Jeroen de Boer
10 juni 2026, 15:33

Grafiek: Stroomvraag elektrisch rijden wordt bijna 13 keer zo hoog (maar dat hoeft geen probleem te zijn)

In 2050 kan de vraag naar elektriciteit voor elektrisch rijden bijna 13 keer zo hoog zijn als nu. Toch hoeft dat geen problemen op te leveren met het volle stroomnet, blijkt uit een nieuw rapport.

elektrische auto vraag stroom 2050 netcongestie | Credits: Vaclav Pechar via Unsplash/bewerking Change Inc.

De file voor het stroomnet vraagt om een fundamenteel andere inrichting van ons elektriciteitsgebruik. Zeker als we de komende decennia meer stroom gaan verbruiken, onder meer door de opmars van elektrisch rijden. Toch is het goed mogelijk om over vijfentwintig jaar 11 miljoen elektrische auto’s in Nederland te hebben, zonder problemen met netcongestie.

In een deze week gepubliceerd onderzoek van kenniscentrum Elaadnl, een initiatief van de Nederlandse netbeheerders, blikken onderzoekers vooruit naar 2050. Wat als alle personenauto’s dan voorzien zijn van elektromotoren en hetzelfde geldt voor 90 procent van de trucks en bestelbusjes?

Elektrisch rijden: vraag naar elektriciteit stijgt explosief

Om te beginnen komt er een enorme groei van de vraag naar elektriciteit aan. In onderstaande grafiek is te zien dat elektrisch vervoer op jaarbasis momenteel zorgt voor ruim 4.000 gigawattuur aan stroomverbruik. Volgens het meest waarschijnlijke scenario (het ‘middenscenario’) uit het rapport van Elaadnl zal dat in 2050 ongeveer 52.000 gigawattuur zijn. Dat is bijna 13 keer zo veel.

Personenauto’s zullen goed zijn voor ruim de helft van de elektriciteitsvraag van het wegverkeer in 2050, gevolgd door trucks en bestelbusjes.

Netcongestie vermijden: schuiven met laadtijden en auto als thuisbatterij

Hoe voorkomen we dat er door elektrificatie van het vervoer gigantische problemen op het stroomnet ontstaan? Een deel van de oplossing ligt bij betere spreiding van elektrisch laden over de dag. De problemen worden nu immers vooral veroorzaakt door overbelasting van het net tijdens piekuren (grofweg tussen vijf uur ‘s middags en negen uur ‘s avonds).

Uit het onderzoek van Elaadnl blijkt dat schuiven in de laadtijden op termijn al 6,7 gigawatt kan vrijspelen om het net op piekmomenten te ontlasten.

Een tweede kans ligt bij de batterijen van elektrische voertuigen. Die kunnen in principe ook gebruikt worden om stroom terug te leveren aan het net. Als de mogelijkheden voor bidirectioneel laden toenemen, kan dat de piekbelasting van het net beperken. Het potentieel hiervoor wordt geschat op 4,5 gigawatt aan flexibel vermogen.

Ruim 11 gigawatt aan flexibel vermogen met elektrisch vervoer

In theorie biedt elektrische mobiliteit tegen 2050 ruim 11 gigawatt aan flexibel vermogen om het stroomnet te ontlasten, blijkt uit het rapport van Elaadnl. Dat potentieel kan worden gerealiseerd door prijsprikkels in te stellen die het aantrekkelijk maken om buiten de piekuren te laden en tijdens piekuren terug te leveren. Dat biedt kansen om netcongestie te vermijden bij een groeiend stroomverbruik voor elektrisch vervoer.

Om de in het rapport genoemde 11,2 gigawatt aan flexibel vermogen in perspectief te plaatsen, hebben we prognoses van brancheorganisatie Netbeheer Nederland erbij genomen over de piekbelasting van het net.

Momenteel wordt het elektriciteitsverbruik van Nederland op piekmomenten beperkt door de inzet van een maximaal vermogen van ongeveer 20 gigawatt. Netbeheer Nederland schat dat de groei van de elektriciteitsvraag op basis van de huidige verbruiksgewoonten vereist dat het piekvermogen ruimschoots verdubbelt naar 43 gigawatt in 2040. Met diverse flexibiliseringsopties kan dat beperkt blijven tot ongeveer 27 gigawatt in 2040.

De prognose van ruim 11 gigawatt aan flexibel vermogen voor elektrisch vervoer uit het rapport van Elaadnl heeft betrekking op 2050 en ligt dus verder in de toekomst dan het scenario van Netbeheer Nederland. Toch is al wel duidelijk dat het om een aanzienlijk potentieel gaat. Met de juiste prikkels lijkt het dus goed mogelijk om het wegverkeer in Nederland volledig te elektrificeren.

Lees ook:

Met 500 miljoen nieuwe bomen wil Sven Kallen Europa klimaatbestendig maken

In Spanje ziet hij de 'klimaatgrens' met het jaar verschuiven. 'Vroeger lag die helemaal in het zuiden, nu kruipt hij steeds noordelijker. Onder die grens groeit in de zomer helemaal niets', zegt Sven Kallen, die zelf in Barcelona woont. 'Die verwoestijning van Europa moeten we tegengaan.'Het was voor hem één van de redenen om nieuwe natuur te planten in Europa. Bomen die goed tegen extreem weer kunnen, bijvoorbeeld omdat de wortels veel water vast kunnen houden voor in droge perioden.Met zijn stichting Life Terra wil hij naar de 500 miljoen nieuwe bomen in Europa: grofweg één voor elke inwoner. Dat draagt bij aan het Europese doel om tot 2030 zeker 3 miljard bomen te planten. Een grote opgave is het wel: na vijf jaar staat de teller van Life Terra op 36 miljoen bomen.[caption id="attachment_179319" align="alignright" width="300"] Sven Kallen. Credits: Life Terra[/caption]Waar veel herbebossingsprojecten op het mondiale Zuiden focussen, planten jullie juist bomen in Europa. Waarom?'Life Terra is ontstaan naar aanleiding van de 3 billion trees pledge van de Europese Commissie. Een mooi doel, maar er werd alleen maar gesproken over de bomen – niet over de mensen die ze zouden moeten planten. De stichting is mijn manier om dat in te vullen.Daarbij wilde ik een beweging oprichten om de degradatie van de Europese natuur te herstellen. Klimaatverandering wordt ook hier steeds zichtbaarder. Bomen hebben te lijden onder bosbranden, extreem weer en indirectere gevolgen van klimaatverandering. Zo heeft de letterzetter, een kever die zich door de zachtere winters veel beter kan voortplanten, in heel Noordoost-Europa fijnsparren verwoest.'Hoe gaan jullie te werk?'We werken samen met landeigenaren die bomen op hun grond willen plaatsen. Soms zijn dat gemeenten die willen vergroenen, vaak ook boeren of andere particulieren. Voor boeren is natuur niet alleen belangrijk, maar ook simpelweg slim. Bepaalde vogels en insecten helpen bijvoorbeeld om plagen te bestrijden.We gaan vervolgens met landeigenaren in gesprek over hun wensen. Willen ze puur natuur, of liever een productiebos met bijvoorbeeld notenbomen? We geven ook advies over de verschillende boomsoorten. Mensen die een paar honderd eiken willen planten, zijn bij ons aan het verkeerde adres. We hebben een minimum van zes boomsoorten die geplant worden. Dat maakt een gebied biodiverser en daarmee ook klimaatbestendiger.De landeigenaren koppelen we aan bedrijven en andere donateurs. Die zorgen niet alleen voor de financiering van de bomen, maar helpen ook actief planten. Sustainable team building noemen we dat. Ja, je kunt op een vrijdagmiddag lekker gaan bowlen, maar met z'n allen in de klei staan en zichtbaar resultaat bereiken geeft veel meer voldoening. Vaak komen werknemers met een grote glimlach van het veld. We werken zo niet alleen aan  biodiversiteit, maar ook aan bewustzijn rondom klimaat en verbinding met de natuur.We vragen bedrijven om wat extra's te betalen, zodat ook schoolklassen bomen kunnen planten. Het onderwijs is een belangrijk onderdeel van ons werk. Ons grootste project bestaat uit 100.000 bomen bij een boer, ons kleinste project zijn vijf bomen op een schoolplein.'[caption id="attachment_179318" align="alignnone" width="900"] 'Het onderwijs is een belangrijk onderdeel van ons werk.' | Credits: Life Terra[/caption]Krijgen bedrijven ook carboncredits voor hun werk?'Niet als ze een paar honderd bomen planten, maar wel als ze deelnemen in grotere projecten. Vijfhonderd bomen hier en daar zijn leuk, maar als we echt impact willen maken, hebben we ook oppervlakten met tienduizenden bomen nodig. Zulke projecten worden beoordeeld door een onafhankelijke certificeerder en zijn carboncredits waard. Bedrijven kunnen op een speciaal dashboard zien waar 'hun' bomen staan en hoe het ermee gaat. En we verplichten hen een deel mee te planten.We werken zowel met carboncredits als met biodiversiteitscredits. Die laatste zijn wat ons betreft meer waard. Je kunt wel bomen planten die veel CO2 opslaan, maar qua klimaatbestendigheid heb je uiteindelijk meer aan een variatie aan bomen en struiken.'Hoe waarborgen jullie dat al die bomen tientallen jaren blijven staan, zodat de opgeslagen CO2 niet meteen weer vrijkomt?'Van de opbrengsten die projecten met carboncredits opleveren, gaat de helft naar de landeigenaren. Recent hebben we bijvoorbeeld een cheque van 50.000 euro gegeven aan een Portugese landeigenaar die meer dan 65.000 bomen heeft geplant. Op die manier geven we hen een reden om de bomen te laten staan en bovendien goed te onderhouden en beschermen. Want hoe meer CO2 ze opslaan, hoe meer de carboncredits opleveren.Zulke bossen worden elk kwartaal gemonitord met satellieten, en eens per jaar door een onafhankelijke certificeerder.'Wat heb je nodig om tot jullie doel van 500 miljoen bomen te komen?'Veel meer landeigenaren en betalende bedrijven natuurlijk. Daar kunnen we nog actiever naar op zoek gaan. Als je bedrijven benadert, is er vaak wel enthousiasme en budget. In tegenstelling tot wat je soms hoort, zien wij veel aandacht voor klimaat en klimaatadaptatie.Binnen bedrijven stimuleren we ook een soort positieve concurrentie. Zodat ze denken: onze collega's in Berlijn of Barcelona hebben zoveel bomen geplant, daar willen wij bovenuit komen. Alle bomen die je zelf hebt geplant, kun je bovendien taggen met je telefoon.Onze afdeling voor carboncredits is nu nog vrij klein, maar we verwachten dat die erg gaat groeien. De Europese CRCF-verordening (Carbon Removals and Carbon Farming, red.) gaat daar zeker bij helpen. Dat geeft ons weer financieringsmogelijkheden om die projecten op te schalen naar honderden hectares.'Met wie wil je nog graag samenwerken?'De afgelopen jaren hebben we heel veel boomplantorganisaties in Europa leren kennen, maar ik wil nog meer met zulke organisaties samenwerken. Zodat we samen zichtbaarheid kunnen geven aan ons werk, maar ook samen donateurs kunnen zoeken en evenementen kunnen organiseren. Lokale partners weten vaak ook het meeste over de bomen die op bepaalde plekken (kunnen) groeien.Er gebeurt veel in Europa, maar we kennen elkaar over het algemeen slecht. Ik geloof echt dat we wat kunnen bereiken als we de Denen samenbrengen met Polen, Portugezen en Roemenen. Samen staan we veel sterker.' Lees ook:Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit 'Als burgers collectief hun emissies verlagen, kun je ook meer druk uitoefenen op bedrijven en de overheid' Voor aanpak van ontbossing moeten we verder kijken dan koffie en palmolie: deze gewassen spelen ook een rol