Maaike Kooijman
04 augustus 2025, 07:24

Nieuwsupdate: 'Goedkoopste technologie ooit' voor energieopslag en startup Ocean Grazer failliet

Het Amerikaanse bedrijf Peak Energy heeft voor het eerst een grootschalig natrium-ion energieopslagsysteem geleverd. Dat zou jaarlijks minstens 1 miljoen dollar per jaar aan operationele kosten per geïnstalleerde gigawattuur besparen. Verder in het nieuws: startup Ocean Grazer failliet na ‘mismanagement’ en landen doen te weinig om hernieuwbare energie op te schalen.

GettyImages-2195790381 Peak Energy maakt gebruik van natriumionen om energie op te slaan en te leveren. | Credits: Getty Images

‘Goedkoopste technologie ooit’ voor energieopslag geleverd

Het Amerikaanse bedrijf Peak Energy heeft voor het eerst een grootschalig natrium-ion energieopslagsysteem geleverd, schrijft Bright. Het natrium-ion batterij-energieopslagsysteem (ESS) maakt gebruik van natriumionen om energie op te slaan en te leveren en is daarmee een alternatief voor lithium-ion batterijen. Doordat het hulpstroomverbruik met 90 procent daalt, zou het ESS minstens 1 miljoen dollar per jaar aan operationele kosten per geïnstalleerde gigawattuur besparen. Het systeem wordt deze zomer al ingezet op het Amerikaanse elektriciteitsnet.

Lees ook: Zo gaat Nederland zelf batterijen ontwikkelen en deze rol spelen die straks in het energiesysteem

Startup Ocean Grazer failliet na ‘mismanagement’

Het faillissement van Ocean Grazer komt vooral door meningsverschillen tussen de algemeen directeur, operationeel directeur en de directeur van de betrokken RUG Houdstermaatschappij. Die gingen onder meer over de beste aanpak van een pilot om investeerders te overtuigen. De Groningse startup werd op 1 juli failliet verklaard, schrijft RTV Noord. Ocean Grazer werkte aan een methode om duurzame energie op te slaan in hogedruk-waterreservoirs onder de zeebodem. Daarvoor kreeg het eerder 2,5 miljoen euro subsidie van de Europese Unie. Operationeel directeur Mark Duursma hoopt het bedrijf nu samen met een groep investeerders over te nemen.

Lees ook: Warmtebatterij met gesmolten zout biedt hoop: ‘De industrie heeft het zwaar, maar wij hebben een oplossing’

Landen doen te weinig om hernieuwbare energie op te schalen

In 2030 moet de wereldwijde capaciteit voor hernieuwbare energie verdrievoudigd zijn, spraken meer dan 130 landen af tijdens de VN-klimaattop COP28 in Dubai. Maar daar zetten ze zich te weinig voor in, concludeert klimaatdenktank Ember volgens BNR. Sinds de top hebben 22 landen hun doelstellingen daadwerkelijk verhoogd. De Verenigde Staten, China en Rusland – de drie grootste energieverbruikers – vallen daar niet onder. Het gezamenlijke doel is daardoor met slechts 2 procent opgeschroefd. Met de huidige doelen zouden we uitkomen op een hernieuwbare energiecapaciteit van 7,4 terawatt (TW) in 2030, in plaats van de overeengekomen 11 TW.

Lees ook: IEA: groei hernieuwbare energie fors, maar nog niet genoeg

Sea Silt Ceramics onderzoekt gebruik Waddenslib in keramiek

Jaarlijks worden miljoenen tonnen slib verwijderd uit het Eems-Dollardgebied op de Nederlands-Duitse grens, omdat het dichtslibben leidt tot verlies van biodiversiteit. Dat slib uit de Waddenzee kan de keramische industrie gebruiken als alternatief voor de eindige grondstof klei, meldt Duurzaam Ondernemen. De eerste tegels van Waddenslib zijn te zien in de winkel van Bouwurk in Leeuwarden. De komende jaren doen Humade, Koninklijke Tichelaar, Groningen Seaports en Deltares gezamenlijk opschalingsonderzoek naar het gebruik van gebaggerd Waddenslib in de keramische industrie. Het project Sea Silt Ceramics wordt financieel ondersteund door onder meer het Waddenfonds en de Provincie Fryslân.

Lees ook: Nederlandse onderzoekers brengen zeeleven terug in Waddenzee met ‘boomkoraal’

Invloed plastic op gezondheid nog onvoldoende herkend

De invloed van plastics op de gezondheid van mens en planeet worden nog onvoldoende herkend, stellen onderzoekers volgens The Guardian. De wetenschappers spreken van een ‘plasticcrisis’. We produceren zo’n tweehonderd keer meer plastic dan in 1950, en dat verdrievoudigt waarschijnlijk tot 2060. Dat heeft ‘van jong tot oud’ invloed op de gezondheid en zorgt voor meer dan 1,5 biljoen dollar (dat zijn twaalf nullen) aan gezondheidsgerelateerd welvaartsverlies. Vooral kwetsbare mensen en mensen met lagere inkomens worden erdoor getroffen.

Lees ook: Met ‘recyclewinkels’ maakt startup Droppie van afval haar businesscase

Ook in de media:

  • De batterij die zonnestroom opslaat in water en keukenzout (Nu.nl)
  • Wil je duurzaam naar Engeland op vakantie? Dit Britse bedrijfje biedt overtochten per zeilschip aan (Trouw)
  • Kunnen zakelijke leiders omslag maken in duurzaamheid? ‘Dit is niet houdbaar’ (Spraakmakers)
  • Bio-telers: ‘Maak ons werk niet moeilijker dan het al is’ (Trouw)
  • Deze vlieger kan een elektrische vrachtwagen opladen (Nu.nl)
  • China speelt in op hittegolven met groeiende markt voor verkoeling (NOS)
  • Hoogleraar Nyenrode over duurzaamheid: ‘Nederlandse bedrijven menen voorop te lopen, maar dat zie ik niet’ (FD)
  • Inwoners van verdrinkende eilandstaat krijgen ‘klimaatvisum’ in Australië (Nu.nl)

Zo ziet de stad van de toekomst eruit: 'Er zijn geen argumenten tégen meer groen'

Bij droog water is het een skatebaan en speel- en sportplek die talloze kinderen aantrekt. Maar als er hevige regen valt – en dat zal steeds meer gebeuren – kan het Rabalderparken in het Deense Roskilde water afvoeren.Het is een goed voorbeeld van hoe een fijne stad eruitziet, vindt Vincent Luyendijk, specialist in gezonde en duurzame leefomgevingen. 'We realiseren ons steeds meer dat ruimte schaars is. Zeker in Nederland. Als we het woningtekort willen oplossen en óók nog willen zorgen dat mensen hun wijk een fijne plek vinden, zullen we dus verschillende functies voor verschillende mensen moeten combineren. Dat bespaart ook ruimte.'Dat doen ze niet alleen in Denemarken, maar zeker ook in Nederland. Neem de Spiegelwaal, een nevengeul van de Waal bij Nijmegen. De geul werd tussen 2013 en 2015 aangelegd als onderdeel van het project Ruimte voor de Rivier, met als doel om waterveiligheid en recreatie te combineren. Bij hoogwater kan er meer water opgevangen worden, op andere momenten is het een populair recreatiegebied voor watersporters en zwemmers.Luyendijk: 'Vaak zijn er wethouders die verantwoordelijk zijn voor mobiliteit, voor vergroening óf voor sport. Zij kunnen beter de handen ineenslaan. Je kunt gezondheid van de mens en gezondheid van de planeet niet los van elkaar zien.'Bouwstenen voor een fijne stad Een fijne stad wordt opgebouwd met verschillende bouwstenen, laat Luyendijk zien in zijn boek.De basis bestaat uit prettige huizen en gebouwen, bereikbare en toegankelijke voorzieningen, een veilige omgeving en sociale verbindingen.Voor de omgeving zijn gezonde lucht, groen en natuur, genoeg en veilig water, klimaatbestendigheid en weinig geluidsoverlast belangrijk. Denk aan autoluwe gebieden, groene daken en lage-emissiezones.Daarbovenop komen de activiteiten. Die omvatten actieve mobiliteit, gezonde voeding, sport en beweging, spelen en ontspannen en andere activiteiten die het welzijn stimuleren.Groene steden Eén van de speerpunten van een leefbare stad is veel groen, blijkt keer op keer uit de voorbeelden die Luyendijk aanhaalt. Daar zijn handige kaders voor. Professor Cecil Konijnendijk bedacht bijvoorbeeld ooit de 3-30-300-regel. Die stelt dat iedereen vanuit huis drie bomen moet kunnen zien, in een buurt met minstens 30 procent boomkroonbedekking moet wonen (het boomkroonoppervlakte gedeeld door het landoppervlak) en binnen 300 meter toegang tot een park of groenvoorziening moet hebben.Zo'n omgeving heeft verschillende voordelen. Zo kan een volgroeide boom in de stad op een zonnige dag een koelvermogen van 20 tot 30 kilowatt leveren door schaduw en verdamping via de bladeren. Het verschil tussen straten met en zonder bomen kan oplopen tot wel 10 graden Celsius. Het Colombiaanse Medellín wist de temperatuur in drie jaar tijd met 2 graden Celsius te verlagen met 'groene corridors' en verticale tuinen. Goed tegen de hittestress én de airco hoeft minder aan.Daarnaast verbeteren bomen de luchtkwaliteit en de biodiversiteit – in Medellín keerden dertig vlindersoorten terug – en verminderen ze de druk op het riool bij hevige regenbuien. Een stedelijke boom kan tot wel 1.000 liter water per jaar opnemen. Ook groene daken en gevels kunnen helpen. Duurzaam is niet duurder Een veelgehoord argument tegen het vergroenen van steden is dat het veel geld zou kosten. De focus ligt vaak op wat een ontwikkelaar op korte termijn aan een project kan verdienen, weet Luyendijk. 'Daardoor verliezen we niet alleen zicht op de opbrengsten op de lange termijn, maar ook op de maatschappelijke waarde van plekken. Wat levert het op voor de gezondheid, voor het welzijn, voor het milieu?' Hij doelt op het WISE-model: Wellbeing, Inclusivity, Sustainability en Economic value. Dat model biedt houvast voor gebiedsontwikkelaars om verder te kijken dan de economische waarde van een gebied.Bovendien heeft vergroening ook financiële voordelen. De investering betaalt zich terug in bijvoorbeeld gewildere huizen – mensen betalen meer voor een woning met uitzicht op groen – en hogere inkomsten voor winkeleigenaren. Grijze winkelstraten trekken geen publiek op warme dagen, terwijl mensen wel willen shoppen in groene winkelstraten. Luyendijk: 'Er is eigenlijk geen enkele reden om tegen een groene stad te zijn. Die gedeelde grond is fijn in een polariserende samenleving.' Utrecht is koploper Maar waar te beginnen? Bij stedenbouwkundigen en gebiedsontwikkelaars, lijkt het logische antwoord. Toch heeft Luyendijk zijn boek niet geschreven om hen te inspireren. Hij richt zich meer op wethouders. 'Natuurlijk heb je goede ideeën en lef van architecten nodig. Maar van bovenaf moeten er ook duidelijke kaders komen. De gemeente Utrecht is één van de koplopers in Nederland als het gaat om fijne plekken. Dat komt doordat zij healthy urban living in elke visie als uitgangspunt nemen. Alles wordt langs die lat gelegd.'Utrecht heeft de afgelopen jaren grote beslissingen gemaakt met het oog op duurzame mobiliteit. Niet auto's, maar fietsers en voetgangers worden als uitgangspunt genomen. 'De Catharijnesingel, jaren een soort snelweg door de stad, is nu één van de fijnste plekken. Dat krijg je als je verder kijkt dan efficiëntie.'Ook inwoners moeten hun invloed niet onderschatten, vindt Luyendijk. 'Als inwoner heb je ook wat te zeggen over je eigen omgeving. Bovendien gaat vergroening verder dan de publieke ruimte. Als er harde regen valt moeten niet alleen de straten groen zijn, maar ook de tuinen. Mensen met een volledig stenen tuin belasten de publieke ruimte door dat water niet zelf op te vangen.'Hij vervolgt: 'In het Verenigd Koninkrijk kijken ze daarom naar een "tegeltaks". Wie te veel verharding in de tuin heeft, moet betalen. In Nederland zal het zo'n vaart niet lopen, wij vinden zulke maatregelen al snel betutteling. Maar de gemeente Groningen onderzoekt wel of grootschalig tegelgebruik kan worden ontmoedigd via de hemelwaterverordening.'Ook in andere Nederlandse steden ziet Luyendijk positieve ontwikkelingen voor groenere steden. Koplopers volgens hem zijn Utrecht, Zwolle, Groningen en Leiden. 'Daar kan de rest een voorbeeld aan nemen.'Vier groene steden in Nederland Utrecht is volgens Luyendijk een 'internationale voorbeeldstad' waarin natuur en stadsleven samenkomen. Zo wordt er gebouwd aan stadswijk Cartesius, waar meer dan 3.000 woningen omgeven moeten worden door veel groen, autoluwe straten en gedeelde voorzieningen. Ook stadswijk Merwede wordt vrijwel autovrij. Verschillende stadsparken bieden daarnaast verkoeling en speelmogelijkheden. Het Griftpark is bijvoorbeeld ontstaan na de sanering van een voormalige vuilstort.Zwolle heeft een speciale 'blauwe visie' voor het omgaan met water. Nieuwbouwproject Het Kraanbolwerk aan de stadsgracht is zodoende ontworpen met de gedachte om ook in 2100 droog te blijven. De woningen zijn zo ontworpen dat ze beschermd blijven bij extreme waterstanden. En het Stationsplein in Zwolle fungeert als ‘superspons’ voor het opvangen van regenwater bij hevige buien.Groningen presenteerde in 2021 de 'Ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte'. Straten worden daarin niet alleen gezien als plekken om je te verplaatsen, maar worden ook bekeken door de bril van toegankelijkheid, klimaatbestendigheid, sociale interactie, leefkwaliteit en cultuurhistorie. Ook langetermijnontwikkelingen worden meegenomen.Leiden heeft het bekende Singelpark: het langste stadspark van Nederland. Het bijzondere daaraan is dat het een burgerinitiatief is. Het is gecreëerd in samenspraak tussen de gemeente, inwoners en de stichting Vrienden van het Singelpark. Vrijwilligers onderhouden het groen en organiseren activiteiten in het park. Ook op andere plekken in de stad maken tegels plaats voor groen, daar waar Leiden tot tien jaar geleden nog de meest versteende gemeente van Nederland was.Lees ook:Duurzaam bouwen is niet zo duur en tijdrovend als politici en investeerders denken Groningen ontwikkelt lichtgekleurd asfalt dat minder heet wordt Na Zwolle krijgt ook Giethoorn een PlasticRoad-fietspad van gerecycled plastic