Maaike Kooijman
13 augustus 2026, 15:14

Duurzamer vliegen: biobrandstof heeft het moeilijk, maar er zijn ook andere opties

Duurzamer vliegen doen we vooral door het níet te doen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Sustainable aviation fuel (SAF) werd lang als uitkomst gezien, maar andere ontwikkelingen kunnen ook een bijdrage leveren.

luchtvaart duurzaamheid saf vliegen | Credits: Getty Images

‘Schreeuwend tekort aan duurzame kerosine, en toch stopt Shell zijn enige fabriek’, kopte de Volkskrant in september vorig jaar. Enkele weken later kondigde ook BP aan te stoppen met de bouw van een grote fabriek voor duurzame vliegtuigbrandstoffen.

Problematisch, want dat ‘schreeuwende tekort’ is er inderdaad. De Europese productiecapaciteit voor SAF bedroeg in 2023 zo’n 0,3 miljoen ton: slechts 0,6 procent van het brandstofverbruik van de luchtvaartsector in de Europese Unie. Dat terwijl Europese leveranciers van luchtvaartbrandstof steeds meer SAF moeten bijmengen bij kerosine. In 2050 moet liefst 70 procent van de vliegtuigbrandstof uit SAF bestaan.

SAF, sustainable aviation fuel, is een biobrandstof die van biologische reststromen wordt gemaakt, vooral van gebruikte frituurolie. Het verbranden ervan stoot weliswaar evenveel broeikasgassen uit als de verbranding van gangbare kerosine, maar over de gehele levenscyclus is de uitstoot van SAF relatief laag.

Toch is SAF niet de enige manier om de luchtvaart te verduurzamen, laten verschillende onderzoeken en analyses zien. Change Inc. maakte een overzicht van alternatieven die nu al grote effecten zouden kunnen hebben.

1. Operationele efficiëntie van vliegroutes

Eén van de weinige verduurzamingsslagen die op korte termijn en zonder vernieuwing van de vloot mogelijk is, draait om operationele efficiëntie van de luchtvaart. Daarbij zijn twee dingen met name belangrijk: de gevlogen routes en de bezettingsgraad van vluchten.

Een team van Europese onderzoekers analyseerde bijvoorbeeld de efficiëntie van ruim 27 miljoen vluchten in 2023. Daarbij keken ze onder meer naar het type vliegtuig en de verschillende routes. De onderzoekers spreken van 10 procent uitstootverlaging per passagier als routes worden geoptimaliseerd.

Tel je daar efficiënte technologie, het vrijwel volboeken van vliegtuigen en het schrappen van luxe stoelen (waarover later meer) bij op, dan is zelfs tot 50 procent reductie mogelijk, aldus de onderzoekers.

AI is hiervoor een interessante ontwikkeling. Onder meer EasyJet en Lufthansa maken gebruik van kunstmatige intelligentie om vliegroutes te optimaliseren, en daarmee brandstofverbruik te verminderen. Dat levert niet alleen milieubesparingen op, maar ook financiële besparingen.

De uitstoot per passagier kan ook flink worden verlaagd door de bezettingsgraad van vliegtuigen te verhogen. In 2023 waren op passagiersvluchten gemiddeld bijvoorbeeld slechts 79 van elke 100 vliegtuigstoelen bezet. Overigens wordt de absolute uitstoot van een vliegtuig wel hoger als dat gemiddelde toeneemt, want meer gewicht betekent in de regel meer brandstofverbruik.

Operationele efficiëntieslagen zijn doorgaans wel erg duur en nemen veel tijd in beslag. Bovendien hebben niet alle luchtvaartmaatschappijen er voldoende in-house kennis over, blijkt uit onderzoek.

2. Lichtere materialen en slimmer ontwerpen van vliegtuigen

Hoe nieuwer de vloot, hoe duurzamer die over het algemeen is. Dat heeft vooral te maken met gewicht, aerodynamica en het type motoren: moderne verbrandingsmotoren produceren daarnaast meer stuwkracht met een lager brandstofverbruik. Zo stoot de Airbus 320neo liefst 18 procent minder broeikasgassen uit dan de oudere A320ceo. De Airbus 321neo is nog zuiniger.

Sommige aanpassingen liggen voor de hand. Zoals winglets: de ‘puntjes’ aan vliegtuigvleugels die de weerstand verminderen en daarmee zorgen voor zo’n 4 procent minder brandstofverbruik. En het vervangen van metalen als aluminium door lichtere composietmaterialen, bijvoorbeeld in de Boeing 787 Dreamliner.

Maar er worden ook minder duidelijke aanpassingen gedaan. Zo kan alleen al het type verf voor vliegtuigen al duizenden kilo’s schelen.

3. Minder luxe stoelen

Er is steeds meer vraag naar vliegtuigstoelen in businessclass of first class − en niet alleen vanuit zakelijke reizigers. Toch is het voor milieu en klimaat juist beter om luxe stoelen volledig te schrappen.

Dat komt vooral doordat luxe stoelen veel meer ruimte in beslag nemen. Vervang je in KLM-toestellen de businessclass- door economy class-stoelen, dan passen er – afhankelijk van het vliegtuigtype – 11 tot 28 procent meer passagiers in het vliegtuig. Dat zou gepaard gaan met 10 tot 22 procent minder uitstoot per passagier, berekende CE Delft.

Recenter liet ook Greenpeace de impact van first class en businessclass in kaart brengen. De luxe stoelen stoten per passagierskilometer 4 tot 5 keer zoveel CO2 uit als stoelen in economyclass, berekende T3 Transportation Think Tank in opdracht van de milieuorganisatie.

Elektrisch, waterstof of hybride

Op lange termijn zijn ook andere manieren van vliegen een optie. Denk aan vliegen op synthetische brandstoffen, gemaakt van waterstof en CO2. Volgens experts zijn synthetische brandstoffen in 2050 ‘een serieuze brandstof‘.

Ook waterstofvliegtuigen liggen nog ver voor ons. Airbus verwacht weliswaar in 2027 of 2028 zijn eerste waterstofvliegtuig te lanceren, maar die wordt eerst ‘op kleine schaal ontwikkeld‘. Een Nederlands consortium werkt ondertussen aan ‘middelgrote passagierstoestellen’ die eind dit decennium afstanden tot 750 kilometer moeten kunnen vliegen.

Elektrisch vliegen gebeurt nu al wel op kleine schaal, maar ook dat is voor langeafstandsvluchten voorlopig ongeschikt.

Daarnaast wordt er hard gewerkt aan hybride elektrische vliegtuigen. De Amerikaanse startup Evio lanceerde eind vorig jaar het hybride regionale vliegtuig Evio 810. Dat heeft plaats voor 76 passagiers en is naar verwachting vanaf 2030 beschikbaar. Er zijn al honderden toestellen gereserveerd. Andere modellen, zoals de Polaris Amphibian, kunnen veel minder passagiers vervoeren.

4. Gedragsverandering: alternatieve opties voor vliegen

Vluchten mogen gemiddeld dan efficiënter worden; door de toename van het aantal vluchten stijgt de absolute uitstoot van de luchtvaartsector alsnog. De Nederlandse luchtvaartsector heeft zelfs nog nooit zo veel CO2 uitgestoten tijdens Europese vluchten als in 2024.

Daarom zal vooral gedragsverandering een grote impact hebben. Het goede nieuws: volgens Milieu Centraal staat 70 procent van de Nederlanders ervoor open om vaker de trein met de trein in plaats van het vliegtuig op vakantie te gaan. Slechts 3 procent doet dat echter daadwerkelijk al: een groot onbenut potentieel, volgens de organisatie.

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in januari 2026. 

Lees ook:

Koper is koning in de energietransitie, maar huidige voorraden kunnen binnen 30 jaar op zijn als we niet méér recyclen

Voor de energietransitie is de uitbouw van hernieuwbare elektriciteit (zonnepanelen en windmolens) en infrastructuur voor opslag en transport (batterijen en elektriciteitsnetten) cruciaal. Daarbij gaat het steeds vaker over de toegang tot en het gebruik van kritieke grondstoffen. Die zijn onmisbaar voor de uitbouw van het nieuwe energiesysteem.Deels betreft dat zogenoemde zeldzame aardmetalen, met lastige namen als neodymium en dysprosium. Maar als je puur kijkt naar de benodigde volumes van metalen, dan steekt een oude bekende er met kop en schouders bovenuit: koper. Koper: het basismetaal van de energietransitie Koper heeft vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen van het metaal een sleutelrol in de energietransitie. Eerder dit jaar verscheen een rapport van het Institute for Sustainable Futures (ISF) met een analyse van negen kritieke metalen voor de energietransitie. Koper blijkt in alle scenario's een dominante positie in te nemen qua volume. Voor de komende decennia ligt het verwachte aandeel van koper in de totale productie van de voornaamste kritieke grondstoffen op zo'n 40 procent.Eerder deze week was koper in het nieuws, omdat de Democratische Republiek Congo exportrestricties afkondigde voor zowel onbewerkt koper als kobalt. Het land wil hiermee zijn positie in de waardeketen verbeteren. Congo is veruit de grootste producent van kobalt ter wereld, maar wat koper betreft neemt het land een meer bescheiden positie in.In de grafiek hieronder is te zien dat Congo afgelopen jaar goed was voor 3,2 miljoen ton aan koperextractie, op een mondiale mijnbouwproductie van 23 miljoen ton. Andere belangrijke producenten zijn Chili, Peru, China, de VS en Indonesië.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})(); Clean tech jaagt vraag naar koper aan In 2024 werd 2,8 miljoen ton koper gebruikt voor technologie en infrastructuur voor de energietransitie. Dat gaat het om onderdelen van windmolens en batterijen, maar ook om bijvoorbeeld kabels voor uitbreiding van elektriciteitsnetten.Koper voor clean tech en de bijbehorende infrastructuur was in 2024 goed voor iets meer dan 10 procent van de totale mondiale productie van het metaal. Uit het ISF-rapport blijkt dat dat aandeel de komende decennia naar verwachting sterk toeneemt. Duurzame keuzes maken veel uit voor behoefte aan meer koper Hoe sterk de koperbehoefte gaat stijgen, hangt nauw samen met keuzes op het gebied van duurzaamheid. Het ISF-rapport werkt daarvoor met een aantal scenario's.Het scenario OECM (One Earth Climate Model) laat zien wat er gebeurt als tegen 2050 alle kolen- en gascentrales zijn uitgefaseerd en elektriciteit wereldwijd bijna volledig door zon en wind wordt geleverd.Tegenover het OECM-scenario staat het Progressive-scenario (PRO). Dat houdt rekening met een relatief sterke ontwikkeling van publiek transport, waardoor individueel autobezit een minder grote rol speelt. Waar OECM rekent met wereldwijd twee miljard personenauto’s in 2050, blijft dat bij het PRO-scenario beperkt tot 1,6 miljard personenvoertuigen. Dat scheelt fors op de benodigde hoeveelheid batterijen voor elektrische auto's.Daarnaast is er nog een uitgebreide PRO-variant waarin recycling van grondstoffen veel meer nadruk krijgt.Als je de prognoses voor het jaarlijkse koperverbruik gerelateerd aan de energietransitie naast elkaar zet, dan levert dat het volgende beeld op voor het jaar 2050.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})();Te zien is dat in het basisscenario (OECM) het koperverbruik voor de energietransitie in 2050 oploopt tot liefst 15 miljoen ton per jaar, ruim vijf keer zoveel als in 2024. In het PRO-scenario met een grotere rol voor deelmobiliteit en publiek vervoer blijft de stijging beperkt tot 10 miljoen ton in 2050. Als er veel meer wordt gedaan aan recycling, gaat het om 4,7 miljoen ton.Hoe belangrijk die verschillen zijn wordt duidelijk als je de koperproductie afzet tegen de mondiale koperreserves. De reserves die technisch en economisch winbaar worden geacht, bedragen momenteel ongeveer 980 miljoen ton.Daarnaast zijn er kopervoorraden waarvan nog moet worden bepaald in hoeverre die economisch en technisch winbaar zijn. De omvang van die potentiële voorraden wordt geschat op ongeveer 1.500 miljoen ton. Groei productie versus beschikbare voorraden De huidige, bewezen koperreserves zijn bij een constante jaarproductie van 23 miljoen ton (2025) in 43 jaar opgesoupeerd.De transitiescenario's gaan echter uit van een aanzienlijk toename van de jaarproductie van koper. Stel dat de koperproductie voor de energietransitie stijgt naar 15 miljoen ton in 2050 (het OECM-scenario). Als je uitgaat van een beperkte groei van het overige kopergebruik, kan de mondiale jaarproductie al snel op zo'n 45 miljoen ton uitkomen halverwege deze eeuw. Dat zou betekenen dat de huidige bewezen koperreserves niet in 43 jaar, maar in minder dan 30 jaar worden verbruikt.Er zijn weliswaar flinke potentiële voorraden, maar daarvan moet dan sneller worden bepaald in hoeverre ze technisch en economisch winbaar zijn.Als de energietransitie duurzamer verloopt, met meer recycling en meer deelmobiliteit, kan de impact van de extra kopervraag beperkt blijven. Met een dubbel voordeel: er kan langer worden gedaan met de huidige koperreserves, terwijl de milieuvoetafdruk van de mijnbouw een stuk minder ingrijpend is. Lees ook:Congo verbiedt export van onbewerkte koper en kobalt: brengt dat de energietransitie in gevaar? Wat is het meest effectief om circulair gebruik van kritieke grondstoffen te stimuleren? Strijd om grondstoffen voor batterijen: deze 4 grafieken tonen het probleem van Europa