‘We hebben een systeem gebouwd waarin het rationeel is om de toekomst te plunderen voor het heden.’ In zijn nieuwe boek Dit is geen crisis vat econoom Hans Stegeman kernachtig samen wat er mis is met de huidige economie. Groei is daarbij het ultieme doel en geldt als belangrijkste maatstaf van welvaart, en impliciet ook van menselijk welzijn.
Vragen over wat vanuit maatschappelijk perspectief nuttige groei is – en wat juist niet – zijn geen onderdeel van reguliere beleidsdiscussies. En ecologische en sociale waarden die zich niet goed in euro’s laten meten, maar wel belangrijk zijn voor het welzijn van mensen en andere levende wezens, raken per definitie ondergesneeuwd. Vooral omdat economische groei wordt gepresenteerd als een natuurwet waar niet aan te tornen valt.
‘Het dominante narratief is nog altijd ingegeven door het neo-klassieke economische denken’, zegt Stegeman als we hem spreken over zijn boek. ‘Ik heb ik het dan vooral over de beleidssfeer waarin alles wordt gereduceerd tot een soort technocratische afweging, terwijl het gewoon niet meer werkt. We bewijzen onszelf geen dienst door dat te blijven pushen.’
Hans Stegeman is hoofdeconoom bij Triodos Bank. Hij studeerde economie en begon zijn carrière bij vakcentrale FNV. Daarna werkte hij achtereenvolgens voor het Centraal Planbureau en Rabobank. In 2025 promoveerde Stegeman aan de Erasmus Universiteit op de transitie naar een sociaal en ecologisch houdbaar systeem. Zijn boek Dit is geen crisis verscheen in oktober 2026 bij uitgeverij De Geus.
Geen crisis, maar een falend systeem
Sinds de grote financiële crisis van 2008 duiken er aan de lopende band nieuwe crises op, verklaart Stegeman de titel van zijn boek: van de eurocrisis en de energiecrisis tot de woningcrisis en de stikstofcrisis in Nederland. De standaardreflex is om elke crisis als een min of meer geïsoleerd fenomeen te beschouwen. Daar past dan een afgebakend pakket maatregelen bij om weer terug te keren naar de ‘normale’ toestand.
Onderliggend is volgens Stegeman echter geen sprake van losse crises, maar van systeemfalen. ‘Ik snap de behoefte om vast te houden aan een groeiafhankelijk systeem. Maar als we binnen planetaire grenzen willen opereren, zie ik niet hoe dat kan zonder systeemverandering.’
Stegeman wil daarom af van de allesoverheersende kapitalistische logica waarin er altijd meer geproduceerd, verdiend en geconsumeerd moet worden. Aan de andere kant wil hij niet vervallen in klassieke linkse retoriek met staatsocialisme als enige alternatief. ‘Ik zie een heleboel overheidsfalen, maar ook heel veel marktfalen. Daarom probeer ik manoeuvreerruimte te vinden voor iets wat tussen meer staat of meer markt inzit. Dat is een zoektocht.’
Een economie binnen ecologische en sociale grenzen
De kern van het model waar Stegeman op uitkomt, draait om een samenleving waarin economisch kapitaal rekening houdt met minimumgrenzen voor sociaal en ecologisch kapitaal. Want het sociale en ecologische domein worden steeds meer bedreigd door ‘groeidwang’, met als gevolg ontwrichtende vormen van klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, toenemende sociaal-politieke spanningen en groeiende vermogensongelijkheid.
‘In Nederland is de stikstofcrisis voor mij een voorbeeld van een beleidsterrein waar we tegen een ecologische grens aanlopen. Die moeten we serieus nemen en dat betekent beperking van de agrarische productie. Jarenlang is geroepen dat er technologische oplossingen waren, maar economische krimp is in dit geval onvermijdelijk. In het klein laat de stikstofcrisis zien waar we met klimaatverandering tegenaan gaan lopen.’
Anders omgaan met eigendom
Stegeman ziet geen empirisch bewijs voor het idee van groene groei. In het boek beschrijft hij dat de daling van de CO2-uitstoot in westerse landen zoals Nederland, onverlet laat dat op wereldniveau nog altijd sprake is van stijgende CO2-emissies. En op gebieden als biodiversiteit is helemaal onmiskenbaar dat economische groei verwoestende effecten heeft. Om daar verandering in te brengen stelt de econoom zes fundamentele systeemwijzigingen voor, waaronder een herschikking van vormen van eigendom.
‘Als je bijvoorbeeld extensief boeren in Nederland een kans wilt geven, moet je iets doen aan grondprijzen. Anders ontkom je niet aan de extractieve logica die dwingt tot superefficiënt boeren’, zegt Stegeman.
Om te zorgen dat grondprijzen niet bepalend zijn voor het bedrijfsmodel van boeren, zijn andere eigendomsstructuren en andere eisen rond rendement nodig. ‘Er zijn al voorbeelden van hoe dat kan, met initiatieven als Land van Ons, Herenboeren en Lenteland, maar die zijn nog beperkt. Het zou goed zijn als er meer ruimte komt voor dit soort alternatieven.’
Stegeman pleit daarom voor een herwaardering van zogenoemde intermediaire eigendomsvormen: geen privébezit en ook geen staatsbezit. Denk aan coöperaties waarin gestuurd kan worden op andere waarden dan winstmaximalisatie. ‘Dan wordt het ook makkelijker om grenzen te stellen waarbij je grond niet uitput en ecosystemen een intrinsieke waarde toekent.’
Over pogingen om biodiversiteit in het marktsysteem te incorporeren is hij niet erg enthousiast. ‘Vanuit de financiële wereld wordt vaak gezegd: “We hebben meer data nodig en dan kunnen we biodiversiteit beprijzen”, maar dat is ook een excuus om niets te doen. Grenzen stellen werkt simpeler.’
Energie als publieke voorziening
Idealiter ziet Stegeman een driedeling. Die bestaat uit begrensde en meer regionaal georiënteerde marktwerking (zoals in de bakkerijwereld), een versterking van gemeenschappelijk beheerde vormen van productie (zoals coöperaties), en door de overheid gegarandeerde, betaalbare basisvoorzieningen voor iedereen (zoals onderwijs, energie en wonen).
De energietransitie is wat Stegeman betreft een voorbeeld van een beleidsterrein waar de overheid veel richtinggevender kan optreden. ‘De verduurzaming van de woningvoorraad had in Nederland al veel sneller moeten gaan, vanuit de gedachte dat iedereen prettig moet kunnen wonen met goedkope energie. Op die manier creëer je draagvlak en hebben mensen niet het idee dat ze offers moeten brengen voor het klimaat. Dat betekent ook anders omgaan met de kostenverdeling.’
Daarnaast is volgens Stegeman van belang wie toegang krijgt tot bijvoorbeeld elektriciteit. ‘De groei van de vraag komt nu grotendeels van datacenters, maar dat hoef je niet als een vast gegeven te beschouwen. Uiteindelijk is dat een afweging over wat je als samenleving belangrijk vindt.’
Verantwoordelijkheid nemen
Hierbij is er ook een spanning tussen hoe het economische systeem functioneert en hoe je daar als individu of groep mee omgaat. ‘Als je het systeem volgt en niet bij jezelf te rade gaat, krijg je te maken met bepaalde uitkomsten waarvan je kunt zeggen: “Zo werkt het nu eenmaal.” Tegelijk zijn we allemaal onderdeel van het systeem en kunnen we het dus ook beïnvloeden.’
Politieke strijd is dan ook onvermijdelijk voor wie verandering wil. Bijdragen aan een duurzamer en rechtvaardiger economisch systeem kan wat Stegeman betreft op verschillende manieren.
Als hoofdeconoom van Triodos Bank opereert hij zelf in de financiële wereld, die grotendeels wordt gedreven door afwegingen tussen risico en rendement. ‘Ik maak me onder meer hard voor het financieren van alternatieve eigendomsvormen, met ruimte voor andere afwegingen dan alleen rendementseisen. Met collega’s kijk ik hoe dat soort financieringen opgeschaald kunnen worden, als onderdeel van de strategie van de bank.’
Politieke beïnvloeding hoort daar ook bij: ‘We steunen inspanningen om gemengde eigendomsvormen op de politieke agenda te krijgen. Je moet het niet groter maken dan het is, maar we proberen wel dingen voor elkaar te krijgen.’
Lees ook:
- Jean-Baptiste Fressoz: ‘Puur gokken op innovatie is gevaarlijk, je kunt energieconsumptie niet negeren’
- Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: ‘De herverkiezing van Trump is toch een soort psychologisch kantelpunt geweest’
- Jan Rotmans over klimaatactivisme en kansen voor positieve verandering: Als het erop aankomt, kunnen we snel handelen.’




