Jeroen de Boer
23 februari 2026, 15:00

'Ceo die leiderschapsprijs krijgt, laat morele lat voor duurzaamheid makkelijker zakken'

Ceo’s hebben grote invloed op het reilen en zeilen van ondernemingen en daarmee ook op het duurzaamheidsbeleid. Onderzoeker Frederique Bouwman bekeek hoe beloning, culturele achtergrond en leiderschapsprijzen de focus van topbestuurders op duurzaamheid beïnvloeden.

ceo duurzaamheid leiderschap | Credits: Razvan Chisu / Unsplash.com

‘Wat een bedrijf is of doet, hangt sterk samen met de mensen die de koers van een onderneming bepalen. Ook voor het doorgronden van duurzaamheidsbeleid helpt het om te begrijpen wat de drijfveren zijn van de ceo van een onderneming.’

Onderzoeker Frederique Bouwman heeft weinig moeite om duidelijk te maken waarom het interessant is om te kijken naar de rol die topbestuurders van bedrijven spelen bij het vormgeven van de duurzaamheidsstrategie.

Aanstaande donderdag 26 februari promoveert Bouwman op bij de Open Universiteit in Heerlen op het proefschrift Beyond the Bottom Line; CEO Motivations for Corporate Social Responsibility. In haar onderzoek keek ze naar datasets van zo’n drieduizend, veelal beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven. Daarbij heeft Bouwman factoren die invloed kunnen hebben op hoe ceo’s omgaan met duurzaamheid, vergeleken met onder meer de ontwikkeling van emissies van broeikasgassen en het waterverbruik van bedrijven.

Onderzoeker Frederique Bouwman. Credits: Open Universiteit / Maastricht University.

Dit leverde opvallende inzichten op. Zo blijkt het niet bevorderlijk voor de duurzame prestaties van een bedrijf, als een relatief groot deel van de beloning van de ceo bestaat uit aandelen en opties. Hetzelfde geldt voor het fêteren van de hoogste bestuurder met belangrijke leiderschapsprijzen, met als kanttekening dat mannen daar gevoeliger voor lijken dan vrouwen.

Als de beloning van een ceo voor een relatief groot deel bestaat uit een cash, blijkt er meer aandacht te zijn voor langetermijninvesteringen die tot echte milieuverbeteringen leiden. Hoe verklaar je dat?

‘Er blijkt inderdaad een verschil te zijn tussen het relatieve gewicht van belonen in cash, of belonen in aandelen en opties. De theorie hierachter is dat op financiële markten relatief veel beleggers actief zijn die de voorkeur geven aan financieel rendement op de vrij korte termijn. Investeren in een duurzame bedrijfsvoering wordt vooral gezien als een kostenpost.

Mijn veronderstelling was dat de motivatie om serieus te investeren in duurzaamheid afneemt, als de beloning van de ceo sterker afhankelijk is van de ontwikkeling van de beurskoers van een bedrijf. De uitkomst van het onderzoek bevestigt die aanname, want ceo’s die een meer marktafhankelijke beloning krijgen, blijken vaker symbolische duurzaamheidsmaatregelen te nemen.

Een groter aandeel van contanten in de beloning blijkt gemiddeld genomen samen te gaan met sterkere duurzaamheidsprestaties. Dan gaat het dus om meetbare uitkomsten, zoals de ontwikkeling van CO2-emissies en andere milieu-indicatoren. Een bestuursraad met relatief veel onafhankelijke leden, waarbij commissarissen meer afstand hebben tot de ceo en de financiële prestaties van het bedrijf, blijkt dit effect te versterken.’

Je hebt ook gekeken naar de invloed van persoonlijke waarden van ceo’s. Hoe heb je dat aangepakt?

‘Dat was best lastig, want je moet op een indirecte manier achterhalen hoe waardepatronen een rol spelen. In de VS heeft vrijwel iedereen een immigratieachtergrond, als je een paar generaties teruggaat. Daar zijn databases voor die ik heb gebruikt om de culturele achtergrond van ceo’s te bepalen. Voor de culturele waarden zelf heb ik het model van Geert Hofstede gebruikt. Dat onderscheidt een zestal dimensies van cultuur, ofwel waarden. Het relatieve gewicht van die dimensies verschilt per cultuur.

Het gaat dan om waarden als ‘lange-termijnoriëntatie’ of ‘individualisme’. In Aziatische culturen zie je bijvoorbeeld dat ouders het heel belangrijk vinden om hun zoon of dochter een goede opleiding te geven. Als ze daar zelf offers voor moeten brengen, wordt dat als normaal gezien. Zo’n langetermijnoriëntatie past bij duurzaamheidsinvesteringen die over een langere periode hun vruchten afwerpen.

Bij vergelijkingen op basis van de culturele achtergrond komt naar voren dat ceo’s met, laten we zeggen, een Japanse achtergrond gemiddeld genomen meer bezig zijn met daadwerkelijke duurzaamheid dan een ceo met Franse voorouders.

Je moet natuurlijk voorzichtig zijn om hier al te sterke conclusies aan te verbinden, maar de resultaten van het onderzoek laten wel zien dat de culturele achtergrond van een ceo invloed kan hebben op de duurzaamheidsstrategie. Al kun je dus niet op basis van resultaten op groepsniveau een koppeling leggen tussen culturele achtergrond en leiderschapskwaliteiten van individuele ceo’s.’

Als ceo’s met leiderschapsprijzen sociale erkenning krijgen, blijkt dat averechts te kunnen uitpakken voor de duurzame prestaties van een bedrijf. Wat zit daar achter?

‘Dit past bij de psychologische theorie van ‘moral licensing’: als je iets goeds hebt gedaan en daarvoor erkenning krijgt, wordt het makkelijker om voor jezelf te rechtvaardigen dat je daarna een keer mag zondigen. Vergelijkbaar met het idee dat als je ’s middags alleen fruit eet, je ’s avonds een toetje mag nemen.

Voor de ceo’s heb ik naar algemene leiderschapsprijzen gekeken, zoals de Ceo of the Year Award. In de dataset is Elon Musk de absolute koning van de leiderschapsprijzen. Maar hij krijgt vrijwel elk jaar een prijs. Daardoor heb je geen duidelijke ‘voor’- en ‘na’-periode om duurzaamheidsprestaties van zijn ondernemingen te vergelijken.

Dat kan wel als je twee ondernemingen met vergelijkbare duurzaamheidsprestaties naast elkaar legt. Op een gegeven moment krijgt de ceo van bedrijf A een leiderschapsprijs en die van bedrijf B niet. Als je kijkt wat er daarna gebeurt, zie je gemiddeld genomen dat A na het toekennen van de prijs slechter gaat scoren op milieucriteria.’

Heeft dat ermee te maken dat bijvoorbeeld leiderschapsprijzen ceo’s vooral in het zonnetje zetten als ze zorgen voor winstgevende groei op de korte termijn?

‘De prijzen worden toegekend op basis van zeer algemene eisen zoals leiderschap en innovatie. Vaak zijn daar jaren van buitengewone prestaties in brede zin voor nodig. Na het ontvangen van zo’n prijs, is er wel een financiële motivatie om minder op duurzaamheid te focussen. Ceo’s voelen zich dan gesterkt om veranderingen door te voeren die op korte termijn financieel rendement opleveren, ook als dat tot extra vervuiling leidt. De morele lat voor duurzaamheid gaat makkelijker omlaag.’

In je onderzoek komt naar voren dat dit effect sterker speelt bij mannen dan bij vrouwen.

‘Wat je in de data terugziet, is dat vrouwelijke ceo’s hun morele standaard op het gebied van duurzaamheid minder makkelijk verlagen. Vrouwen maken maar 4 procent uit van de onderzochte ceo’s. Toch zie je bij een groep met alleen mannelijke ceo’s die leiderschapsprijzen winnen, een sterker negatief effect op de duurzaamheidsprestaties, dan bij een groep met zowel mannen als vrouwen. Dat sluit aan bij literatuur die suggereert dat vrouwen gemiddeld genomen vaker een hogere morele standaard hebben.

Vrouwen moeten bij wijze van spreken twee of drie keer een leiderschapsprijs krijgen, voordat ze zich gerechtigd voelen om duurzaamheidsprestaties te laten verslappen.’

Lees ook:

We hebben meer huizen nodig, maar die hoeven we niet allemaal te bouwen – liever niet, zelfs

'Duurzaam bouwen is uiteindelijk vooral gebouwen maken waar mensen van houden. Kijk maar naar dit gebouw.'We zitten in het Volkshotel, het oude Volkskrantgebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam. Brigit Gerritse, algemeen directeur van de Dutch Green Building Council (DGBC), kijkt om zich heen. 'Dit gebouw stond lang op de lijst om gesloopt te worden. Maar kijk nu eens. Achter jou zitten jongeren een broodje te eten, naast ons houden mensen een brainstormsessie op een groot vel papier. Aan de andere kant zit een meneer rustig te genieten.''Architectonisch is het ook mooi. Er is veel licht, dat vinden mensen fijn.' Ze wil maar zeggen: een gebouw wordt zowel bepaald door het ontwerp en de materialen als door wat erin gebeurt. Een voorbeeld? 'Je kunt een huis wel supergoed isoleren, maar als de bewoners vervolgens de verwarming aanzetten en het raam open, heeft dat geen zin. Ook dat moet je meenemen in het ontwerp.' Grote opgave voor de Dutch Green Building Council Gerritse, die planologie studeerde en al haar hele werkzame leven met vastgoed bezig is, is nu ruim een jaar directeur van de Dutch Green Building Council. Leuk, maar niet altijd makkelijk, vindt ze. 'Je moet mensen toch enthousiast houden over iets wat je pas in 2050 hoopt te bereiken: een volledig CO2-neutrale bouwsector.'Wat niet helpt: de wooncrisis in Nederland heeft duurzaamheid lager op de agenda geplaatst. 'We willen snel, snel, snel, en dan neem je niet altijd de beste beslissingen. De perceptie van de sector is verschoven van "duurzaamheid moet" naar "duurzaamheid moet, maar nu even niet".'Tot en met 2030 moeten er minstens 100.000 woningen per jaar worden gerealiseerd, al wordt dat streven al jaren niet gehaald. In theorie weten we hoe we die woningen duurzamer kunnen bouwen of renoveren. 'Maar de politiek, en ook veel bouwbedrijven, aannemers, beleggers en architecten, zeggen over al die oplossingen: ze zijn te duur, of ze duren te lang. En voor beide hebben we geen tijd.'Dat betekent een grote opgave voor de DGBC, de stichting die partners stimuleert en helpt om duurzamer te bouwen. De organisatie heeft een uitgebreide kennisbank en ontwikkelde onder meer een methode waarmee woningcorporaties gebouwen in hun portefeuille kunnen toetsen op klimaatrisico's. Ook beheert ze BREEAM-NL, de certificeringsmethode om de duurzaamheid van gebouwen meetbaar te maken.Er zijn zo'n 400 organisaties aangesloten bij de DGBC. Met welke argumenten krijg je hen mee?'Dat ligt eraan wie ik tegenover me heb. Je hebt meerdere argumenten nodig om verschillende partijen mee te krijgen. Van "bouw wat je wilt achterlaten voor volgende generaties" tot "als je niet klimaatbestendig bouwt, creëer je nu de stranded assets van de toekomst".Als mensen dan zeggen: "Ja, maar..." denk ik: ah, nou heb ik je. Dan gaan we díe hobbel proberen weg te nemen.De uitdagingen zitten 'm vooral in de uitvoering. Want meestal zijn we het er wel vrij snel eens over hoe een ideale stad eruit moet zien. Hittebestendig, met veel groen, ontmoetingsplekken voor mensen en bijvoorbeeld de mogelijkheid voor ouderen om lang zelfstandig te wonen.'Waarom bouwen we zulke steden dan niet?'Zulke projecten zijn vaak niet goed schaalbaar. Als we 100.000 woningen per jaar willen realiseren, is ruimte de grootste uitdaging. Het duurzaamst is om locaties te zoeken binnen de bestaande stedelijke omgeving. Daar heb je al voorzieningen en infrastructuur. Maar er is ook beperkte ruimte.Je hebt ook altijd te maken met tegengestelde belangen. Op papier is optoppen (extra verdiepingen bouwen op een bestaand gebouw, red.) bijvoorbeeld een goede oplossing. Het kost geen extra ruimte en zorgt voor relatief weinig CO2-uitstoot vergeleken met nieuwbouw. Maar puur economisch gezien is het soms aantrekkelijker om een gebouw te slopen en te vervangen door meer nieuwe woningen.'Belonen de plannen van de nieuwe coalitie duurzame bouw? 'Ze gaan de goede richting uit, maar zijn niet concreet genoeg. Al snap ik dat wel, het is natuurlijk een minderheidscoalitie.Maar kijk bijvoorbeeld naar water. Het gaat de komende jaren echt een probleem worden om alle nieuwe woningen aan te kunnen sluiten op het waternet. Voor die watercongestie worden geen concrete oplossingen geboden.Als we nu zo veel bouwen, is het een gemiste kans om niet na te denken over de oplossingen. Anders is er straks ook geen water meer voor al dat groen dat we zo graag in wijken willen hebben.'Hoe zien die oplossingen eruit?'We moeten anders bouwen. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid hemelwater op te vangen en daarmee de wc door te spoelen. Zulke dingen worden nu vaak "bovenwettelijk" genoemd; dat helpt niet.Veel oplossingen bevinden zich op gebouw- op wijkniveau, bijvoorbeeld het lokaal zuiveren van afvalwater. Maar ook de waterschappen kunnen een grote rol spelen. Zij hebben een goed beeld van de benodigde maatregelen per regio.'Jullie willen de sector duidelijkheid bieden met een nieuwe Net Zero-standaard.'Veel partijen zijn wel bezig met verduurzamen, maar steken hun hoofd niet boven het maaiveld uit. Ik denk dat ze bang zijn dat anderen hen wijzen op wat ze nog beter hadden moeten doen. Wij willen één taal ontwikkelen, zodat je echt kunt zeggen: dit is een zo duurzaam mogelijk gebouw.Zo'n standaard helpt partijen ook om naar banken of pensioenfondsen te stappen voor duurzame financiering. Ze kunnen aantonen dat hun plannen in lijn liggen met de huidige opvattingen over duurzaamheid. Maar het is nog best moeilijk om een standaard te ontwikkelen met een ambitieniveau waar iedereen het over eens is.'Wat zie je als de grootste kansen tot 2030?'Er zijn enkele no regrets: dingen waar we sowieso geen spijt van krijgen. Die liggen vooral bij het benutten van de bestaande gebouwen. Woningen realiseren betekent niet per se woningen bouwen. Het kan ook optoppen, splitsen en transformeren zijn. Wat hebben we al aan gebouwde omgeving en wat willen we daarmee? Kijk bijvoorbeeld naar Overamstel, hier vlakbij; dat is van bedrijventerrein naar woonwijk gegaan.Daarmee kopen we tijd voor onszelf, die we kunnen besteden aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van prefab bouwen. Fabrieksmatig bouwen biedt veel kansen. Het is geschikt voor biobased materialen, en je kunt gebouwen zo produceren dat die op een later moment gemakkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden.'Waar in Nederland wordt de bestaande voorraad al goed benut?Gerritse denkt lang na. 'Interessante vraag. Nog interessanter dat ik niet meteen op een antwoord kan komen. Er is veel ambitie, maar nog weinig gerealiseerd.'Later, per mail: 'Zoetermeer is een goed voorbeeld. Woningcorporatie Vidomes heeft daar een voormalig zorgcentrum gerenoveerd. Aan de 60 appartementen is een extra woonlaag met 10 appartementen toegevoegd. In de volgende fase wordt het complex verder uitgebreid, met 22 optopwoningen en 45 aanplakwoningen.''Optoppen gebeurt nog weinig, ook omdat de parkeernormen een groot probleem zijn. Bij nieuwe woningen moeten ook nieuwe parkeerplekken komen. Terwijl mensen liever een huis hebben dan een parkeerplaats.Dat is een goed voorbeeld van hoe de maatschappij verandert. We hebben behoefte aan andere dingen dan vroeger. Dat zie je ook terug in de acceptatie van verschillende woonvormen, zoals wonen met vrienden en wonen bij een hospita. De regelgeving moet daarin meebewegen.'Je vraagt ook vaak aandacht voor het sociale aspect van gebouwen. 'Als je gebouwen maakt waar mensen graag komen, kun je die heel lang gebruiken. Dat is niet alleen duurzaam, maar ook financieel interessant. Een plek zonder sociale meerwaarde heeft geen toekomst, en daarmee ook geen economische waarde.Sociale cohesie is ook belangrijk als je bijvoorbeeld de buurt wilt verduurzamen. Dat verloopt veel soepeler in een sterke gemeenschap. Als je gehecht bent aan een plek, ben je toch eerder bereid daarin te investeren.'Heb je hoop dat de bouwsector op tijd verduurzaamt om zijn doelen te halen?'Hope is not a strategy, alleen daarmee kom je er niet. Maar ik heb ook eens iemand horen zeggen: "Als Martin Luther King zijn speech I have a nightmare had genoemd, was die lang niet zo aantrekkelijk geweest." Het is belangrijk om mensen een visie voor te schotelen. Dat maakt enthousiast.'Je bent nog drie jaar directeur van de DGBC. Wat wil je nog bereiken?'Uiteindelijk wil ik dat we voor zowel bedrijfsleven als de politiek een voor de hand liggende vraagbaak zijn voor duurzaamheidsoplossingen in de bouwsector. De DGBC is tot nu toe een heel bescheiden club. We brengen mensen bij elkaar, ontwikkelen keurige standaarden en tools, maar lobbyen niet. Daarmee gaat het niet snel genoeg, merk ik. We mogen best een wat activistischere houding aannemen.' Lees ook:Onno Dwars (Ballast Nedam Development): 'Ik word gelukkig van mensen die ergens tegen zijn' Gerrit Hiemstra: 'Met klimaatbeleid vooruitschuiven maak je óók een keuze' Rabobank wil met € 100 miljoen voor dochterbedrijf BPD Bouwfonds biobased bouwen aanzwengelen