Voor de energietransitie is de uitbouw van hernieuwbare elektriciteit (zonnepanelen en windmolens) en infrastructuur voor opslag en transport (batterijen en elektriciteitsnetten) cruciaal. Daarbij gaat het steeds vaker over de toegang tot en het gebruik van kritieke grondstoffen. Die zijn onmisbaar voor de uitbouw van het nieuwe energiesysteem.
Deels betreft dat zogenoemde zeldzame aardmetalen, met lastige namen als neodymium en dysprosium. Maar als je puur kijkt naar de benodigde volumes van metalen, dan steekt een oude bekende er met kop en schouders bovenuit: koper.
Koper: het basismetaal van de energietransitie
Koper heeft vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen van het metaal een sleutelrol in de energietransitie. Eerder dit jaar verscheen een rapport van het Institute for Sustainable Futures (ISF) met een analyse van negen kritieke metalen voor de energietransitie. Koper blijkt in alle scenario’s een dominante positie in te nemen qua volume. Voor de komende decennia ligt het verwachte aandeel van koper in de totale productie van de voornaamste kritieke grondstoffen op zo’n 40 procent.
Eerder deze week was koper in het nieuws, omdat de Democratische Republiek Congo exportrestricties afkondigde voor zowel onbewerkt koper als kobalt. Het land wil hiermee zijn positie in de waardeketen verbeteren. Congo is veruit de grootste producent van kobalt ter wereld, maar wat koper betreft neemt het land een meer bescheiden positie in.
In de grafiek hieronder is te zien dat Congo afgelopen jaar goed was voor 3,2 miljoen ton aan koperextractie, op een mondiale mijnbouwproductie van 23 miljoen ton. Andere belangrijke producenten zijn Chili, Peru, China, de VS en Indonesië.
Clean tech jaagt vraag naar koper aan
In 2024 werd 2,8 miljoen ton koper gebruikt voor technologie en infrastructuur voor de energietransitie. Dat gaat het om onderdelen van windmolens en batterijen, maar ook om bijvoorbeeld kabels voor uitbreiding van elektriciteitsnetten.
Koper voor clean tech en de bijbehorende infrastructuur was in 2024 goed voor iets meer dan 10 procent van de totale mondiale productie van het metaal. Uit het ISF-rapport blijkt dat dat aandeel de komende decennia naar verwachting sterk toeneemt.
Duurzame keuzes maken veel uit voor behoefte aan meer koper
Hoe sterk de koperbehoefte gaat stijgen, hangt nauw samen met keuzes op het gebied van duurzaamheid. Het ISF-rapport werkt daarvoor met een aantal scenario’s.
Het scenario OECM (One Earth Climate Model) laat zien wat er gebeurt als tegen 2050 alle kolen- en gascentrales zijn uitgefaseerd en elektriciteit wereldwijd bijna volledig door zon en wind wordt geleverd.
Tegenover het OECM-scenario staat het Progressive-scenario (PRO). Dat houdt rekening met een relatief sterke ontwikkeling van publiek transport, waardoor individueel autobezit een minder grote rol speelt. Waar OECM rekent met wereldwijd twee miljard personenauto’s in 2050, blijft dat bij het PRO-scenario beperkt tot 1,6 miljard personenvoertuigen. Dat scheelt fors op de benodigde hoeveelheid batterijen voor elektrische auto’s.
Daarnaast is er nog een uitgebreide PRO-variant waarin recycling van grondstoffen veel meer nadruk krijgt.
Als je de prognoses voor het jaarlijkse koperverbruik gerelateerd aan de energietransitie naast elkaar zet, dan levert dat het volgende beeld op voor het jaar 2050.
Te zien is dat in het basisscenario (OECM) het koperverbruik voor de energietransitie in 2050 oploopt tot liefst 15 miljoen ton per jaar, ruim vijf keer zoveel als in 2024. In het PRO-scenario met een grotere rol voor deelmobiliteit en publiek vervoer blijft de stijging beperkt tot 10 miljoen ton in 2050. Als er veel meer wordt gedaan aan recycling, gaat het om 4,7 miljoen ton.
Hoe belangrijk die verschillen zijn wordt duidelijk als je de koperproductie afzet tegen de mondiale koperreserves. De reserves die technisch en economisch winbaar worden geacht, bedragen momenteel ongeveer 980 miljoen ton.
Daarnaast zijn er kopervoorraden waarvan nog moet worden bepaald in hoeverre die economisch en technisch winbaar zijn. De omvang van die potentiële voorraden wordt geschat op ongeveer 1.500 miljoen ton.
Groei productie versus beschikbare voorraden
De huidige, bewezen koperreserves zijn bij een constante jaarproductie van 23 miljoen ton (2025) in 43 jaar opgesoupeerd.
De transitiescenario’s gaan echter uit van een aanzienlijk toename van de jaarproductie van koper. Stel dat de koperproductie voor de energietransitie stijgt naar 15 miljoen ton in 2050 (het OECM-scenario). Als je uitgaat van een beperkte groei van het overige kopergebruik, kan de mondiale jaarproductie al snel op zo’n 45 miljoen ton uitkomen halverwege deze eeuw. Dat zou betekenen dat de huidige bewezen koperreserves niet in 43 jaar, maar in minder dan 30 jaar worden verbruikt.
Er zijn weliswaar flinke potentiële voorraden, maar daarvan moet dan sneller worden bepaald in hoeverre ze technisch en economisch winbaar zijn.
Als de energietransitie duurzamer verloopt, met meer recycling en meer deelmobiliteit, kan de impact van de extra kopervraag beperkt blijven. Met een dubbel voordeel: er kan langer worden gedaan met de huidige koperreserves, terwijl de milieuvoetafdruk van de mijnbouw een stuk minder ingrijpend is.




