Chinese autofabrikanten kunnen mede door staatssteun relatief goedkoop elektrische auto’s op de markt brengen. En dat benadeelt Europese fabrikanten van elektrische auto’s, vindt de Europese Commissie. Daarom zijn er in 2024 importheffingen voor Chinese automerken ingevoerd voor vijf jaar. Voor een BYD betaal je daardoor 17 procent meer, voor een Saic zelfs ruim 35 procent.
Heel nuttig blijken die importheffingen niet. Na het invoeren ervan importeerde Europa zelfs tienduizenden elektrische auto’s méér uit China, blijkt uit een nieuw rapport van Transport & Environment (T&E). Het lijkt er zelfs op dat vooral westerse autofabrikanten geraakt worden door de maatregelen.
Opmerkelijk
Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. bijzondere vondsten en ontwikkelingen.
Meer auto’s van BYD en Geely geïmporteerd, minder van Tesla en Volvo
Vooral het Chinese BYD heeft in 2025 flink meer naar Europa geëxporteerd: ruim het dubbele ten opzichte van het jaar ervoor. Ook de Europese import van Geely-auto’s steeg. Dat komt waarschijnlijk grotendeels doordat Chinese elektrische auto’s − ondanks de importheffingen − gemiddeld nog steeds 21 procent goedkoper zijn dan die van Europese concurrenten.
Alleen de Chinese automaker Saic lijdt onder de importheffingen, waarschijnlijk door de extra hoge heffingen op dat merk.

Tegelijkertijd zie je dat westerse automerken zoals Tesla, Volvo en Smart minder elektrische auto’s die ze in China maken, naar Europa exporteren. Waar Tesla in 2021 nog ruim de helft van zijn auto’s voor de Europese markt vanuit de fabriek in China exporteerde, was dat vorig jaar nog maar 19 procent. De productieketen is dus deels verplaatst om extra kosten te vermijden.
Doordat producenten van EV’s in Europa niet alles zelf maken, is de (veel goedkopere) import van batterijen uit China de afgelopen jaren geëxplodeerd. Wel verwacht T&E dat Europa een flinke inhaalslag kan maken. Tegen 2030 kan Europese productie in ongeveer twee derde van de vraag naar batterijcellen voorzien, is de verwachting.
Met name de verschoven productie van westerse autobedrijven zorgt er dan ook voor dat het relatieve aandeel van China bij de Europese import van EV’s wel degelijk daalt. Twee jaar geleden kwam 22 procent van de verkochte elektrische auto’s uit China, in het eerste kwartaal van dit jaar was dat nog 17 procent. Dat komt ook doordat er meer auto’s van Europese merken worden verkocht.

Chinese autofabrikanten omzeilen regels
De huidige importheffingen gelden alleen voor volledig elektrische auto’s (Battery Electric Vehicles: BEV’s), niet voor plug-in hybrides (PHEV’s). Chinese fabrikanten wisten de heffingen dan ook deels te omzeilen door meer hybride auto’s aan Europa te leveren. Chinese merken hebben nu 13 procent van de Europese markt voor PHEV’s in handen, tegenover slechts 3 procent in 2024.
De EU wil verder groei voorkomen door ook importheffingen op PHEV’s in te voeren, meldt Autoweek.
Er is ook nog een andere manier waarop Chinese bedrijven de heffingen kunnen omzeilen: door zelf auto’s in Europa te gaan produceren. De afgelopen jaren zijn er al tien nieuwe fabrieken aangekondigd, zeggen de analisten van T&E. Die komen vooral in Spanje en Hongarije te staan. Tegen 2035 zouden Chinese producenten jaarlijks 600.000 elektrische auto’s in Europa willen maken; bijna het dubbele van wat er nu wordt geïmporteerd uit China.
Lees ook:
- Grafiek: Batterijen voor elektrische auto’s kunnen in Europa bijna even goedkoop worden als in China
- Blijft Volkswagen overeind in slag om de elektrische auto? Deze batterij-innovaties zijn beslissend
- Met snellaadpalen in de binnenstad mikt GOase op een heel nieuwe doelgroep: ‘Laadtijd wordt shoptijd’



