Wilke Wittebrood
24 april 2026, 08:52

Milieudefensie maakt volgens juristen meer kans met nieuwe tactiek tegen Shell: stop met boren

Waar Milieudefensie eerder probeerde om Shell via de rechter te dwingen zich aan het Parijsakkoord te houden, gooit de milieuorganisatie het juridisch nu over een andere boeg. Met een concrete eis: geen nieuwe olie- en gasvelden meer. Die inzet, zeggen experts, lijkt kansrijker dan de vorige poging.

Donald Pols 6 Roger Cox Shell-zaak (credit) Getty Images Milieudefensie-directeur Donald Pols (links) en advocaat Roger Cox sleepten Shell in Nederland in 2019 al voor de rechter. | Credits: Romy Arroyo Fernandez/Getty Images

Milieudefensie is niet moegestreden na het in 2024 verloren hoger beroep tegen Shell. Integendeel – het lijkt juist nieuwe energie te hebben gegeven. De milieuorganisatie daagt de oliegigant nóg een keer voor de rechter, de dagvaarding werd deze week verstuurd.

De activistische milieuorganisatie eist nu dat Shell stopt met het aanboren van nieuwe olie- en gasvelden. Daarnaast moet het concern CO2-reductiedoelen vastleggen voor de periode na 2030, in lijn met het doel uit het Parijsakkoord om de mondiale opwarming onder de 2 graden te houden, en liever nog op maximaal 1,5 graden.

Shell moet volgens de claim niet alleen de eigen uitstoot verlagen, maar ook de uitstoot die wordt veroorzaakt door het verbranden van de benzine, diesel en andere brandstoffen die het verkoopt. Daar is de meeste winst te halen: deze scope 3-emissies zijn goed voor zo’n 95 procent van de totale klimaatvoetafdruk van het bedrijf.

Gevaarlijke klimaatverandering tegengaan

De eisen verschillen wezenlijk van die van de vorige zaak tegen Shell, die in 2019 werd gestart. Toen probeerde Milieudefensie de oliegigant via de rechter te dwingen om de uitstoot, inclusief scope 3, tegen 2030 met 45 procent te verminderen. De zaak werd in eerste instantie beslist in het voordeel van Milieudefensie, maar in hoger beroep werd het vonnis vernietigd.

Ja, Shell heeft de plicht – een op de maatschappelijke zorgvuldigheid gebaseerde zorgplicht, in juridisch jargon – om de eigen uitstoot te beperken, en daarmee gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan. Het hof wilde alleen niet zover gaan om het ‘generieke’ reductiepercentage van 45 procent dat voor landen geldt, op een individueel bedrijf te plakken.

Die afwijzing was een klap, maar tegelijkertijd zagen Milieudefensie-directeur Donald Pols en advocaat Roger Cox aanknopingspunten om een vervolgzaak op te bouwen. Het hof erkende namelijk ook dat de CO2-uitstoot ‘drastisch’ naar beneden moet om de doelen van Parijs enigszins binnen bereik te houden, en dat daarvoor ook iets aan de aanbodzijde moet gebeuren.

Negatieve gevolgen voor energietransitie

En toen kwam de uitsmijter van het vonnis: ‘Van olie- en gasbedrijven kan worden verlangd dat zij bij hun investeringen (…) rekening houden met de negatieve gevolgen die uitbreiding van het aanbod van fossiele brandstoffen voor de energietransitie heeft. De voorgenomen investeringen van Shell in nieuwe olie- en gasvelden kunnen hiermee op gespannen voet staan.’

Alleen, stelde het hof, was dat nu net niet de vraag die hier moest worden beantwoord.

Een advies of hint was het waarschijnlijk niet, denkt Laura Burgers, klimaatjurist en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam. Het gerechtshof is immers onpartijdig. ‘Maar opmerkelijk was het wel: ze hadden deze overweging achterwege kunnen laten. Ik lees hem vooral als invulling van wat het hof óók oordeelt, namelijk dat juist Shell als historisch grote uitstoter wel degelijk een zorgplicht heeft om iets tegen klimaatverandering te doen. Het hof vond alleen dat het die plicht niet kon vertalen in een concreet reductiepercentage.’

Heeft Milieudefensie in 2019 dan de verkeerde eis gesteld? ‘Zo zou ik het niet zeggen’, reageert Loes van Dijk. Ze is oprichter van Climate Court, een platform dat klimaatrechtszaken wereldwijd volgt. ‘Milieudefensie was zeven jaar geleden de eerste die probeerde om bedrijven via het recht aan de Parijsdoelen te committeren. Dat was toen onontgonnen terrein: het kost veel tijd – en ook veel geld – om te leren wat je wel en niet kunt vragen.’

Concrete gedragsbeperkingen voor olie- en gasbedrijven

Dat Milieudefensie de zaak in eerste instantie won, maar in hoger beroep bakzeil moest halen, laat volgens Burgers zien dat daarover onder rechtelijke instanties nog geen consensus is. ‘Die discussie is volop gaande. Milieudefensie is tegen het vonnis bij de Hoge Raad in cassatie gegaan. Dat gaat over de vraag of het recht goed is toegepast. Het wordt heel interessant om te zien wat daaruit komt.’ Die uitspraak wordt in de eerste helft van 2027 verwacht.

Hoe dan ook is de focus op olie- en gasvelden volgens de deskundigen kansrijker. ‘De eerste zaak draaide om abstracte reductiepercentages’, zegt Van Dijk. ‘Dit gaat over concrete gedragsbeperkingen. Bovendien is de impact van het openen van nieuwe velden met de huidige wetenschap makkelijker meetbaar, en directer aan het actieve handelen en de investeringsbeslissingen van Shell te koppelen. Dat maakt deze claim juridisch makkelijker op te leggen.’

Milieudefensie benadrukt het gevaar van een zogeheten lock-in effect. Shell kan volgens de milieuclub in potentie nog 700 olie- en gasvelden ontwikkelen. Het kost tientallen miljarden om die in gebruik te nemen, miljarden die over meerdere decennia worden afgeschreven, zegt advocaat Roger Cox tegen NRC. ‘Die investeringen willen bedrijven natuurlijk uitnutten. Met elke nieuwe investering creëert Shell dus zijn eigen weerstand tegen de energietransitie.’

‘Onrealistisch en onredelijk’

Tegelijkertijd wil Shell in 2050 een bedrijf zijn met netto-nul uitstoot. Het openen van nieuwe velden, die tot langdurige nieuwe emissies leiden, staat daar haaks op, zegt Van Dijk. ‘Het hof heeft al bepaald dat Shell een zorgplicht heeft. Dat zou met deze nieuwe zaak kunnen betekenen dat bepaalde dingen straks niet meer mogen.’ Het is alleen niet aan Milieudefensie of de rechter om dat op te leggen, reageert Shell, maar aan overheden. Het concern noemt de nieuwe claim ‘onrealistisch, onredelijk en fundamenteel misplaatst’.

Milieudefensie zou de realiteit van het wereldwijde energiesysteem negeren en voorbijgaan aan de behoefte aan olie en gas, volgens Shell momenteel goed voor ongeveer 80 procent van de mondiale energiebehoefte. ‘Investeringen in olie- en gasontwikkeling zijn dan ook nodig om de leveringszekerheid in de komende jaren te waarborgen.’

Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) stroken zulke investeringen echter niet met de ambitie van de energiesector om klimaatneutraal te worden. De velden die nu in gebruik zijn, plus nieuwe velden die vóór 2021 zijn goedgekeurd, voldoen volgens het Net Zero Emissions-scenario uit 2023 ruim aan de resterende vraag naar olie en gas in een ‘wereld die op koers ligt voor netto nul uitstoot in 2050’.

Burgers: ‘Het IEA wijst er ook op dat we met de huidige hoeveelheid opgepompte olie en gas de legale grens van 1,5 graden opwarming al overschrijden.’

Effect op hele klimaatsysteem

Een recent oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan volgens Burgers ook goed uitpakken voor Milieudefensie. Deze zaak – tegen de Noorse staat, aangespannen door Greenpeace en Young Friends of the Earth Norway – draaide om tien door de overheid verstrekte vergunningen voor het zoeken naar olie in de Barentszzee. Volgens de milieuorganisaties had de regering bij de toekenning te weinig rekening gehouden met het klimaat, en daarmee mensenrechten geschonden.

Van mensenrechtenschendingen was volgens het Europees Hof geen sprake omdat het om een verkenning ging, niet om een boorvergunning. ‘Maar het Hof maakte ook duidelijk dat er in de procedure rekening moet worden gehouden met de klimaatimpact van nieuwe fossiele brandstofwinning, inclusief de scope 3-emissies’, zegt Burgers. ‘Noorwegen had graag gezien dat het alleen de uitstoot van het aanboren moest meerekenen, en niet ook de uitstoot van het uiteindelijke verbranden van de nieuwe olie en gas. Maar dat moet dus wel. Ook als dat in een ander land gebeurt.’

Zulke uitspraken gaan over grenzen heen, vult Van Dijk aan. ‘In het internationale klimaatrecht wordt heel erg naar elkaar gekeken.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit

Een plukweide, een plek voor kinderen om te leren moestuinieren, een groene vlechthaag die door de hele stad moet gaan lopen: het zijn slechts enkele initiatieven die je op de 'groene kaart' van Breda vindt. De Brabantse stad werd vorig jaar benoemd tot 'National Park City', als eerste in Nederland. Een speciale stichting moet ervoor zorgen dat Breda in 2030 één van de meest natuurrijke steden van Europa is.Het idee dat steden en dorpen 'groen' moeten zijn, wordt steeds breder geaccepteerd. Enkele decennia geleden wilden we natuur vooral beperken tot natuurgebieden, inmiddels weten we: in een groene omgeving is onze mentale én fysieke gezondheid beter. Contact met de natuur verbetert bijvoorbeeld onze concentratie, geheugen en leerprestaties, en mensen in natuurrijke gebieden hebben minder hart- en vaatziekten en andere fysieke klachten.Biodiversiteit is bovendien de basis van de wereld om ons heen, van cruciaal belang voor onder meer onze voedselproductie en hoe bestand onze omgeving is tegen de gevolgen van klimaatverandering.Niet zo gek dus dat vrijwel alle nieuwbouwwijken die uit de grond worden gestampt ruimte laten voor bomen en struiken. Maar we vergeten vaak dat de 100.000 woningen die per jaar gerealiseerd moeten worden slechts een fractie zijn van de ruim 8 miljoen woningen in Nederland. Vergroenen die bestaande wijken ook? Van gazons naar bloemrijk grasland Ecoloog Karin Albers heeft eigenlijk een hekel aan 'groen'. Niet aan de kleur, maar aan het woord. Met groen, weet ze, bedoelen we vaak gemaaide gazons en gesnoeide haagjes. Kijk je naar biodiversiteit, dan is dat niet genoeg. Liever spreekt ze van 'natuur': een diversiteit aan inheemse planten en dieren die voldoende de ruimte krijgen.Twee jaar geleden publiceerde Albers haar boek Iedere straat verdient natuur. Hoe zit het nu met die ambitie? 'Daar zijn we nog lang niet.' Want ook zij kent vooral de natuurinclusieve nieuwbouwwijken. Goede voorbeelden van het transformeren van de bestaande bebouwde omgeving kan ze zo snel niet bedenken. Gebeurt het wel, dan lift vergroening vaak mee op een ander project, zoals het vervangen van rioolleidingen.Goede cijfers over de natuur in Nederlandse wijken zijn er niet. Dat is ook moeilijk te meten: wanneer is iets 'natuur'? Wel brengt stichting Steenbreek met onder meer luchtopnames, infraroodbeelden en satellietdata in kaart hoe versteend wijken zijn − en waar kansen voor vergroening liggen.Ook Albers ziet veel kansen − zelfs in een overvol Nederland. Deels omdat er 'heel veel onnodige bestrating is'. Geveltuintjes passen bijvoorbeeld bijna overal nog. Maar ook grotere oppervlakten die al groen zíjn, kunnen natuurlijker worden gemaakt. Albers: 'Bijna elke wijk heeft wel een park, of een speeltuin. Nu bestaat dat vaak uit gazons. Vervang die door bloemrijk grasland, leg her en der een poeltje aan en je komt al een heel eind. Met het upgraden van bestaand groen tot natuurlijk groen valt veel winst te behalen.' De rol van vastgoedbeheerders Het zijn echter niet alleen gemeenten die voor meer natuur in de stad kunnen zorgen. Ook particuliere en sociale verhuurders hebben veel grond in bezit, zegt Roosmarijn van de Velde. Zij is verantwoordelijk voor het thema biodiversiteit binnen de Dutch Green Building Council (DGBC). 'De natuur houdt niet op bij de openbare ruimte.'Hoewel Van de Velde erkent dat natuur vooral aandacht krijgt bij nieuwbouwprojecten, ziet ze dat vastgoedbeheerders zich steeds vaker realiseren dat ook de bestaande bebouwde omgeving moet worden vergroend. Bijvoorbeeld voor de gezondheid van bewoners, om hittestress tegen te gaan en om meer water te kunnen opvangen bij extreme regenval.Dat leidt deels al tot concrete actie. Zo heeft a.s.r. real estate in samenwerking met adviesbureau Sweco al het groen in de eigen vastgoedportefeuille in beeld gebracht. Zo werd ook de 'groenpotentie' berekend. Vastgoedpartijen zijn soms ook bereid om in de openbare ruimte te investeren, omdat aanpassingen in het straatbeeld vaak effectiever zijn voor klimaatadaptatie dan aanpassingen aan gebouwen zelf.Maar waar natuurinclusiviteit bij nieuwbouwprojecten tegenwoordig vaak in de ontwerpfase is inbegrepen − alleen al omdat veel gemeenten daar normen voor stellen − is het thema bij bestaande bouw geen onderdeel van het proces, ziet Van de Velde. Daardoor ontbreekt er een duidelijke prikkel om te vergroenen. 'Want als het altijd kan, kan het ook nooit.'Daarbij, zegt ze, worstelen veel partijen met de vraag hoe ze effectief kunnen vergroenen: 'Vastgoedbeheerders zijn geen ecologen.' Er is weliswaar de zogenoemde Basiskwaliteit Natuur, die randvoorwaarden omschrijft voor het overleven van algemene soorten in Nederland, maar daar horen nog geen concrete maatregelen bij.DGBC werkt daarom samen met onder andere vastgoedbeleggers, Naturalis, Deltaplan Biodiversiteitsherstel en de overheid aan een marktstandaard biodiversiteit. Zo'n openbare methode geeft inzicht in de huidige natuurinclusiviteit van het vastgoed en verbeterkansen. Die moet in de loop van volgend jaar af zijn. Een insectvriendelijke stad Voor wie het bebouwde gebied natuurlijker wil maken, is er sinds vorige week wel de nieuwe 'Handreiking insectendiversiteit in de bebouwde omgeving'. Die is opgesteld door Collectief Natuurinclusief: een samenwerking tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven. Het collectief werkt toe naar een natuurinclusieve samenleving in 2050, waarin alles wat mensen doen met respect voor de natuur gebeurt.In de nieuwe handreiking worden elf richtlijnen voor de insectvriendelijke stad gepresenteerd. Dat varieert van 'creëer natuurkernen van minimaal 0,8 hectare groot' tot 'maai hetzelfde oppervlak maximaal twee keer per jaar en maai niet alles, maar laat steeds een deel van de vegetatie staan'.Waarom de specifieke focus op insecten? Simpel, vertelt ecoloog Victor Beumer van adviesbureau Aveco de Bondt. Hij is domeintrekker bouw bij Collectief Natuurinclusief. Beumer: 'Insecten spelen een sleutelrol in alle ecosystemen. Ze zorgen voor bestuiving, waterkwaliteit, bodemkwaliteit en noem maar op. Tegelijkertijd nemen insecten in aantallen en soorten het snelst af.' Het aantal bestuivers, zoals bijen en zweefvliegen, is de afgelopen decennia met naar schatting 50 tot 90 procent gekelderd. Bijenkasten zijn niet genoeg Ja, Beumer weet heus dat insecten geen sexy onderwerp zijn. Erger: insecten zijn niet bepaald geliefd. Plannen om bestaande wijken te vergroenen kunnen om die reden regelmatig op weerstand rekenen − anders dan in nieuwbouwwijken waar nog geen bewoners zijn. Weinig mensen staan te juichen om extra muggen en wespen in hun achtertuin.Maar veel van die bezwaren van bewoners zijn gebaseerd op onjuiste aannames, weten Beumer en Albers. Wespen zijn het grootste deel van de zomer bijvoorbeeld niet tot last, maar eten juist veel andere 'vervelende' insecten. Bovendien is gezond water in een wijk vaak geen bron van muggen. Albers: 'Die komen eerder uit een emmer water die al twee weken in de tuin van de buren staat.'Onwetendheid speelt ook bij gemeenten en andere partijen die meer groen moeten aanleggen. Veel mensen verwarren bijvoorbeeld 'dieren' met 'biodiversiteit', ziet Beumer. Niet alle dieren zijn even nuttig voor een omgeving. Neem de honingbij in bijenkasten. 'Die is gedomesticeerd, zeg maar de koe onder de bijen. Dat is een grote concurrent voor de wilde bij.' Meer dan de kers op de taart Ontwikkelaars kiezen bovendien vaak onbewust voor planten en bomen waar nog pesticiden op zitten, of voor materialen die niet pesticidevrij zijn. Beumer: 'Die middeltjes zijn ontworpen om insecten tegen te houden. Dat maakt alle maatregelen die je neemt in feite dus ongedaan.'De oplossing ligt in biologische werkwijzen, die standaard geen bestrijdingsmiddelen gebruiken. Maar het kan wel even duren voor de keten van publiek ingekocht groen verandert, zegt Beumer. Deels omdat omschakelen naar biologisch nou eenmaal tijd kost, maar ook omdat planten niet in een week volgroeid zijn. Kwekers willen best biologisch werken, ziet hij, maar dan willen ze wel garanties van gemeenten of andere aankopers. Die moeten de biologische boom over een paar jaar immers nog willen afnemen.Het is misschien wel precies dat soort samenwerkingen die vergroening kunnen helpen. Want als partijen het in hun eentje doen, brokkelt de ambitie vaak gaandeweg af. Ontwikkelaars laten zich tegenhouden door geld- of ruimtegebrek, ziet Albers. Maar dat is vooral een kwestie van prioriteiten. 'Natuur in de stad wordt gezien als een nice-to-have: de kers op de taart. Terwijl het juist één van de hoofdingrediënten zou moeten zijn.' Lees ook:Zo ziet de stad van de toekomst eruit: 'Er zijn geen argumenten tégen meer groen' Dit groene dak bespaart energie, verkoelt, slaat water op en versterkt de biodiversiteit Hoe duurzame, drijvende woningen de woningnood in Nederland kunnen oplossen