Maaike Kooijman
12 februari 2026, 11:35

Van ‘groenste politicus’ naar klimaatminister: Stientje van Veldhoven (D66) vaart een vastberaden koers

Op 23 februari wordt Stientje van Veldhoven (D66) beëdigd als minister van Klimaat en Groene Groei. Al sinds het begin van haar carrière probeert ze duurzaamheid in de politiek te verankeren. Een profiel van de nieuwe minister.

GettyImages-1327954502 (1) | Credits: Getty Images

‘Stientje van Veldhoven wordt een milieubewuste staatssecretaris’, schrijft de NOS als de D66’er in oktober 2017 aantreedt als bewindspersoon bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Waar ze zich als eerste mee bezig gaat houden? ‘De kern wordt openbaar vervoer. Het ov als echt een goed alternatief voor in de file staan.’

In 2018 krijgt spoorbeheerder ProRail ruim 43 miljoen euro van Van Veldhoven om ‘spoorboekloos reizen’ te realiseren. En ze maakt een plan om internationaal reizen over het spoor sneller, goedkoper en comfortabeler te maken.

Nu, in 2026, draait de NS al jarenlang verlies en is het aantal reizigers in het ov drastisch afgenomen. Vooral door corona – tja, dat kon Van Veldhoven ook niet voorzien.

Minister van Klimaat en Groene Groei

Na een politieke pauze van vijf jaar keert Van Veldhoven (52) terug in het kabinet. Niet als staatssecretaris dit keer, maar als minister van Klimaat en Groene Groei. Daarvoor laat ze haar baan als vicepresident en directeur Europa bij het World Resources Institute (WRI) achter zich.

De uitdagingen voor de minister zijn groot. De kans dat Nederland het wettelijk vastgestelde klimaatdoel van 55 procent emissiereductie in 2030 haalt, is minimaal, stelde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vorig jaar. En twee weken geleden nog oordeelde de rechtbank Den Haag dat de wettelijke CO2-reductiedoelstellingen uit de Klimaatwet zowel qua vorm als inhoud tekortschieten. De uitspraak dwingt de Staat om op relatief korte termijn met aangescherpte klimaatplannen te komen.

Er is werk aan de winkel. Zeker na een periode van stagnatie onder het kabinet-Schoof, waarin vooral het gebrek aan overheidsregie bij het klimaatbeleid opviel. Gaat Van Veldhoven daar verandering in brengen?

Stientje van Veldhoven: van Brussel naar Den Haag

Het is 2005 als Stientje van Veldhoven lid wordt van D66. De partij staat op nul zetels in de peiling. ‘Ik wilde mijn steentje bijdragen aan het behoud van de partij’, aldus Van Veldhoven. ‘Ik wil dingen veranderen, dan moet je ook bereid zijn om zelf op het toneel te gaan staan.’

Van Veldhoven is op dat moment al enkele jaren te vinden in de politieke wandelgangen. Eind jaren 1990, tijdens haar master beleid en bestuur in internationale organisaties aan de Rijksuniversiteit Groningen, is ze assistent van VVD’er Elly Plooij-van Gorsel in het Europees Parlement. Van 1999 tot 2003 werkt ze als beleidsadviseur op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, om daarna terug te keren naar Brussel. Als diplomaat onderhandelt ze over Europese wetgeving.

In 2009 stelt ze zich zelfs kandidaat voor het Europees Parlement voor D66, al wordt ze niet verkozen. De Tweede Kamer bereikt ze wél. Daar wordt ze in 2010 geïnstalleerd.

En ze valt op. Al in 2012 is ze kandidaat nummer 2 op de lijst. Natuurmonumenten benoemt haar tweemaal tot ‘groenste politicus van het jaar’. Ze maakt zich hard voor sluiting van de Nederlandse kolencentrales en voor een fonds voor duurzame energie. In 2015 gaat ze als enige Kamerlid mee op ‘de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit’, samen met een team wetenschappers dat de effecten van klimaatverandering op het eiland Edgeøya bestudeert.

Betrokken bij het klimaatakkoord

In 2017 wordt Van Veldhoven staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in het kabinet-Rutte III. Het zijn de jaren vlak na het Klimaatakkoord van Parijs, waarin landen de doelen om moeten zetten in eigen wetgeving. Van Veldhoven is daar nauw bij betrokken. ‘Ik ben heel erg trots op het klimaatakkoord. We hebben daar een kantelpunt bereikt in de Nederlandse politiek’, zal ze bij haar aftreden zeggen.

Hoewel ze, zoals een D66’er betaamt, sterk inzet op Europese regelgeving, focust ze ook op Nederland. De circulaire economie is één van de grootste uitdagingen van haar staatssecretarisschap. In 2018 zegt ze over het verminderen van plastic afval op straat: ‘Linksom of rechtsom, het gaat lukken. Het is niet dat we iemand op de maan moeten zetten. Als de industrie in gebreke blijft, kom ik met uitbreiding van het statiegeld. En we weten uit ervaring dat dit een effectief middel is.’

In eerste instantie geeft ze de industrie het vertrouwen om het zelf op te lossen. Dat lukt niet. Dus het statiegeld komt er. Eerst op kleine plastic flesjes, in 2023 ook op blikjes – al duurt het even voordat ze zich daartoe laat overtuigen.

Strenge regels voor pfas

Waar de nieuwe coalitie liefst ‘minimaal 500 regels’ wil schrappen en vereenvoudigen, schuwt Van Veldhoven regels niet. Dat blijkt wel als ze in 2019 na nieuw RIVM-onderzoek ‘uit voorzorg’ strenge tijdelijke regels instelt voor pfas in de grond. Grond die meer dan 0,1 microgram pfas per kilo bevat, mag dan niet meer worden verplaatst naar een plek waar de grond nog schoon is. Een harde klap voor bouwers, die in datzelfde jaar voor het eerst met stikstofproblematiek in aanraking komen.

De nieuwe norm is veel te streng, zeggen enkele rechtse partijen achteraf. Volgens hen is de bouw- en baggerindustrie onnodig schade toegebracht. ‘Ik denk dat [Van Veldhoven] zich erg heeft laten leiden door emoties’, zegt VVD’er Erik Ziengs tegen de NOS.

Maar Van Veldhoven lijkt zich niet te laten leiden door emoties, maar door experts. ‘Voor het bepalen van een veilige ruimte hebben we de wetenschap nodig’, zegt ze tegen Nieuwsuur. Pas als ze meer data van het RIVM heeft, durft ze de norm aan te passen. Dat gebeurt enkele maanden later. Van Veldhoven is dan enkele maanden minister voor Milieu en Wonen: een tijdelijke verschuiving als gevolg van ziekte in het kabinet.

Overstap naar World Resources Institute

Die hang naar feiten en analyses wordt bevestigd als de – dan inmiddels demissionair – staatssecretaris in 2021 haar vertrek aankondigt. Ze treedt toe tot het World Resources Institute (WRI). Ze licht toe: ‘Iets waar ik me de afgelopen jaren steeds meer zorgen over ben gaan maken is de afbraak van het vertrouwen in onze kennisinstituten. Het vertrouwen in feiten als basis van een politieke discussie is ongelooflijk belangrijk. Ik ben ook weleens niet blij met feiten, maar je hebt ze te accepteren. Als politici moeten wij staan voor kennisinstituten.’

Niet iedereen is blij met die overstap. WRI heeft eerder subsidie ontvangen van het ministerie van Van Veldhoven en lobbyt ook op dat terrein. Enkele Kamerleden vrezen voor belangenverstrengeling, maar daar laat Van Veldhoven zich niet door tegenhouden. Ze kijkt er vooral naar uit zich nog meer met duurzaamheid bezig te gaan houden. ‘Het groene is bij mij toch de rode draad.’

Het World Resources Institute is een internationale non-profit organisatie die onderzoek doet naar grootschalige oplossingen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, water, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Op basis daarvan zet de organisatie lokale projecten op, om die vervolgens op te schalen in samenwerking met nationale overheden.

Van Veldhoven wordt als directeur Europa aangesteld ‘om alle activiteiten bij elkaar te brengen, uit te breiden en namens dat wereldwijde instituut in Europa de stem te zijn op het internationale vlak’.

Economisch systeem veranderen

De ambities van het WRI zijn groot. Het weet dat er grote veranderingen nodig zijn om gedrag te verduurzamen en werkt daar ook aan. Ook Van Veldhoven lijkt doordrongen van dat besef. ‘De manier om het hele economische systeem te laten werken is door de waarde van natuur in onze economie mee te nemen’, zegt ze. ‘We moeten beseffen dat het grote financiële risico’s oplevert om niet in natuurbescherming te investeren. Geen enkel bedrijf floreert op een dode planeet. Toch zijn praktijken die natuur en klimaat schaden nog steeds lonend.’

Over de rol van overheden: ‘Duurzame oplossingen lijken alleen onvoordelig omdat markten niet ontworpen zijn om hun langetermijnwaarde te erkennen. Daar kunnen overheden, centrale banken, herverzekeraars en pensioenfondsen een grote rol in spelen. Zij kunnen het lonend maken om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen op de lange termijn te optimaliseren. Overheden en steden kunnen ook de vraag op de duurzame markt stimuleren door publieke aanbestedingen.’

Vanuit het WRI is ze ook betrokken bij de oprichting van de Systems Transformation Hub, die verandering binnen de huidige economische structuren wil versnellen.

Duurzaamheid als economische kans

Van Veldhoven gelooft sterk dat klimaatbeleid goed te combineren valt met economische groei. Al in 2012 noemt ze duurzaamheid een ‘economische kans’. En in 2016: ‘ Als overheid moet je niet alles vanuit Den Haag willen bepalen. Dus ja, vóór schone energie, maar laat de invulling verder aan het bedrijfsleven. Je moet niet één bepaalde techniek voorschrijven, want dat frustreert de innovatie.’ De naam van het ministerie waaraan ze leiding gaat geven – Klimaat én Groene Groei – lijkt overeen te komen met haar eigen opvattingen.

Het zal niet makkelijk worden. Maar Van Veldhoven houdt wel van een uitdaging. Tegen de Volkskrant: ‘Ik hou van dynamiek, van uitdagingen, van veel nieuwe kennis opdoen en prikkelende vragen. Dat maakt me gelukkig.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: Staat doet genoeg tegen verspreiding pfas en Delfzijl krijgt toch fabriek voor biokerosine

Rechter: Staat doet genoeg tegen verspreiding pfas De Staat doet genoeg om de verspreiding van pfas tegen te gaan. Dat oordeelt de rechtbank Den Haag na een aanklacht van vier regionale milieuorganisaties en de Stichting Gezond Water tegen de Nederlandse Staat. De organisaties eisten een verbod op pfas-lozingen en snelle aanpak van de vervuiling. Maar volgens de rechter mag de overheid grotendeels zelf bepalen hoe ze de problematiek met forever chemicals in Nederland aanpakt.Pfas zit in veel Nederlandse wateren en in de grond. Bovendien hebben bijna alle Nederlanders te veel pfas in hun bloed, bleek vorig jaar uit onderzoek van het RIVM. Daardoor kan het immuunsysteem bijvoorbeeld minder goed gaan werken.Lees ook: Deze uitvinding kan zeer zorgwekkend PFAS eenvoudig en goedkoop uit het water filteren Europa verbiedt verbranding ongedragen kleding en schoenen De Europese Commissie heeft nieuwe wetgeving aangenomen die het verbiedt om ongedragen kleding, schoenen en accessoires te vernietigen. Dat moet afval voorkomen en milieuschade beperken. Grote bedrijven moeten vanaf juli dit jaar aan de wetgeving voldoen; kleinere bedrijven waarschijnlijk pas in 2030.Jaarlijks wordt 4 tot 9 procent van het textiel in Europa vernietigd voor het gedragen is, bijvoorbeeld doordat het is teruggestuurd door de consument. Dat is goed voor zo'n 5,6 miljoen ton CO-uitstoot per jaar.De nieuwe regels moeten ook het speelveld gelijker maken voor duurzame bedrijven. Nieuw onderzoek onderstreept het belang van duurzame verdienmodellen. Als de kledingsector niet snel haar ecologische voetafdruk verlaagt, stevent ze af op liefst 34 procent minder winst in 2030, aldus een rapport van het Apparel Impact Institute.Lees ook: Patagonia geeft levenslange garantie op kleding, en dat is slimmer dan je denkt Banken vertragen transitie staalsector met investeringen in schijnoplossingen Banken die 'groene financiering' verlenen aan staalbedrijven, dragen vaak bij aan praktijken die de uitstoot van de sector behouden of zelfs verhogen. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse stichting BankTrack, dat de financieringskaders van twintig grote banken wereldwijd onder de loep nam.Banken verstrekken bijvoorbeeld financiering voor zogenoemde directe ijzerreductie (Direct Reduced Iron/DRI), ook als gebruik wordt gemaakt van aardgas om ijzererts zuurstofvrij te maken. Ook voor biomassa en CO2-opslag wordt financiering verstrekt, zegt BankTrack. Van de tien grootste financierders van staal wereldwijd hebben er slechts twee openbare kaders voor duurzame financiering voor de staalindustrie.Het Nederlandse ING sluit compensatieprojecten in de staalsector expliciet uit van financiering, al heeft ook die bank volgens BankTrack geïnvesteerd in 'schijnoplossingen'.Lees ook: Groen staal: CO2-intensieve sector moet aan verschillende knoppen draaien om sneller te verduurzamen Delfzijl krijgt toch fabriek voor biokerosine Producent Skynrg kan na jaren vertraging aan de slag met de bouw van een biobrandstoffabriek in Delfzijl. Het bedrijf sloot een deal met milieuactivist Johan Vollenbroek, die de lozingsvergunning van Skynrg op de Waddenzee eerder aanvocht bij de rechtbank. Dat meldt Dagblad van het Noorden. Skynrg heeft het ontwerp van de fabriek aangepast, waardoor afvalwater minder geloosd wordt, maar gefilterd en hergebruikt.De fabriek gaat kerosine produceren op basis van onder meer oud frituurvet en andere plantaardige restolie uit de industrie. Die worden met groene waterstof verwerkt tot synthetische kerosine. Hoewel de verbranding daarvan nog steeds veel CO2 uitstoot, zou de kerosine over de gehele levensduur 85 procent duurzamer zijn dan fossiele kerosine, claimt Skynrg. KLM is van plan om 75.000 ton af te nemen.Lees ook: Duurzamer vliegen: biobrandstof heeft het moeilijk, maar er zijn ook andere opties Verkoopcijfers Fairphone stijgen hard Fairphone heeft in het laatste kwartaal van 2025 liefst 126 procent meer smartphones verkocht dan een jaar eerder, meldt het Nederlandse bedrijf in een persbericht. Dat is waarschijnlijk een gevolg van de lancering van de Fairphone Gen. 6 halverwege vorig jaar. Fairphone zelf spreekt over een 'bredere marktverschuiving, waarbij de levensduur van een apparaat en de beschikbaarheid van reserveonderdelen cruciale criteria worden bij het aanschaffen van een smartphone'.Wereldwijd verkocht Fairphone gemiddeld 83 procent meer producten: naast smartphones bijvoorbeeld ook koptelefoons en reserveonderdelen. Niet alleen in Nederland, maar vooral ook in Frankrijk groeit het bedrijf hard.Lees ook: Fairphone wil nieuwe markt aanboren met rebranding: 'Alleen duurzaamheid is geen reden om een telefoon te kopen' Capaciteit voor handhaven milieucriminaliteit schiet tekort Nederland heeft voldoende juridische mogelijkheden om milieucriminaliteit te bestraffen, maar door gebrek aan capaciteit bij handhaving gebeurt dat weinig. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van de overheid, schrijft NRC. Onder milieucriminaliteit vallen bijvoorbeeld het illegaal uitstoten van giftige stoffen of afval lozen in rivieren, maar ook de import of het gebruik van verboden pesticiden en andere producten.Een grote praktische uitdaging is het opsporen van de schuldige. 'Bij een inbraak is er duidelijke schade en een slachtoffer. Bij milieucriminaliteit is dat er vaak niet. Een giftige stof in een rivier die de leefomgeving ziek maakt, zie je vaak niet', zegt onderzoeker Marieke Kluin tegen de krant. Ook zijn er veel verschillende instanties betrokken bij de handhaving, waardoor het toezicht versnipperd is.Lees ook: Strafrecht biedt kansen voor klimaatzaken: ‘Het is bij uitstek geschikt om gedragsverandering af te dwingen’ Ook in de media:CATL en CHANGAN lanceren ’s werelds eerste in massaproductie vervaardigde passagiersauto op natriumionbatterijen (Duurzaam Ondernemen) Windparken op zee gaan groeien, maar havens lopen tegen grenzen aan (Nu.nl) Tata Steel: businesscase voor verduurzaming komt onder druk te staan als koolstofprijs daalt (FD) ISDE-aanvragen voor warmtepompen in 2025 hoger dan in 2024 (Warmte365) Rechtstreeks van de boer, wie koopt dat nog? (NRC) Nationale-Nederlanden en Goldschmeding Foundation maken zich sterk voor passend werk (Nationale-Nederlanden) Nieuwe landbouwminister is gedreven ‘teflonmannetje’ met compassie voor agrariërs (de Volkskrant) Klap voor eigenaren zonnepanelen: ’Energiebedrijven zetten mes in terugleververgoeding’ (De Telegraaf)