André Oerlemans
11 juli 2025, 11:00

Nederlandse drijvende windturbine is goedkoper, steelt geen wind en kan een orkaan aan

Hij wekt net zoveel stroom op voor twee derde van de prijs, hij steelt geen wind van andere windmolens en kan zelfs tijdens een storm door blijven draaien. Tien drijvende windturbines van het Nederlandse TouchWind worden de komende maanden getest op land en op water. Over drie of vier jaar hoopt de startup zijn eerste turbine van 4 megawatt op zee te hebben drijven.

TouchWind gaat na de zomer zijn eerste grote drijvende windturbine testen in het Oostvoornse Meer TouchWind gaat na de zomer zijn eerste grote drijvende windturbine testen in het Oostvoornse Meer | Credits: TouchWind

Nederland boft maar met de Noordzee. Het waait er hard en het is er ondiep. Daarom is het relatief eenvoudig om daar offshore windparken te bouwen met grote windturbines. Bij 80 procent van de kustgebieden in de wereld is de zeebodem zo diep dat alleen drijvende windparken mogelijk zijn. Dat is de markt waar TouchWind op mikt.

De turbines van de Nederlandse startup drijven schuin op het water en vangen de wind van achteren en niet van voren, zoals traditionele windmolens. Ze draaien zich automatisch in de juiste positie en hebben geen fundering of monopiles nodig. Een traditionele offshore windturbine kost circa 20 miljoen euro; een drijvende turbine van TouchWind kost een derde minder en brengt meer energie op, claimt het bedrijf.

Slimmer nadenken over drijvende windmolens

‘Dat zit ‘m in een aantal slimme dingen’, zegt adjunct-directeur Dirk Pulles van TouchWind. ‘Traditionele turbines zijn ontwikkeld voor het land en zijn later geschikt gemaakt voor het water door ze op monopiles te plaatsen. Nu worden dezelfde turbines gecombineerd met een drijvende fundatie, maar turbines houden helemaal niet van beweging. Wij hebben echt gekeken wat je nodig hebt voor floating wind.’

De molen van TouchWind heeft maar één in plaats van drie rotoren, wat kosten scheelt. Ook past er een grotere generator op die meer stroom kan opwekken. Doordat de stand van de mast en de rotor bij storm of harde wind meer rechtop gedraaid kunnen worden, kunnen die meer beweging aan. Pulles noemt dat een soort helikopter-modus. Daardoor kan de turbine gewoon doordraaien bij windsnelheden tot 70 meter per seconde, vergelijkbaar met de kracht van de sterkste orkaan.

Traditionele turbines worden meestal stilgezet bij een wind van meer dan 25 meter per seconde om schade te voorkomen. ‘In tegenstelling tot andere drijvende windmolens is het bij ons niet erg dat de fundering beweegt. Onze rotor kan zich aanpassen. Dat is uniek voor TouchWind’, stelt Pulles. ‘We kunnen bij storm energie blijven produceren, waar anderen dat niet kunnen.’

Geen wind stelen van andere turbines

Een ander groot voordeel is dat de schuin staande rotor minder effect heeft op de turbines erachter. Daardoor kunnen ze dichter bij elkaar geplaatst worden. De schuine rotor trekt bovendien de wind achter de turbine omlaag. Dat zorgt voor minder zog- of wake-effect, een verschijnsel dat zich steeds vaker voordoet bij grote windparken op de zee.

Wanneer wind door een turbine stroomt, verliest hij snelheid, neemt de turbulentie toe en ontstaat achter de turbine een luwte of een wake, waardoor de turbines die erachter staan minder efficiënt werken. In drukke windzones kunnen parken die achteraan liggen daardoor 20 tot 30 procent minder stroom opwekken. Dat wordt diefstal van wind of wake-diefstal genoemd en daarover zijn rondom de Noordzee al diverse discussies ontstaan. Zo zouden Belgische windmolens op zee wind stelen van de Nederlanders. ‘We hebben sterke aanwijzingen dat onze turbines in een windpark een stuk efficiënter zijn en dat je er windparken mee kunt ontwikkelen die geen negatieve wake-effecten hebben. De windtunneltesten wijzen daarop’, zegt Pulles.

Door de rotor en de mast te draaien in helikoptermodus kunnen de drijvende turbines ook tijdens zware stormen doordraaien| Credits: TouchWind

Door de rotor en de mast te draaien in helikoptermodus kunnen de drijvende turbines ook tijdens zware stormen doordraaien| Credits: TouchWind

Tien windturbines in de praktijk getest

Dat is de theorie. De komende jaren moeten testen uitwijzen of het in de praktijk ook zo werkt. Tot nu toe moesten investeerders, partners en andere belangstellenden het doen met mooie video’s, artist impressions en kleinere prototypes. Dankzij een investering van de Japanse medeaandeelhouder Mitsui OSK Lines (MOL) en een subsidie van de RVO heeft TouchWind tien grotere prototypes gebouwd van 10 meter hoog en een rotor met een diameter van zes meter. Die hebben elk een capaciteit van 12 kilowatt. Die zijn nog klein in opbrengst, maar daarmee kan de startup veldtesten gaan doen.

Negen van de tien turbines worden deze maand naar Friesland getransporteerd, waar ze in een echt windpark worden getest. Die test start eind dit jaar of begin volgend jaar op land. Dat is omdat partner TNO niet alleen gaat meten hoeveel windenergie de turbines opwekken, maar ook hoeveel minder dat wordt als ze dichter bij elkaar komen te staan en het wake-effect optreedt. ‘Het veranderen van posities kan makkelijker op land plaatsvinden’, legt Pulles uit. ‘Hiermee willen we aantonen dat we compacte windparken kunnen bouwen die meer energie opwekken dan parken met traditionele turbines.’

Eentje gaat naar het Fieldlab Green Economy Westvoorne bij het Oostvoornse Meer. Die wordt meteen drijvend getest en kan al in oktober het water op. ‘Die staat op de kade en die zijn we al aan het testen’, zegt Pulles. ‘De mast ligt al in het water en zit vast aan de ecologische ankers van Coastruction.’

Internationaal consortium helpt mee

De turbines zijn ontwikkeld en worden getest in samenwerking met een internationaal consortium. Dat bestaat naast TouchWind uit kennisinstituut TNO, het Japanse MOL, maritiem onderzoeksinstituut MARIN, elektrische motoren- en aandrijvingsproducent Nidec, en rotorbladspecialist We4ce. Een andere partner, VDL, bouwde de drijvende installaties en de mast. Het project heet officieel POWER (POsitive Wake Effects of turbines with tilted Rotors) en wil aantonen dat de kosten van offshore windproductie aanzienlijk kunnen worden verlaagd door de energieopbrengst in offshore windparken te verbeteren. Een belangrijk doel is om die zog- of wake-effecten in windparken te onderzoeken.

Turbine van 4 megawatt in 2028 of 2029

Oprichter en uitvinder Rikus van de Klippe kreeg het idee voor de drijvende windmolen al dertig jaar geleden. Zijn missie was om meer energie uit de wind te halen door een ander type turbine te ontwikkelen. In 2020 richtte hij TouchWind op. In dat jaar kreeg de startup 3,5 miljoen subsidie van de RVO om de techniek verder door te ontwikkelen. Sinds de Japanse rederij MOL in 2023 investeerder en medeaandeelhouder werd, ging dat in een stroomversnelling. MOL wil in de offshore wind stappen en ziet veel potentie in drijvende windparken. TouchWind telt inmiddels dertien medewerkers en is gevestigd op de High Tech Campus in Eindhoven. De afgelopen jaren zijn met partners tal van testen gedaan, zowel in het lab, in windtunnels als in kleinschalige proeven op het water.

Na de testen met de grotere prototypes wil TouchWind in 2028 of 2029 een drijvende turbine van 4 megawatt op de markt brengen. Die wordt 150 meter hoog, heeft een rotor met een diameter van 120 meter en kan genoeg stroom opwekken voor 5.000 huishoudens. In de toekomst kan de turbine vergroot worden tot 15 megawatt met een rotor met een diameter van 240 meter. Die wekt genoeg stroom op voor 20.000 huishoudens. Of die tijdsplanning gehaald wordt hangt af van investeerders en financieringsmogelijkheden.

Het toekomstbeeld van TouchWind: grote drijvende windparken zonder wake-effect. | Credits: TouchWind

Het toekomstbeeld van TouchWind: grote drijvende windparken zonder wake-effect. | Credits: TouchWind

Kansrijke markten in Azië en Europa

TouchWind mikt qua markt op landen met diepe zeebodems langs de kust. Bijvoorbeeld Aruba of Curaçao. Maar ook Japan, het land van investeerder MOL, is een focusgebied. In september doet de startup mee aan een handelsmissie naar dat land. ‘Daar gaan we straks een echt prototype van 4 megawatt bouwen’, zegt Pulles.

Verder zijn Zuid-Korea en de westkust van Amerika interessant.  In Europa mikt de startup op Portugal en Spanje. Die landen willen in 2030 voor 1 tot 3 gigawatt aan drijvende windparken bouwen. Onder aanvoering van brancheorganisatie NedZero zijn Nederlandse offshore windbedrijven een zogeheten Partners in International Business (PIB)-programma gestart voor die landen. Dat is een samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven. TouchWind heeft zich daar onlangs bij aangesloten.

‘Daar liggen grote kansen. Spanje en Portugal hebben grote plannen en ook grote waterdiepten. Dus moet je automatisch naar floating wind. Dat past uitstekend bij wat wij van plan zijn’, zegt Pulles. ‘Bovendien past hun tijdlijn ontzettend goed bij die van onze ontwikkeling, want we hebben nog wel een paar jaar nodig om naar grotere turbines te gaan.’

Niet de grootste, maar wel de slimste

Wereldwijd zijn diverse bedrijven bezig met de ontwikkeling van drijvende windmolens. Van het Noorse World Wide Wind tot de Amerikaanse T-Omega en Aikido, het Franse Eolink en het Spaanse X1 Wind. Dat laatste bedrijf bouwt drijvende funderingen, waar ook de turbines van TouchWind op bevestigd kunnen worden. ‘Dan draait bij harde wind of storm niet de hele installatie, maar kantelt alleen de rotor. Die kun je nog steeds in helikopter of storm-modus zetten’, legt Pulles uit.

‘We willen niet per se de grootst mogelijke turbines ontwikkelen, maar iets kleinere, slimmere turbines. Die willen we compatibel maken met bestaande, bewezen technologieën en funderingen. Want we hebben een onwijs mooi systeem, maar om dat in de markt te zetten moet je alles zelf ontwikkelen. Dat is complex, kostbaar en kost meer tijd. Daarom werken we, waar mogelijk, liever samen met andere bedrijven.’

Lees ook:

Architect van antiwegkijkwet: 'Lobby heeft grip gekregen op duurzaamheidswetten'

Ze was hier vandaag liever niet geweest. Zo begint Europarlementariër Lara Wolters (Groenlinks-PvdA) haar speech tijdens het zakelijke event The future of responsible business op 30 juni in Amsterdam. ‘Niet alleen omdat het buiten 30 graden is, maar omdat we hier bijeen zijn gekomen als reactie op een politieke agenda waarin ik niet geloof.’Wolters is de drijvende kracht achter de wet op de ketenverantwoordelijkheid. Die staat in Brussel te boek als de CSDDD, de corporate sustainability due diligence directive, en is bij het grote publiek bekend als de antiwegkijkwet (zie kader). De Europese richtlijn werd vorig jaar aangenomen, maar ligt al onder vuur voor hij in nationale wetgeving kan worden omgezet.Wat is de antiwegkijkwet? De CSDDD (corporate sustainability due diligence directive) verplicht bedrijven om risico’s in hun toeleveringsketen in kaart te brengen en aan te pakken. Daarmee wil de wet een einde maken aan de uitbuiting van de mensen die onze kleding en zonnepanelen maken of het kobalt voor de batterijen in onze smartphones en elektrische auto’s delven, en de grootschalige natuurvernietiging, milieuvervuiling en klimaatontwrichting die daarmee gepaard gaan. In Europa én elders ter wereld. De wet werd opgesteld als reactie op het instorten van textielfabriek Rana Plaza in 2013, waar voor westerse kledingmerken als C&A, Primark en Benetton werd geproduceerd. Bij de ramp kwamen meer dan 1100 mensen om het leven.Minder bureaucratie, minder regeldruk Op deze bloedhete maandagmiddag hebben Wolters en Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66/Renew) vertegenwoordigers van meer dan honderd bedrijven uitgenodigd in het voormalige Tropeninstituut (KIT). De politici willen met het bedrijfsleven in gesprek over het in februari gepresenteerde Omnibusvoorstel, dat de bestaande Europese duurzaamheidsrichtlijnen wil vereenvoudigen en beter op elkaar laten aansluiten.De gedachte daarachter: minder bureaucratie, minder regeldruk. Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat en Schone Groei) deed daar begin juli bij de presentatie van de – afgezwakte – klimaatdoelen van de Europese Commissie nog een schepje bovenop.De sleutelwoorden? Pragmatisme en flexibiliteit.‘Tsja’, zegt Wolters als Hoekstra ter sprake komt. Change Inc. spreekt haar tijdens de koffiepauze in het souterrain van het KIT. Een verdieping hoger klinkt geroezemoes en gerinkel van glazen. ‘Hij gedraagt zich als een echte consultant.’ Plan met ballen Vóór Hoekstra gingen Wolters’ partijgenoten Frans Timmermans en Diederik Samsom over het Brusselse klimaatbeleid. Met de Green Deal legden ze vijf jaar geleden het raamwerk voor een klimaatneutraal Europa in 2050.‘Dat plan had tenminste visie’, zegt Wolters. ‘Het had ballen. Natuurlijk was er wat zuur voor het zoet. Maar daarmee koersten we af op een economie die duurzamer, schoner en weerbaarder is en waar in de toekomst ook nog banen zijn. Dat toekomstbeeld hebben we laten verwateren in een proces waarin de lobby – de grote Amerikaanse bedrijven, de olie- en gassector – mocht meepraten. Ik vind het dood- en doodzonde.’De lobby heeft volgens Wolters ook grip gekregen op de Europese duurzaamheidswetten. De hardste klappen vielen bij de CSRD-rapportageplicht (zie kader), maar ook de antiwegkijkwet komt er in het Omnibusvoorstel niet ongeschonden vanaf.CSDDD & het Omnibusvoorstel De CSDDD trad op 25 juli 2024 in werking. In september van datzelfde jaar verscheen het inmiddels roemruchte Draghi-rapport, waarin de Italiaanse oud-premier de vloer aanveegde met de Brusselse bureaucratie en regeldruk. Twee maanden later kondigde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, aan drie belangrijke duurzaamheidsrichtlijnen samen te voegen in het zogeheten Omnibusvoorstel. Naast de CSDDD gaat het om de CSRD-rapportageplicht en de EU-taxonomie, die bepaalt welke investeringen als ‘groen’ worden erkend.Vooral in de CSRD-rapportageplicht, die in Nederland al van kracht is, werd flink gesneden: zo werd de drempel voor rapportage dermate opgehoogd dat 85 procent van de bedrijven straks mogelijk niet meer hoeft te rapporteren. Maar ook de CSDDD bleef niet ongemoeid. Bedrijven krijgen mogelijk een jaar extra om aan de wetgeving te voldoen. Daarnaast komt de nadruk te liggen op directe leveranciers – terwijl misstanden vaak veel dieper in de keten zitten.Het goede nieuws: het aantal bedrijven (vanaf duizend medewerkers en een jaaromzet van 450 miljoen euro) dat onder de wet komt te vallen, bleef in elk geval ongewijzigd. Maar ook daaraan wordt nu gemorreld. Eind juni legden de lidstaten een nieuwe eis op tafel. Ze willen dat de ondergrens fors omhoog gaat: naar vijfduizend medewerkers en een jaaromzet van 1,5 miljard euro.Als die eis wordt ingewilligd, becijfert het FD, vallen er in Europa nog maar 997 bedrijven onder de wet, in plaats van 3.363. Regels met kettingzaag te lijf De druk komt niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. In het Europees Parlement ligt een plan om de reikwijdte van de CSDDD te beperken tot bedrijven met meer dan 3000 werknemers.Waar die weerstand vandaan komt? Met regeldruk heeft het in elk geval niets te maken, stelt Wolters. ‘Het probleem is dat een meerderheid in het parlement uit is op bloed. Ze willen scoren met oneliners over regeldruk en met een kettingzaag de Europese regels te lijf, zogenaamd omdat bedrijven het niet meer aan zouden kunnen.’Een onzinargument, vindt ze. ‘Wat er nu gaande is, is onderdeel van een groter politiek gevecht. Dat gevecht gaat helemaal niet over wat er nu echt goed en nuttig voor het bedrijfsleven is, het is een platte aanval op alles wat met duurzaam en groen te maken heeft.’ Natuurlijk is het zinnig om, vijf jaar na de Green Deal, te onderzoeken of er onvoorziene gevolgen zijn en of er overlap tussen de verschillende richtlijnen zit, vindt ook Wolters. Maar het gaat haar te ver om de tanende Europese concurrentiekracht volledig op te hangen aan de EU-klimaatwetten.Wat voor het bedrijfsleven echt belangrijk is? De energieprijzen, duidelijkheid, een gelijk speelveld en regels die goed op elkaar aansluiten in plaats van zevenentwintig verschillende nationale wetten, somt ze op. ‘Wetten die de Europese markt beschermen tegen Chinese cowboybedrijven die de kantjes ervan aflopen. Dáár zou het politieke debat over moeten gaan. Niet over de compliancekosten van deze ene specifieke wet.’ Niet zo zwart-wit Wolters vindt het te vroeg om te speculeren over wat er straks van de antiwegkijkwet overblijft. Maar als de lidstaten hun zin krijgen, is die straks alleen van toepassing op de allergrootste Europese bedrijven, zoveel is duidelijk.‘Je zou kunnen zeggen: dat is een begin. Met de tijd kan de reikwijdte worden verruimd en kunnen ook kleinere bedrijven meedoen. In de praktijk zullen die toch wel worden bevraagd door de grote partijen, bijvoorbeeld als toeleverancier.’Ondertussen sorteren veel kleinere partijen ook allang voor op de rapportage- en due diligenceregels, ziet ze. ‘Omdat er voor hen ook veel nut in zit. Bedrijven die weten wat er in hun keten speelt vangen signalen eerder op en kunnen daarop sturen. Daardoor kunnen ze niet alleen schokken beter opvangen, maar ook rechtszaken voorkomen, reputatieschade beperken. Het is allemaal niet zo zwart-wit als extreemrechts doet voorkomen.’[caption id="attachment_161720" align="alignnone" width="750"] Europarlementariër Lara Wolters tijdens Embracing the future of responsible business. ‘Ik dacht dat er consensus was over de kleur groen.’ Foto: Groenlinks-Pvda.[/caption]De politiek moet leiden, zei Wolters recent tegen EenVandaag, niet andersom. Het tegenovergestelde lijkt aan de hand: als de reikwijdte van de CSDDD wordt ingeperkt, komt de bal onherroepelijk meer bij het bedrijfsleven te liggen. Volgens Wolters is slechts een kleine groep voldoende intrinsiek gemotiveerd om die handschoen vrijwillig op te pakken.‘Vrijblijvende standaarden leveren niet genoeg op’, zegt ze. ‘Er zijn bedrijven die al heel veel doen, maar er zijn ook bedrijven die de kantjes ervan aflopen – en daartussenin zit een heel grote groep die wel wil, maar niet weet hoe. Het idee achter de CSDDD is ook om groene voorlopers op voorsprong te zetten en van hun werkwijze de norm te maken. Zodat andere bedrijven volgen, binnen en hopelijk ook buiten Europa.’ Europese waarden overboord Het wordt tijd dat het bedrijfsleven zich tegen het groene zwabberbeleid gaat uitspreken, vindt Wolters. ‘Want het feit is dat bedrijven al op allerlei manieren onder druk staan, wetgeving of niet. Via de media, ngo’s die rechtszaken aanspannen, consumenten die steeds mondiger worden. In wezen zorgt de wet die er lag voor een duidelijk kader waardoor dat allemaal behapbaarder werd. Zonder gaan we tien, vijftien jaar terug in de tijd.’Ze heeft moeite met het ‘cynisme’ waarmee Europese waarden overboord worden gegooid. ‘Hoe het gaat aflopen? Ik weet het niet. De bal ligt nu bij de grootste fractie in het parlement, de Christendemocraten. Daarvan mag je toch verwachten dat ze staan voor rentmeesterschap, voor omkijken naar een ander. “We willen niet dat onze consumptie elders ter wereld een spoor van vernieling trekt”, zeiden we eerder tegen elkaar. Dat sentiment is helemaal weg.’Wolters vindt het ‘onwijs moeilijk’ om te zien. ‘Voor de mensen voor wie we het in wezen doen – de mensen dieper in de keten – en voor de planeet die we willen achterlaten.’ Ook persoonlijk valt het ‘politieke steekspel’ rondom de wet, haar wet, de Europarlementariër zwaar. ‘Het is een beetje alsof je kind klappen krijgt van een ander kind op het schoolplein.’ Lees ook:3 dingen die je moet weten over de sjoemelroute van Hoekstra voor CO2-reductie van de EU in 2040 Diederik Samsom: ‘Het Europese bedrijfsleven moet waarmaken wat de politiek niet lukt’ CSDDD definitief: bedrijven kunnen ogen niet meer sluiten voor mensenrechten- en milieuschendingen