Met een zomer vol bosbranden achter de rug en een Super El Niño voor de boeg, lijkt de urgentie van klimaatactie groter dan ooit. Om nog maar niet te noemen dat de VN recent concludeerden dat de grens van 1,5 graad opwarming in 2100 niet meer haalbaar is.
Toch wordt klimaatconferentie COP31, die maandag start in het Turkse Antalya, nu al ‘the most underwhelming ever‘ genoemd. Afgelopen jaren was er steeds weinig overeenstemming, met weinig ambitieuze doelen en vage plannen tot gevolg.
COP31 valt niettemin op, alleen al door het gedeelde voorzitterschap. Turkije is dit jaar het gastland en levert de voorzitter, terwijl Australië de onderhandelingen leidt. Geen van die landen loopt overigens voorop in de duurzaamheidstransitie; vooral Australië is nog erg afhankelijk van fossiele brandstoffen.
Voorstel Turkije voor elektrificatie: 35 by 35
Waar COP30-gastheer Brazilië zich vorig jaar vol op het beschermen van het regenwoud stortte, heeft Turkije een ander stokpaardje: elektrificatie. Een belangrijk punt in zijn zogenoemde Global Climate Action Agenda is het 35 by 35-doel: het streven dat minstens 35 procent van de wereldwijde energiebehoefte in 2035 door (hernieuwbare) elektriciteit wordt ingevuld. Nu is dat iets meer dan 20 procent. De rest van onze energie wordt op andere manieren geleverd, vooral via olie, gas en kolen.
Het nieuwe doel sluit aan bij de uitkomsten van COP28 in 2023, waar landen afspraken om de opwekcapaciteit voor hernieuwbare energie te verdriedubbelen en energie-efficiëntie te verdubbelen tegen 2030.
Turkije zegt zich tijdens COP31 te gaan inzetten voor samenwerking met andere landen en organisaties die aan het doel willen werken. De gastheer heeft het Internationaal Energieagentschap gevraagd om verschillende routes naar 35 by 35 uit te stippelen.
Om het voorgestelde doel te behalen moet de elektrificatie wel bijna vier keer sneller gaan dan in de afgelopen jaren, stelt Climate Action Tracker in een rapport. Met het huidige beleid komt de wereld op slechts 28 procent in 2035 uit. Dat is een percentage waarmee maximaal 1,5 graden opwarming in 2100 waarschijnlijk niet gehaald wordt. 35 procent zou voldoende kunnen zijn om de doelen het uit Parijs-akkoord wel te behalen, mits de elektrificatie ook daarna in rap tempo doorgaat.
Turkije stelt ook nog een aantal andere doelen voor, waaronder het halveren van de wereldwijde hoeveelheid afval tegen 2035, en verschillende plannen om te industrie te vergroenen.
Nederland: weg van fossiele brandstoffen
Alleen een doel voor elektrificatie is niet voldoende, vindt Nederland; we moeten ook expliciet inzetten op de transitie weg van fossiele brandstoffen. Dat is ‘een dwarsdoorsnijdende prioriteit voor Nederland deze COP’, schrijft klimaatminister Stientje van Veldhoven in een Kamerbrief.
In die brief kondigt ze aan dat Nederland tijdens COP31 eigen evenementen organiseert ‘over maatregelen die de transitie versnellen, zoals de afbouw van fossiele voordelen, en vraagcreatie naar fossielvrije producten en transitietechnologieën’. Ook de nationale routekaart voor de afbouw van fossiele brandstoffen zal er worden gepresenteerd.
Nederland pleitte vorig jaar tijdens COP30 ook al voor concrete doelen voor de afbouw van fossiele brandstoffen. Het lukte echter niet om daar afspraken over te maken, doordat olielanden als Saudi-Arabië dwarslagen. Nederland en Colombia namen afgelopen april daarom het initiatief voor een aparte top over een routekaart voor de afbouw van fossiele brandstoffen, zonder dat belangrijke olie- en gaslanden aanwezig waren. Ook Turkije en Australië waren daar niet bij en hebben het verdrag niet ondertekend.
Naast de afbouw van fossiele brandstoffen hebben Van Veldhoven, premier Jetten en de rest van de Nederlandse delegatie enkele andere speerpunten. Zo willen ze ‘het internationaal bewustzijn over de significante gezondheidsvoordelen en gerelateerde economische kostenbesparingen van klimaatmaatregelen vergroten’.
Financiering voor klimaatadaptatie in arme landen
In het klimaatakkoord van Parijs zijn belangrijke afspraken gemaakt over financiering, waaronder de afspraak dat rijke landen de armere landen financieel bijstaan in hun inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan en om te gaan met de gevolgen ervan. Het zijn immers de rijke landen die historisch gezien verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot van broeikasgassen, terwijl landen in het mondiale Zuiden het meeste last hebben van de gevolgen.
Deze week nog concludeerde het milieuprogramma van de VN in een rapport dat die financiering flink tekortschiet. In 2024 vloeide er ongeveer 30 miljard dollar naar arme landen voor klimaatadaptatie, terwijl die landen naar schatting 305 miljard dollar per jaar nodig hebben tegen 2035.
Naar verwachting vragen arme landen tijdens COP31 opnieuw veelvuldig aandacht voor die klimaatfinanciering. Vorige week nog diende de African Group of Negotiators een formeel voorstel in om klimaatfinanciering hoger op te agenda te zetten. Onder meer de EU, het VK en Canada zeggen liever op andere dingen focussen.
Tijdens COP29 in Azerbeidzjan stond het gesprek over financiën en ondersteuning aan arme landen ook al centraal. Dat liep voor veel landen en milieuorganisaties uit op een teleurstelling. De onderhandelingen eindigden niet op de nodig geachte 1.000 miljard dollar aan klimaatsteun voor arme landen, maar op slechts 300 miljard dollar per jaar vanaf 2035.
Lees ook:
- EU zwakt CO2-emissiehandelssyteem fors af en hoopt op inhaalslag met elektrificatie
- Van ‘groenste politicus’ naar klimaatminister: Stientje van Veldhoven (D66) vaart een vastberaden koers
- Waar blijft toch dat langetermijnbeleid waar bedrijven al zo lang om vragen? ‘De politiek kijkt niet breed genoeg’



