Stel je voor: het is 2050 en de zomers worden steeds heter. Afkoelen hoeft niet meer door de airco aan te zetten of voor een ventilator te gaan staan, maar door simpelweg op de vloer te gaan zitten. Want hetzelfde systeem dat in de winter voor vloerverwarming zorgt, levert in de zomer juist koude.
Dat is ongeveer hoe de toekomst van nieuwbouw eruitziet. ‘In nieuwbouwprojecten worden collectieve warmte- en koudenetten de standaard’, voorspelt Sanne de Boer op vastgoedbeurs Provada. Als senior specialist energietransitie bij RaboResearch ziet ze zulke systemen steeds vaker toegepast worden. Die slaan in de zomer warmte op in buffers, om die in de winter terug te leveren. Bij koude gebeurt het omgekeerde. Fijn, want airco’s – het alternatief – slurpen steeds meer energie.
In het ideale geval worden de installaties die nodig zijn voor zo’n systeem, zoals collectieve warmtepompen, straks slim aangestuurd om pieken op het elektriciteitsnet te voorkomen.
Maar De Boer weet ook: de meeste woningen in Nederland zijn al gebouwd. En in de bestaande bouw zijn warmte- en koudenetten veel moeilijker te realiseren.
Tarieven moeten aantrekkelijk zijn voor bewoners én ontwikkelaars
De aanleg van warmtenetten in bestaande wijken gaat traag, ziet De Boer. Waar bewoners van nieuwbouw logischerwijs geen inspraak hebben in de manier van bouwen en verwarmen, is instemming wel nodig voor bestaande wijken. Maar de relatief hoge kosten van een warmtenet maken bewoners huiverig. De Boer: ‘Ook van woningcorporaties horen we dat ze het lastig vinden om bewoners met dergelijke tarieven te confronteren.’
De kostenberekening gaat de komende tijd wel op de schop. Momenteel is de maximale prijs voor warmte nog gekoppeld aan de gasprijs. In theorie betalen verbruikers voor warmte dan niet méér dan ze voor dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas zouden doen (‘niet meer dan anders’). Maar in de praktijk zijn er wel degelijk verschillen, onder meer doordat de gasprijs door het jaar heen verandert.
In de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) is voorzien dat tarieven voor warmte worden gebaseerd op de werkelijke kostprijs en een ‘redelijk rendement’ (‘kostprijs+’). Dit nieuwe systeem moet vanaf 2027 geleidelijk van kracht worden.
De nieuwe berekeningsmethode maakt warmte niet per se goedkoper, zegt De Boer. ‘Het is echt een uitdaging om de tarieven interessant genoeg te maken, zodat bewoners zich willen aansluiten én ontwikkelaars zekerheid hebben dat ze hun forse investeringen kunnen dekken. Er zijn nu wel subsidies, maar het is per kabinet afhankelijk welke potjes er zijn en waarvoor ze gelden. Langetermijnperspectief is broodnodig.’
Daar is enige haast bij geboden. De Boer: ‘Hoe langer je wacht met het aanleggen van een warmtenet, hoe meer mensen al een individuele warmtepomp of andere oplossing hebben. Dat maakt de businesscase nog moeilijker. Als je over vijf jaar pas begint met plannen maken en investeringsbeslissingen nemen, ben je mogelijk te laat.’
In de meeste bestaande wijken ziet ze daarom weinig kansen voor warmte- en koudenetten. ‘Maar in wijken met veel gestapelde bouw, bij corporatiewoningen en in glastuinbouwgebieden kan het nog wel.’
Samenwerking tussen publiek en privaat
De Boer is op Provada in gesprek met Walter Grootveld, huidig directeur van Essent Infrastructure Solutions en aankomend chief transition officer van Enexis. Grootveld noemt de warmtetransitie een stuk complexer dan de energietransitie. ‘Bijvoorbeeld omdat warmte lokaal gewonnen moet worden, terwijl elektriciteit grote afstanden kan afleggen.’ Bovendien kennen elektriciteit en gas een tweedeling tussen netbeheerder en energieleverancier, terwijl warmtebedrijven in principe twee-in-één zijn.
De nieuwe Wet collectieve warmte bepaalt dat grote warmtenetten (>1500 woningen) grotendeels in handen moeten zijn van publieke partijen als gemeenten en provincies. Toch verwacht Grootveld niet dat private bedrijven als Essent en Enexis buitenspel worden gezet. ‘Publieke partijen hebben vaak nog niet de kennis en kunde om warmtenetten op te zetten en te beheren. Ik verwacht dat ze zeker de samenwerking met private partijen op gaan zoeken. Die samenwerking tussen gemeenten, ontwikkelaars en leveranciers is ook belangrijk. Pas als je elkaar vindt en begrijpt, kan iedereen zijn handtekening zetten.’
Grootveld noemt draagvlak cruciaal voor de warmtetransitie. Nieuw onderzoek dat op duidelijke steun wijst voor het beperken van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in Europa, zal een opsteker voor hem zijn. Grootveld: ‘Enerzijds vinden we het lastig om gewoonten te veranderen en geld uit te geven. Maar er is ook steeds meer het bewustzijn dat deze transitie cruciaal is.’



