Maaike Kooijman
12 augustus 2026, 07:33

Nieuwsupdate: Woning met groen energielabel profiteert niet van energiecrisis en nieuwe manier van groene waterstof maken

Huizen met een goed energielabel zijn de afgelopen maanden opvallend genoeg niet veel meer waard geworden. Verder in het nieuws: onderzoekers ontdekken nieuwe manier van groene waterstof maken en big tech laat groene obligaties links liggen.

huis energielabel groen energiezuinig energieprijzen | Credits: Getty Images

Woning met goed energielabel niet meer waard door energiecrisis

Huizen met een goed energielabel zijn de afgelopen maanden niet veel meer waard geworden. Dat is opvallend, zegt NVM-dochter Brainbay, want na de start van de oorlog in Oekraïne liep de waarde van woningen met een groen energielabel wél sterk op. Met de hogere energieprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten zou je verwachten dat energiezuinige woningen meer in trek zijn.

Brainbay noemt twee belangrijke oorzaken voor het feit dat de oorlog in het Midden-Oosten voorlopig niet vergelijkbare effecten heeft op de woningmarkt als de oorlog in Oekraïne. De eerste reden is dat de impact op huishoudens aanzienlijk kleiner is dan tijdens de energiecrisis van 2022. Daarnaast zou duurzaamheid inmiddels al ‘stevig verankerd’ zijn in de woningprijzen.

Lees ook: Grafiek: Investeren in slecht geïsoleerde woningen kan jaarlijks 2,3 miljard kuub gas besparen

Onderzoekers ontdekken nieuwe manier van groene waterstof maken

Wie water wil splitsen in groene waterstof en zuurstof, heeft daar een elektrolyser met membraan voor nodig. Die laatste zorgt ervoor dat beide gassen niet met elkaar in aanraking kunnen komen, maar is erg kostbaar. Britse onderzoekers hebben daarom een elektrolyser ontwikkeld zonder membraan, schrijft TW. Daarin wordt voedselafval ingezet om groene waterstof én grondstoffen voor duurzamer plastic te produceren.

Het elektrochemische proces zou waterstofproductie niet alleen gemakkelijker kunnen maken, maar ook beter schaalbaar. Deels doordat een membraan erg kostbaar is, maar ook doordat de grondstoffen voor bioplastic een hogere waarde hebben dan zuurstof als bijproduct.

Lees ook: Industrie staat te springen om goedkopere groene waterstof: innovatieve Nederlandse elektrolysers bieden kansen

Big tech laat groene obligaties links liggen

2026 lijkt wereldwijd een recordjaar te worden voor de uitgifte van groene en andere duurzame obligaties. Tegelijkertijd brengen grote techbedrijven zoals Amazon, Alphabet en Meta in groten getale schuldpapieren op de markt, waarmee ze de bouw van datacenters voor AI financieren. Maar één en één is geen twee, schrijft het FD in een analyse. Big tech laat groene en duurzame obligaties vrijwel helemaal links liggen en kiest ervoor om vooral ‘gewone’ bedrijfsobligaties uit te geven.

Dat heeft er deels mee te maken dat de techreuzen niet zomaar datacenters kunnen financieren met groen schuldpapier, zegt een expert van Achmea Investment Management tegen de krant. De datacenters die ze bouwen, verbruiken immers veel (niet-groene) energie.

Lees ook: Grafiek: Enorme verschillen tussen zuinigheid van datacenters in Europa, VS en Azië

Elektrificatie en datacenters stuwen vraag naar gasturbines op

Het aantal bestellingen van gasturbines heeft tussen april en juni wereldwijd een record bereikt. Dat meldt Bloomberg op basis van cijfers van de Amerikaanse bank JPMorgan. Het gaat om ongeveer 38 gigawatt aan bestellingen in het tweede kwartaal, liefst 29 procent meer dan een kwartaal eerder. De turbines worden daardoor ook duurder.

De groei van gasturbines wordt veroorzaakt door de enorme energiebehoefte van datacenters, maar ook door elektrificatie van de industrie. Aardgas wordt als ‘schoner’ gezien dan steenkool, en levert bovendien stabiele energie. Daarom worden gasturbines ook wel ingezet om het verschil in vraag en aanbod van hernieuwbare energie op te vangen. Het is echter nog altijd een fossiele brandstof die aanzienlijke CO2-uitstoot veroorzaakt.

Lees ook: Warmtenetten kunnen rol spelen in aardgasvrij Nederland, maar dan moeten de prijzen wel omlaag

Ook in de media:

  • VN: Extreme hitte wordt intenser en komt vaker voor (Reuters)
  • Natuurrampen veroorzaken 87 miljard euro schade in eerste helft van 2026 (Nu.nl)
  • Chinese autoverkoop blijft dalen, maar export stijgt verrassend hard (BNR)
  • Activistische ambtenaren willen dat het kabinet klimaatverandering uitroept tot noodsituatie (FD)
  • NOS biedt ‘meer verdieping bij het weer’ in extra weerblok (Nu.nl)
  • Problemen met fundering verdubbeld door droogte: ‘Een huis kan meezakken’ (BNR)
  • Investeerders steken geld in manipulatie van weer en klimaat, wetenschap hoopt op verbod (FD)
  • We hebben te veel groei. Genoeg, dat is wat we nodig hebben (NRC)

Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt

In een circulaire economie worden spullen zo lang mogelijk gebruikt. Daarbij hoort ook reparatie – van kapotte laptops, mixers, meubels én kleding. Maar als een klant terugkomt met een kapot kledingstuk, is het voor kledingmerken vaak goedkoper om dat om te wisselen voor een nieuw exemplaar.Dat prijsverschil komt net name door het schaalverschil, legt Emma Brouwer uit.  'Kledingproductie kun je veel gemakkelijker opschalen dan reparatie. Dat is bijna lopendebandwerk, terwijl reparatie toch maatwerk blijft.' Voorheen was Brouwer werkzaam bij de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE), nu werkt ze als projectleider bij duurzaam kledinginitiatief This Is Free Fashion.Kledingmerken die reparatie in hun verdienmodel willen verweven moeten dan ook op een andere manier naar waarde kijken. Want reparatie levert – direct of indirect – wel degelijk iets op. Kosten kledingreparatie in de prijs besloten Dat weten ook de pioniers die al reparatie aanbieden, zoals Sophie Stone en Patagonia. Patagonia geeft klanten bijvoorbeeld een levenslange garantie en betaalt in Europa de volledige kosten van een reparatie. Dat doen ze met name uit ideologische overwegingen, vertelt Willem Swager, Patagonia’s director of finance & operations voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. 'Reparatie zit echt in het dna van Patagonia. Yvon (Chouinard, oprichter van Patagonia, red.) verdiende daar zijn eerste inkomen mee.'De afgelopen jaren heeft het merk zijn reparatieproces flink geprofessionaliseerd. Inmiddels heeft het in Europa een netwerk van veertien reparatiecentra, vertelt Swager. In Nederland was hij namens Patagonia nauw betrokken bij de oprichting van het United Repair Centre (URC) in Amsterdam. Doel daarvan is om de reparatiecapaciteit te vergroten, andere merken mee te krijgen – inmiddels zijn ook onder anderen Decathlon, The North Face en Levi's aangesloten – en kleding (her)maken als een vaardigheid in stand te houden. Daarom is er een speciale Repair Academy.De reparatiekosten zitten bij Patagonia al grotendeels in de productprijs besloten, zegt Swager. 'Wij zien het als een soort inbegrepen servicekosten. Er klaagt toch ook niemand dat we een klantenservice hebben? Het is een kwestie van hoe breed je je verantwoordelijkheid naar de klant toe ziet.' Kansen voor marketing en design Swager benadrukt dat kledingreparatie ook enkele 'zachte voordelen' heeft die zich wellicht niet direct in geld uitbetalen, maar op de lange termijn wel. 'Als jij een scheur in je nieuwe jas hebt en wij maken 'm gratis voor je, ben je daar blij mee. Dat creëert mond-tot-mond-reclame en loyaliteit. Als je opnieuw op zoek bent naar iets, denk je misschien eerder aan Patagonia.'Patagonia heeft de effecten van zijn reparatiebeleid op de verkopen nooit onderzocht, zegt Swager. 'Maar de afgelopen jaren zijn we gigantisch gegroeid. Daar heeft het vast een aandeel in gehad.'Ook Rachel Cannegieter, oprichter van fashionconsultancybureau RethinkRebels en circulair collectief The Circle Club, ziet reparatie als marketingkans voor kledingmerken. Niet alleen omdat zo'n dienst loyaal maakt, maar ook omdat het waardevolle contactmomenten met zich meebrengt. 'Iedereen wordt tegenwoordig gek van nieuwsbrieven', zegt ze. Wie de kans krijgt een persoonlijke mail te sturen, moet die kans benutten.Het reparatietraject levert dus data over je klanten op. Maar óók over je kleding zelf. Cannegieter: 'Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijk bijhouden welke kledingstukken vaak kapot gaan en op welke plek. Dat kun je weer terugkoppelen aan de designafdeling, waardoor je kwalitatievere kleding kunt maken.' Vanwege die voordelen kunnen de kosten voor reparatie uit verschillende potjes worden geput, stelt ze. Reparatie integreren in het bedrijf Kiezen kledingmerken er eenmaal voor reparatie aan te bieden, dan kunnen kledingmerken dat in de eigen winkel doen of uitbesteden. Livera heeft bijvoorbeeld afspraken met naaiateliers.Uitbesteden kan onder meer aan B2B-platforms URC of Mended. URC heeft eigen kleermakers in dienst, vooral mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. In 2025 heeft het bedrijf ruim 54.000 kledingstukken gerepareerd. Mended heeft geen kledingmakers in dienst, maar fungeert als schakel tussen consumenten en aangesloten kledingmakers.Welke uitvoering het beste is, verschilt per merk, zegt Cannegieter. Als je het in-house doet, heb je het vaak meer onder controle. Maar het kost ook veel meer tijd en energie om een goed proces op te zetten.Ook is er een verschil tussen online en fysieke retailers. Online webshops hebben vaak te maken met kleding die bijvoorbeeld met vlekken wordt teruggestuurd. In dat geval gaat het niet terug naar de klant. Wel kan het na herstel worden verkocht als pre-loved item, zoals sommige merken doen. Cannegieter: 'Resale groeit momenteel drie keer zo snel als reguliere verkopen. Al zijn de hoeveelheden natuurlijk nog veel lager.' Overheidsprikkels voor reparatie Toch blijft het een feit dat reparatie niet de standaard is. Liefst 45 procent van de kapotte kleding in Nederland is vorig jaar weggedaan, blijkt uit onderzoek in opdracht van Milieu Centraal. 'Je moet echt waarde hechten aan een kledingstuk om het te laten repareren', weet Brouwer. Dat de schoenmaker grotendeels uit het straatbeeld is verdwenen, helpt ook niet.Daarom ziet Brouwer het liefst overheidsprikkels om reparatie te helpen opschalen. 'Dan pas krijg je de grote massa mee. Het hoeft niet eens gedwongen te zijn. In Frankrijk is reparatie bijvoorbeeld niet verplicht, maar is er wel een repair bonus.' Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt.In 2023 is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel ingegaan. Die maakt producenten en importeurs van kleding verantwoordelijk voor het afvalbeheer. Toch is dat voor de meesten geen prikkel om meer circulair opereren, ziet Brouwer. 'Het idee van de UPV is goed, maar de uitvoering laat te wensen over. Als merk kun je je verantwoordelijkheid met een minimaal bedrag afkopen. Terwijl de UPV juist gaat over verantwoordelijkheid nemen.'Alleen de UPV vindt ze daarom niet genoeg. Een mogelijke aanvullende maatregel is het recht op reparatie, dat de fabrikant verplicht tot reparatie binnen een redelijke tijd en met een redelijke prijs. Voor elektronica is dat al ingevoerd op Europees niveau.Van een reparatierecht op textiel is nog geen sprake. 'Al gonst het wel in de markt', weet Cannegieter. 'En uiteindelijk kijken kledingmerken toch vaak naar concurrenten. The Circle Club heeft recent een pilot gedaan met verdienmodellen rondom upcycling. Daar merkten we heel sterk dat merken gevoelig zijn voor wat de ander doet. Dat zal ook voor reparatie gelden. Bovendien heeft het invloed op wat de consument normaal gaat vinden.'Toch ziet ook Cannegieter overheidsprikkels wel zitten. 'Voor zover ik weet betalen we nog steeds 21 procent btw over reparatie. Dat helpt natuurlijk niet.' Verdienmodellen testen Ondanks de uitdagingen is Brouwer positief over de toekomst. 'Vanuit Europa komt er best wat stimulerende wetgeving aan, zoals een verplicht Digital Product Passport voor textiel. Zelfs als het nog jaren duurt voordat die regels in Nederland in werking treden, beïnvloeden ze nu al de markt. Als je een bedrijf bouwt, moet je namelijk altijd naar de toekomst kijken.'Daarnaast begint diezelfde markt steeds meer tekenen van adoptie te vertonen. Het zijn weliswaar vooral de groene merken die reparatie omarmen, maar: 'Zelfs bij H&M kun je nu al je kleding laten repareren. Dat stemt hoopvol.'Alle experts benadrukken dat reparatie hand in hand gaat met design. Designen we niet for circularity, dan zijn kledingstukken vaak van onvoldoende kwaliteit om überhaupt te kunnen (laten) repareren. 'We kunnen wel duizenden repairshops openen, maar als we lijm in kleding blijven gebruiken, blijft het afval', zegt Brouwer. In verschillende landen is er daarom al een zogenoemde reparatie-index ingevoerd.The Circle Club houdt in opdracht van de gemeente Amsterdam bezig met een proof-of-concept om verschillende verdienmodellen rondom kledingreparatie te onderzoeken. Cannegieter: 'We gaan samen met Circular Innovations onderzoeken hoe retailers repairdiensten op een schaalbare, economisch haalbare manier kunnen integreren in hun bedrijfsvoering. Hoe maken we repair makkelijk én commercieel? Daar ben ik zelf ook nog naar op zoek.'Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in december 2025.  Lees ook:Onverkochte kleding mag niet meer verbrand worden, maar met de robot van VNYX hoeft dat ook niet Fast fashion lijkt niet te stoppen, maar er is hoop voor duurzame mode: 'Speelveld moet kantelen' Brightfiber Textiles maakt van oude vodden de mode van morgen