Nederland boft maar met de Noordzee. Het waait er hard en het is er ondiep. Daarom is het relatief eenvoudig om daar offshore windparken te bouwen met grote windturbines. Bij 80 procent van de kustgebieden in de wereld is de zeebodem zo diep dat alleen drijvende windparken mogelijk zijn. Dat is de markt waar TouchWind op mikt.
De turbines van de Nederlandse startup drijven schuin op het water en vangen de wind van achteren en niet van voren, zoals traditionele windmolens. Ze draaien zich automatisch in de juiste positie en hebben geen fundering of monopiles nodig. Een traditionele offshore windturbine kost circa 20 miljoen euro; een drijvende turbine van TouchWind kost een derde minder en brengt meer energie op, claimt het bedrijf.
Slimmer nadenken over drijvende windmolens
‘Dat zit ‘m in een aantal slimme dingen’, zegt adjunct-directeur Dirk Pulles van TouchWind. ‘Traditionele turbines zijn ontwikkeld voor het land en zijn later geschikt gemaakt voor het water door ze op monopiles te plaatsen. Nu worden dezelfde turbines gecombineerd met een drijvende fundatie, maar turbines houden helemaal niet van beweging. Wij hebben echt gekeken wat je nodig hebt voor floating wind.’
De molen van TouchWind heeft maar één in plaats van drie rotoren, wat kosten scheelt. Ook past er een grotere generator op die meer stroom kan opwekken. Doordat de stand van de mast en de rotor bij storm of harde wind meer rechtop gedraaid kunnen worden, kunnen die meer beweging aan. Pulles noemt dat een soort helikopter-modus. Daardoor kan de turbine gewoon doordraaien bij windsnelheden tot 70 meter per seconde, vergelijkbaar met de kracht van de sterkste orkaan.
Traditionele turbines worden meestal stilgezet bij een wind van meer dan 25 meter per seconde om schade te voorkomen. ‘In tegenstelling tot andere drijvende windmolens is het bij ons niet erg dat de fundering beweegt. Onze rotor kan zich aanpassen. Dat is uniek voor TouchWind’, stelt Pulles. ‘We kunnen bij storm energie blijven produceren, waar anderen dat niet kunnen.’
Geen wind stelen van andere turbines
Een ander groot voordeel is dat de schuin staande rotor minder effect heeft op de turbines erachter. Daardoor kunnen ze dichter bij elkaar geplaatst worden. De schuine rotor trekt bovendien de wind achter de turbine omlaag. Dat zorgt voor minder zog- of wake-effect, een verschijnsel dat zich steeds vaker voordoet bij grote windparken op de zee.
Wanneer wind door een turbine stroomt, verliest hij snelheid, neemt de turbulentie toe en ontstaat achter de turbine een luwte of een wake, waardoor de turbines die erachter staan minder efficiënt werken. In drukke windzones kunnen parken die achteraan liggen daardoor 20 tot 30 procent minder stroom opwekken. Dat wordt diefstal van wind of wake-diefstal genoemd en daarover zijn rondom de Noordzee al diverse discussies ontstaan. Zo zouden Belgische windmolens op zee wind stelen van de Nederlanders. ‘We hebben sterke aanwijzingen dat onze turbines in een windpark een stuk efficiënter zijn en dat je er windparken mee kunt ontwikkelen die geen negatieve wake-effecten hebben. De windtunneltesten wijzen daarop’, zegt Pulles.

Door de rotor en de mast te draaien in helikoptermodus kunnen de drijvende turbines ook tijdens zware stormen doordraaien| Credits: TouchWind
Tien windturbines in de praktijk getest
Dat is de theorie. De komende jaren moeten testen uitwijzen of het in de praktijk ook zo werkt. Tot nu toe moesten investeerders, partners en andere belangstellenden het doen met mooie video’s, artist impressions en kleinere prototypes. Dankzij een investering van de Japanse medeaandeelhouder Mitsui OSK Lines (MOL) en een subsidie van de RVO heeft TouchWind tien grotere prototypes gebouwd van 10 meter hoog en een rotor met een diameter van zes meter. Die hebben elk een capaciteit van 12 kilowatt. Die zijn nog klein in opbrengst, maar daarmee kan de startup veldtesten gaan doen.
Negen van de tien turbines worden deze maand naar Friesland getransporteerd, waar ze in een echt windpark worden getest. Die test start eind dit jaar of begin volgend jaar op land. Dat is omdat partner TNO niet alleen gaat meten hoeveel windenergie de turbines opwekken, maar ook hoeveel minder dat wordt als ze dichter bij elkaar komen te staan en het wake-effect optreedt. ‘Het veranderen van posities kan makkelijker op land plaatsvinden’, legt Pulles uit. ‘Hiermee willen we aantonen dat we compacte windparken kunnen bouwen die meer energie opwekken dan parken met traditionele turbines.’
Eentje gaat naar het Fieldlab Green Economy Westvoorne bij het Oostvoornse Meer. Die wordt meteen drijvend getest en kan al in oktober het water op. ‘Die staat op de kade en die zijn we al aan het testen’, zegt Pulles. ‘De mast ligt al in het water en zit vast aan de ecologische ankers van Coastruction.’
Internationaal consortium helpt mee
De turbines zijn ontwikkeld en worden getest in samenwerking met een internationaal consortium. Dat bestaat naast TouchWind uit kennisinstituut TNO, het Japanse MOL, maritiem onderzoeksinstituut MARIN, elektrische motoren- en aandrijvingsproducent Nidec, en rotorbladspecialist We4ce. Een andere partner, VDL, bouwde de drijvende installaties en de mast. Het project heet officieel POWER (POsitive Wake Effects of turbines with tilted Rotors) en wil aantonen dat de kosten van offshore windproductie aanzienlijk kunnen worden verlaagd door de energieopbrengst in offshore windparken te verbeteren. Een belangrijk doel is om die zog- of wake-effecten in windparken te onderzoeken.
Turbine van 4 megawatt in 2028 of 2029
Oprichter en uitvinder Rikus van de Klippe kreeg het idee voor de drijvende windmolen al dertig jaar geleden. Zijn missie was om meer energie uit de wind te halen door een ander type turbine te ontwikkelen. In 2020 richtte hij TouchWind op. In dat jaar kreeg de startup 3,5 miljoen subsidie van de RVO om de techniek verder door te ontwikkelen. Sinds de Japanse rederij MOL in 2023 investeerder en medeaandeelhouder werd, ging dat in een stroomversnelling. MOL wil in de offshore wind stappen en ziet veel potentie in drijvende windparken. TouchWind telt inmiddels dertien medewerkers en is gevestigd op de High Tech Campus in Eindhoven. De afgelopen jaren zijn met partners tal van testen gedaan, zowel in het lab, in windtunnels als in kleinschalige proeven op het water.
Na de testen met de grotere prototypes wil TouchWind in 2028 of 2029 een drijvende turbine van 4 megawatt op de markt brengen. Die wordt 150 meter hoog, heeft een rotor met een diameter van 120 meter en kan genoeg stroom opwekken voor 5.000 huishoudens. In de toekomst kan de turbine vergroot worden tot 15 megawatt met een rotor met een diameter van 240 meter. Die wekt genoeg stroom op voor 20.000 huishoudens. Of die tijdsplanning gehaald wordt hangt af van investeerders en financieringsmogelijkheden.

Het toekomstbeeld van TouchWind: grote drijvende windparken zonder wake-effect. | Credits: TouchWind
Kansrijke markten in Azië en Europa
TouchWind mikt qua markt op landen met diepe zeebodems langs de kust. Bijvoorbeeld Aruba of Curaçao. Maar ook Japan, het land van investeerder MOL, is een focusgebied. In september doet de startup mee aan een handelsmissie naar dat land. ‘Daar gaan we straks een echt prototype van 4 megawatt bouwen’, zegt Pulles.
Verder zijn Zuid-Korea en de westkust van Amerika interessant. In Europa mikt de startup op Portugal en Spanje. Die landen willen in 2030 voor 1 tot 3 gigawatt aan drijvende windparken bouwen. Onder aanvoering van brancheorganisatie NedZero zijn Nederlandse offshore windbedrijven een zogeheten Partners in International Business (PIB)-programma gestart voor die landen. Dat is een samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven. TouchWind heeft zich daar onlangs bij aangesloten.
‘Daar liggen grote kansen. Spanje en Portugal hebben grote plannen en ook grote waterdiepten. Dus moet je automatisch naar floating wind. Dat past uitstekend bij wat wij van plan zijn’, zegt Pulles. ‘Bovendien past hun tijdlijn ontzettend goed bij die van onze ontwikkeling, want we hebben nog wel een paar jaar nodig om naar grotere turbines te gaan.’
Niet de grootste, maar wel de slimste
Wereldwijd zijn diverse bedrijven bezig met de ontwikkeling van drijvende windmolens. Van het Noorse World Wide Wind tot de Amerikaanse T-Omega en Aikido, het Franse Eolink en het Spaanse X1 Wind. Dat laatste bedrijf bouwt drijvende funderingen, waar ook de turbines van TouchWind op bevestigd kunnen worden. ‘Dan draait bij harde wind of storm niet de hele installatie, maar kantelt alleen de rotor. Die kun je nog steeds in helikopter of storm-modus zetten’, legt Pulles uit.
‘We willen niet per se de grootst mogelijke turbines ontwikkelen, maar iets kleinere, slimmere turbines. Die willen we compatibel maken met bestaande, bewezen technologieën en funderingen. Want we hebben een onwijs mooi systeem, maar om dat in de markt te zetten moet je alles zelf ontwikkelen. Dat is complex, kostbaar en kost meer tijd. Daarom werken we, waar mogelijk, liever samen met andere bedrijven.’
Lees ook:
- Windenergie laten groeien: hoe Frans Timmermans wil bereiken, wat het kabinet-Schoof naliet
- Opmerkelijk: Nederlandse drijvende windmolen met één wiek
- Spaanse innovatie maakt drijvende windmolens goedkoper
- Drijvende en ‘opvouwbare’ windmolen kan rekenen op steun van Bill Gates en andere investeerders




