Maaike Kooijman
04 maart 2026, 15:27

Grafiek: Batterijen voor elektrische auto's kunnen in Europa bijna even goedkoop worden als in China

We moeten meer elektrisch rijden én onafhankelijker worden van de China. Dat botst nogal eens, want daar komen ook de goedkope batterijen vandaan. Toch kan dat gat grotendeels worden gedicht.

Prijsverschil EV's Europese batterijen worden tot eenderde goedkoper als productie en arbeid efficiënter ingezet worden. | Credits: Unsplash.com / Bewerking Change Inc.

Toegang tot batterijen, hun componenten en kritieke grondstoffen is essentieel voor Europa’s economische veiligheid en weerbaarheid. Dat schrijft de Europese milieuorganisatie Transport & Environment (T&E) in een nieuw rapport. Het probleem: de batterijen en auto’s die we importeren uit vooral China zijn relatief goedkoop. En daar lijdt de Europese auto-industrie onder.

Toch stemt het rapport, waarin T&E dieper in het prijsverschil tussen Europese en Chinese batterijen duikt, positief.

Ten eerste omdat een groot deel van de waardeketen van Europese autoproducenten zich al op ons continent bevindt, variërend tussen 47 en 69 procent per producent (zie onderstaande grafiek). Maar ook omdat het prijsverschil flink verkleind kan worden door opschaling.

Prijsverschil Europese en Chinese batterijen komt vooral door schaal

Op dit moment zijn Europese batterijcellen bijna twee keer zo duur als Chinese (zie onderstaande grafiek). Dat wordt niet veroorzaakt door een structurele achterstand, maar met name door een te kleine schaal, concludeert T&E.

De kosten van Europese batterijcellen worden tot een derde lager als productie en arbeid efficiënter ingezet worden. Ook kan het proces deels verder geautomatiseerd worden. Daarmee zou het prijsverschil van ruim 40 dollar per kilowattuur (nu) naar nog maar 14 dollar per kilowattuur (in 2030) kunnen gaan.

Hoewel elektrische auto’s uit meer dan hun batterij bestaan, zijn de batterijen goed voor het grootste deel van de productiekosten. Dat betekent dat Europese auto’s zelfs na de schaalvergroting enkele honderden euro’s duurder blijven dan hun Chinese evenknie (zie onderstaande grafiek). China heeft simpelweg meer kennis over en ervaring met de productie van batterijen. Volgens sommige experts loopt Europa ‘minstens twintig jaar‘ achter op China.

De vraag is of we het overgebleven prijsverschil kunnen en willen overbruggen. Volgens T&E is het een prijs die we moeten betalen voor onze eigen onafhankelijkheid. Een soort vrijheidspremie, zeg maar. Of zoals de milieuorganisatie het verwoordt: ‘Een verzekeringspolis die Europa beschermt tegen geopolitieke volatiliteit en verstoringen van de toeleveringsketen.’

Beleid voor opschaling Europese productie elektrische auto’s

T&E benadrukt dat de politiek onmisbaar is om schaalvergroting op gang te brengen. Dat is waar de Industrial Accelerator Act die de Europese Commissie woensdag heeft gepresenteerd om de hoek komt kijken.

Lees ook:

Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming

Wereldwijd dragen bedrijven en hun financierders sterk bij aan biodiversiteitsverlies, concludeerde de biodiversiteitsorganisatie van de VN (Ipbes) vorige maand. In 2023 ging 7,3 biljoen dollar aan publieke en private geldstromen naar activiteiten die biodiversiteit schaden, tegenover slechts 220 miljard dollar voor duurzame initiatieven. Bovendien hebben bedrijven vaak onvoldoende inzicht in hun impact.Toch kunnen organisaties de biodiversiteit ook ondersteunen in plaats van ondermijnen, stelt Ipbes. Daar is ook Klaas Kuitenbrouwer van overtuigd. Hij is directeur van het Zoönomisch Instituut, dat organisaties helpt om 'zoöperaties' te worden. Een soort coöperatie, maar dan in samenwerking met alles wat leeft: planten, dieren en ecosystemen. Het woord komt van 'zoë': 'leven' in het Grieks.De organisatievorm is ontwikkeld door het Nieuwe Instituut, het Rotterdamse museum voor architectuur, design en digitale cultuur. Het Zoönomisch Instituut is opgericht als onafhankelijke organisatie om het model verder te ontwikkelen, organisaties te helpen om zoöp te worden en certificaten uit te geven. Het Nieuwe Instituut werd in 2022 de eerste zoöp ter wereld.Wat is een zoöperatie precies?'Zoöps hebben een zogenoemde spreker voor de levenden ingesteld: een woordvoerder die binnen de organisatie de belangen van alle levende dingen intern vertegenwoordigt. De belangen van planten, dieren en bodem worden zo deel van de bedrijfsvoering.Als vertrekpunt worden alle manieren in kaart gebracht waarop bedrijven hun omgeving beïnvloeden. Vervolgens gaan zoöps aan de slag met het verkleinen van hun negatieve impact en het vergroten van de positieve impact. De status 'zoöp' kijkt niet zozeer naar wat je al behaald hebt, maar vooral naar inspanningen om te verbeteren.Daarmee worden zoöps onderdeel van een ecosysteem waarin alles samenwerkt en nut heeft. In de natuur geldt: wat afval is voor de één, is bruikbaar voor de ander. Mensen zijn de enige levende wezens op aarde die afval produceren waar niemand iets mee kan. Zelfs de mens niet. Terwijl juist organisaties ook een positieve impact kunnen maken binnen een ecosysteem.Organisaties zullen altijd impact hebben op hun omgeving. Het is niet de vraag of dat mag of niet, maar hóe ze dat doen. Je kunt het zo doen dat ander leven er ook iets aan heeft.'Hoe kwam je op dit idee?'Bijna acht jaar geleden las ik het toen meest recente rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Het verlies aan ecologische robuustheid − biodiversiteit, maar zeker ook biomassa − werd gepresenteerd als de moeder van alle crises. Dat wist ik al wel, maar nu kwam het echt binnen. Ik wist: we moeten het heel anders gaan doen dan we tot nu toe hebben gedaan. Maar hoe dan?In dezelfde periode kwam ik in aanraking met de beweging voor rechten voor de natuur. De Whanganui-rivier was enkele jaren eerder als rechtspersoon erkend in de Nieuw-Zeelandse wet. Ik zag voor het eerst dat het mogelijk was om dingen zo fundamenteel te veranderen dat er ruimte komt voor niet-menselijk leven. Maar als je in Nederland iets wilt met rechten voor de natuur, moet je door de Tweede en de Eerste Kamer; toen al niet heel kansrijk. Daarom gingen we op zoek naar wat er al wél kon.'Hoe ziet dat eruit?'We hebben het vaak over het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Maar we moeten tegelijkertijd ook onze positieve impact vergróten. Daarvoor moet je je afvragen: wat hebben anderen nodig?Het Nieuwe Instituut constateerde bijvoorbeeld dat de eigen parkeerplaats niet langer houdbaar was. Die hield niet alleen mensen in de auto, maar zat ook allerlei andere vormen van leven in de weg. De parkeerplaats is nu een tuin. Goed voor de insecten, vogels én waterhuishouding. En het stimuleert mensen om met de fiets of het ov te komen.Ook het Amstelpark in Amsterdam is een zoöp. Samen pakken we vragen aan als: waarom staan de lantaarns 's nachts aan in een park dat gesloten is, terwijl dat zo slecht is voor de biodiversiteit?'Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is om op die manier te gaan denken.'We ontdekten vrij snel dat het niet begint met organiseren, maar met sensibiliseren. Het is heel belangrijk dat de medewerkers van een organisatie verbinding leggen met de wereld om hen heen. Dat ze niet alleen snappen, maar ook voelen dat ze onderdeel zijn van een ecosysteem.Nu zien we planten en dieren als gratis arbeiders die mensen bedienen met schone lucht en schoon water. Het is belangrijk dat mensen zich realiseren dat ze ook iets terug kunnen en moeten doen. Voor dat sensibiliseren gebruiken we onder meer ecosysteem-opstellingen. Mensen leven zich dan in in de rol van bijvoorbeeld planten, bodemleven of gebouwen.'Treden jullie hiermee in de voetsporen van inheemse gemeenschappen?'Veel van de sprekers voor de levenden ontlenen kennis en gedachtegoed aan inheemse gemeenschappen. Dat gaat vooral om verbondenheid met het ecosysteem waarin je je bevindt.'De huidige zestien zoöps zijn vooral missiegedreven organisaties. Heb je de ambitie om ook bedrijven mee te krijgen die vooral gericht zijn op winst maken?'Deels. Er kloppen veel B Corps en familiebedrijven bij ons aan, vaak met circulaire praktijken of ambities. Dat betekent overigens lang niet altijd dat ze al regeneratief werken. Kijk naar Creative Coding Utrecht. Zij hebben een gevel die gemaakt is van oude NS-borden. Vanuit circulair oogpunt is dat fantastisch, maar nu het kunststof afbrokkelt heeft het negatieve gevolgen voor de bodem. Eén van hun doelen als zoöp is daarom de gevel te veranderen in een gevel die leven ondersteunt.We streven ernaar dat zeker 25 procent van de organisaties zoöp is. Dat staat bekend als het sociale kantelpunt, waarna een ontwikkeling zichzelf gaat versterken en de norm verandert. Het helpt natuurlijk als grote organisaties zich aansluiten, vooral als zij de rest van hun sector inspireren. Een voorbeeld is drainagebedrijf AllDrain. Maar ook de Breda University of Applied Sciences is recent, als eerste hogeschool, een zoöp geworden. Aan het einde van dit jaar willen we met dertig zoöps zijn.'Met wie wil je graag nog samenwerken?'Ik vind het belangrijk om de landbouw mee te krijgen. Daar zou ik graag een nog grotere regeneratieve beweging zien. Maar ook gezondheidszorg is zeer interessant. Zoöp zijn gaat prachtig samen met werken aan gezondheid.' Lees ook:'Energie moet voor iedereen beschikbaar zijn', en dus ontwierp Hans Veenemans een zelfstandig energiefabriekje: de Ecoplant Zeewier kan helpen het stikstofprobleem in de landbouw op te lossen, laat de raffinaderij van Nikki Spil zien