassen. Voor fossiele energie is er nu een alternatief, maar we hebben bij wijze van spreken nog geen elektrische koeien.
In theorie is meer consumptie van plantaardige eiwitten mogelijk, maar gedragsverandering is op dat punt behoorlijk ingewikkeld. Bij elektriciteit maakt het voor een gebruiker uiteindelijk niet veel uit of die van een windmolen of een kolencentrale komt. In het geval van eetgewoonten ligt dat anders. Dat is cultuur en daar gaat verandering veel langzamer.’
Het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen lijkt per saldo nog niet snel genoeg te gaan om deze eeuw onder de twee graden opwarming van de aarde te blijven.
‘Aan de positieve kant kun je zeggen dat we dertig jaar geleden nog met scenario’s van vier tot acht graden opwarming werkten, terwijl een opwarming van 2,5 tot 3 graden momenteel het meest waarschijnlijk lijkt. Dat komt mede door de ontwikkelingen rond hernieuwbare energie en beleid dat wel is doorgevoerd.
Toch is een scenario van meer dan 2 graden opwarming nog steeds vrij desastreus. Bij 1,5 graden tot 2 graden opwarming kun je zeggen: dan redden we het wel. Boven de 2 graden opwarming weet je dat je heel veel schade krijgt.
Het gaat deels om lineaire schade: alles wordt geleidelijk een beetje erger door bijvoorbeeld extreem weer dat vaker optreedt. Je krijgt echter ook te maken met niet-lineaire schade. Die treedt op als je over bepaalde klimaatkantelpunten heen gaat, zoals het wegvallen van de Atlantische oceaanstromen. Dan gaat het klimaatsysteem zichzelf bijsturen en daar kun je dan weinig meer aan doen met verdere verlaging van de uitstoot.’
Wat zijn dan de gevolgen?
‘Boven de twee graden opwarming beland je in een gevarenzone, met een grotere kans op situaties waarin grote groepen mensen uit bepaalde gebieden moeten verhuizen en van alles opnieuw moeten uitvinden.
De aarde blijft wel draaien met een ecologische dynamiek. Het wordt echter lastiger voor mensen en dieren als omslagen die normaliter tienduizenden jaren in beslag nemen zich binnen een paar honderd jaar of minder voltrekken.’
Voor Nederland concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs dat we sowieso te maken krijgen met serieuze klimaatschade. Het punt is vooral dat je moet kiezen waar en door wie schade het meest wordt gevoeld.
‘Het is in elk geval essentieel om een goed verzekeringsmechanisme op gang te brengen. Dat kan heel goed helpen om te zorgen dat bedrijven en particulieren zichzelf gaan aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Als je een soort klimaateffectverzekering kunt kopen die aangeeft hoe jouw woning of gebouw, of jouw sloot eruit moet zien om verzekerbaar te zijn, dan kan dat adaptatie stimuleren.
Daarbij heeft de nationale overheid een onmisbare rol. Zeker in het begin, want het opzetten van zo’n verzekeringssysteem kost veel geld. Nederland zou daar bijvoorbeeld via een garantiefonds zo’n honderd miljard euro in moeten steken. Dat is op zich goed te overzien. Vervolgens kun je met een premiesysteem voor verzekeringen gaan werken om de kosten van die investering langzaam weer terug te krijgen naar de staat. Op die manier is het mogelijk om een werkbaar verzekeringssysteem op te zetten.’
Lees ook:
- Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: ‘De herverkiezing van Trump is toch een soort psychologisch kantelpunt geweest’
- Diederik Samsom: ‘We zijn als soort nog niet opportunistisch genoeg’
- Stort de olie-industrie straks in dankzij China? Dit kunnen Europa en de VS leren van de opmars van elektrotech




