Karin Swiers 13 juli 2026, 14:25

Merkactivisme zonder de heisa van Ben & Jerry's: 'Kleine stapjes werken ook'

Merkactivisme ligt onder vuur. Waar merken vroeger applaus kregen voor stevige maatschappelijke standpunten, overheersen nu de risico’s. Toch biedt echt engagement nog altijd kansen. ‘Veel heisa maken, is niet altijd nodig.’

Peeter Verlegh, hoogleraar marketing aan de VU Hoogleraar marketing Peeter Verlegh: ‘Hema is een bedrijf dat al heel lang heel stil, rustig en nuchter activisme voert.’ | Credits: Anne Ubbels/bewerking Change Inc.

Hoe krijg je vandaag het snelst een boardroom tegen je als chief marketing officer? Door te roepen dat je als bedrijf op de barricades moet gaan staan als activist. Dat je sterke merkcampagnes moet opzetten voor meer duurzaamheid, voor meer diversiteit, gelijkheid en inclusie. Wil je jezelf helemaal binnen de kortste keren overbodig maken, dan koppel je je merk aan de Palestijnen in Gaza of aan Extinction Rebellion.

Waar marketeers pakweg vijf jaar geleden nog applaus voor kregen, krijgen ze vandaag eerder te maken met crisismanagement. Merkactivisme, als merk publiekelijk een standpunt innemen over een sociaal of politiek onderwerp, is in een paar jaar tijd een mijnenveld geworden. Wat begon als een brede beweging om meer goed te doen voor deze wereld, is verzand in een gepolariseerde arena.

Activisme schuurt aan bij politiek

De redenen liggen voor de hand, zegt Peeter Verlegh, hoogleraar marketing aan de VU en fervent onderzoeker van het fenomeen: de ruk naar rechts, geopolitieke spanningen en de anti-woke beweging vanuit de VS.

Met een strijd die op sociale media leidt tot het boycotten van merken of complete oorlogen – culture wars – waarin voor- en tegenstanders aangestuurd door algoritmes zich ingraven. ‘Marketing gaat vaak over wat klanten willen en je zoveel mogelijk richten naar de markt. Branding gaat veel meer over denken vanuit een visie. Je hebt een bepaald idee en je zet dat neer. Daarom ligt merkactivisme misschien wel dichter bij de politiek dan bij de markt.’

Daar kan Ben & Jerry’s over meepraten. Het ijsmerk is doordrongen van zijn sociale missie: de wereld beter maken in brede zin, van klimaat tot mensenrechten. Onder de vleugels van Unilever lukt dat nog best, tot 2021, wanneer Ben & Jerry’s stopt met de verkoop van ijs aan de bezette Palestijnse gebieden.

Ben & Jerry’s is de uitzondering

De reacties op dat besluit van Ben & Jerry’s zijn fel. Verschillende Amerikaanse staten dumpen voor honderden miljoenen dollars aan Unilever-aandelen. De Israëlische president Isaac Herzog bestempelt de boycot als ‘een nieuw soort terrorisme’. Benjamin Netanyahu, destijds oppositieleider, twittert: ‘Nu weten wij Israëli’s welk ijs we niet moeten kopen.’

Unilever grijpt in, tegen de zin van Ben &Jerry’s en verkoopt de Israëlische bedrijfsactiviteiten aan een lokale speler. Sindsdien gaat het bergafwaarts, de conflicten en rechtszaken stapelen zich op. Het ijsmerk vindt dat het monddood wordt gemaakt en wil meer autonomie.

Ook nu Ben & Jerry’s is afgesplitst naar het nieuwe ijsbedrijf, The Magnum Ice Cream Company, blijft het gevecht doorgaan. Meer dan 100.000 consumenten steunen co-founder Ben Cohen via #FreeBenandJerrys. Met hem vinden ze dat het merk verkocht moet worden aan investeerders die de sociale missie steunen.

Polarisatie bij consumenten

Ben & Jerry’s is een van de opvallendste uitzonderingen op de regel. Het huidige klimaat nodigt bedrijven niet echt uit om zich activistisch op te stellen. Politieke polarisatie leidt namelijk ook tot polarisatie in het gedrag van consumenten.

En dat is precies de reden waarom 72 procent van de merken wereldwijd vorig jaar hun Pride-campagnes heeft verminderd of zelf helemaal teruggetrokken. De angst voor politieke represailles of felle tegenreacties zit er goed in, blijkt uit het onderzoek van Publicis Groupe NL.

Tegelijkertijd geeft 92 procent van de Nederlanders aan positief of neutraal te staan tegenover die inclusiviteit. Waarbij neutraal wordt ingevuld als ‘stille goedkeuring’.

Het is dus eigenlijk niet nodig dat bedrijven zichzelf censureren, maar toch is dat wel volop aan de gang. Baanbrekende activistische campagnes, Nederlandse bedrijven die tegen schenen schoppen, het is zoeken naar de speld in de hooiberg. Is merkactivisme dood en begraven?

‘Het is moeilijk geworden voor bedrijven’, reageert Verlegh. ‘Met je nek uitsteken, stel je je heel kwetsbaar op. De ontwikkelingen rond duurzaamheid en diversiteit, gelijkheid en inclusie gaan nog wel door, maar bedrijven zijn behoudender en voorzichtiger geworden. Claims worden minder activistisch of minder uitgesproken, maar dat betekent niet dat je het niet moet doen.’

Nieuwswaarde en authenticiteit

Het is nog niet eens zo lang geleden dat bedrijven zich juist beter voordeden dan ze waren, merkt hij op. Met de nodige beschuldigingen van green washing tot gevolg.

Denk aan de duurzaamheidsclaims van Shell, KLM, H&M en ING die onhaalbaar bleken en waarvoor deze bedrijven allemaal op de vingers zijn getikt. ‘Consumenten geholpen door elkaar, door sociale media en meer mainstream of onderzoekende media, komen daar veel sneller achter dan vroeger. Bedrijven moeten dus dicht bij zichzelf blijven om authentiek te zijn.’

Consumenten letten bij merkactivisme namelijk op twee dimensies: relevantie en authenticiteit. Waarbij relevantie gaat over de nieuwswaarde. Wat heeft dat merk te vertellen? Moeten merken nog wel ergens iets van vinden?

‘Nee, dat is niet nodig, maar het is wel een kans die je kunt gebruiken. Dit is een hele mooie manier waarop je je kunt onderscheiden van andere merken. Al moet je daar wel voorzichtig in zijn, en het moet natuurlijk bij je categorie en je merk passen. ‘

‘Je kunt denken aan de manier waarop je product geproduceerd is, de boodschap die het uitdraagt, of het segment waar het zich op richt. Hoe kun je die gebruiken om een benefit te creëren. Een symbolisch voordeel voor consumenten waardoor ze jouw producten of diensten zullen gaan kopen.’

Tony’s Chocolonely, The Good Roll, de watertaps van Join the Pipe, dat zijn authentieke en originele verhalen die het ook in het huidige klimaat nog altijd goed doen. ‘Daar hebben consumenten sympathie voor. Maar dat betekent niet dat noodzakelijk elk potje wortelen ergens iets van moet vinden.’

Zwijgen is niet beste aanpak

Toch is wat Verlegh vandaag ziet, eerder het omgekeerde. ‘Bedrijven willen wel goed doen, en dat komt vaak van binnenuit, vanuit werknemers en vanuit het leiderschap. Maar ze kiezen er vaker voor om hun activiteiten stil te houden.

Green hushing voor duurzaamheid, woke-hushing voor diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit. Achter alles kun je wel hushing zetten vandaag. Alleen scoren bedrijven met hushing laag op de dimensies die ik eerder noemde: er weinig origineels te vertellen en er is weinig authentieks aan.’

Volgens Verlegh is dat zwijgen dus niet de optimale aanpak voor het in de markt zetten van een merk. Consumenten willen nog altijd dat bedrijven zich uitspreken, laten weten waar ze voor staan. Dat geldt vooral de jongere generaties. ‘Mensen hebben dat hushing echt wel in de gaten. Als ze denken dat het een goed bedrijf is, dan vinden ze het raar dat het daar niet voor uitkomt. Dat is het gedrag wat we observeren.’

Hoe pakken bedrijven die kansen dan wel? Door zich allereerst te realiseren dat ze onder een vergrootglas liggen. Wie zich wil bijvoorbeeld wil profileren als duurzaam, moet dat ankeren in de missie en het gedrag.

‘Je kunt die nieuwswaarde wel proberen te claimen, maar ben je ervan bewust dat consumenten dan ook kritischer naar je kijken. En zorg dat je daar dan ook niet voor verrassingen komt te staan.’

Groot of klein activisme

Daarbij kunnen bedrijven nog altijd groot inzetten en hele industrieën proberen te veranderen. The Flower Farm is zo’n voorbeeld van het groot zien en daarvoor gewaardeerd worden, althans bij de consument. Het bedrijf neemt het sinds 2019 met palmolievrije producten op tegen de machtige palmolie-industrie.

Vandaag heeft het in margarine een marktaandeel van 13 procent bij Albert Heijn. Met als gevolg dat de grote merken ook aan het ‘ontpalmen’ zijn geslagen. Sinds eind 2025 gaat het met een nieuwe campagne in tegen de ‘tropische trucs’ met kokosolie, want ook die zijn niet ‘regenwoudvriendelijk’.

Merkactivisme hoeft niet altijd groot en met veel heisa gepaard te gaan, geeft Verlegh een andere weg aan. Kleinere stapjes werken ook. ‘Hema is een bedrijf dat al heel lang heel stil, rustig en nuchter activisme voert.’

‘Vandaag speelt nog altijd de discussie over gender, maar Hema schafte tien jaar geleden de aanduidingen op etiketten over jongens- of meisjeskleding al af. Ze doen meer van dit soort dingen, zonder dat ze daar nou al te veel toestand over maken.’ Denk aan tweedekanshanddoeken voor een duurzamere textielketen of handleidingen die leesbaar zijn voor mensen met een visuele beperking.

Dichtbij, letterlijk

Ook hoeft er niet elk jaar iets totaal nieuws te worden gelanceerd. Met gewoon door blijven gaan, wordt er ook een statement afgeleverd. Dat doet het Amerikaanse Levi Strauss & Co met zijn Pride-collecties.

Dit jaar is die gericht op bikers, met leren accenten en studs. Het is een verwijzing naar de queer motorclubs uit de jaren vijftig. Daarmee geeft de denimgigant een stevige knipoog naar de Amerikaanse president Donald Trump, die ook terug wil naar de jaren vijftig.

Nu zullen Nederlandse bedrijven minder behoefte voelen om een Trump uit te dagen. Is het slim om als merkactivist wat dichter bij huis te blijven? ‘Gegeven het politieke klimaat kan het interessant zijn om iets te doen wat armoede in Nederland bestrijdt. Of de natuur in Nederland beschermt.’

Zo maakt Wilder Land thee en andere producten met kruiden uit Nederlandse weides en natuurgebieden. Daarmee brengen ze de biodiversiteit onder de aandacht.

‘Dat vind ik een heel mooi voorbeeld van zo’n product dat echt in de buurt blijft, maar wel een verhaal heeft wat aan kan spreken bij consumenten. Gaan die een grootmacht als Lipton uit de markt drukken? Wie weet, Tony’s Chocolonely’s is ook een heel eind gekomen.’

Transparant blijven

Ambities zijn mooi, maar het zal nooit vanaf het eerste begin allemaal lukken. Wees daar transparant over, geeft Verlegh aan. Moyee Coffee, bekend van de knalroze pakken, is daar een voorbeeld van.

Het Amsterdamse bedrijf timmert al twaalf jaar aan de weg om de waarde van koffie eerlijk te verdelen. Boeren moeten een leefbaar inkomen krijgen, de natuur moet beschermd en hersteld worden.

Via blockchain maakt het transparant dat de keten volledig eerlijk is. Alleen heeft Moyee nu door de Amerikaanse oorlog met Iran, met het afsluiten van de straat van Hormuz, leveringsproblemen. De oplossing: de koffie in witte pakken stoppen. Met de disclaimer: dit is niet FairChain.

‘Daarmee laten ze aan de consument zien dat het nu even niet helemaal eerlijk is met die keten, maar dat het niet anders kan. Dat is zorgvuldig communiceren. Niet over de top gaan met claimen, maar duidelijk zijn. Dat soort transparantie waarderen consumenten echt wel.

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

Deze volledig elektrische duwboot is het nieuwe werkpaard van de binnenvaart

'Als we het ontwerp van de boot nu eens helemaal omgooien. Kan het dan wel uit?’ Vanuit die gedachte ontwikkelde maritiem dienstverlener Kotug uit Rotterdam een geheel nieuw model duwboot, met een volledig elektrische aandrijving: de E-pusher.Met succes, want dit werkpaard van de binnenvaart kan qua kosten inmiddels concurreren met diesel voor de aandrijving van sleep- en duwboten die grotere schepen begeleiden bij de navigatie in havens en delen van rivieren. Elektrische duwboot kan ook overschakelen op waterstof of methanol De duwboten van Kotug zijn gemaakt van polyethyleen en staal en werken met verwisselbare energiecontainers. Die kunnen bestaan uit batterijen, maar de duwboten zijn in principe ook geschikt voor aandrijving met waterstof of methanol.De inzet van een E-pusher levert op jaarbasis 190 ton CO2-besparing op, becijferde Kotug. ‘Het mooie van deze oplossing is dat we die helemaal zelfstandig hebben ontwikkeld, zonder gebruik te maken van subsidies. In die zin is het echt een initiatief uit de onderstroom van de samenleving’, zegt manager fleetperformance & innovation Koos Smoor.Wat was de drijfveer voor Kotug om de E-Pusher te ontwikkelen? 'Bij Kotug willen we altijd graag een stapje voorlopen op de concurrentie door te innoveren. Aanvankelijk wilden we een volledig elektrische sleepboot bouwen, maar uit onze berekeningen bleek dat dat commercieel niet haalbaar was. In Turkije worden standaard dieselsleepboten snel en goedkoop in serie gebouwd, waardoor een duur elektrisch systeem zichzelf niet kon terugverdienen.Als tussenstap hebben we hybride sleepboten ontwikkeld. Die bleken wel succesvol, omdat de investeringskosten lager waren. Maar daarmee waren we nog niet bij de volledig elektrische variant met de grootste duurzaamheidsvoordelen.’ Transition Awards De Transition Awards zijn een initiatief van Change Inc. en adviesbureau nlmtd. Ze belonen initiatieven die niet alleen ambitieus zijn, maar ook tastbare impact hebben op het gebied van klimaat, sociale aspecten of organisatiebestuur. Kotug won de Transition Award 2026 in de categorie Mobiliteit. Alle winnaars vind je hier. Hoe zijn jullie op de alternatieve oplossing van de E-pusher gekomen?'Als innovatiemanager was ik al betrokken bij een project met de TU Delft voor emissieloos transport, waarbij we een klein elektrisch bootje hadden ontworpen voor transport in de grachten van Delft. Daar leerden we dat een volledig elektrisch systeem technisch eenvoudiger is dan een hybride systeem, omdat je geen ingewikkelde combinatie met dieselmotoren hoeft te maken.Het uiteindelijke idee voor de E-pusher kwam van een van onze kapiteins, die voorstelde om geen sleepboot, maar een duwboot te ontwikkelen. We hebben toen besloten het hele bouwproces om te gooien. In plaats van de traditionele scheepsbouw op een werf, die vaak anderhalf jaar duurt, kozen we voor een modulair frame van staal met daaronder drijfelementen van polyethyleen.Het gebruikte plastic is volledig recyclebaar en de blokken zorgen ervoor dat het frame blijft drijven. In plaats van motoren diep in het schip te bouwen, gebruiken we zogenoemde thrusters: schroefelementen die 360 graden kunnen draaien.Omdat het schip veel lichter is door het beperkte gebruik van staal, heeft het minder diepgang. Dat is een groot voordeel bij toenemende droogte op rivieren. Inmiddels vaart de eerste E-Pusher voor voedingsbedrijf Cargill in Amsterdam en hebben we ook schepen verkocht aan klanten in Rotterdam en Litouwen.’[caption id="attachment_182362" align="aligncenter" width="900"] Koos Smoor van Kotug met de Transition Award 2026 in de categorie Mobiliteit. | Credits: Tristan Fopma[/caption]Waarom hebben jullie gekozen voor een modulair systeem met meerdere potentiële energiebronnen?‘Voor kortere afstanden zijn accu’s momenteel de slimste en meest duurzame aanpak, maar voor lange afstanden wordt het wisselen van accu’s duur. Je hebt daarvoor meerdere sets per boot nodig. Waterstof kan dan een alternatief zijn, maar dan moet de prijs van waterstof nog wel substantieel dalen.Ook methanol is interessant, al vergt dit meer onderhoud en is de infrastructuur nog beperkt. Door het modulaire ontwerp kunnen we in ieder geval eenvoudig schakelen zodra een nieuwe techniek of brandstof een rendabele optie wordt.’Welke uitdagingen kwam je tegen bij het ontwikkelen van de E-pusher?‘Als je een nieuw product op de markt wilt brengen, loop je al snel aan tegen de regelgeving voor de binnenvaart. We moesten aantonen dat dit nieuwe schip ‘fit for duty’ is en aan alle veiligheidseisen voldoet. Dat betekende bijvoorbeeld dat de sterkte van de 25 millimeter dikke elementen van polyethyleen in praktijksituaties getest moest worden.Ook de veiligheid van een accu met een vermogen van 2 megawatt in een 20-voetscontainer was een punt van aandacht. Zeker als je een schip onbemand wilt laten laden. We hebben procedures moeten ontwikkelen om te garanderen dat we direct kunnen reageren als er ‘s nachts tijdens het laden iets gebeurt.’Wat is er nodig om verder op te schalen?‘Uitbreiding van de laadinfrastructuur is essentieel. De overheid kan dat faciliteren door meer laadpunten aan kades beschikbaar te stellen.Wat de operationele aantrekkelijkheid van elektrisch varen ook kan stimuleren, is een fiscale korting voor stroomgebruik in de binnenvaart. Iets wat vergelijkbaar is met de voormalige regeling voor rode diesel, waar een lagere accijns voor gold.’In hoeverre vormt netcongestie een barrière bij de elektrificatie van de binnenvaart?‘Netcongestie is een serieus issue, maar onze schepen kunnen juist ook een deel van de oplossing zijn door als een varende batterij te opereren. We ontwikkelen momenteel software om met bidirectionele systemen stroom te kunnen terugleveren aan het net op piekmomenten.We hebben al accu’s met een vermogen van 2 megawatt en werken aan een eenheid met een vermogen van 4 megawatt. Daarmee kun je een aanzienlijke bijdrage leveren aan lokale gemeenschappen door het net te ontlasten.’Welke lessen wil je meegeven aan andere ondernemers om duurzame projecten tot een succes te maken?‘Het realiseren van dit soort projecten kost veel tijd, vooral vanwege de benodigde goedkeuringen en vergunningen. Een cruciale les voor ons was het belang van betrouwbare partners in de toeleveringsketen.Tijdens de bouw van ons eerste schip viel de acculeverancier weg vanwege een faillissement. Gelukkig konden we dat oplossen door tijdelijk accu’s te huren. Daarmee konden we de E-pusher blijven testen en promoten, maar de commerciële uitrol werd pas mogelijk toen er een nieuwe acculeverancier was gevonden.Aangezien je dit soort trajecten niet in je eentje tot een succes kunt maken, heb je partners nodig die hetzelfde doel voor ogen hebben en met jou de risico’s durven te nemen. Samenwerking is dus essentieel.’ Lees ook:De doos van je pakketje bij het oud papier? Als het aan Boxo ligt, is dat binnenkort verleden tijd 5 lessen van Transition2026: 'Je hoeft niet in duurzaamheid te geloven om toch duurzaam te doen' Transition Awards 2026: de 6 winnaars die de duurzame transitie versnellen