Redactie Change Inc. 04 augustus 2026, 11:08

Datawetenschapper Hannah Ritchie: 'Hoop is belangrijk, maar valse hoop werkt averechts'

In het debat over de toekomst van de Aarde vormt Hannah Ritchie een welkome optimistische stem. De datawetenschapper laat zien dat er ook heel veel wél goed gaat op de wereld. ‘Als je wilt dat mensen meedoen, moeten ze geloven dat er nog iets te winnen valt.’

Hannah Ritchie tijdens haar TED-talk Hannah Ritchie tijdens haar TED-talk. | Credits: Screenshot YouTube/bewerking Change Inc.

Stipt op tijd verschijnt Ritchie op ons beeldscherm. Rustig en vriendelijk vertelt ze met een Schotse tongval hoe ze zich jarenlang alleen maar in de cijfers achter duurzaamheid verdiepte. Maar gaandeweg ontdekte ze: vooruitgang hangt niet alleen van data af, maar gaat eigenlijk meer over mensen en het economische systeem dat hun keuzes beïnvloedt.

Daarom zoekt ze steeds vaker actief het gesprek op met andere disciplines, waarbij ze haar inzichten deelt in heldere taal, wars van jargon of retoriek. Eigenlijk net zoals in haar boek.

In 2024 verscheen Not the End of the World. Waarom wilde u dit boek schrijven?

‘Om meerdere redenen. De eerste was vrij persoonlijk. Ik maakte me al jaren zorgen over klimaatverandering en andere milieuproblemen. Tien, vijftien jaar geleden was ik ronduit pessimistisch over de toekomst. Het voelde alsof niemand echt iets wilde doen, alsof we met open ogen op een ramp afstevenden. Die houding verlamt. Als je actie wilt stimuleren, heb je mensen nodig die geloven dat verandering mogelijk is.

Inmiddels sta ik ergens anders. Maar veel mensen voelen zich nu zoals ik me toen voelde. Ik krijg regelmatig mails van jonge mensen die zich radeloos en toekomstloos voelen. En zelfs veel klimaatwetenschappers hebben het gevoel dat ze weinig meer kunnen doen. Het boek is mijn poging om hun, en mijn vroegere zelf, iets anders te vertellen. Ja, de problemen zijn groot. Maar het is nog niet te laat.

Daarnaast merkte ik dat er een groot verschil is tussen wat mensen denken dat duurzaam is, en wat volgens de data écht impact heeft. Dat wilde ik rechtzetten.’

Hannah Ritchie (1993) is een Schotse datawetenschapper en senior onderzoeker aan de Oxford Martin School. Als adjunct-hoofdredacteur van Our World in Data gebruikt ze statistiek om de grootste uitdagingen van deze tijd inzichtelijk te maken.

In haar eerste boek, Not the End of the World: How We Can Be the First Generation to Build a Sustainable Planet (2024), laat Ritchie aan de hand van data zien hoeveel vooruitgang er al geboekt is op het gebied van duurzaamheid. Ze pleit voor een ‘urgente vorm van optimisme’ over grootschalige problemen en de mogelijkheid om een duurzame samenleving te bouwen.

We werden getriggerd door de data in uw boek, waaruit blijkt dat niet alleen jongeren in het westen, maar ook in landen als de Filipijnen, India en Brazilië het gevoel hebben dat het niet goed gaat met de mensheid. Dat is niet slechts een westers fenomeen.

‘Ja, dat verraste mij ook. In eerder onderzoek zagen we vaak dat mensen met een lager inkomen milieuproblemen lager op hun prioriteitenlijst zetten. Begrijpelijk, omdat ze met urgentere zorgen te maken hebben. Maar je kunt ook andersom redeneren: dat iemand in de Filipijnen zich meer zorgen maakt over klimaatverandering dan iemand in het Verenigd Koninkrijk [omdat de gevolgen van klimaatverandering daar sneller zichtbaar zijn, red.].

Ik verwachtte een van die twee lijnen terug te zien, maar wat eruit kwam was dat jongeren wereldwijd opvallend vergelijkbare gevoelens hebben. Dat gevoel van onheil is iets wereldwijd.’

De belangrijkste boodschap van uw boek is dat er ook positieve ontwikkelingen zijn. Hoe bent u die op het spoor gekomen?

‘Toen ik nog erg pessimistisch was keek ik niet naar data, maar las ik vooral het nieuws. Daardoor wist ik eigenlijk niet hoe de wereld zich écht ontwikkelde. Dat veranderde toen ik het werk van statisticus Hans Rosling ontdekte. Zijn TED-talks waren een eyeopener. Hij stelde simpele quizvragen, zoals: ‘Neemt extreme armoede toe of af?’ Bijna iedereen, inclusief ikzelf, had het fout. Dat was voor mij een keerpunt. Veel dingen waarvan ik dacht dat ze verslechterden, bleken juist te verbeteren. Data helpt ons daar scherper naar te kijken.

Een deel van die verwarring komt, denk ik, omdat mensen niet goed beseffen hoe het vroeger eigenlijk was. We nemen ons huidige leven voor lief zonder ons te realiseren dat het niet zo lang geleden bijvoorbeeld nog vanzelfsprekend was dat kinderen maar een overlevingskans van vijftig procent hadden. Ook hebben veel mensen het idee dat de vooruitgang gestagneerd is. Maar voor een groot deel van de wereld vinden de belangrijkste veranderingen júíst nu plaats. Dat haalt zelden het nieuws. Dat vervormt ons beeld van de werkelijkheid.’

Moeten de media dan meer doen om die verhalen over te brengen?

‘Ik ben daar in het verleden best kritisch op geweest. Tegelijk: journalisten zitten in een lastige positie. Hun verdienmodel draait om clicks, ze moeten inspelen op wat de aandacht trekt. En mensen reageren van nature nou eenmaal sterk op negatief nieuws.

De echte vraag is: is journalistiek er om te informeren of om te vermaken? Idealiter doet ze het allebei. Maar ik denk dat media meer kunnen doen om mensen goed te informeren over hoe de wereld écht verandert.’

Ook veel klimaatorganisaties en het IPCC gebruiken alarmerende taal. De naam ‘Extinction Rebellion’ suggereert dat het al vijf over twaalf is.

‘Ik zou dat het IPCC niet verwijten. Zij zijn vaak juist heel voorzichtig, soms zelfs té voorzichtig in hun communicatie. Hun rapporten zijn dik en droog; weinig mensen lezen die echt. Maar je hebt gelijk wat sommige actiegroepen betreft. Ik snap waar hun felheid vandaan komt. Vaak is het frustratie, het gevoel dat niemand luistert. Dus gaan ze schreeuwen, extreme scenario’s schetsen, gewoon om door te dringen.

Het risico is alleen dat mensen daardoor afhaken. We reageren meestal niet goed op zulke zwart-witboodschappen. Ze kunnen vervreemdend werken. Als je wilt dat mensen meedoen, moeten ze geloven dat hun inzet ertoe doet. Dat er nog iets te winnen valt.’

Er is een fundamentele discussie tussen ‘deep ecology’ en een modernistisch ecologisch denken. ‘Deep ecologists’ pleiten voor een mentale verandering in de klimaatcrisis, modernisten geloven in technologie. Waar staat u?

‘Technologie is cruciaal. Zonder innovaties zou ik veel somberder zijn. Socioculturele verandering is vaak ontzettend moeilijk en verloopt traag. Dus ja, we hebben technologie nodig.

Maar de echte vraag is: zal de combinatie voldoende zijn? Laat me duidelijk zijn. Technologie alleen gaat ons niet redden. We moeten ook het systeem waarin die technologieën opereren veranderen. Wat heb je aan een briljante oplossing als niemand ‘m gebruikt? Of als het economische systeem die innovatie tegenwerkt? Daarom hebben we ook economische, culturele en politieke verandering nodig. Je kunt innovatie niet los zien van de context.’

Gelooft u echt dat technologie ons onder de juiste voorwaarden op alle vlakken kan redden?

‘In sommige domeinen zal socioculturele verandering belangrijker zijn. In de energiesector ben ik relatief hoopvol. Daar zijn al sterke alternatieven voor fossiele brandstoffen. De overstap naar schone energie is logisch, niet alleen ecologisch, maar ook economisch en sociaal.

Maar op één gebied ben ik minder hoopvol over technologie: ons voedselsysteem. Wat we eten is sterk cultureel bepaald. Als we de milieu-impact van ons voedsel willen verlagen, is minder vlees eten essentieel. Maar daar boeken we nauwelijks vooruitgang. Wereldwijd stijgt de vleesconsumptie nog steeds en zelfs in rijke landen daalt die amper. Er zijn wat uitzonderingen, maar geen brede trend. Dat baart me zorgen, want ik geloof niet dat we daar snel culturele verandering in gaan zien. Maar technologie alleen gaat dit niet oplossen.’

U wordt vaak als optimistisch neergezet, soms als te optimistisch. Hoe ziet u dat zelf?

‘Ik zie mezelf niet als overdreven optimistisch. Ik probeer juist realistisch te zijn. Neem het klimaatakkoord van Parijs: de 1,5 graden-doelstelling gaan we niet meer halen. En ik denk dat het naïef en schadelijk is om te doen alsof dat nog wél gaat lukken. Als je blijft zeggen dat het mogelijk is, creëer je een soort ontkenning, terwijl we ons juist moeten klaarmaken voor de realiteit.

Hoop is belangrijk, maar valse hoop werkt averechts. Ik probeer daarin eerlijk te zijn.’

Wat geeft u hoop of inspiratie?

‘Twee dingen. Ten eerste de geschiedenis. Als je terugkijkt, zie je dat we zo veel vooruitgang hebben geboekt. Mensen hebben altijd al problemen opgelost die eerst onoplosbaar leken. Met moeite, maar het lukte.

Ik stel mezelf soms de vraag: hoe zou iemand in 1850 naar zijn wereld hebben gekeken? Waarschijnlijk als uitzichtloos. Net zoals wij nu vaak naar klimaatverandering kijken. Maar sindsdien hebben we ongelooflijk veel bereikt, dingen die echt ondenkbaar waren. Dat besef geeft me perspectief.

Het tweede is de grote groep mensen die nu aan oplossingen werken. Je ziet ze zelden, maar ze zijn er wel. Wetenschappers, ingenieurs, lokale gemeenschappen, gewoon de mensen die thuis een warmtepomp installeren. Er vindt een stille, collectieve verandering plaats die je niet op het nieuws ziet.’

Wat zou u willen zeggen tegen mensen met klimaatangst of klimaatdepressie?

‘Dat het een volkomen normale reactie is. Veel mensen voelen zich alleen in hun zorgen, maar ze zijn dat niet. Het is een begrijpelijke, zelfs rationele reactie op de omvang van het probleem. Dat is belangrijk om te beseffen.

De beste manier om daarmee om te gaan is om iets te doen, hoe klein ook. Je kunt en hoeft het niet alleen op te lossen, maar je kunt wél iets bijdragen. Omring je met mensen die ook verschil maken. Dat maakt echt uit.

Die angstgevoelens verdwijnen niet, en misschien hoeft dat ook niet. Angst kan ook een beschermend instinct zijn. Maar het gaat erom dat je die energie ergens in kwijt kunt, dat je ‘m omzet in iets constructiefs. En als laatste tip? Volg wat minder vaak het nieuws.’

Dromers, denkers, doeners

Dit interview is overgenomen uit Dromers, denkers, doeners. Gesprekken over de economie van morgen van Amsterdam University Press. Het boek is geschreven voor Govert Buijs, Ellen Klaver en Marcus van Toor. Zij hebben de interviews met deze bevlogen vernieuwers van de economie ook afgenomen.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Shell verkoopt alle Europese zonne- en windparken op land en zonne-energie breekt ongemerkt record

Shell verkoopt Europese hernieuwbare energieprojecten aan TotalEnergies Shell verkoopt zijn hele Europese portfolio voor hernieuwbare energie op land aan TotalEnergies. Het gaat om zonne- en windprojecten in onder meer Nederland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Samen zijn die goed voor ongeveer 0,5 gigawatt aan capaciteit voor de opwekking van hernieuwbare energie. Ook de projecten die nog in ontwikkeling zijn, worden verkocht.De deal met TotalEnergies past in de strategie om vol te focussen op kortetermijnwinsten die fossiele brandstoffen bieden, onder huidig ceo Wael Sawan. Vorig jaar stopte de oliegigant bijvoorbeeld zijn samenwerking met het Science Based Targets initiative en trok Shell zich terug uit een groot windpark op de Noordzee. Ook de bouw van een biobrandstoffenfabriek in Rotterdam is stopgezet.Financieel gezien werkt die strategie, op de korte termijn althans. Donderdag maakte de multinational bekend liefst 9,8 miljard dollar (8,5 miljard euro) winst te hebben geboekt in het tweede kwartaal van dit jaar. Dat komt voor een deel door de hogere olie- en gasprijzen. Het is Shells op één na hoogste kwartaalwinst ooit.Lees ook: Milieudefensie maakt volgens juristen meer kans met nieuwe tactiek tegen Shell: stop met boren Uitbreiding stroomnet flink vertraagd door bezwaren Om de toename van onder meer elektrische auto's en warmtepompen mogelijk te maken, heeft Nederland meer én zwaardere stroomkabels nodig. Maar voor die uitbreiding van het stroomnet is ruimte nodig, en de zoektocht daarnaar verloopt niet soepel.Grondeigenaren en omwonenden maken steeds vaker bezwaar tegen een geplande locatie, zegt landelijk netbeheerder TenneT tegen Trouw. Volgens operationeel directeur Maarten Abbenhuis lopen projecten daardoor gemiddeld twee jaar extra vertraging op.Lees ook: Stroomvraag elektrisch rijden wordt bijna 13 keer zo hoog (maar dat hoeft geen probleem te zijn) Nederland loopt achter met wettelijk recht op reparatie Sinds deze maand geldt in de EU het recht op reparatie van witgoed en consumentenelektronica, maar Nederland is te laat met de invoering ervan. Dat meldt de Consumentenbond. De Europese richtlijn had uiterlijk op 31 juli moeten worden omgezet in Nederlandse wetgeving, maar het kabinet stuurde het wetsvoorstel pas op 9 juli naar de Tweede Kamer. Het is daarom onzeker of de wet nog dit jaar ingaat.Intussen roept brancheorganisatie Techniek Nederland de overheid op om met een voucher te komen die reparatie betaalbaar maakt voor consumenten. De kosten van reparatie kunnen namelijk al snel de nieuwprijs van een product benaderen. Oostenrijk is op het gebied van het repareren van elektronica gidsland in Europa. Sinds 2022 vergoedt de overheid daar de helft van de factuur, tot maximaal 130 euro.Lees ook: Wet die reparatie makkelijk én betaalbaar moet maken gaat in: dit moet je weten Risico op natuurbranden in Nederland steeds groter De natuurbrand die momenteel in Limburg woedt, is slechts een voorproefje van wat Nederland te wachten staat. Het brandrisico in Nederland is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld in vergelijking met de dertig jaar daarvoor, blijkt uit een analyse van RTL Nieuws. Sinds 2016 zijn er gemiddeld 32 dagen per jaar waarop het risico op een natuurbrand hoog is. In de dertig jaar ervoor waren dat gemiddeld 17 dagen per jaar.Een ander onderzoek bevestigt dit beeld, maar dan voor Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië en Griekenland. Vooral in die landen hebben bosbranden de afgelopen weken grote schade aangericht. Sinds het begin van de zomer is in de Europese Unie meer natuur afgebrand dan in dezelfde periode van recordjaar 2025, berekende ANP.Klimaatverandering heeft daar een groot aandeel in. Door de opwarming van de aarde komen 'brandgevoelige weersomstandigheden' (heet, droog en winderig) veel vaker voor. Dat zet ook verzekeraars flink aan het denken over de toekomst.Lees ook: Grafiek: Situatie in Spanje en Frankrijk stuwt CO2-uitstoot door bosbranden in Europa flink op Zonne-energie breekt ongemerkt record Alle landen ter wereld hebben nu gezamenlijk 3 terawatt aan capaciteit voor de opwek van zonne-energie, meldt Bloomberg. Dat is een verdriedubbeling ten opzichte van 2022. China is verantwoordelijk voor het grootste deel van die groei; door komt voor het eerst minder dan de helft van de elektriciteit uit kolen.Volgens analisten van BloombergNEF komt er het komende decennium nog zo'n 6 terawatt aan capaciteit bij, wat een totaal zou maken van zo'n 9 terawatt in 2036. Ter vergelijking: de piekbelasting van de Verenigde Staten ligt momenteel op zo'n 0,76 terawatt.Lees ook: 'Elke voorspelling over de 'magische' opkomst van zonne-energie blijkt te voorzichtig' Hittegolven doen stroomprijzen flink stijgen De hittegolven in Europa hebben in meerdere landen gezorgd voor extreem hoge energieprijzen, vergelijkbaar met de hoge prijzen in de winter. Dat heeft verschillende redenen, zegt Reuters. Enerzijds is er meer vraag naar elektriciteit voor de inzet van airco's en andere vormen van koeling. Maar tegelijkertijd droogt ook de productie van energiecentrales op.Zo sloot Frankrijk eind juni een deel van zijn kerncentrales omdat het koelwater uit de rivier te warm werd. En dit weekend nog legde Hongarije zijn enige kerncentrale stil vanwege het lage waterpeil in de Donau. Ook de productie van gascentrales en zonnepanelen gaat naar beneden bij hogere temperaturen.Lees ook: De prijs van extreem weer: verzengende hitte kost levens − en bakken met geld Ook in de media:Bedrijven voelen gevolgen van lage waterstand door droogte (De Telegraaf) Klimaatverandering is een 'nationale veiligheidscrisis', erkennen Spaanse en Britse ministers (Trouw) Wereld niet op koers voor behalen natuurhersteldoelen (CarbonBrief) Koraal Bonaire dreigt te verdwijnen, nog geen 10 procent over (NOS) Europa keurt € 290 miljoen Nederlandse staatssteun voor duurzamere luchtvaartbrandstoffen goed (Europese Commissie) Bouwer van windmolenfunderingen Sif verschuift winstverwachting naar achteren door vertragingen windprojecten op zee (De Telegraaf) Wachtrij Enexis met ruim 7 procent gegroeid (Nu.nl)