Wilke Wittebrood
05 mei 2026, 11:00

De lhbti+-gemeenschap steunen als bedrijf? Met alleen een paradeboot tijdens Pride ben je er niet

De Pride Month in juni, de Canal Parade in Amsterdam. Bedrijven grijpen deze momenten aan om hun steun aan de lhbti+-gemeenschap te betuigen. Maar communiceren op die momenten − specifieker: alléén die momenten − werkt juist averechts, blijkt uit onderzoek.

canal pride Veel bedrijven grijpen Pride Amsterdam aan om hun steun voor de queer community uit te spreken. | Credits: Getty Images

Een trots moment voor Pride Amsterdam: het evenement maakt kans op een plek op de immateriële erfgoedlijst van Unesco, een lijst waarop de ‘levende cultuur’ van landen wordt vastgelegd. De botenparade, elke eerste zaterdag van augustus, is inmiddels een vast moment op de marketingkalender van veel bedrijven. Net als andere dagen en momenten die zijn gekoppeld aan de lhbti+-gemeenschap: de Pride Month in juni, Coming Out Day in oktober en Transgender Awareness Week in november.

Organisaties houden daar rekening mee, zegt Anna Berbers. Ze is universitair docent Corporate Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en onderzoekt hoe bedrijven communiceren over lhbti+-topics. ‘Die momenten worden vaak gebruikt om hun steun voor de gemeenschap uit te spreken.’

Bijvoorbeeld door tijdens de Canal Parade met een eigen boot mee te varen, met campagnes en producten die specifiek op lhbti+’ers zijn gericht, of door het bedrijfslogo te vervangen door een regenboogvariant. Voorbeelden te over, van de jaarlijkse Pride-collectie van Hema tot de speciale omkleedhokjes (‘safe spaces’) in winkels van We Fashion.

Corporate social advocacy (CSA) heet dat in jargon. Berbers: ‘Bedrijven die optreden als een advocate, of belangenbehartiger, voor een minderheidsgroep.’

Timing van de boodschap

Bij corporate communicatie over lhbti+-topics wordt vaak gekeken naar wat er wordt gezegd. De Amerikaanse onderzoekers James T. Carter (Cornell University) en Michael W. White (University of Massachusetts Lowell) waren benieuwd of ook de timing invloed heeft op hoe de boodschap overkomt. Het maakt zeker uit wanneer je iets zegt, concluderen ze na hun onderzoek, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in Harvard Business Review.

In een serie experimenten lieten de onderzoekers lhbti+’ers twee vrijwel identieke bedrijfsverklaringen zien. Alleen de datum van publicatie verschilde: het ene statement was gepubliceerd tijdens Pride Month in juni, het andere op een ander moment in het jaar. Hetzelfde deden de onderzoekers met twee advertenties. Ook hier was het enige verschil het moment waarop de campagne werd gelanceerd.

Wat bleek: de verklaringen en advertenties die tijdens Pride waren uitgebracht, werden door lhbti+’ers als significant minder authentiek ervaren. Bedrijven buitelen in juni over elkaar heen met regenboogcampagnes, waardoor moeilijker is te zien of die steun oprecht is of gewoon slimme marketing in de jacht op de ‘queer dollar’.

Daar zit namelijk veel geld: in de VS alleen al vertegenwoordigt de lhbti+-gemeenschap een markt van bijna 1,4 biljoen dollar. Daarnaast speelt het vermoeden dat bedrijven op de regenboogtrein stappen om kritiek op hun afwezigheid te voorkomen.

Regenboogmarketing en pinkwashing

Dat alles heeft invloed op de geloofwaardigheid, duidt UvA-wetenschapper Berbers de resultaten. ‘Buiten “marketingrijke” momenten als de Pride spelen zulke externe factoren niet. Zonder die druk van buitenaf wordt gedrag sneller geïnterpreteerd als waardegedreven, als een signaal dat de motivatie dan wel van binnenuit móét komen.’

Opvallend is dat de timing voor hetero- en cisgender mensen, die dezelfde advertenties kregen voorgelegd, niet uitmaakte. Berbers: ‘Lhbti+’ers zijn kritischer op regenboogmarketing en herkennen pinkwashing sneller. Simpelweg omdat ze meer kennis hebben over de manier waarop organisaties lhbti+-topics inzetten voor eigen gewin.’

Berbers voerde in Nederland een soortgelijk experiment uit en kwam tot dezelfde conclusie als haar Amerikaanse vakgenoten. Haar experiment draaide om een fictief sportmerk dat regenboogsneakers verkocht waarvan de winst naar een goed doel ging. ‘In het eerste geval werden de schoenen alleen verkocht tijdens Pride, in het tweede geval waren de sneakers een vast onderdeel van de collectie en werd er dus doorlopend gedoneerd. Die continue betrokkenheid leidde tot wat wij een hogere gepercipieerde authenticiteit noemen, en daardoor tot een hogere gepercipieerde legitimiteit.’

Dat laatste betekent dat bedrijven zich volgens stakeholders − denk aan de eigen klanten of medewerkers − gedragen op een manier die overeenkomt met de normen en waarden waarvoor ze zeggen te staan. Of juist niet.

Donaties aan haatgroepen

Neem Amazon, zegt Berbers. Amazon communiceert in de VS frequent over lhbti+-topics en probeert zich naar buiten toe als bondgenoot te profileren.

‘Ondertussen weigert het bedrijf te stoppen met de verkoop van transfobe boeken, en is een transgender medewerker uit het bestuur van medewerkersgroep Glamazon gezet omdat ze daar kritische vragen over had gesteld. Verder konden klanten via het goede doelen-programma van Amazon doneren aan anti-lhbti-groepen. Haatgroepen. Meerdere medewerkers hebben om die reden ontslag genomen.’

Amazon trok zich vorig jaar net als Meta terug als sponsor van Pride Amsterdam. Dit onder druk van het Witte Huis; de regering-Trump trekt fel van leer tegen diversiteitsprogramma’s, binnen en buiten de overheid. Er waren meer wijzigingen: zo voer Deloitte Netherlands ook niet mee, het bedrijf koos in plaats daarvan voor een minder opvallende ponton langs de kant.

Berbers: ‘Ik denk dat je wel kunt stellen dat bedrijven die zich bezighielden met lhbtqia+-topics toen de acceptatie hoger lag, en ermee ophouden nu er meer kans is op backlash, het alleen deden om strategische redenen.’ Ze ziet ook de opkomst van pinkhushing: bedrijven die hun diversiteitsbeleid wel handhaven, maar daar publiekelijk niets meer over zeggen.

Hema als voorbeeld

Hema is volgens de UvA-onderzoeker een voorbeeld van een organisatie die ‘the walk’ en ‘the talk’ wél succesvol combineert. ‘Zij laten het hele jaar door diverse modellen zien in campagnes. Hema was de eerste met een transgender model in een bh-reclame en de eerste die kinderkleding ging verkopen in plaats van jongens- en meisjeskleding. Het bedrijf verkoopt make-up voor alle huidtypes en in reclames zie je verschillende soorten koppels, ook gay koppels.’

En, heel belangrijk: ‘Het interne beleid komt overeen met de boodschap die extern uitgedragen wordt. Ze bieden bijvoorbeeld drie maanden ouderschapsverlof aan álle ouders, ook lhbti+-ouders die via een draagmoeder een kindje krijgen of adopteren.’

Berbers deed in 2023 intern onderzoek naar het diversiteitsbeleid van Hema, en stuitte in gesprekken met werknemers ook op kritiek. ‘Een aantal hetero- en cisgender medewerkers vond het allemaal te veel van het goede. De slogan van het bedrijf is ‘Hema voor iedereen’, maar zij hadden het gevoel dat Hema er vooral voor lhbti+’ers is.’

Cruciale representatie

Daar zit een spanningsveld, zegt ze. ‘Echt inclusieve communicatie is ontzettend ingewikkeld. Wat voor de ene groep als inclusief voelt, kan door de andere groep als overdreven of uitsluitend worden ervaren. Zeker in een tijd waarin mensen meer tegenover elkaar komen te staan en de acceptatie van lhbti+-personen schrikbarend snel afneemt.’

Bedrijven kunnen volgens Berbers een belangrijke rol spelen in het keren van die ontwikkeling. ‘Lhbti+’ers krijgen nog steeds bovengemiddeld vaak te maken met uitsluiting en pesten op de werkvloer. Om te beginnen hebben bedrijven als werkgever de macht – en plicht – om een veilige werkomgeving voor hun medewerkers te creëren. Maar ze dragen ook zorg voor publieke zichtbaarheid. Als bedrijven zich terugtrekken, verdwijnt daarmee cruciale representatie van de lhbti+-gemeenschap in de openbare ruimte.’

Representatie die het hele jaar door nodig is. Niet alleen tijdens de botenparade en Pride Month.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Uitzondering voor leer in anti-ontbossingswet en vergunning voor nieuwe CO2-opslag onder Noordzee

Uitzondering voor leerproducten in Europese anti-ontbossingswet De Europese Commissie stelt voor om leerproducten uit te sluiten van anti-ontbossingswet EUDR. Die wet moet ontbossing wereldwijd tegengaan, maar volgens de Commissie worden Europese schoenen- en tassenproducenten erdoor benadeeld, meldt Bloomberg. De Commissie lijkt gezwicht voor lobby van de mode-industrie. Ze stelt daarnaast verschillende 'vereenvoudigingsmaatregelen' voor.De aanpassing van de wet is hiermee nog niet definitief; zowel de lidstaten als het Europees Parlement moeten er nog over stemmen. De EUDR moet eind december in werking treden. De wet is al meerdere keren uitgesteld.Lees ook: Financiële instellingen voedden ontbossing met bijna 300 miljard euro, deze coalitie grijpt in Startup scoort € 1 miljoen: AI-robot maakt resale kleding efficiënter Het Amsterdamse VNYX heeft ruim 1 miljoen euro opgehaald voor de ontwikkeling van zijn robot voor de herverkoop van kleding. Dat maakt medeoprichter Vincent van der Holst bekend. De startup heeft een oplossing voor grote bedrijven die met restpartijen en teruggestuurde kleding worstelen. Die verkopen zij vaak niet, alleen al omdat het vermarkten ervan tijdrovend is.VNYX ontwikkelt een AI-robot die de kledingstukken meet, fotografeert en beschrijft alsof ze nieuw zijn. Dat moet het verkopen van de kleding niet alleen duurzamer, maar ook financieel aantrekkelijker maken. Klanten hoeven zo minder of geen geld uit te geven aan het laten verwerken van hun textielafval.Lees ook: Tweedehands kleding kopen een daad voor klimaat? Dat hangt ervan af VN-klimaatpanel schrapt somberste én meest optimistische scenario Het VN-klimaatpanel IPCC acht het niet meer waarschijnlijk dat de Aarde in 2100 met 4 tot 6 graden is opgewarmd ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Goed nieuws, zou je denken, maar ook het positiefste scenario van minder dan 1,5 graad opwarming is geschrapt. Dat meldt onder andere BNR.Verschillende media berichten dat het schrappen van het scenario grote gevolgen heeft voor klimaatzaken, waarin juist dat doemscenario vaak zou worden aangehaald. Maar dat valt mee, voorspelt klimaatjurist Laura Burgers op BNR. Volgens haar speelt het scenario in rechtszaken geen doorslaggevende rol, omdat de verwachte schade ook in minder extreme scenario's aanzienlijk is.Lees ook: IPCC-auteur professor Blok: snel drie keer zo veel wind en zonne-energie nodig om Parijs te halen Vergunning voor nieuwe CO2-opslag onder Noordzee Hoewel CO2-opslagproject Porthos nog steeds niet operationeel is, is zijn opvolger al in aantocht: Aramis. Voor dat project, dat veel meer CO2 gaat opslaan in lege gasvelden, heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat nu de vergunning afgegeven aan Shell. Dat meldt De Telegraaf.Aramis draait om twee lege gasvelden in de Noordzee, zo’n honderd kilometer ten noordwesten van Den Helder. Daarin moet tot 22 miljoen ton CO2 per jaar worden opgeslagen, afgevangen door de industrie. Ter vergelijking: Porthos begint met 2,5 miljoen ton CO2 per jaar. In totaal hebben de lege gasvelden van Aramis een capaciteit van 400 miljoen ton CO2.Aramis wil in 2030 operationeel zijn. Porthos liep onlangs juist bijna een jaar vertraging op.Lees ook: Hoe CO2-opslagproject Porthos kan zorgen dat industrie in Rotterdam blijft Verlagen methaanuitstoot levert veel bruikbaar aardgas op De methaanuitstoot gerelateerd aan de winning van fossiele brandstoffen kwam afgelopen jaar uit op 124 miljoen ton. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van energieagentschap IEA. Bij de winning van olie en gas komt methaan soms direct vrij. Ook wordt methaan bij olie- en gasinstallaties deels afgefakkeld (verbrand), wat zorgt voor CO2-emissies.Methaan is een vorm van aardgas. Volgens de IEA zou het terugdringen van de uitstoot liefst 200 miljard kubieke meter aan bruikbaar aardgas per jaar kunnen opleveren. Er zijn volgens het energieagentschap direct toepasbare technieken om uitstoot van methaan naar de atmosfeer te voorkomen. Daarvoor moeten overheden in landen met een hoge methaanuitstoot wel hun beloften over de verlaging van de methaanuitstoot omzetten in concreet, afdwingbaar beleid.Lees ook: Opmerkelijk: Methaan van koeienpoep afvangen met ballonachtige zeilen Rijkswaterstaat schrapt duurzaamheidsmaatregelen uit miljardenproject Rijkswaterstaat bezuinigt flink op duurzaamheid bij de verbouwing van het spoor en de snelweg bij Amsterdam-Zuid. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Zo zal bij de verbouwing geen duurzaam beton worden gebruikt en wordt er niet meer met elektrisch materieel gewerkt.Omdat de kosten van het project ongeveer vier keer zo hoog blijken als geraamd − geen 1,4 miljard, maar 5,4 miljard euro − moest bezuinigd worden. Toch zet dit weinig zoden aan de dijk. Eeen woordvoerder van Rijkswaterstaat zegt tegen FTM dat de geschrapte duurzaamheidsmaatregelen 21 miljoen euro zouden hebben gekost: nog geen 0,4 procent van de totale begroting.In het oorspronkelijke plan van het project is nooit berekend wat de milieukosten zouden zijn. Ook zijn niet alle data openbaar. FTM heeft wel een schatting gemaakt van de extra CO2-uitstoot door het schrappen van de duurzaamheidsmaatregelen en komt op die manier uit op 7.900 tot 70.000 ton CO2 die bespaard had kunnen worden.Lees ook: Duurzaam cement en beton: schalen van groene oplossingen is grote uitdaging, maar Europa komt in actie Ook in de media:Natuur zwaar getroffen door natuurbranden (BNR) Natuurherstel in West-Brabant laat verrassende terugkeer van soorten zien (Trouw) Vezelmeters, hybride vlees en circulaire eieren: hoe Lidl uitgroeide tot duurzame kampioen van supermarktland (de Volkskrant) Fabrikant schrapt karton in wc-rol: 'Grootste irritatie in het kleinste kamertje' (AD) Roemenië krijgt eerste trein op waterstof (Interesting Engineering) AH wil meer dan 2 miljoen kilo voedselverspilling per jaar voorkomen met AI (Albert Heijn) Je huis kan wél van het gas af met een standaard stroomaansluiting (RTL Nieuws)