‘De projecten van de toekomst zijn hybride parken met wind, zon en een batterij. Een losstaand windpark is iets van vroeger. Ik verwacht dat de industrie gaat bewegen naar deze plekken, waar ze achter de meter duurzame stroom kunnen krijgen’, zei Rens Savenije, commercieel directeur van adviesbureau Ventolines, tijdens het WindDay-congres 2025 in Rotterdam.
Wind op land ondergewaardeerd
Volgens Savenije wordt wind op land ondergewaardeerd. ‘Het maatschappelijk belang ervan wordt onderkend’, stelt hij. ‘Het gaat niet alleen om wind op zee. Het is én-én. Wind op land is belangrijk voor een goedkope stroomprijs, leveringszekerheid, onafhankelijkheid, een gebalanceerd net, minder netverzwaring en het belangrijkste: voor de industrie. Die is op zoek naar een antwoord op netcongestie en hoge transportkosten van stroom. Daarom moet het verhaal anders worden verteld. Natuurlijk zijn windmolens groot en zichtbaar en ja, ze maken geluid. Maar de positieve punten mogen veel meer worden verteld.’
Pijplijn voor nieuwe windparken is leeg
Savenije vindt dat de sector trots mag zijn op alle windparken op land die tot nu in Nederland zijn gebouwd. De afgelopen vijf jaar kwamen er veel parken bij, met name in Flevoland, de Noordoostpolder, Groningen en Friesland. In 2024 kwam er voor 127 megawatt aan vermogen op land bij. Daardoor staat het totaal op bijna 7 gigawatt.
Zo’n 3000 turbines wekten vorig jaar ruim 16 terawattuur aan stroom op. In 2030 zou dat 55 terawattuur moeten zijn, maar dat doel lijkt niet meer haalbaar, omdat sinds vorig jaar de groei van wind op land stokt. ‘De pijplijn is nu wel leeg. Wind op land staat stil. Op de korte termijn zullen er maar mondjesmaat nieuwe windparken op land bijkomen. Voornamelijk kleine parken’, aldus Savenije.
Niet zeker van netaansluiting
Die stilstand heeft diverse oorzaken. De belangrijkste is dat gemeenten en omwonenden dwarsliggen omdat ze bang zijn voor lawaai, slagschaduw en horizonvervuiling als de windturbines te dichtbij komen. Dat leidt tot geweigerde vergunningen en lange bezwaarprocedures, tot aan de Raad van State.
Maar er zijn meer problemen. Door netcongestie kan de opgewekte stroom niet bij de bedrijven en consumenten komen. Een nieuw windpark is zelfs niet meer zeker van een netaansluiting. Omdat de kosten voor de verzwaring van het net worden doorberekend, zien exploitanten de transportkosten van hun elektriciteit stijgen. En op dagen met veel wind en zon verdienen ze niets, omdat de stroomprijzen dan nul of negatief zijn. Dat is allemaal negatief voor de businessase.
Batterijen beleven doorbraak
Savenije ziet ook nieuwe trends die positief kunnen uitpakken voor het businessmodel. Om het elektriciteitsnet efficiënter te gebruiken komen netbeheerders met allerlei nieuwe contracten (ATO’s), waarbij bedrijven minder betalen als ze niet meer op alle tijden stroom gebruiken. Ook wordt het delen van een netaansluiting door bedrijven steeds makkelijker. Dat is belangrijk om een gezamenlijke energiehub te kunnen vormen en samen stroom op te wekken en te verbruiken op één aansluiting.
Verder beleefden batterijen hun doorbraak op de markt en is het opslaan van wind- en zonne-energie daardoor steeds makkelijker en goedkoper geworden. ‘Drie jaar geleden was bijna iedereen bij ons bezig met de bouw van een paar heel grote windparken. Nu zijn er nog zeven mensen bezig met het beheer van windmolens en is 80 procent bezig met batterijen. Batterijen bij windparken, bij zonneparken, bij de industrie. Die doorbraak is ongelooflijk’, zegt Savenije.
Hybride windpark heeft de toekomst
Die batterijen zijn volgens hem superbelangrijk voor de verdere groei van wind- en zonne-energie. Windparken zullen er volgens hem heel anders gaan uitzien. Hij ziet in de toekomst alleen nog hybride windparken op land gebouwd worden, die gecombineerd worden met een zonnepark en een batterij. Nu al zijn eigenaren van windparken overal batterijen aan het toevoegen. Ook worden al zonneparken toegevoegd. Dat maakt dat zo’n hybride park bijna altijd voldoende stroom kan leveren.
De laatste stap is volgens Savenije de koppeling met het bedrijfsleven. Dat kan door naast het windpark een bedrijventerrein te bouwen. ‘Dan heb je een rechtstreeks verbinding om de industrie te voorzien van duurzame stroom’, zegt hij.

Een impressie van het eerste hybride windpark op land in de Noordoostpolder – Foto Ventolines
Eerste hybride park in Noordoostpolder
In de Noordoostpolder is zo’n hybride park al in aanbouw. De windmolens staan er al, de zonneparken worden nu gebouwd en begin volgend jaar komt er een groot batterijpark van 250 megawatt bij. Ook een voordeel: het park ligt pal naast een hoogspanningsstation. ‘Dit is een duurzame energiecentrale van in totaal 1 gigawatt. Dus 1 gigawatt geïnstalleerd vermogen aan wind, zon en batterij, op één plek, op één hoogspanningsstation. Het enige wat we nog missen is de industrie’, zegt Savenije.
Dat gaat volgens hem veranderen. Hij verwacht dat bedrijven in de toekomst naar dit soort hybride windparken gaan trekken. Oftewel: dat nieuwe bedrijventerreinen bij dit soort parken worden gebouwd in plaats van andersom. ‘In deze gebieden zie je straks energieclusters ontstaan van wind, zon, baterijen en bedrijven op één plek’, zegt Savenije. Volgens hem moeten provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke planning vaker dit soort geconcentreerde clusters gaan inplannen en vergunnen. ‘Je ziet nu al dat ontwikkelaars een bedrijventerrein met wind, zon en batterijen ineen ontwikkelen en als één plan neerleggen bij gemeente en provincie’, zegt hij.
Industrie moet stroomverbruik aanpassen
Dat levert legio voordelen op. Omdat de bedrijven op zo’n terrein hun stroom ‘achter de meter’ verbruiken, hoeven ze geen transportkosten te betalen. Ook hoeven ze niet meer te wachten op een aansluiting op het net vanwege de netcongestie. Die is er niet meer, omdat opwek en verbruik van duurzame energie lokaal op elkaar wordt afgestemd. De bedrijven zijn verzekerd van voldoende stroom. Door het delen van een aansluiting dalen hun kosten en belasten ze net het minder. Daardoor is minder netverzwaring nodig. Zo’n cluster kan zelfs diensten aanbieden aan netbeheerders om het net in balans te houden.
Bedrijven trekken naar energieclusters toe
Wel moet de industrie in het cluster flexibeler omgaan met zijn verbruik. 24 uur per dag de volledige stroomcapaciteit gebruiken is volgens Savenije niet meer van deze tijd, al kunnen sommige bedrijven niet anders. ‘Er zijn momenten met minder energie, met niks en veel momenten met een overschot. Je moet als industrie je verbruik aanpassen. Dan krijg je wel een netaansluiting en transportcapaciteit en je betaalt amper transportkosten.’
Industriële lobby voor wind op land
Savenije ziet dat besef bij steeds meer bedrijven indalen. Vroeger waren het vooral boeren en burgercoöperaties die bij het adviesbureau aanklopten voor hulp bij het ontwikkelen van windparken op hun land. ‘Nu zijn het vooral bedrijven. De industrie zegt: wij willen hier windmolens. Anders krijgen we geen transportcapaciteit en we kunnen niet elektrificeren. De behoefte van wind op land ligt bij de industrie. Daarom ontstaat ook een lobby richting de politiek. Hierdoor kan het bedrijfsleven in tijden van netcongestie wel uitbreiden en elektrificeren, en rekenen op leveringszekerheid en een goede stroomprijs.’
Naam WindDay veranderen
Het congres over windenergie heet al jaren WindDay. Gezien de noodzakelijke combinatie van duurzame energie is dat volgens Savenije een rare naam. ‘Ik zou willen zeggen: volgend jaar is het de wind, zon, batterij, industrie day 2026.’
Lees ook:
- Windenergie laten groeien: hoe Frans Timmermans wil bereiken, wat het kabinet-Schoof naliet
- Batterij naast windpark heeft zonnepark nodig om rendabel te zijn
- Toekomstig windpark op zee heeft zonnepanelen, een batterij en maakt waterstof
- Het stroomnet zit niet vol, dus die 195 miljard euro voor uitbreiding is niet allemaal nodig




