Deze zomer maakte Europa opnieuw kennis met extreem weer: van modderstromen in de Alpen tot temperaturen boven de 50 graden. Volgens World Weather Attribution was het het in Europa gemiddeld 2 graden warmer dan het zonder klimaatverandering zou zijn geweest. Verzekeraars rapporteren toenemende klimaatschade. Desondanks vertraagt de energietransitie en raken de Nederlandse emissiereductiedoelstellingen verder uit zicht. Inflatie, complexe vergunningprocedures, gebrek aan stikstofruimte; er lijken geen oplossingen meer voor de obstakels.
Kunnen ondernemers lessen trekken uit deze klimaatparadox? Wat kunnen bedrijven doen om zich te onttrekken aan de stagnatie? Ik heb John Kotter’s beroemde 8-stappenplan voor succesvolle verandering erbij gepakt en daar rolt een pittige diagnose uit.
Coalities zijn kwetsbaar
Stap 1 in het plan van Kotter: verhoog het urgentiebesef. Dat is mislukt. Meer extreem weer zou logischerwijs tot meer urgentie moeten leiden. Het tegenovergestelde gebeurt: klimaatmoeheid, politici die op de rem trappen, draagvlak dat afkalft. Graduale opwarming gecombineerd met steeds frequenter – maar toch incidenteel – extreem weer levert geen echte urgentie op. De les: effectieve urgentie vereist een verhaal dat mensen raakt in hun dagelijkse realiteit, niet in abstracte toekomstscenario’s.
Het vormen van een leidend team is stap 2 in het Kotter-model. Dat ziet er ook slecht uit. Na de euforie van het Parijs-akkoord van 2015 valt de wereldwijde coalitie uiteen. In Europa verschuift de prioriteit naar concurrentievermogen en defensie, en ook de Nederlandse politiek doet een stapje terug. We hebben kortom te maken met coalitie-uitputting. Grote veranderingen vereisen jarenlange coalities, maar die raken vermoeid, prioriteiten verschuiven, mensen vertrekken. Hoe hou je transformatiemomentum vast door meerdere verkiezingscycli, reorganisaties, of strategische heroriëntaties heen?
De les is: zoek samenwerkingsverbanden die meerdere doelen dienen en die bestand zijn tegen wisselende politieke winden. Projecten die Nederland (en Europa) duurzamer én geopolitiek weerbaarder maken, zijn bestand tegen de tand des tijds. Een coalitie tussen overheid en bedrijfsleven om meer duurzame energie te ontwikkelen en minder olie en gas te importeren kan voor beide heel succesvol zijn. Of op lager niveau: het vormen van energiehub om samen duurzame energie op te wekken en op te slaan, kan bedrijven ondanks netcongestie de ruimte geven om te groeien.
Quick wins zijn belangrijk, maar geen garantie voor systeemverandering
Stap 3 en 4 gaan bij Kotter over het ontwikkelen en communiceren van de visie en de strategie. Op dit moment is die visie te abstract, te ver weg, te weinig verbonden met de concrete dagelijkse werkelijkheid van de meeste mensen en bedrijven. De les: een goede visie moet ‘WIIFM’ beantwoorden – What’s In It For Me? Denk ook aan de creatieve destructie van de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter: oude technologieën maken alleen plaats voor nieuwe als ze niet alleen duurzamer, maar ook goedkoper, comfortabeler of simpelweg beter zijn.
Dan stap 5: creëer draagvlak. De combinatie van wankel politiek en maatschappelijk draagvlak resulteert in institutionele blokkades: stikstofuitspraken vertragen windparken, netcongestie remt verduurzaming, vergunningstrajecten duren jaren. De les: systemen, processen en structuren bepalen of verandering daadwerkelijk kan gebeuren. Naast ‘soft skills’ zijn ‘hard systems’ noodzakelijk.
Een langetermijnvisie kan nog zo mooi zijn, zonder kortetermijnresultaten komt het niet van de grond (stap 6). Inmiddels is 50 procent van de Nederlandse elektriciteitsopwek groen. Wind op zee was de afgelopen 10 jaar een succesverhaal, maar raakt nu in het slop door allerlei kostenstijgingen. Ook de verduurzaming van de ‘vraagkant’ is weerbarstig. Maatwerkafspraken met de industrie komen niet of nauwelijks van de grond, net als de grootschalige productie van groene waterstof. De klimaatbeweging excelleert ondertussen in symbolische overwinningen: Greta Thunberg staat op magazinecovers, klimaatprotesten zijn vaak in het nieuws, er staan mooie doelstellingen in verdragen. Maar echte systeemverandering blijft uit. De les: quick wins zijn belangrijk, maar zijn geen garantie voor echte systeemverandering.
Tot slot, stap 7 en 8: Consolideer en veranker. We zijn er simpelweg nog lang niet. Fossiele energiebronnen maken wereldwijd nog circa 80 procent van de energiemix uit, ook in Nederland. Duurzame elektriciteit rukt weliswaar op, maar de vergroening van moleculen in de chemie en industrie is veel moeilijker. De transitie is nog niet breed ‘geland’ in organisaties, processen en cultuur.
Maak abstract concreet en ver weg dichtbij
Wat kunnen ondernemers hiervan leren? Mensen en organisaties worstelen met het ‘ver-weg-later’ probleem. We zijn niet per se slecht in langetermijnplanning, alleen gaat de korte termijn altijd voor. We nemen grote risico’s voor lief, ook al is de potentiële schade enorm. Wie dan leeft, wie dan zorgt.
Ten slotte is er het implementatieparadox: hoe groter de benodigde verandering, hoe meer het huidige systeem (regels, processen, cultuur) de verandering tegenwerkt. Dit is zichtbaar bij elke grote organisatietransformatie: de systemen die je wilt veranderen zijn dezelfde systemen die de verandering moeten faciliteren.
De klimaatparadox toont ons de grenzen van traditioneel change management. Maar er zijn wel degelijk bruikbare tips uit te halen. Begin met micro-urgentie in plaats van macro-urgentie. Maak abstract concreet, ver weg dichtbij, later nu. Investeer in coalitieonderhoud. Coalities zijn geen eenmalige constructies, maar levende samenwerkingsverbanden die voortdurende aandacht nodig hebben. Focus op systeeminterventies in plaats van symptoombestrijding. Waak voor uitputting, want grote veranderingen duren langer dan je denkt en kosten meer energie dan je verwacht.




