André Oerlemans
18 juni 2025, 14:00

Hoe hybride windparken alle problemen voor wind op land en bedrijven kunnen oplossen

De bouw van windturbines op land staat zo goed als stil in Nederland. Experts stellen dat een hybride windpark gecombineerd met een zonnepark, batterijen en een bedrijventerrein, de problemen rond de bouw, netcongestie en hoge stroomprijzen voor bedrijven op kan lossen. De eerste is al in aanbouw.

Rens Savenije voorspelde tijdens WindDay de bouw van hybride windparken op land – Foto André Oerlemans Rens Savenije voorspelde tijdens WindDay de bouw van hybride windparken op land – Foto André Oerlemans

‘De projecten van de toekomst zijn hybride parken met wind, zon en een batterij. Een losstaand windpark is iets van vroeger. Ik verwacht dat de industrie gaat bewegen naar deze plekken, waar ze achter de meter duurzame stroom kunnen krijgen’, zei Rens Savenije, commercieel directeur van adviesbureau Ventolines, tijdens het WindDay-congres 2025 in Rotterdam.

Wind op land ondergewaardeerd

Volgens Savenije wordt wind op land ondergewaardeerd. ‘Het maatschappelijk belang ervan wordt onderkend’, stelt hij. ‘Het gaat niet alleen om wind op zee. Het is én-én. Wind op land is belangrijk voor een goedkope stroomprijs, leveringszekerheid, onafhankelijkheid, een gebalanceerd net, minder netverzwaring en het belangrijkste: voor de industrie. Die is op zoek naar een antwoord op netcongestie en hoge transportkosten van stroom. Daarom moet het verhaal anders worden verteld. Natuurlijk zijn windmolens groot en zichtbaar en ja, ze maken geluid. Maar de positieve punten mogen veel meer worden verteld.’

Pijplijn voor nieuwe windparken is leeg

Savenije vindt dat de sector trots mag zijn op alle windparken op land die tot nu in Nederland zijn gebouwd. De afgelopen vijf jaar kwamen er veel parken bij, met name in Flevoland, de Noordoostpolder, Groningen en Friesland. In 2024 kwam er voor 127 megawatt aan vermogen op land bij. Daardoor staat het totaal op bijna 7 gigawatt.

Zo’n 3000 turbines wekten vorig jaar ruim 16 terawattuur aan stroom op. In 2030 zou dat 55 terawattuur moeten zijn, maar dat doel lijkt niet meer haalbaar, omdat sinds vorig jaar de groei van wind op land stokt. ‘De pijplijn is nu wel leeg. Wind op land staat stil. Op de korte termijn zullen er maar mondjesmaat nieuwe windparken op land bijkomen. Voornamelijk kleine parken’, aldus Savenije.

Niet zeker van netaansluiting

Die stilstand heeft diverse oorzaken. De belangrijkste is dat gemeenten en omwonenden dwarsliggen omdat ze bang zijn voor lawaai, slagschaduw en horizonvervuiling als de windturbines te dichtbij komen. Dat leidt tot geweigerde vergunningen en lange bezwaarprocedures, tot aan de Raad van State.

Maar er zijn meer problemen. Door netcongestie kan de opgewekte stroom niet bij de bedrijven en consumenten komen. Een nieuw windpark is zelfs niet meer zeker van een netaansluiting. Omdat de kosten voor de verzwaring van het net worden doorberekend, zien exploitanten de transportkosten van hun elektriciteit stijgen. En op dagen met veel wind en zon verdienen ze niets, omdat de stroomprijzen dan nul of negatief zijn. Dat is allemaal negatief voor de businessase.

Batterijen beleven doorbraak

Savenije ziet ook nieuwe trends die positief kunnen uitpakken voor het businessmodel. Om het elektriciteitsnet efficiënter te gebruiken komen netbeheerders met allerlei nieuwe contracten (ATO’s), waarbij bedrijven minder betalen als ze niet meer op alle tijden stroom gebruiken. Ook wordt het delen van een netaansluiting door bedrijven steeds makkelijker. Dat is belangrijk om een gezamenlijke energiehub te kunnen vormen en samen stroom op te wekken en te verbruiken op één aansluiting.

Verder beleefden batterijen hun doorbraak op de markt en is het opslaan van wind- en zonne-energie daardoor steeds makkelijker en goedkoper geworden. ‘Drie jaar geleden was bijna iedereen bij ons bezig met de bouw van een paar heel grote windparken. Nu zijn er nog zeven mensen bezig met het beheer van windmolens en is 80 procent bezig met batterijen. Batterijen bij windparken, bij zonneparken, bij de industrie. Die doorbraak is ongelooflijk’, zegt Savenije.

Hybride windpark heeft de toekomst

Die batterijen zijn volgens hem superbelangrijk voor de verdere groei van wind- en zonne-energie. Windparken zullen er volgens hem heel anders gaan uitzien. Hij ziet in de toekomst alleen nog hybride windparken op land gebouwd worden, die gecombineerd worden met een zonnepark en een batterij. Nu al zijn eigenaren van windparken overal batterijen aan het toevoegen. Ook worden al zonneparken toegevoegd. Dat maakt dat zo’n hybride park bijna altijd voldoende stroom kan leveren.

De laatste stap is volgens Savenije de koppeling met het bedrijfsleven. Dat kan door naast het windpark een bedrijventerrein te bouwen. ‘Dan heb je een rechtstreeks verbinding om de industrie te voorzien van duurzame stroom’, zegt hij.

Een impressie van het eerste hybride windpark op land in de Noordoostpolder – Foto Ventolines

Een impressie van het eerste hybride windpark op land in de Noordoostpolder – Foto Ventolines

Eerste hybride park in Noordoostpolder

In de Noordoostpolder is zo’n hybride park al in aanbouw. De windmolens staan er al, de zonneparken worden nu gebouwd en begin volgend jaar komt er een groot batterijpark van 250 megawatt bij. Ook een voordeel: het park ligt pal naast een hoogspanningsstation. ‘Dit is een duurzame energiecentrale van in totaal 1 gigawatt. Dus 1 gigawatt geïnstalleerd vermogen aan wind, zon en batterij, op één plek, op één hoogspanningsstation. Het enige wat we nog missen is de industrie’, zegt Savenije.

Dat gaat volgens hem veranderen. Hij verwacht dat bedrijven in de toekomst naar dit soort hybride windparken gaan trekken. Oftewel: dat nieuwe bedrijventerreinen bij dit soort parken worden gebouwd in plaats van andersom. ‘In deze gebieden zie je straks energieclusters ontstaan van wind, zon, baterijen en bedrijven op één plek’, zegt Savenije. Volgens hem moeten provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke planning vaker dit soort geconcentreerde clusters gaan inplannen en vergunnen. ‘Je ziet nu al dat ontwikkelaars een bedrijventerrein met wind, zon en batterijen ineen ontwikkelen en als één plan neerleggen bij gemeente en provincie’, zegt hij.

Industrie moet stroomverbruik aanpassen

Dat levert legio voordelen op. Omdat de bedrijven op zo’n terrein hun stroom ‘achter de meter’ verbruiken, hoeven ze geen transportkosten te betalen. Ook hoeven ze niet meer te wachten op een aansluiting op het net vanwege de netcongestie. Die is er niet meer, omdat opwek en verbruik van duurzame energie lokaal op elkaar wordt afgestemd. De bedrijven zijn verzekerd van voldoende stroom. Door het delen van een aansluiting dalen hun kosten en belasten ze net het minder. Daardoor is minder netverzwaring nodig. Zo’n cluster kan zelfs diensten aanbieden aan netbeheerders om het net in balans te houden.

Bedrijven trekken naar energieclusters toe

Wel moet de industrie in het cluster flexibeler omgaan met zijn verbruik. 24 uur per dag de volledige stroomcapaciteit gebruiken is volgens Savenije niet meer van deze tijd, al kunnen sommige bedrijven niet anders. ‘Er zijn momenten met minder energie, met niks en veel momenten met een overschot. Je moet als industrie je verbruik aanpassen. Dan krijg je wel een netaansluiting en transportcapaciteit en je betaalt amper transportkosten.’

Industriële lobby voor wind op land

Savenije ziet dat besef bij steeds meer bedrijven indalen. Vroeger waren het vooral boeren en burgercoöperaties die bij het adviesbureau aanklopten voor hulp bij het ontwikkelen van windparken op hun land. ‘Nu zijn het vooral bedrijven. De industrie zegt: wij willen hier windmolens. Anders krijgen we geen transportcapaciteit en we kunnen niet elektrificeren. De behoefte van wind op land ligt bij de industrie. Daarom ontstaat ook een lobby richting de politiek. Hierdoor kan het bedrijfsleven in tijden van netcongestie wel uitbreiden en elektrificeren, en rekenen op leveringszekerheid en een goede stroomprijs.’

Naam WindDay veranderen

Het congres over windenergie heet al jaren WindDay. Gezien de noodzakelijke combinatie van duurzame energie is dat volgens Savenije een rare naam. ‘Ik zou willen zeggen: volgend jaar is het de wind, zon, batterij, industrie day 2026.’

Lees ook:

Deze ondernemer werkt toe naar een miljoenenfabriek voor circulaire voedingsingrediënten

Het idee achter de circulaire economie klinkt simpel: je neemt afvalstoffen als basis voor nieuwe producten om zoveel mogelijk een gesloten keten te maken, waarbij reststromen altijd worden benut. Graanresten die overblijven na het brouwen van bier lenen zich daar uitstekend voor, maar het opzetten van een circulaire keten is makkelijker gezegd dan gedaan.Nuttig gebruik van zogenoemd brouwgraan is een uitdaging waar ondernemer Madeleine Gielens zich sinds enkele jaren volledig op heeft gestort. Begin deze maand introduceerde haar scaleup MaGie Creations een zogenoemde clean label-emulgator op basis van brouwgraan. Om daar echt een succesvol product van te maken is veel meer nodig dan een werkend technologisch procedé. 'Alles wat je doet met een scaleup in de circulaire economie is onconventioneel. Je moet als het ware vanuit het niets een nieuw ecosysteem creëren rond een product', zegt Gielens.De 42-jarige ondernemer heeft zelf een achtergrond in supply management en weet alles van het belang van toeleverings- en afzetketens. Sinds vier jaar wijdt Gielens zich volledig aan het opzetten van een ecosysteem, zowel aan de inkoop- als de verkoopkant. Het doel: voedingsingrediënten op basis van brouwgraan als nieuwe markt ontsluiten. Brouwgraan opwaarderen naar voedingsingrediënt voor mensen In Nederland levert de bierbrouwerij jaarlijks ruim 500 miljoen kilo aan graanresten op, die voornamelijk als toevoeging voor veevoer worden gebruikt. In landen met minder melkvee worden reststromen zoals brouwgraan ook tot biomassa verwerkt. Gielens: 'Dat is wat mij betreft een fundamentele weeffout in het systeem, als je kijkt naar de nutritionele waarde van brouwgraan. Het opwaarderen van zo'n reststroom heeft alleen tijd nodig.'MaGie Creations noemt zich een foodtechbedrijf, maar het gaat om veel meer dan technologie alleen, legt Gielens uit: 'Hoe zorg je voor een kwalitatief hoogwaardige aanvoer van brouwgraan, welke producten maak je daarvan en hoe creëer je afzetmarkten voor circulaire alternatieven? De voedingsindustrie is in de basis conservatief. Daar zijn goede redenen voor vanuit het oogpunt van voedselveiligheid, maar dat maakt circulaire innovatie ook ingewikkeld.'Van brouwgraan tot clean-label emulgator Brouwgraan (bierbostel) is het vezel- en eiwitrijke restproduct van granen die bierbrouwers verwerken. In Nederland wordt het restproduct voornamelijk voor diervoeding gebruikt. MaGie Creations gebruikt graanresten van de bierbrouwerij onder meer als basis voor de productie van clean label-emulgatoren. Emulgatoren zorgen ervoor dat stoffen die normaal gesproken niet goed mengen, zoals olie en water, stabiele mengsels vormen. Ze worden onder meer gebruikt in de voedingsindustrie voor bakkerijproducten zoals brood en gebak. Een bekende synthetische emulgator is datem, met soja-olie als basisgrondstof. Tegenover zwaar bewerkte voedingsingrediënten staan zogenoemde clean label-producten, die vervaardigd zijn uit herkenbare ingrediënten, zonder extra toevoegingen. De emulgator van MaGie Creations wordt gedeclareerd als tarwe en gerst.Gielens wil met circulaire voedingsingrediënten een alternatief bieden voor zwaar bewerkte, synthetische producten. 'De trend bij voedingsinnovaties is momenteel sterk gericht op hightech-toepassingen met bijvoorbeeld fermentatieprocessen. Soms kan zware bewerking noodzakelijk zijn, maar je moet je wel blijven afvragen of dat altijd zo is. Er is een sterke neiging om grondstoffen tot op de kleinste onderdelen af te breken en van daaruit nieuwe dingen te bouwen. Wij willen voedingsingrediënten maken op basis van agrarische reststromen, waarbij je moleculen niet in extreme mate afbreekt, als dat niet nodig is.'De nieuwe clean label-emulgatoren op basis van brouwgraan van MaGie Creations zijn daar een voorbeeld van, aangezien ze volgens Gielens als voedingsingrediënt herleidbaar zijn tot tarwe en gerst. Alternatief bieden voor gebruik brouwgraan als veevoer Een ander voordeel is volgens Gielens dat circulaire voedingsingrediënten in bredere zin het beslag op grondstoffen en schaarse grond beperken. Synthetische emulgatoren die worden gemaakt op basis van plantaardige oliën, zoals soja-olie, vergen aparte landbouwproductie. Dat is minder efficiënt dan het gebruik van restproducten van granen die in eerste instantie voor het brouwen van bier worden gebruikt.Als er minder brouwgraan wordt verbruikt voor veevoer vanwege alternatieve toepassingen zoals die van MaGie, leidt dat er in eerste instantie wel toe dat veevoer op andere manieren een beslag legt op grondstoffen en landbouwgrond, erkent Gielens. Toch levert dit nog steeds efficiëntiewinst op. 'Als je de berekening helemaal uitvoert, dan heb je een netto winst van twee vierkante meter landbouwgrond per kilo brouwgraan die we benutten als voedingsingrediënt voor mensen.' Dat laatste klinkt misschien niet indrukwekkend, maar als je bijvoorbeeld 50 miljoen kilo (circa 10 procent van het brouwgraan in Nederland)  zou inzetten voor menselijke voedingsingrediënten, speel je daar in theorie 100 miljoen vierkante meter landbouwgrond mee vrij, wat overeenkomt met 100 vierkante kilometer. Dat is toch een flinke lap grond. Deals met brouwerijen en bakkers Wat betreft het opzetten van een economische keten, is Gielens inmiddels een heel eind gevorderd. Aan de inkoopkant werkt MaGie Creations met verschillende Vlaamse partijen samen, met als belangrijkste partner de middelgrote familiebrouwerij Haacht. Aan de verkoopkant zette Gielens begin dit jaar een belangrijke stap via een samenwerkingsverband met De Bakkers Combinatie, een koepelorganisatie van bakkerijen die leveren aan onder meer cateraars en foodservicebedrijven.Vooralsnog laat MaGie Creations zijn voedingsingrediënten op basis van brouwgraan in kleinere hoeveelheden produceren via derden. 'Het gaat om batches van 11 ton natte brouwgranen die we binnen krijgen, waarmee je 3,5 ton aan voedingsingrediënten kunt maken. Op jaarbasis kunnen we tot 200 ton aan eindproduct leveren.'Dit alles betekent dat scalup MaGie vooralsnog met een klein team toe kan van vijf vaste werknemers en een tiental interimmers. Maar de ambities liegen er niet om, want Gielens wil een forse sprong maken met het opzetten van een eigen productiefaciliteit.  'We werken toe naar een eigen fabriek met een capaciteit om zo'n 11 miljoen kilo brouwgraan per jaar te verwerken.' Dat streven moet komend jaar concreet ingevuld gaan worden. Miljoeneninvestering nodig voor eigen fabriek Voor een eigen fabriek is zeker externe financiering nodig. 'Dan moet je denken aan een investering van zo'n 15 miljoen euro', geeft Gielens aan. 'Tot nu toe hebben we bewust niet met externe financiering gewerkt, maar als we de hele keten hebben ingericht en duidelijk een proof-of-concept hebben, wordt een volgende stap mogelijk. Dat staat voor 2026 op de planning.'In lijn met de circulaire filosofie moet ook de beoogde productiefaciliteit zo veel mogelijk een gesloten, klimaatneutrale inrichting hebben. Gielens: 'We willen een 100 procent fossielvrije fabriek neerzetten, waarbij onder meer restwarmte van brouwgraan wordt benut in het productieproces en stroom uit duurzame bronnen zoals zonnepanelen komt.' Lees ook:Vloeibaar goud: zo waardevol zijn bijproducten van bierbrouwers Hoe een start-up van bierbostel plantaardige melk maakt Opmerkelijk: bier brouwen met rioolwater