‘Europa loopt qua windenergie nog maar net voor op de Chinezen en de Amerikanen. Die voorsprong moeten we behouden, maar die verliezen we, als we blijven navelstaren’, zei Frans Timmermans donderdag, tijdens het WindDay congres 2025 in Rotterdam. Timmermans is bij de komende verkiezingen de beoogde lijsttrekker van GroenLinks-PvdA en wil na de verkiezingen veel knopen doorhakken over duurzame energie.
Noordzeepact nodig
Timmermans heeft een heel lijstje oplossingen klaarliggen om de impasse in de windenergiemarkt te doorbreken. Een nieuw kabinet moet volgens hem een Noordzeepact sluiten met bindende afspraken tussen de ontwikkelaars, industriële afnemers, netbeheerders en de overheid. ‘Dan krijgen investeerders duidelijkheid voor de lange termijn en biedt de overheid garanties. Dat hebben we bij fossiel ook heel lang gedaan en dat zou hier ook moeten’, aldus de man die als Eurocommissaris verantwoordelijk was voor de Europese Green Deal.
Onderdeel van zo’n pact moet een garantiefonds zijn, dat het Rijk 60 miljoen tot 70 miljoen euro kost. Daarmee worden zogenoemde power purchase agreements (PPA’s) gestimuleerd, waarmee producenten en afnemers van windenergie prijsafspraken maken voor langetermijncontracten. ‘Ook daar kan de overheid rugdekking bieden, zonder dat het veel geld kost. Ik wil dat graag doen’, gaf Timmermans aan.
Verder moet Nederland zelf heel snel extra investeren in uitbreiding van het elektriciteitsnet. Subsidies voor netbeheerders voorkomen daarbij een stijging van de nettarieven. Timmermans wil ook af van de afstandsnormen voor wind op land en op een andere manier naar de aanleg van windparken bij kijken.
Noodwet om impasse te doorbreken
Om door bestuurlijke knelpunten heen te breken pleit Timmermans voor een noodwet. Wat in coronatijd kon, moet nu ook kunnen, stelt hij. ‘Er is een noodsituatie, die we bestuurlijk moeten doorbreken. Het is urgent. Ik zie dat we overal kansen missen, omdat we veel te lang nodig hebben. Dat komt omdat er hele lange procedures nodig zijn om vergunningen te krijgen om te kunnen bouwen. Ik wil zonder vooropgezette conclusies gaan kijken hoe we deze trajecten kunnen versnellen. Wat daar voor nodig is. Wat voor soort wetgeving je nodig hebt om in bepaalde gevallen door bepaalde procedures heen te prikken. Ik heb daar nog geen concrete plannen voor, maar we zijn daar in de fractie mee bezig. De belangenafweging van de samenleving moet anders worden’.
Eurobonds niet langer onbespreekbaar
Timmermans hoopt ook nog steeds op de vorming van een Europese energie-unie, iets wat hem als EU-commissaris niet is gelukt. Zo’n unie maakt grote investeringen in wind- en zonneparken mogelijk. Via gezamenlijke obligaties (Eurobonds) kunnen overheden dan goedkope leningen verstrekken aan de sector. ‘Waarom is er steeds die aarzeling bij de Nederlandse politiek voor goedkope leningen? In deze sector verdienen die zich automatisch terug’, zegt hij. ‘De komende tijd zijn grote investeringen nodig. Wat mij betreft mag de huidige staatsschuld van 48 procent van ons nationaal inkomen hierdoor best wat oplopen. Want het zijn investeringen die vanzelf renderen’, stelt Timmermans.
Bouw nieuwe windmolens op land stagneert
De windsector smacht naar dit soort oplossingen. ‘Het zit even niet mee’, zei voorzitter Jan Vos van branchevereniging NedZero tijdens het congres in De Doelen. Dat was een understatement. De pijplijn voor windparken op land is bijna leeg en nieuwe worden vanwege alle juridische bezwaarprocedures nauwelijks nog gebouwd. ‘We verwachten volgend jaar een afname van windenergie op land’.
Het kabinet is volgens Vos niet in staat geweest om een akkoord te bereiken over landelijke normen voor geluid en de slagschaduw van windmolens op land, waardoor die ontwikkeling stil staat. Aftredend staatssecretaris van Milieu Chris Jansen (PVV) wilde de afstandsnorm tot huizen zelfs vergroten naar vier keer de tiphoogte van turbines, wat de bouw in het dichtbevolkte Nederland haast onmogelijk maakt. Zelfs werkgeversorganisatie VNO-NCW pleit daarom voor het afschaffen van een afstandsnorm.
Businesscase op zee niet goed
Op zee liggen aanbestedingen (tenders) voor windparken stil, omdat ontwikkelaars zich vanwege de hoge kosten en onvoorspelbare elektriciteitsmarkt niet meer inschrijven. Daarom willen ook investeerders niet meer instappen. Daarbovenop meldde netbeheerder TenneT dat de uitbreiding van het hoogspanningsnet dat al die windenergie moet transporteren, is vertraagd en dat netcongestie in het slechtste scenario tot 2035 zal duren.
‘De businesscase is op dit moment niet goed. Het is te duur geworden, waardoor het niet uit kan en de risico’s worden te hoog. Je bouwt een project voor twintig tot dertig jaar en de kans dat het niet goed afloopt, is op dit moment te groot. Daarom hebben we het gewoon even lastig’, erkent Vos. In zijn rekensom kost het bouwen van 1 gigawatt aan windparken 400 miljoen euro per jaar en levert het maar 300 miljoen op. ‘Dan kom je veel geld tekort’.

Volgens voorzitter Jan Vos van NedZero is de businesscase voor wind op zee momenteel niet goed. Foto André Oerlemans
Windstroom ook belangrijk voor energie-onafhankelijkheid
Toch blijft NedZero hoopvol voor de toekomst. Nu al levert windenergie 30 procent van alle Nederlandse stroom. ‘Rond 2030 zal dat rond de 80 procent zijn. Die curve loopt door, ondanks alle ups and downs’, stelt Vos. ‘Wind is nu eenmaal een van de goedkoopste manieren om stroom op te wekken.’ Vanwege de oorlog van Rusland met Oekraïne en de protectionistische houding van de Amerikaanse president Donald Trump is windenergie volgens Vos ook steeds belangrijker voor Nederland om energie-onafhankelijk te worden.
Oproep tot actieplan
In het kader van de klimaatdoelen wil Nederland in 2032 voor 21 gigawatt aan windparken op zee hebben staan, maar met de huidige problemen is dat volgens de sector onhaalbaar. De tender voor windpark Nederwiek – met een vermogen van 1 gigawatt – is uitgesteld tot september en de eisen zijn versoepeld, omdat geen enkele ontwikkelaar interesse toonde. De tenders voor de kavels Gamma A en B in IJmuiden Ver zijn ook uitgesteld, wederom vanwege gebrek aan interesse van marktpartijen.
De Tweede Kamer riep het kabinet op 11 maart per motie op een actieplan te maken om van deze tenders alsnog een succes te maken. Brancheverenigingen NedZero en Energie Nederland kwamen daarop met aanbevelingen voor minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei om de impasse te doorbreken. Die variëren van het versoepelen van eisen, het schrappen van geplande invoedingstarieven voor stroom – die de kosten verder verhogen – tot financiële steun.
Voorlopig geen overheidssteun via CfD’s
Die financiële steun zou volgens de sector vooral moeten komen van zogeheten Contracts for Difference (CfD’s). Daarbij spreekt de overheid een bandbreedte voor de stroomprijs af met de onwikkelaar van een windpark. Zakken de prijzen door de ondergrens, dan betaalt het Rijk aan de ontwikkelaar het verschil. Als stroomprijzen de bovenkant van de bandbreedte doorbreken, dan mag de overheid de winst afromen.
‘We komen nu per jaar 50 tot 100 miljoen euro per gigawatt te kort, maar het neerzetten van een kerncentrale kost 40 miljard euro. Dat garantiemechanisme is dus niet duur voor Nederland en het levert heel veel op’, zegt Vos. Denemarken gebruikt ook CfD’s om 3 gigawatt aan vastzittende aanbestedingen los te trekken.
In haar Kamerbrief van 16 mei meldde minister Hermans dat het actieplan na de zomer klaar is, maar ze gaf al wel aan dat subsidie via CfD’s pas vanaf 2027 mogelijk wordt. Dit jaar gaat het kabinet dat middel niet meer inzetten. Begin juni reageerde de sector op die Kamerbrief met een oproep om haast te maken met wind op zee en CfD’s zo snel mogelijk te introduceren. In de tussentijd zou subsidie via de bestaande SDE++-regeling mogelijk moeten zijn.
Dan maar naar Spanje of Portugal?
Als de Noordzee niet meer aantrekkelijk is voor Nederlandse windparkbouwers, kunnen ze misschien uitwijken naar Spanje en Portugal. In 2030 willen die landen 1 tot 3 gigawatt (Spanje) en 2 gigawatt (Portugal) aan windturbines op zee hebben staan. Om de kansen van Nederlandse bedrijven te vergroten start NedZero dit jaar een zogeheten Partners in International Business (PIB)-programma voor die landen.
Zo’n programma is een samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven. Vanwege de diepe zeebodems zullen die windparken in Spanje en Portugal vooral uit drijvende windturbines bestaan, iets waar Nederlandse bedrijven nog weinig ervaring mee hebben. ‘Floating wind staat hier nog in de kinderschoenen, dus is het voor ons verstandig om daar tijdig in te stappen’, gaf Brennus van Os van NedZero donderdag aan. Volgens hem is er veel interesse voor het internationale programma vanuit het bedrijfsleven.
Volop kansen voor Nederlandse bedrijven
Ter voorbereiding op het PIB-programma heeft consultant AFRY een marktonderzoek gedaan naar de kansen voor de Nederlandse sector in Spanje en Portugal. Die resultaten werden tijdens WindDay bekendgemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat de landen zelf nog veel moeten investeren in havens en infrastructuur, ook al hebben ze elk al vier windgebieden op zee aangewezen.
In Spanje staat voor dit jaar pas de eerste kleine tender gepland. Portugal heeft sinds 2020 zijn eerste drijvende windpark van 25 megawatt en de eerste nieuwe tender moet eind dit jaar starten. Over een paar jaar worden daarvoor CfD’s toegekend. Nederlandse bedrijven kunnen vooral een rol spelen bij het ontwerpen, bouwen en installeren van windparken, het leggen van de benodigde kabels en het uitbreiden van de havens. ‘Ook hebben we veel innovators op het gebied van floating wind. Voor hen is het heel mooi de samenwerking op te zoeken met die landen’, aldus Imke Maassen van den Brink van AFRY.
Lees ook:
- Deze slimme financiële constructie kan voor een win-win zorgen voor windparken op zee én de Nederlandse industrie
- Bouw windparken op zee stagneert: kan de sector nog rekenen op hulp van de staat?
- Windparken moeten op een andere manier geld gaan verdienen
- Explosieve groei windparken op Noordzee snel voorbij als industrie niet meer stroom kan gaan gebruiken




